100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting - Goederenrecht (L.25873)

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
19
Geüpload op
22-01-2026
Geschreven in
2024/2025

Samenvatting van collegeaantekeningen, kennisclips en voorgeschreven literatuur











Oeps! We kunnen je document nu niet laden. Probeer het nog eens of neem contact op met support.

Documentinformatie

Geüpload op
22 januari 2026
Aantal pagina's
19
Geschreven in
2024/2025
Type
Samenvatting

Voorbeeld van de inhoud

Goederenrecht
Hoorcollege

Goederenrecht; het rechtsgebied dat gaat over de rechtsrelatie tussen een persoon en een goed
Verbintenissenrecht; het rechtsgebied dat de rechtsrelatie tussen de personen bestrijkt
à Het goederenrecht en het verbintenissenrecht vormen samen het vermogensrecht; het regelt
de verhoudingen tussen burgers onderling die op geld waarneembaar zijn
à Privaatrecht

Vermogen: bestaat uit een positief en negatief deel
Positief vermogensbestanddelen: activa/ bezittingen/ goederen
Negatieve vermogensbestanddelen: passiva/ schulden

Goederen (art. 3:1 BW); alle zaken en alle vermogensrechten
Roerende zaken
(Art. 3:3 lid 2 BW)



Onroerende zaken
(Art. 3:3 lid 1 BW)




Zaken (art. 3:2 BW); zijn de voor menselijke beheersing vatbare sto3elijke objecten
4 kenmerken van een ‘zaak’:
1. Sto3elijk voorwerp; tastbaar, je moet het vast kunnen pakken, lichamelijk
2. Het moet waarde (geld) vertegenwoordigen; kan ook geen om materiële waarde/
aNectieve waarde/ gevoelswaarde/ emotionele waarde
3. De mens moet heerschappij over de zaak kunnen uitoefenen; moet er de baas over
kunnen spelen
à VB: de mens kan geen heerschappij uitoefenen over de zon; de zon is juridisch gezien
dus geen zaak
VB: de mens kan heerschappij uitoefenen over een schip; een schip is juridisch gezien
dus een zaak.
MAAR wanneer dit schip zinkt naar de bodem van de oceaan waar zelfs de beste duikers
niet bij kunnen, kan er geen heerschappij meer over worden uitgeoefend. Het schip is nu
juridisch gezien geen zaak.
4. Het moet één geheel vormen
VB: een fiets bestaat uit een frame, voor lamp, achter lamp, stuur, banden, spaken, etc.
Jelle kan niet de eigenaar zijn van de bel die op mijn fiets zit, zolang die bel op mijn fiets
zit. Jelle kan wel eigenaar zijn wanneer ik de bel van mijn fiets afhaal en deze aan hem
geef. Dan is de bel een individuele zaak.
à De fiets bestaat uit verschillende onderdelen. Die onderdelen noemen wij bestanddelen.

,Bestanddelen (art. 3:4)
1. Al hetgeen volgens verkeersopvatting onderdeel van een zaak uitmaakt, is bestanddeel
van die zaak
2. Beschadigingscriterium (art. 3:4 lid 2): dat we spreken van een bestanddeel als je dat
onderdeel en de hoofdzaak niet van elkaar kunt scheiden/ losmaken zonder dat je één of
beide beschadigd; juridisch gezien één geheel
à VB: een vloer in een woning is een bestanddeel; wanneer je de vloer er uithaalt,
beschadig je de woning

Zaken kunnen roerend of onroerend zijn (art. 3:3 BW)
Onroerend (lid 1): de grond, delfstoNen, beplantingen, gebouwen en werken die duurzaam met
grond zijn verenigd; alles wat aard en nagel vastzit aan de grond
à Registergoederen (art. 3:10 BW); goederen voor welke overdracht of vestiging inschrijving in
daartoe bestemde registers (art. 3:16 BW) noodzakelijk is
VB: een huis, een bedrijfsgebouw, een stuk grond, grote schepen en/ of vliegtuigen
Roerend (lid 2): de rest; alle zaken die niet onroerend zijn
à Niet-registergoederen; alle goederen die geen registergoed zijn
VB: een dakpan is een roerende zaak zolang deze niet vastzit op het dak. Zodra de dakpan wel
vastzit op het dak, is het een bestanddeel geworden van een onroerende zaak. Een huis zit
namelijk aard en nagel vast aan de grond. Dus de dakpan is nu ook een onroerende zaak.
à Als de hoofdzaak onroerend is, is het bestanddeel dat ook; het bestanddeel volgt het regime
van de hoofdzaak

Natuurlijke vruchten (art. 3:9 lid 1 BW); zaken die volgens verkeersopvatting als vruchten van
andere zaken worden aangemerkt
Twee vereisten:
1. Het zijn zaken; voor menselijke beheersing vatbare stoNelijke objecten
2. Deze worden volgens verkeersopvatting (maatschappelijk verkeer) als vruchten van
andere zaken aangemerkt
VB: een appel. Een appel is een zaak (vereiste 1) en deze zaak wordt volgens verkeersopvatting
als een vrucht van een andere zaak (de appelboom) aangemerkt (vereiste 2)
à Een natuurlijke vrucht wordt een zelfstandige zaak op het moment dat deze wordt
afgescheiden (art. 3:9 lid 4 BW)

Burgerlijke vruchten (art. 3:9 lid 2 BW); rechten die volgens verkeersopvatting als vruchten van
goederen worden aangemerkt
Twee vereisten:
1. Het zijn rechten
2. Deze worden volgens verkeersopvatting (maatschappelijk verkeer) als vruchten van
goederen aangemerkt
VB: de huuropbrengst van een woning. Er is een recht op betaling van de huur (vereiste 1). Dit
recht wordt volgens verkeersopvatting als vrucht van een goed (de woning) aangemerkt (vereiste
2).
à Een burgerlijke vrucht wordt een zelfstandig recht op het moment dat deze opeisbaar wordt
(art. 3:9 lid 4 BW)

“De juridische vrucht is een opbrengst die een goed min of meer regelmatig oplevert. Zo zijn de
vruchten van een geldlening of een erfenis de rente. De vrucht van een aandeel in een BV is het
dividend (winst). De vrucht van rente is geld.”

, Natrekking (art. 5:3 BW); de eigenaar van een (hoofd)zaak is eigenaar van al haar bestanddelen.
VB: Edine levert dakpannen in de achtertuin bij Keuters. Keuters wordt eigenaar doordat Edine
de dakpannen heeft geleverd; niet door de koop of het betalen van de koopsom.
à Eigendomsvoorbehoud; verkoper/leverancier blijft eigenaar totdat er volledig is betaald
VB: Edine neemt een eigendomsvoorbehoud op in het koopcontract. Keuters legt de dakpannen
vervolgens op haar dak. Doordat ze dit doet, zijn de dakpannen nu bestanddelen van haar huis
(hoofdzaak) (art. 3:4 BW). Hierdoor is Keuters nu eigenaar van de dakpannen ondanks dat er nog
niet is betaald en er een eigendomsvoorbehoud is opgenomen in het koopcontract.

Verbintenis: een rechtsrelatie/ verhouding tussen twee partijen, waarbij de ene partij (debiteur)
verplicht is om een prestatie te leveren terwijl de andere partij (crediteur) recht op deze prestatie
heeft.

Vermogensrechten (art. 3:6 BW); een recht met een vermogenswaarde (geld)
Drie verschillende categorieën:
1. Rechten die overgedragen kunnen worden; zowel zelfstandig als tezamen met een ander
recht
VB: eigendomsrecht of vorderingsrecht; beide rechten kunnen door de eigenaar aan een
ander worden overgedragen
2. Rechten die erop gericht zijn de rechthebbende – dit is meestal de eigenaar – stoNelijk
(materieel) voordeel te geven
VB: recht op smartengeld of recht van gebruik; dit is erop gericht de rechthebbende
stoNelijk voordeel te verstrekken
3. Rechten die verkregen zijn in ruil voor stoNelijk voordeel of in ruil voor toegezegd stoNelijk
voordeel
VB: stel dat iemand die slecht ter been is een afspraak heeft met zijn buurman dat deze
één keer per week boodschappen voor hem doet. De buurman krijgt hiervoor wekelijks
een vergoeding.
Vermogensrecht; er is een recht (op het doen van boodschappen) en dit recht is
ontstaan in ruil voor stoNelijk voordeel (de wekelijkse vergoeding)

Relatieve vermogensrechten; een persoonlijk recht; wij kunnen dit recht alleen maar handhaven
tegenover de wederpartij (één persoon of een groepje); verbintenis
Absolute vermogensrechten; zijn niet alleen te handhaven tegenover de wederpartij maar tegen
alles en iedereen; NIEMAND mag daar inbreuk op maken. Rechten die een persoon op een goed
kan hebben; kan dus zowel een recht op een zaak als een recht op een vermogensrecht zijn
à Onder te verdelen in 2 groepen:
1. Intellectuele en industriële eigendomsrechten:
I. Auteursrecht
VB: als ik een boek schrijf, mag niemand daar zo maar een aantal pagina’s uit
kopiëren; daar heb je toestemming van de auteur voor nodig
II. Octrooirecht/ patentrecht
VB: als ik een machine heb uitgevonden, dan mag niemand ook zo’n dergelijke
machine gebruiken; daar heb je toestemming van de uitvinder voor nodig
III. Merkenrecht
VB: ik kan een tulp bedacht hebben, daar mag niemand inbreuk op maken; daar
heb je toestemming van de eigenaar voor nodig
IV. Recht op handelsnaam
V. Kwekersrecht
€7,99
Krijg toegang tot het volledige document:

100% tevredenheidsgarantie
Direct beschikbaar na je betaling
Lees online óf als PDF
Geen vaste maandelijkse kosten

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
Kiiki

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
Kiiki Saxion Hogeschool
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
0
Lid sinds
7 jaar
Aantal volgers
0
Documenten
12
Laatst verkocht
-

0,0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen