Toets Juridische kaders en methodiek (ggz 4.3)
Online studeren bij https://quizlet.com/_ihvin0
1. Moral Treatment Behandelvisie is vanuit de fysiologie, gelooft dat krankzinnigheid een ziekte is.
(William Cullen)
2. Non-restraint Humane visie, zonder dwang en met open deuren,
visie (Connolly)
3. Paviljoenprincipe Het therapeutisch leefmilieu is kleinschalig.
4. Sociale psychia- Iemands (- of +) omstandigheden zijn van invloed op het ontstaan van problemen.
trie
5. Sociotherapie Methodisch hanteren van het leefmilieu van een groep cliënten binnen een
functionele eenheid van intramurale behandelsetting.
6. Functionele een- (Woon)omgeving en zorg zijn een geheel en gericht op hetzelfde doel.
heid
7. Intramuraal Klinisch verblijf met intensieve zorg en behandeling.
8. Residentieel Wonen met begeleiding.
9. Milieutherapie Behandelvorm waar dagelijkse omgeving ingezet worden om gedragsverander-
ing, stabilisatie en herstel te ondersteunen.
10. Therapeutisch Alles in de leefomgeving: bgl-clt. Wat helpend is in de behandelvorm.
milieu
11. Actieve aanpass- Behandelvorm met de focus op ontwikkelen van eigen identiteit dmv gedrag door
ingstherapie interactie.
12. Soorten socio- 1) Werktherapie: arbeid of creatieve therapie.
therapie 2) Milieutherapie: inrichting, gebouw, structuur behandeling en samenwerking
tussen clt-bgl.
, Toets Juridische kaders en methodiek (ggz 4.3)
Online studeren bij https://quizlet.com/_ihvin0
3) Groepstherapie: psychotherapie, eetgroep, modulaire groepen.
4) Speltherapie: PMT, drama en muziek.
13. Directieve socio- Steunend en structurerend.
therapie
14. Vaktherapie Specialistisch vorm van hulpverlening (non-verbaal).
15. Therapeutische Basishouding van therapeut (professioneel reageren).
attitude
16. Beroepshouding 1) Congruentie: gedrag/houding/woorden komen met elkaar overeen.
van een 2) Transparantie: Open houding over je handelen en tekortkomingen durven te
sociotherapeut laten zien.
3) Abstinent: Cliënt staat centraal.
17. Overdracht Gevoelens die de cliënt op de therapeut projecteert.
18. Tegenoverdracht Alle geroepen gevoelens en reacties van de therapeut op de overdracht van de
cliënt.
19. Competenties LOL PICCCIE
sociotherapeut Luisteren
Observeren
Leidserschap
Procesbewaking
Interpreteren
Confronteren
Conflicthantering
Crisishantering
Intervenieren
Empathie
, Toets Juridische kaders en methodiek (ggz 4.3)
Online studeren bij https://quizlet.com/_ihvin0
20. Luisteren vol- Smile
gens SOFT- Open houding
EN-methode Forward leunen
Touch
Eye contact
Nod
21. Interpreteren Wat neem je feitelijk waar en hoe vat je op wat je waarneemt?
22. 5 communicatie 1) Onmogelijk om niet te communiceren
principes van 2) Iedere communicatie inhoudelijk en betrekkingsaspect; inhoud: wat je zegt,
Watzlawick betrekking: hoe je het zegt.
3) Iedereen ziet de werkelijkheid op een eigen manier en iedereen interpreteert
een boodschap naar eigen waarheid,
4) Non verbale communicatie (digitaal) en verbaal (analoog).
5) Communicatie is symmetrisch (gelijkwaardige positie) of complementair (ver-
schillende positie in de relatie).
23. Confronteren Cliënt spiegelen met gedrag en zeggen wat je denkt te zien.
24. Intervenieren Actief handelen om een probleem op te lossen.
25. Begeleiding Ondersteunen (procesgericht)
geven
26. Leiding geven Verantwoordelijk (resultaatgericht)
27. 3 processen van 1) Probleemgericht proces: samenwerking tav uit te voeren taken.
invloed op groep- 2) Sociaal-emotioneel proces: beleving van en reacties op elkaar.
sproces 3) Belangengericht proces: betrekking op groepsidentiteit en ondersteunen bij
zelfreflectie.
28. Zelfreflectie Bewust en intern proces waarbij iemand zelfstandig zijn handelen interpreteert.
Online studeren bij https://quizlet.com/_ihvin0
1. Moral Treatment Behandelvisie is vanuit de fysiologie, gelooft dat krankzinnigheid een ziekte is.
(William Cullen)
2. Non-restraint Humane visie, zonder dwang en met open deuren,
visie (Connolly)
3. Paviljoenprincipe Het therapeutisch leefmilieu is kleinschalig.
4. Sociale psychia- Iemands (- of +) omstandigheden zijn van invloed op het ontstaan van problemen.
trie
5. Sociotherapie Methodisch hanteren van het leefmilieu van een groep cliënten binnen een
functionele eenheid van intramurale behandelsetting.
6. Functionele een- (Woon)omgeving en zorg zijn een geheel en gericht op hetzelfde doel.
heid
7. Intramuraal Klinisch verblijf met intensieve zorg en behandeling.
8. Residentieel Wonen met begeleiding.
9. Milieutherapie Behandelvorm waar dagelijkse omgeving ingezet worden om gedragsverander-
ing, stabilisatie en herstel te ondersteunen.
10. Therapeutisch Alles in de leefomgeving: bgl-clt. Wat helpend is in de behandelvorm.
milieu
11. Actieve aanpass- Behandelvorm met de focus op ontwikkelen van eigen identiteit dmv gedrag door
ingstherapie interactie.
12. Soorten socio- 1) Werktherapie: arbeid of creatieve therapie.
therapie 2) Milieutherapie: inrichting, gebouw, structuur behandeling en samenwerking
tussen clt-bgl.
, Toets Juridische kaders en methodiek (ggz 4.3)
Online studeren bij https://quizlet.com/_ihvin0
3) Groepstherapie: psychotherapie, eetgroep, modulaire groepen.
4) Speltherapie: PMT, drama en muziek.
13. Directieve socio- Steunend en structurerend.
therapie
14. Vaktherapie Specialistisch vorm van hulpverlening (non-verbaal).
15. Therapeutische Basishouding van therapeut (professioneel reageren).
attitude
16. Beroepshouding 1) Congruentie: gedrag/houding/woorden komen met elkaar overeen.
van een 2) Transparantie: Open houding over je handelen en tekortkomingen durven te
sociotherapeut laten zien.
3) Abstinent: Cliënt staat centraal.
17. Overdracht Gevoelens die de cliënt op de therapeut projecteert.
18. Tegenoverdracht Alle geroepen gevoelens en reacties van de therapeut op de overdracht van de
cliënt.
19. Competenties LOL PICCCIE
sociotherapeut Luisteren
Observeren
Leidserschap
Procesbewaking
Interpreteren
Confronteren
Conflicthantering
Crisishantering
Intervenieren
Empathie
, Toets Juridische kaders en methodiek (ggz 4.3)
Online studeren bij https://quizlet.com/_ihvin0
20. Luisteren vol- Smile
gens SOFT- Open houding
EN-methode Forward leunen
Touch
Eye contact
Nod
21. Interpreteren Wat neem je feitelijk waar en hoe vat je op wat je waarneemt?
22. 5 communicatie 1) Onmogelijk om niet te communiceren
principes van 2) Iedere communicatie inhoudelijk en betrekkingsaspect; inhoud: wat je zegt,
Watzlawick betrekking: hoe je het zegt.
3) Iedereen ziet de werkelijkheid op een eigen manier en iedereen interpreteert
een boodschap naar eigen waarheid,
4) Non verbale communicatie (digitaal) en verbaal (analoog).
5) Communicatie is symmetrisch (gelijkwaardige positie) of complementair (ver-
schillende positie in de relatie).
23. Confronteren Cliënt spiegelen met gedrag en zeggen wat je denkt te zien.
24. Intervenieren Actief handelen om een probleem op te lossen.
25. Begeleiding Ondersteunen (procesgericht)
geven
26. Leiding geven Verantwoordelijk (resultaatgericht)
27. 3 processen van 1) Probleemgericht proces: samenwerking tav uit te voeren taken.
invloed op groep- 2) Sociaal-emotioneel proces: beleving van en reacties op elkaar.
sproces 3) Belangengericht proces: betrekking op groepsidentiteit en ondersteunen bij
zelfreflectie.
28. Zelfreflectie Bewust en intern proces waarbij iemand zelfstandig zijn handelen interpreteert.