Thema feedback
Feedback komt uit jezelf, je spreekt uit de ik-vorm
IK-boodschap Ik + gedrag, gevoel, gedrag + suggestie
vb. niet zeggen je was te laat gekomen dus…. Maar zeg ‘ik zie dat je
hebt moeten haasten om op tijd op school te komen dus ik zou….’
2 soorten feedback: waarderende en confronterende feedback
Je moet feedback altijd als positief zijn. Hij wordt gegeven om je te helpen
en je blinde vlek te verkleinen.
Als het over iets ging dat je nog niet wist (onze blinde vlek,
eigenschappen/gedrag waar je je onbewust van bent) moet je dan gaan
reflecteren over je gedrag
Feedback kan ook via gebaren of mimiek gebeuren.
Wat is feedback? Waarom?
Feedback: terugkoppeling, die je aan de andere geeft over zijn gedrag
We geven feedback om gedrag te bevorderen, te verwijderen
vb An ik merk dat het snelle en luide praten (gedrag) mij heel klein laat
voelen (gevoel). Hierdoor durf ik mijn zegje niet doen (gevolg). Ik stel voor
dat je in het vervolg rustiger praat. (suggestie)
Waarom is het geven en ontvangen van feedback belangrijk als student?
Bewustwording: verbeteren en blinde vlek verkleinen door te leren
hoe je conversatie over komt.
Handvaten krijgen: wat doe je best wel of niet
Feedback geven getuigt van respect, transparantie,… nar je client
Feedback krijgen van een client kan voor even waardigheid zorgen
Woorden zoals altijd, nooit,… vermijden. Wacht ook niet te lang om
feedback te geven
Waarderende feedback
- Focus op het positieve
- Heb oog voor het ‘vanzelfsprekende’
vb. zo goed dat je vandaag op tijd uit bed bent gekomen
Hou rekening met je client gebruik geen moeilijke woorden bij een kind
+ zie echt dat je geen oordeel zegt
,Hoofdstuk 1: alles begint met luisteren
1.1 het belang van luisteren
Ga luisteren om te begrijpen ipv te reageren.
wie ben ik? Waar echt ik belang aan? Hoe bekijk ik een situatie? het is
een referentiekader: hier moeten we bewust van zijn
1.2 waarnemingsfi lters en referentiekaders
Iedereen kijkt anders naar de situatie, we interpreteren de situatie dus
allemaal anders. Het referentiekader (onze persoonlijke bril, de
buitenwereld, en de waarnemingsfilter) kan door verschillende factoren
komen
Onze ‘bril’ kan worden gevormd door:
Opvoeding
Ervaringen, gevoelens, herrineringen,…
Normen en waarden
Je krijgt je eigen gefilterde waarheid
MAAR: hoe wij naar een situatie kijken is niet hoe je client naar de situatie
kijkt. Ga hier dus niet van uit
Je filter kan veranderen, je gaat soms andere dingen doorlaten.
vb. brievenbus
Factoren die de waarneming van de werkelijkheid kunnen veranderen:
1) Je voorgeschiedenis
= ervaringen, herinneringen (levensarchiefkast)
bewuste en onbewuste (vb. prenataal) ervaringen
2) Zelfgevoel/ zelfbeeld
= ideeën en gevoelens die je over jezelf hebt
je identiteit en de betekenis die je eraan geeft wordt gevormd door:
- aandacht (veilig, aanvaard en gerespecteerd voelen)
- waarnemingen van anderen
- de boodschap over jezelf
- de communicatiestijl
= zelfbeeld hangt heel nauw van culturele en groepswaarden
vb. individualisme in Europa vs. Azië
3) Verwachtingen
= naar iedere situatie neem je een aantal verwachtingen mee en dat
, beïnvloedt je luisteren. ‘je krijgt wat je verwacht’ (selfulfilling
professie)
vb. iemand uit je vorige klas vroeg altijd je samenvattingen en
profiteerde van jou. Wanneer er iemand in de klas 1 keer een
samenvatting vraagt denk je dat hij ook weer gaat profiteren.
4) De individuele verschillen in de zintuigcapaciteit
= je zintuigen gaan dingen waarnemen (met de filters) en je
hersenen maken een interpretatie. Dit is niet steeds de
werkelijkheid. Mensen met beperkingen in de zintuigen nemen dit
ook altijd anders op.
5) Waarden en normen
= hierdoor ga je gedrag goed- of afkeuren
probeer hier bewust van te zijn en toch ECHT te luisteren als er een
cliënt komt met een verhaal die tegen je waarden tegen gaan.
6) Context
= hoe je je voelt, wie je gesprekspartner is, waar de interactie
doorgaat
7) De taal en de waarneming
= taal: werkinstrument om te communiceren over gevoelens en
gedachten
cultuurgebonden: reflectie van wereldbeeld
patronen waarop de organisatie van de wereld in taal tot uiting
komen:
- Deletes/ weglating : ‘ik ben bang’ is geen kenmerk: moeten
vragen stellen om te ontdekken waar ze bang van zijn
- Generalisatie/ veralgemening: gebruiken dan woorden als ‘nooit’ of
‘altijd’ tijdens hun uitlatingen als client
wij moeten affectief respons geven. Dus de situatie erkennen.
- Vervorming en verwarringen soms ga je dingen aan elkaar
koppelen die misschien niet met elkaar verbonden zijn.
Vb. Mama is aan het zeuren, ik wordt zenuwachtig. Hoort dit bij
elkaar, ben je anders niet zenuwachtig?
1.3 communiceren als hulpverlener
Bewust van jouw waarnemingsfilters en referentiekader
Loslaten of benoemen …
Je hebt je eigen ervaring + ervaringskennis (je hebt de kennis om te
reflecteren en bepaalde dingen te verwerken) + ervaringsdeskundigheid
(je hebt moeilijke situaties een plaatsje kunnen geven en kan het nu
gebruiken om het te gebruiken om anderen te helpen en ervaring te delen
vb. think pink)
Feedback komt uit jezelf, je spreekt uit de ik-vorm
IK-boodschap Ik + gedrag, gevoel, gedrag + suggestie
vb. niet zeggen je was te laat gekomen dus…. Maar zeg ‘ik zie dat je
hebt moeten haasten om op tijd op school te komen dus ik zou….’
2 soorten feedback: waarderende en confronterende feedback
Je moet feedback altijd als positief zijn. Hij wordt gegeven om je te helpen
en je blinde vlek te verkleinen.
Als het over iets ging dat je nog niet wist (onze blinde vlek,
eigenschappen/gedrag waar je je onbewust van bent) moet je dan gaan
reflecteren over je gedrag
Feedback kan ook via gebaren of mimiek gebeuren.
Wat is feedback? Waarom?
Feedback: terugkoppeling, die je aan de andere geeft over zijn gedrag
We geven feedback om gedrag te bevorderen, te verwijderen
vb An ik merk dat het snelle en luide praten (gedrag) mij heel klein laat
voelen (gevoel). Hierdoor durf ik mijn zegje niet doen (gevolg). Ik stel voor
dat je in het vervolg rustiger praat. (suggestie)
Waarom is het geven en ontvangen van feedback belangrijk als student?
Bewustwording: verbeteren en blinde vlek verkleinen door te leren
hoe je conversatie over komt.
Handvaten krijgen: wat doe je best wel of niet
Feedback geven getuigt van respect, transparantie,… nar je client
Feedback krijgen van een client kan voor even waardigheid zorgen
Woorden zoals altijd, nooit,… vermijden. Wacht ook niet te lang om
feedback te geven
Waarderende feedback
- Focus op het positieve
- Heb oog voor het ‘vanzelfsprekende’
vb. zo goed dat je vandaag op tijd uit bed bent gekomen
Hou rekening met je client gebruik geen moeilijke woorden bij een kind
+ zie echt dat je geen oordeel zegt
,Hoofdstuk 1: alles begint met luisteren
1.1 het belang van luisteren
Ga luisteren om te begrijpen ipv te reageren.
wie ben ik? Waar echt ik belang aan? Hoe bekijk ik een situatie? het is
een referentiekader: hier moeten we bewust van zijn
1.2 waarnemingsfi lters en referentiekaders
Iedereen kijkt anders naar de situatie, we interpreteren de situatie dus
allemaal anders. Het referentiekader (onze persoonlijke bril, de
buitenwereld, en de waarnemingsfilter) kan door verschillende factoren
komen
Onze ‘bril’ kan worden gevormd door:
Opvoeding
Ervaringen, gevoelens, herrineringen,…
Normen en waarden
Je krijgt je eigen gefilterde waarheid
MAAR: hoe wij naar een situatie kijken is niet hoe je client naar de situatie
kijkt. Ga hier dus niet van uit
Je filter kan veranderen, je gaat soms andere dingen doorlaten.
vb. brievenbus
Factoren die de waarneming van de werkelijkheid kunnen veranderen:
1) Je voorgeschiedenis
= ervaringen, herinneringen (levensarchiefkast)
bewuste en onbewuste (vb. prenataal) ervaringen
2) Zelfgevoel/ zelfbeeld
= ideeën en gevoelens die je over jezelf hebt
je identiteit en de betekenis die je eraan geeft wordt gevormd door:
- aandacht (veilig, aanvaard en gerespecteerd voelen)
- waarnemingen van anderen
- de boodschap over jezelf
- de communicatiestijl
= zelfbeeld hangt heel nauw van culturele en groepswaarden
vb. individualisme in Europa vs. Azië
3) Verwachtingen
= naar iedere situatie neem je een aantal verwachtingen mee en dat
, beïnvloedt je luisteren. ‘je krijgt wat je verwacht’ (selfulfilling
professie)
vb. iemand uit je vorige klas vroeg altijd je samenvattingen en
profiteerde van jou. Wanneer er iemand in de klas 1 keer een
samenvatting vraagt denk je dat hij ook weer gaat profiteren.
4) De individuele verschillen in de zintuigcapaciteit
= je zintuigen gaan dingen waarnemen (met de filters) en je
hersenen maken een interpretatie. Dit is niet steeds de
werkelijkheid. Mensen met beperkingen in de zintuigen nemen dit
ook altijd anders op.
5) Waarden en normen
= hierdoor ga je gedrag goed- of afkeuren
probeer hier bewust van te zijn en toch ECHT te luisteren als er een
cliënt komt met een verhaal die tegen je waarden tegen gaan.
6) Context
= hoe je je voelt, wie je gesprekspartner is, waar de interactie
doorgaat
7) De taal en de waarneming
= taal: werkinstrument om te communiceren over gevoelens en
gedachten
cultuurgebonden: reflectie van wereldbeeld
patronen waarop de organisatie van de wereld in taal tot uiting
komen:
- Deletes/ weglating : ‘ik ben bang’ is geen kenmerk: moeten
vragen stellen om te ontdekken waar ze bang van zijn
- Generalisatie/ veralgemening: gebruiken dan woorden als ‘nooit’ of
‘altijd’ tijdens hun uitlatingen als client
wij moeten affectief respons geven. Dus de situatie erkennen.
- Vervorming en verwarringen soms ga je dingen aan elkaar
koppelen die misschien niet met elkaar verbonden zijn.
Vb. Mama is aan het zeuren, ik wordt zenuwachtig. Hoort dit bij
elkaar, ben je anders niet zenuwachtig?
1.3 communiceren als hulpverlener
Bewust van jouw waarnemingsfilters en referentiekader
Loslaten of benoemen …
Je hebt je eigen ervaring + ervaringskennis (je hebt de kennis om te
reflecteren en bepaalde dingen te verwerken) + ervaringsdeskundigheid
(je hebt moeilijke situaties een plaatsje kunnen geven en kan het nu
gebruiken om het te gebruiken om anderen te helpen en ervaring te delen
vb. think pink)