Hoofdstuk 1
= studie van micro-organismen
Micro-organismen = levende wezens die met het blote oog niet zichtbaar zijn
(bacterieen,virussen,parasieten,fungi,algen)
Meercellige organismen: eukaryoot -> duidelijke celkern met DNA
- Macro-organismen -> Dieren, planten, metazoa
- Micro-organismen -> schimmels, algen
- 10-100 micrometer ( μm) !
- Ziekte: Trichophyton = oppervlakkige mycosen (schimmelinfecties of huidlaag)
- Ziekte: Aspergillus = diepe mycosen (longinvasie)
- Helminthen = lintwormen, spoelwormen,…
Eencellige organismen: prokaryoot -> celkern met cytoplasma
- Bacterien, gisten, protozoa
- 0.2-10 micrometer!
->belangerijk
Eukaryote eencelligen -> protozoa (parasieten)
- Sporozoa: Plasmodium = geslacht van parasiet dat malaria veroorzaakt
- Flagellata: Trypanosoma = eencellige parasiet met een zweephaar (flagel) die
ziekten veroorzaakt zoals slaapziekte en worden overgedragen door insecten.
- Amoeben: Entamoeba = geslacht van eencellige parasieten dat
amoebedysenterie (diarree + darmontsteking) kan veroorzaken bij mensen
Eukaryote eencelligen -> gisten
- Candida albicans = commensaal, soms pathogeen -> spruw, diepe mycose
(schimmelinfectie)-> gist die deel uitmaakt van vaginale flora -> geen negatief
effect, veroorzaakt soms ziekte
- Cryptococcus neoformans = duivenmelkersziekte -> gist die longen aantast
,Virussen
- Geen cellen
- Genetisch materiaal zit in de eiwitmantel
- Het virus vermenigvuldigd in de gastheer
- 40-80 nm
Belang van micro-organismen
Negatief
. veroorzaken infectieziekten bij mens, dier en plant
- Bacterieen: salmonellose, t.b.c, meningitis, kinkhoest
- Virussen: griep, hepatitis, AIDS, polio
- Fungi: atleetvoet, aspergilloses, spruw
. veroorzaken bederf op voeding
- Penicillium op brood, confituur,…
- Melkzuurbacteriën in melk -> zure melk
- Clostridium botulinum in blik of bokalen
. schade in voedselketen
- Parasieten in veestapel: leverbot
- Schimmel op graangewassen (Claviceps purpurea)
Positief
. bereiding van voedingsmiddelen
- Verdeling van primaire landbouwproducten met hulp van Agrobacterium
tumefaciens -> genetisch gemodificeerde graangewassen = DNA van graan
veranderen
- Fermentatie, kaas, brood, kombucha, alcohol, yoghurt,…
- Drankindustrie -> fructose (m.o uit graanzetmeel) , aspartaam (2 gekoppelde
aminozuren die microbiologisch worden gemaakt) , citroenzuur (industrieel
bereid = fungus)
.bereiding van geneesmiddelen
- Productie van antibiotica
- Productie van eiwitten -> genetic engineering -> expressiesysteem (vaccins,
enzymen en hormonen, antilichamen)
. probiotica -> darmbacteriën
, Hoofdstuk 2
Celwand opbouw
= geeft vorm, beschermt de cel -> zorgt dat het niet barst, grens/filter voor stoffen die
buiten de bacterie bevinden
Peptidoglycaan = sterk net dat bacterie bij elkaar houd -> bestaat uit 2 aminosuikers
NAM en MAG en uit tetrapeptiden -> samen vormen ze een stevig net
Aminosuiker = suiker waar amino opzit
Tetrapeptide = verbinden de suikerketens met elkaar en maken het sterk-> 4
aminosuikers aan elkaar
Gram-positieve celwand
- 30 lagen peptidoglycaan -> dikke celwand
- Hebben geen buitenmembraan en geen lipopolysacchariden
Gram-negatieve celwand
- 2 lagen peptidoglycaan -> dunne celwand
- Celwand zit tussen 2 celmembranen
- Resistenter dan gram-positieve door het buitenmembraan
- Periplasmatische ruimte (hulpeiwitten om voeding op te nemen, bescherming en
antibiotica af te breken , stofwisseling) -> tussen celwand en buitenmembraan
Vorm van celwand
A = bacillen D = diplococcen
B = streptococcen E = spirillen
C = staphylococcen F = vibrio