100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Ontwikkelingspsychologie Pedagogiek - samenvatting

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
26
Geüpload op
23-01-2026
Geschreven in
2024/2025

Hier heb je een samenvatting van het boek ontwikkelingspsychologie (vooral handig als je het boek tweedehands hebt gekocht en geen licentie hebt).











Oeps! We kunnen je document nu niet laden. Probeer het nog eens of neem contact op met support.

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Nee
Wat is er van het boek samengevat?
Hoofdstuk 1 t/m 4 en 6 t/m 16
Geüpload op
23 januari 2026
Aantal pagina's
26
Geschreven in
2024/2025
Type
Samenvatting

Voorbeeld van de inhoud

Hoofdstuk 1
Ontwikkelingspsychologie is een aparte discipline binnen de psychologie die zich richt op het
ontwikkelingsproces.
Een definitie van ontwikkeling
Een definitie van ontwikkeling is: ontwikkeling wordt opgevat als een reeks progressieve
veranderingen die tot differentiatie en hogere niveaus van functioneren leiden. Kenmerken
van ontwikkeling zijn:
 een getrapt proces waarbij elke volgende trede op een hoger niveau staat
 rijping door groei (van klein naar groot) en differentiatie (van eenvoudig naar
complex)
 leren: het verwerven van kennis en vaardigheden door ervaring.
De ontwikkelingspsychologie wil ontwikkelingsprocessen beschrijven en verklaren en houdt
zich bezig met twee fundamentele kwesties:
1. Welke psychologische toestanden doorloopt een individu tijdens zijn ontwikkeling?
2. Welke mechanismen zijn verantwoordelijk voor de overgang van de ene naar de
andere toestand?
Kinder- en jeugdjaren: een afbakening
Met kinderjaren wordt de periode van 0-12 jaar bedoeld, met jeugdjaren die van 12-18 jaar.
Je kunt deze jaren ook in vijf perioden indelen. De babyperiode is van 0-12 maanden. Het
kind kan nog niet lopen en de motorische ontwikkeling gaat razendsnel. In deze periode
ontstaat de eerste gehechtheidsrelatie. De peuterperiode loopt van 1-4 jaar. Het meest
kenmerkend zijn de spraakontwikkeling en het egocentrisme. De kleuterperiode loopt van 4-
6 jaar. Kleuters zijn meer op andere kinderen gericht dan peuters en beschikken over een
rijke fantasie. De schoolperiode loopt van 6-12 jaar en komt goeddeels overeen met de
basisschoolperiode. Onderwijs speelt een belangrijke rol. Kinderen ontmoeten in deze
periode veel andere kinderen door sport- of hobbyactiviteiten. De adolescentie loopt van 12-
18 jaar. Het begin hiervan is de puberteit, de periode van geslachtsrijping. Het overgrote deel
van de jeugdigen in deze groep volgt voorgezet onderwijs. Een belangrijk aspect is de
ontwikkeling van seksualiteit en identiteit.
Ontwikkelingspsychologie in historisch perspectief
Voor de achttiende eeuw was men nauwelijks in kinderen en hun specifieke ontwikkeling
geïnteresseerd. Met de filosofen Locke en Rousseau veranderde dit. Locke (1632-1704)
presenteerde het tabula rasa-principe:
elk kind komt als onbeschreven blad ter wereld en wordt gevormd door zijn ervaringen. Een
strikte opvoeding zou leiden tot optimale zelfdiscipline en vorming van de geest. Rousseau
(1712-1778) zag het kind als actief en onderzoekend wezen. Het kind zou slechts respect,
ruimte en stimulans nodig hebben en zo min mogelijk correctie voor een optimale
ontwikkeling. Charles Darwin (1809-1882) deed ook onderzoek naar de ontwikkeling van het
menselijk gedrag. Hij observeerde zijn zoon gedurende diens eerste drie levensjaren.
Onderzoeksmethoden en observatietechnieken werden steeds verder verbeterd en eind
negentiende eeuw werden door verschillende wetenschappelijke onderzoekers
babybiografieën gepubliceerd.
Verklarend onderzoek
De eerste onderzoekers observeerden, schreven hun waarnemingen op en voegden daar
interpretaties aan toe. De ontwikkelingspsychologie was daarmee voornamelijk beschrijvend.
Om onderzoek wetenschappelijk te kunnen noemen moet het aan bepaalde eisen voldoen,
zoals het streven naar waarheid, objectiviteit en rationaliteit. Wetenschappers maken vaak
gebruik van experimenten om aan te tonen dat hun theorie klopt. Het gaat daarbij om het
aantonen van een samenhang tussen twee factoren (een correlatie) waarbij de ene factor
oorzaak is en de ander gevolg.
Meten in de gedragswetenschappen
Om een eigenschap te meten moet deze geoperationaliseerd worden. De meting van een
eigenschap moet betrouwbaar en valide zijn. Betrouwbaar wil zeggen dat de meting,
ongeacht het tijdstip en de persoon die de meting verricht, steeds hetzelfde resultaat

,oplevert. Valide wil zeggen dat het meetinstrument ook daadwerkelijk meet wat het moet
meten.
Instrumenten om gegevens over kinderen te verzamelen zijn: observatie, interviews en
vragenlijsten.
 Observatie is vooral bij kleine kinderen van belang, zo onopvallend mogelijk, soms
door video-opnames, gebonden aan strikte privacyregels, in een natuurlijke omgeving
of als laboratoriumexperiment.
 Bij interviews en vragenlijsten zijn er open interviews, gesloten interviews (een vaste
reeks vragen die in dezelfde volgorde gesteld worden) en vragenlijsten (een vaste
hoeveelheid vragen, vaste volgorde en beperkt aantal antwoordmogelijkheden).
Nadelen hiervan zijn: het kind moet voldoende taalvaardigheid hebben, het kind kan
onder druk komen te staan doordat het denkt dat maar één antwoord het juiste is, de
antwoorden zijn niet altijd objectief.
Om de ontwikkeling van kinderen te meten gebruikt men verschillende
onderzoeksmethoden: het dwarsdoorsnede-onderzoek en het longitudinaal onderzoek.
 Dwarsdoorsnede-onderzoek vergelijkt de meetresultaten van groepen kinderen van
verschillende leeftijden op een specifiek moment. Een voordeel hiervan is dat het
kostenbesparend is. Nadeel is dat een verschil tussen leeftijdsgroepen kan worden
aangezien voor een ontwikkelingseffect terwijl het om een generatieverschil gaat. Dit
noemen we het cohorteffect. Een cohort is een groep mensen met hetzelfde
geboortejaar. Een cohorteffect is de invloed die specifieke, tijdgebonden
maatschappelijke gebeurtenissen op een cohort kunnen hebben. Een ander nadeel
van dwarsdoorsnede-onderzoek is dat er niets kan worden gezegd over de
individuele ontwikkeling.
 Longitudinaal onderzoek: het meten van gedrag van kinderen op een bepaald tijdstip
wordt na verloop van tijd herhaald. Voordelen zijn dat de individuele ontwikkeling kan
worden gemeten en generatie-effecten uitblijven. Nadelen zijn dat het kostbaar en
tijdrovend is en dat de relevantie van het onderzoek en de belangstelling voor het
onderwerp achterhaald raken.

Hoofdstuk 2
Aanleg of omgeving
Ontwikkelingspsychologen houden zich intensief bezig met de vraag of gedrag en
ontwikkeling bepaald worden door aangeboren factoren (aanleg) of door ervaringsfactoren
(omgeving). In het Engels wordt dit het verschil tussen ‘nature’ (aanleg) en ‘nurture’
(omgeving) genoemd. Of een van de twee belangrijker voor de menselijke ontwikkeling is
blijft een punt van discussie. Dit lijkt met de tijdgeest samen te hangen. Aanhangers van de
nature-kant noemen we ‘nativisten’ en aanhangers van de nurture-kant noemen we
‘omgevingspsychologen’.
Nativisten zoals Freud en Piaget zien ontwikkeling als een proces dat sprongsgewijs
verloopt. Ze onderscheiden leeftijdsfasen of stadia. Ook hechten nativisten meer belang aan
algemene biologische processen. De omgevingspsychologen zien ontwikkeling als een
continu proces dat onder invloed van verschillende omgevingsinvloeden juist tot individuele
verschillen leidt. Het zijn geen echte ontwikkelingstheorieën omdat deze processen bij
kinderen niet anders verlopen dan bij volwassenen.
De psychoseksuele ontwikkelingstheorie van Sigmund Freud (1856-1939)
Freud onderscheidde drie aspecten van de menselijke geest: het Es, het Ich en het Über-ich:
 Es: heeft als enig doel bevrediging van (goeddeels seksuele) driften.
 Ich: ook wel het ‘ego’ genoemd, wil de driften beteugelen. Het vertegenwoordigt het
realistische element in de persoonlijkheid en buigt de driften om naar acceptabel
gedrag.
 Über-ich: ook wel het ‘super-ego’ genoemd, vertegenwoordigt onze innerlijke rechter,
de morele standaard of het geweten.

Freud onderscheidde de volgende ontwikkelingsstadia:

,  Orale fase: 0 tot 1 jaar, de mond is de erogene zone. Het Es is alom aanwezig en er
bestaat een sterke orale behoefte die de baby wil bevredigen.
 Anale fase: 1 tot 3 jaar, de anus is de erogene zone. Het Ich komt in actie wanneer
het kind aan de wens van de ouders om zindelijk te worden tegemoetkomt.
 Fallische fase: 3 tot 6 jaar, het genitale gebied is de erogene zone. Het Über-ich komt
tot ontwikkeling wanneer het kind zich identificeert met de ouder en diens morele
waarden.
 Latentiefase: 6 tot 12 jaar, heet latentiefase omdat het kind de seksualiteit onderdrukt
of kanaliseert. Het is de stilte voor de storm van de puberteit.
 Genitale fase: vanaf 12 jaar, de genitale zone wordt door lichamelijke veranderingen
een centrum van erotische genoegens. De puberteit begint en de puber gaat op een
seksuele verkenningstocht.
Freud stelde dat wanneer een ontwikkelingsfase niet goed verliep het individu als
volwassene problemen zou ondervinden die de fase weerspiegelde waarin ze ontstaan
waren.
Het cognitieve ontwikkelingsmodel van Jean Piaget (1896-1980)
Het belangrijkste uitgangspunt van cognitieve ontwikkelingstheorieën is dat gedrag een
weerspiegeling is van het denk- en kennisniveau. Grondlegger van het cognitieve
ontwikkelingsmodel is Jean Piaget. Hij beschouwde intelligentie als levensfunctie die
mensen in staat stelt zich aan te passen aan hun omgeving. Bouwstenen van de intelligentie
zijn volgens hem schema’s, ofwel, cognitieve structuren. De eerste functie van intelligentie is
het organiseren van de beschikbare schema’s in samenhangende complexere systemen of
kennisgebieden. Schema’s kunnen zowel verwijzen naar handelingen als naar gedachten en
ze zijn flexibel. Ze worden aangepast en uitgebreid door toenemende ervaring en rijping.
Deze ‘adaptatie’ kan op twee, elkaar afwisselende, manieren gebeuren en wordt in gang
gezet wanneer het bestaande innerlijke evenwicht van het kind wordt verstoord:
 Assimilatie: de nieuwe ervaring wordt binnen een bestaand schema ingepast.
 Accommodatie: het schema wordt veranderd op basis van de nieuwe ervaring.
De leertheorie
De leertheorie, ofwel, het behaviorisme, komt uit Amerika en heeft als uitgangspunt dat
menselijk gedrag vooral is aangeleerd. Leren wordt hierbij gezien als relatief blijvende
gedragsverandering als gevolg van opgedane ervaring. Men gaat hierbij uit van het ‘black
box-model’, waarbij het interne leerproces niet wordt bestudeerd. Men kijkt alleen naar de
waarneembare zaken, ofwel, het gedrag. De drie belangrijkste vertegenwoordigers van deze
stroming zijn:
 Watson (1878-1958): geïnspireerd door Pavlov ging hij ervan uit dat
gedragsveranderingen het gevolg waren van conditioneringsprocessen. Met zijn
beruchte experiment met de peuter Albert toonde hij aan dat een angstreactie
geconditioneerd kan worden door iets dat van nature niet angstaanjagend is. Dit is
een voorbeeld van klassieke conditionering.
 Skinner (1904-1990): hij werkte het principe van operante conditionering uit, waarbij
de consequentie van het gedrag, bijvoorbeeld beloning of straf, het uiteindelijke
leerresultaat bepaalt.
 Bandura: vertegenwoordiger van de sociale leertheorie. Hij legde de nadruk op de
mens als cognitief wezen, dat kennis en inzicht gebruikt om doelen te verwezenlijken.
Hij introduceerde het begrip ‘modeling’, ofwel, leren door imitatie.
Behavioristen hebben een aantal belangrijke leerprincipes geïntroduceerd:
 Gewenning: het afnemen of verdwijnen van een respons na herhaaldelijk aanbieden
van een stimulus. Ook wel habituatie genoemd.
 Uitdoving: aangeleerd gedrag dat niet langer beloond wordt, zal afzwakken en
uiteindelijk verdwijnen.
 Bekrachtiging: onwillekeurig gedrag dat wordt beloond, zal in frequentie toenemen.
 Straf: gedrag dat wordt gevolgd door een negatieve consequentie, zal in frequentie
afnemen.
€6,99
Krijg toegang tot het volledige document:

100% tevredenheidsgarantie
Direct beschikbaar na je betaling
Lees online óf als PDF
Geen vaste maandelijkse kosten

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
lisavanbracht

Ook beschikbaar in voordeelbundel

Thumbnail
Voordeelbundel
Pedagogiek jaar 1 - ontwikkelingspsychologie
-
2 2026
€ 10,98 Meer info

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
lisavanbracht Hogeschool Arnhem en Nijmegen
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
1
Lid sinds
4 dagen
Aantal volgers
0
Documenten
6
Laatst verkocht
1 dag geleden

0,0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen