& Integratie
UITWERKING CASUS 1 T/M 6
Anouk van den Broek
,Inhoud
Casus 1: Stress ......................................................................................................................................... 3
Anatomie en fysiologie van de hypofyse, hypothalamus en bijnier ............................................... 3
- Integratie van de HPA AS → functie, welke hormonen spelen een rol? ............................... 5
Begrip homeostase begrijpen en toepassen op HPA as (rode draad: fysiologische stressrespons) 7
Biologische klok ............................................................................................................................... 8
- Epifyse (anatomie en fysiologie) ............................................................................................ 8
- Klokgenen............................................................................................................................... 8
- Hormonen .............................................................................................................................. 8
Herhaling sympatische zenuwstelsel toepassen op taak ( fight & flight )....................................... 9
- Verschil tussen snelheid respons tussen catecholaminen en corticosteroïd hormonen ...... 9
Casus 2: Nierfiltratie .............................................................................................................................. 12
Anatomie van de nieren (focus op vascularisatie) ........................................................................ 12
De algemene (kort) functies van de nieren ................................................................................... 17
Fysiologie van de nieren (filtratie, focus vooral op de twee drukken, autoregulatie en GFR)...... 17
Anatomie van de urinewegen ....................................................................................................... 22
Fysiologie van de mictie (plassen) (focus vooral op leerdoel 1 tot 4) ........................................... 24
Casus 3: Reabsorptie en secretie .......................................................................................................... 26
Anatomie van tubuli (histologie) ................................................................................................... 26
Fysiologie van tubuli (absorptie, excretie) .................................................................................... 26
- Counter current systeem ..................................................................................................... 32
Hoe wordt de osmolariteit geregeld? (ADH) ................................................................................. 34
Hoe reageren de nieren op dehydratie? ....................................................................................... 35
- RAAS-systeem ...................................................................................................................... 35
Hoe beïnvloedt uitdroging de hartslag en de ademhaling? .......................................................... 37
Casus 4: Klaring...................................................................................................................................... 39
Verdeling vocht en opgeloste endogene stoffen over de lichaamscompartimenten................... 39
- Begrip van de opname en verdeling van niet-lichaamseigen stoffen over compartimenten
zoals vet – bot – water. (Verdelingsvolume, lipofiel, hydrofiel, hydrofoob)................................. 40
Begrip klaring (definitie, eenvoudige kinetiek, halfwaarde tijd) ................................................... 43
- Plasma concentratiecurves bij verschillende toedieningsroutes (i.v versus oraal) ............. 43
- Relatie tussen halfwaardetijd en verdelingsvolume ............................................................ 44
- Organen die klaren: nier – lever – longen (nadruk op nier) ................................................ 45
Gebruik van nierklaring van inuline en creatinine om GFR te bepalen......................................... 46
Gebruik van plasma creatinine om GFR te schatten (formules) ................................................... 47
Gebruik van para–amino hippuurzuur (PAH) nierklaring om renale plasmaflow te bepalen ....... 48
, Herhaling van belang GFR voor nierfunctie en het begrip van filtratiefractie .............................. 48
Casus 5: Hypovolemische shock ............................................................................................................ 50
Wat is een hypovolemische shock?............................................................................................... 50
Wat is acuut nierfalen? ................................................................................................................. 51
- Gevolgen .............................................................................................................................. 51
- Soorten................................................................................................................................. 51
Gevolgen acute tubulusnecrose? .................................................................................................. 53
Welke typen geprogrammeerde celdood zijn er en welke factoren bepalen dit? ....................... 53
Zou je geprogrammeerde celdood ook kunnen verhinderen? ..................................................... 56
Hyperkalemie: waarom gevaarlijk? ............................................................................................... 56
Casus 6: Lymfesysteem ......................................................................................................................... 58
Wat is een oedeem? ...................................................................................................................... 58
- Oorzaken .............................................................................................................................. 58
Anatomie en fysiologie van het lymfestelsel................................................................................. 59
Starling forces ................................................................................................................................ 63
, Casus 1: Stress
Anatomie en fysiologie van de hypofyse, hypothalamus en bijnier
Hypothalamus
De hypothalamus is een onderdeel
van de hersenen. De hypothalamus is
een onderdeel van het limbische
systeem. Het controleert het
autonome zenuwstelsel en het
endocriene systeem.
De hypothalamus is een klein geheel
van structuren onder (hypo) de
thalamus. De hypothalamus vormt
samen met de thalamus, de
epithalamus en de subthalamus het
diencephalon.
De hypothalamus is opgebouwd uit
drie delen:
- Mediaal deel
- Lateraal deel
- Periventriculair deel
Bijna elke regio van het cerebrum staat in contact met de hypothalamus. Hierdoor is de
hypothalamus betrokken bij alle aspecten van emoties, de voortplanting, het autonome zenuwstelsel
en de hormoonhuishouding. De hypothalamus reguleert:
- Bloeddruk
- Hartslag
- Honger en dorst
- Slaap-waak ritme
- Seksuele opwinding
- Lichaamstemperatuur
De hypothalamus zorgt voor een groot deel voor homeostase. Ook speelt de hypothalamus een rol
bij:
- De vecht- of vluchtreactie
- Voedinsggedrag
- Voortplantingsgedrag
De hypothalamus ontvangt input van verschillende bronnen: de grote hersenen, de reticulaire
formatie, en verschillende zintuiglijke receptoren. De output van de hypothalamus gaat eerst naar de
thalamus en uiteindelijk naar meerdere effectorale paden.
Hypofyse
De hypofyse is een structuur ter grootte van een limaboon die zich naar beneden uit de hersenen
strekt en ermee verbonden is door een dun steeltje. De hypofyse bestaat eigenlijk uit twee
verschillende weefseltypes die tijdens de embryonale ontwikkeling zijn samengesmolten. De voorste
hypofyse is een echte endocriene klier van epitheliale oorsprong. Het wordt ook wel de
adenohypophysis genoemd, en zijn hormonen zijn adenohypophyseale secreties. De achterste
hypofyse, of neurohypofyse, is een verlengstuk van het neurale weefsel van de hersenen. Het
scheidt neurohormonen af die in de hypothalamus worden gemaakt, een gebied van de hersenen dat
vele homeostatische functies regelt.