KLINISCHE VORMING LEVERPATHOLOGIE
LESDAG 12
LEERDOELEN
De student kan de 4 belangrijkste functies van de lever benoemen.
De student kan een anamnese uitvoeren bij een patiënt met icterus.
De student kent de kenmerken bij lichamelijk onderzoek van een patiënt met icterus.
De student kan benoemen wat het verschil is tussen leverenzymen en leverfuncties in de
laboratoriumtesten.
De student kent globaal de mogelijkheden van aanvullend onderzoek bij een patiënt met
icterus of hepatitis.
ANATOMIE EN FYSIOLOGIE LEVER
Je hebt de rechter en de linker
kwab vanuit de voorkant zichtbaar.
Daar tussenin zitten bovenin het
ligamentum falciforme hepaticum
en daaronder het ligamentum
teres hepatis (overblijfsel van de
navelstrengader).
Dan heb je nog aan de achterkant de derde en vierde loben, namelijk de lobus caudatus en de lobus
quadratus.
Gerelateerd aan de lever zit ook de
galblaas, de lever maakt namelijk
gal aan, en dat gaat via de
galwegen (ductus choledochus)
naar de galblaas voor opslag en dat
kan eens in de zoveel tijd naar de
darm worden gestuurd.
De ingang van de aderen wordt de
lever hilus genoemd. Hier komen
de vena porta en de arteria hepatica samen. Aan de bovenzijde van de lever zie je de vena hepaticae, waarbij
het bloed de lever weer verlaat.
, In het leverweefsel zien we allemaal kleine
leverlobjes, ook wel leverlobuli genoemd. In
het echt zijn er circa 100.000 leverlobuli.
Hierin bevinden zich de hepatocyten
(levercellen) met daartussen bloedruimtes,
ook wel sinusoïde genoemd: bloed stroomt
dan naar het midden toe en zal wegstromen
via de centrale vene (de blauwe kern in de
lobulus). In de tussentijd hebben de
hepatocyten hun werk kunnen doen en de
werking van de lever kunnen uitvoeren.
Verder zien we ook de afweercellen zitten, ook wel de Kupffer cellen genoemd: macrofagen die standaard in
het leverweefsel zitten, om daar via fagocytose bv bacteriën, virussen, verouderde cellen en celresten uit de
bloedresten te kunnen opruimen.
Verder zien we ook nog de galcapillairen lopen. De gal die gemaakt is door de hepatocyten kan op die manier
wegstromen en richting de galwegen gaan.
Bij elk van de zeshoeken van de leverlobjes zie je 3 buisjes, dit wordt ook wel het portale gebied genoemd, met
daarin de aftakkingen van de v. porta, a. hepatica en de galbuis.
LEVERFUNCTIES
De lever heeft erg veel functies, en al die functies worden uitgevoerd in dat leverlobje: op het moment dat het
bloed langs de hepatocyt stroomt en het gal de andere kant op stroomt.
1. Een van de belangrijkste functies van de lever is het reguleren van de samenstelling van het bloed.
Al die voedingsstoffen die samenkomen vanuit de darmen komen eerst langs de lever, zodat niet het
hele lichaam wordt overspoeld met voedingsstoffen:
- Koolhydraten
o Veel glucose kan beter even worden opgeslagen, onder invloed van insuline -> glucose
of glycogeen of glucagon.
- Vetten
o Worden omgezet naar vetzuren en glycerol, om daarna bv ATP aan te maken, of
vetweefsel aan te maken.
o Cholesterol bv is een bouwsteen voor hormonen en aanmaak van vitamine D.
- Eiwitten
o Aminozuren die niet meer nodig zijn kunnen of bouwstenen die uit het DNA komen
kunnen worden omgezet naar ureum en urinezuur waardoor ze kunnen worden
uitgeplast.
o Ook kan de lever zelf eiwitten in elkaar zetten, zoals aminozuren en belangrijke plasma-
eiwitten, zoals albumine en fibrinogeen.
2. Afweer (Kupffer cellen)
3. Opslag van bv vitamines.
4. Detoxen van bloed
5. Gal uitscheiden
LESDAG 12
LEERDOELEN
De student kan de 4 belangrijkste functies van de lever benoemen.
De student kan een anamnese uitvoeren bij een patiënt met icterus.
De student kent de kenmerken bij lichamelijk onderzoek van een patiënt met icterus.
De student kan benoemen wat het verschil is tussen leverenzymen en leverfuncties in de
laboratoriumtesten.
De student kent globaal de mogelijkheden van aanvullend onderzoek bij een patiënt met
icterus of hepatitis.
ANATOMIE EN FYSIOLOGIE LEVER
Je hebt de rechter en de linker
kwab vanuit de voorkant zichtbaar.
Daar tussenin zitten bovenin het
ligamentum falciforme hepaticum
en daaronder het ligamentum
teres hepatis (overblijfsel van de
navelstrengader).
Dan heb je nog aan de achterkant de derde en vierde loben, namelijk de lobus caudatus en de lobus
quadratus.
Gerelateerd aan de lever zit ook de
galblaas, de lever maakt namelijk
gal aan, en dat gaat via de
galwegen (ductus choledochus)
naar de galblaas voor opslag en dat
kan eens in de zoveel tijd naar de
darm worden gestuurd.
De ingang van de aderen wordt de
lever hilus genoemd. Hier komen
de vena porta en de arteria hepatica samen. Aan de bovenzijde van de lever zie je de vena hepaticae, waarbij
het bloed de lever weer verlaat.
, In het leverweefsel zien we allemaal kleine
leverlobjes, ook wel leverlobuli genoemd. In
het echt zijn er circa 100.000 leverlobuli.
Hierin bevinden zich de hepatocyten
(levercellen) met daartussen bloedruimtes,
ook wel sinusoïde genoemd: bloed stroomt
dan naar het midden toe en zal wegstromen
via de centrale vene (de blauwe kern in de
lobulus). In de tussentijd hebben de
hepatocyten hun werk kunnen doen en de
werking van de lever kunnen uitvoeren.
Verder zien we ook de afweercellen zitten, ook wel de Kupffer cellen genoemd: macrofagen die standaard in
het leverweefsel zitten, om daar via fagocytose bv bacteriën, virussen, verouderde cellen en celresten uit de
bloedresten te kunnen opruimen.
Verder zien we ook nog de galcapillairen lopen. De gal die gemaakt is door de hepatocyten kan op die manier
wegstromen en richting de galwegen gaan.
Bij elk van de zeshoeken van de leverlobjes zie je 3 buisjes, dit wordt ook wel het portale gebied genoemd, met
daarin de aftakkingen van de v. porta, a. hepatica en de galbuis.
LEVERFUNCTIES
De lever heeft erg veel functies, en al die functies worden uitgevoerd in dat leverlobje: op het moment dat het
bloed langs de hepatocyt stroomt en het gal de andere kant op stroomt.
1. Een van de belangrijkste functies van de lever is het reguleren van de samenstelling van het bloed.
Al die voedingsstoffen die samenkomen vanuit de darmen komen eerst langs de lever, zodat niet het
hele lichaam wordt overspoeld met voedingsstoffen:
- Koolhydraten
o Veel glucose kan beter even worden opgeslagen, onder invloed van insuline -> glucose
of glycogeen of glucagon.
- Vetten
o Worden omgezet naar vetzuren en glycerol, om daarna bv ATP aan te maken, of
vetweefsel aan te maken.
o Cholesterol bv is een bouwsteen voor hormonen en aanmaak van vitamine D.
- Eiwitten
o Aminozuren die niet meer nodig zijn kunnen of bouwstenen die uit het DNA komen
kunnen worden omgezet naar ureum en urinezuur waardoor ze kunnen worden
uitgeplast.
o Ook kan de lever zelf eiwitten in elkaar zetten, zoals aminozuren en belangrijke plasma-
eiwitten, zoals albumine en fibrinogeen.
2. Afweer (Kupffer cellen)
3. Opslag van bv vitamines.
4. Detoxen van bloed
5. Gal uitscheiden