Scheikunde: hoofdstuk 2
Paragraaf 1
Atoommodel
Microniveau = kleine deeltjes die je niet met je zintuigen kunt zien
(moleculen, atomen).
Macroniveau = alles wat je kunt waarnemen.
Eerst dachten mensen dat atomen massieve bolletjes waren, maar
Ernest Rutherford bedacht een atoommodel waarin een atoom
bestaat uit een atoomkern met daaromheen bewegende
elektronen. Daartussen is lege ruimte.
Atoomkern bestaat uit protonen en neutronen. Protonen =
positief geladen, neutronen = ongeladen en elektronen = negatief
geladen.
Lading (Q) druk je uit in coulomb (C), maar lading van protonen en
neutronen is erg klein, dus:
Voor atoom geldt: aantal protonen is gelijk aan aantal elektronen.
Model van Rutherford is verfijnd door Niels Bohr. In dat model
bevinden elektronen zich in banen rond de kern =
elektronenschillen.
Het aantal protonen bepaalt welke atoomsoort het is en wordt
aangegeven met het atoomnummer.
De massa van een neutron is vrijwel gelijk aan de massa van een
proton. Het aantal protonen + neutronen = massagetal van dat
atoom.
Atomen van 1 atoomsoort bezitten hetzelfde aantal protonen, maar
kunnen verschillen in aantal neutronen en dus ook het massagetal.
Paragraaf 1
Atoommodel
Microniveau = kleine deeltjes die je niet met je zintuigen kunt zien
(moleculen, atomen).
Macroniveau = alles wat je kunt waarnemen.
Eerst dachten mensen dat atomen massieve bolletjes waren, maar
Ernest Rutherford bedacht een atoommodel waarin een atoom
bestaat uit een atoomkern met daaromheen bewegende
elektronen. Daartussen is lege ruimte.
Atoomkern bestaat uit protonen en neutronen. Protonen =
positief geladen, neutronen = ongeladen en elektronen = negatief
geladen.
Lading (Q) druk je uit in coulomb (C), maar lading van protonen en
neutronen is erg klein, dus:
Voor atoom geldt: aantal protonen is gelijk aan aantal elektronen.
Model van Rutherford is verfijnd door Niels Bohr. In dat model
bevinden elektronen zich in banen rond de kern =
elektronenschillen.
Het aantal protonen bepaalt welke atoomsoort het is en wordt
aangegeven met het atoomnummer.
De massa van een neutron is vrijwel gelijk aan de massa van een
proton. Het aantal protonen + neutronen = massagetal van dat
atoom.
Atomen van 1 atoomsoort bezitten hetzelfde aantal protonen, maar
kunnen verschillen in aantal neutronen en dus ook het massagetal.