Forensische Accountancy Literatuur
Week 1: Algemene achtergrond forensische accountancy
Pheijffer (2009): The cruelest lies are often told in silence
De werkelijkheid is in het jaarverslag op meerdere wijzen cijfermatig weer te
geven. In de praktijk hechten belanghebbenden vaak meer waarde aan de
rapportage over kasstromen dan aan die over de winst van een onderneming. De
reden is simpel: bij het bepalen van de winst dienen vele keuzes te worden
gemaakt, veel meer dan in het geval van kasstromen. Punt is echter dat
kasstromen niet louter uit continu terugkerende contante geldstromen - keiharde
euro’s, dollars of welke valuta dan ook - bestaan. Kasstromen vloeien voort uit
operationele, investerings- en financieringsactiviteiten. Deze zijn ook
manipuleerbaar, zowel binnen als buiten de grenzen van GAAP. Gerommel met
kasstromen is kennelijk nog populairder dan de creatieve behandeling van de
winst. Wederom een aanwijzing dat de hardheid van kasstromen wel degelijk ter
discussie kan staan. ‘Cash’ is dus geen ‘fact’, maar net als bij winst gaat het om
een opinie. Desondanks zijn kasstromen betrouwbaarder dan winstcijfers. Helaas
is dit alles niet afdoende door de financiële markten onderkend.
Het winstdenken staat in de regelgeving centraal. Er bestaat veel wet- en
regelgeving over de balans en de winst- en verliesrekening, er is echter relatief
weinig wet- en regelgeving ten aanzien van het kasstroomoverzicht. Stolowy en
Breton: ‘The expression ‘creative accounting’ has been developed mainly by
practitioners and people who report and comment on market activity (media
commentators and journalists). Their concerns comes from observing the market,
not from any theory. They understand that creative accounting is motivated by
the desire to mislead investors by presenting what they want to see, for example,
a steadily increasing profit figure’. Wel acht ik het in het kader van deze bijdrage
van belang enige vormen van het verschijnsel te benoemen. En ook hier treffen
we fraaie soundbites aan. Wat te denken van ‘income smoothing’ en ‘big bath
accounting’?
1. Income smoothing & cookie jar reserves: in feite gaat het hier om
winstegalisatie. In goede tijden wordt een ‘appeltje voor de dorst’
weggezet om dat vervolgens te gebruiken in tijden dat het minder gaat.
2. Big bath accounting: deze methode wordt toegepast om de balans op te
schonen. Extra afschrijvingen en het treffen van reorganisatie- of
herstructureringsvoorzieningen zijn prima instrumenten om het resultaat
te verlagen. Deze methode kan worden gebruikt door aantredend
management. Zij verschuiven dan de pijn naar het oude management,
geven hen de schuld, en stellen vervolgens zelf verantwoordelijk te zijn
voor het resultaatherstel.
3. Premature revenue recognition: hier gaat het om het te vroeg
verantwoorden van omzet. Goederen die feitelijk en juridisch bezien nog
niet zijn geleverd worden wel als zodanig verantwoord.
4. Channel stuffing: er vinden ongevraagd leveranties plaats. De getoonde
omzet wordt vergroot en de debiteurenpositie stijgt.
Aantal redenen waarom creative accounting plaats heeft:
- De beloning van de ondernemingsleiding is (gedeeltelijk) winstafhankelijk;
, - Het verhullen van een zwakke performance van de ondernemingsleiding;
- Winstverlagende maatregelen kunnen opportuun zijn uit bijvoorbeeld
concurrentie-overwegingen dan wel voor het verhullen van kartelposities;
- Het voldoen aan de druk en verwachtingen van (institutionele) beleggers;
- Ten behoeve van ratio’s die bijvoorbeeld bij het aantrekken van vreemd
vermogen van belang zijn;
- Het beïnvloeden van (potentiële) aandeelhouders en financiële analisten;
- Het verminderen van onzekerheid en risico.
Er wordt bij creative accounting gewoonlijk binnen de wet geopereerd. Naar mijn
mening wordt er in de praktijk vaker naar de ‘letter’ dan naar ‘de geest’ van wet-
en regelgeving gekeken. Een legalistische benadering dus. Creative compliance
staat voor het wel naar de letter, maar niet naar de geest van wet- en
regelgeving handelen. Naar mijn mening is een dergelijke benadering heden ten
dage niet meer afdoende. Zij die de legalistische benadering aanhangen, zullen
vermoedelijk niet zoveel op hebben met het opereren naar de geest van wet- en
regelgeving.
Termen zoals creative accounting en creative compliance klinken nog redelijk
onschuldig. Bij fraude ligt dat anders. In dat geval gaat het om drie elementen:
(1) opzettelijke (2) misleiding (3) waarbij het behalen van een wederrechtelijk
voordeel wordt beoogd. Bij deze delicten wordt het vertrouwen dat
belanghebbenden in documenten en waardepapieren moeten kunnen stellen in
ernstige mate geschonden. Daarbij passen serieuze sancties. Temeer daar de
Hoge Raad heeft bepaald dat de ondernemingsleiding ruimte toekomt keuzes te
maken ten aanzien van de verslaggeving. De ruimte die er is werkt creativiteit en
het opzoeken van de grenzen in de hand. Daar is op zich niets mis mee, maar
kan ook tot gevaarlijke vergezichten leiden.
De ondernemingsleiding draagt de primaire verantwoordelijkheid voor de
opgestelde en gepresenteerde cijfers. De accountant dient deze te toetsen op
getrouwheid en geeft daarover een verklaring af. Zodra het de
ondernemingsleiding is die ervoor kiest creative accounting toe te passen en de
cijfers te manipuleren, kan de accountant aan de bel trekken. Maar zoals de
ondernemingsleiding (zie eerder de referte aan het KPN-arrest) een keuzevrijheid
toekomt, kan de accountant een beoordelingsmarge hanteren. In
accountantsjargon gaat het dan om het materialiteitsbegrip. Centraal daarbij
staat de vraag of de beslissingen die de gebruikers van de jaarrekening nemen,
zouden kunnen worden beïnvloed door eventuele afwijkingen in
jaarrekeningposten. Positief uitgelegd is de betekenis hiervan dat een accountant
niet iedere futiliteit behoeft te corrigeren, hetgeen kostenefficiënt is. Negatief
uitgelegd kan het materialiteitsbegrip dienen als schaamlap om bepaalde zaken
onder het tapijt te schuiven. Soms is er sprake van samenspanning, waardoor de
accountant fraude simpelweg niet kan ontdekken. De accountant valt in dit type
situaties veelal niets te verwijten. Zodra de accountant echter de adviseur is in
situaties waar creative accounting wordt toegepast, of nog sterker: de bedenker
ervan is, dan treft hem of haar mogelijk wel terecht een verwijt. De accountant
dient de jaarrekening immers te toetsen, niet te manipuleren. Maar adequaat
toetsen is voor sommige accountants lastig.
Creative accounting leidt tot manipulatie, veelal binnen de grenzen van wet- en
regelgeving. Creative compliance leidt tot een uitleg van de wet waarbij wel aan
,de regel maar niet aan de geest ervan wordt voldaan. Een teveel aan creativiteit
leidt tot fraude. Ik heb als accountant én als opleider van accountants en
controllers niet beweerd dat cijfers waardeloos zijn. Integendeel: ik zie wel
degelijk de waarde in van een rapportage over de (gecontroleerde) cijfers. Zeker
indien we ze over diverse tijdreeksen en in samenhang met forecasts kunnen
beschouwen. In dat geval vertellen de cijfers ons iets over de integriteit van de
ondernemingsleiding en de mate waarin zij in control is. Belanghebbenden, de
raad van commissarissen als toezichthouder voorop, moeten vooral naar de
wereld achter de cijfers kijken. Ik heb aangegeven dat belanghebbenden kritische
vragen dienen te stellen.
Ik ga nog een stap verder: ondernemingen moeten niet reactief antwoord geven
op gestelde vragen, maar ze moeten proactief meer informatie aan
belanghebbenden verstrekken. Maar het zullen vooral kwalitatieve
beschouwingen zijn: over risk management en risk appetite; over corporate
social responsibility and private equity en hedge funds. Hetzelfde geldt voor de
accountantsverklaring. Weinig spannend en te weinig zeggend.
Pheijffer (2009): De accountant: van dominee tot koopman. En weer terug.
De accountant vervult immers van oudsher een publieke taak én heeft in de loop
der tijd de weg gevonden naar allerhande private taken. De ontstaansgrond van
het beroep is gelegen in de publieke taak: de controle van de jaarrekening. Het
zijn van ‘vertrouwensman van het maatschappelijk verkeer’. De accountant heeft
bij de vervulling van publieke taken iets weg van een dominee waarbij ethiek en
integriteit hoog in het vaandel staan.
De Pincoffs-affaire was de reden van het ontstaan van het accountantsberoep in
Nederland. Een beroep waarin lange tijd het element controle – met name die
van de jaarrekening – centraal heeft gestaan. De ‘Leer van het Gewekte
Vertrouwen’ komt er kort gezegd op neer dat de accountant verplicht is ‘om zijn
arbeid zoo te verrichten, dat hij de verwachtingen, welke hij bij den verstandigen
leek opwekt, niet beschaamt: en, omgekeerd, de accountant mag geen grootere
verwachtingen opwekken dan door den verrichten arbeid gerechtvaardigd wordt’.
In het huidig tijdsgewricht betreft de belangrijkste publieke taak de wettelijke
controle van de jaarrekening. In een brede opvatting valt er veel meer onder,
namelijk: het verschaffen van zekerheid ten aanzien van de opdrachtgever van
de accountant én aan anderen. Lange tijd heeft de accountant primair gediend
als hoeder van het ‘maatschappelijk verkeer’ en van het ‘algemeen belang’. Pas
rond de tachtiger jaren van de vorige eeuw kwam daarin een grove kentering en
kreeg de accountant echt koopmansbloed.
Belangrijker is de constatering dat de toename van de commercie binnen de
accountancy gepaard is gegaan met erosie van het vertrouwen. De accountant is
de afgelopen 25 tot 30 jaar steeds meer koopman geworden. Binnen
accountantskantoren heeft schaalvergroting plaatsgevonden. Maar ook
verbreding: de multidisciplinaire organisatie is ontstaan. De forensische
accountancy werd op de kaart gezet. Veelal ging het om nieuwe producten en
diensten met een hoge winstmarge. Aantrekkelijk dus. Aantrekkelijker zelfs dan
het kernproduct van de accountant: controle. De publieke taak verschraalde. De
private taken floreerden daarentegen.
, Commercie als een feit, de accountant steeds meer koopman. De cultuur binnen
het beroep is de laatste twintig jaar van de vorige eeuw anders geworden. Niet
alleen het vertrouwen in het accountantsberoep erodeerde, maar ook de ethiek
en integriteit van de accountant. Reeds in de negentiger jaren werd de discussie
geopend over de onafhankelijkheid van de accountant. Een belangrijke pijler
onder het accountantsberoep. Het bleek nodig het principe van onafhankelijkheid
in regels te vatten. Maar de regels bleken niet genoeg. De boekhoudschandalen
braken uit. Met wet- en regelgeving en extern toezicht op het accountantsberoep
tot gevolg. Maar nogmaals: ondanks de verwijten gaat het veel te ver om te
generaliseren en alle accountants over één kam te scheren. De goeden moeten
ook hier lijden als gevolg van de fouten van de kwaden. Dat komt mede door het
feit, en hier treft het accountantscollectief wél blaam, dat het zelfreinigend
vermogen binnen de beroepsgroep onvoldoende bleek. In het kader van de
nuancering past tot slot de opmerking dat het de bestuurders en directies van
ondernemingen zijn die er in de meeste van de behandelde voorbeelden voor
kozen het fraudepad op te gaan. Daar gaat het in deze bijdrage echter niet om. In
de bouwfraude draait het om aannemers die kartelafspraken maakten en om het
corrumperen van ambtenaren.
Bij de bouwfraude en de hierna te bespreken HBO-fraude
is er sprake van fraude die in belangrijke mate is verweven met de cultuur van
een sector (met name de bouwnijverheid) of onduidelijke danwel multi-
interpretabele regelgeving. In de Ahold-kwestie ging het onder meer om een
consolidatiekwestie waarin een CFO en CEO stukken aan de accountant hadden
onthouden. Een ‘doodszonde’ in de relatie klant-accountant.
Bij de zogeheten HBO-fraude ging het om onderwijsinstellingen
– overigens niet alleen vanuit het Hoger Beroepsonderwijs – die ten onrechte
bekostiging voor (delen van) hun onderwijsactiviteiten hebben verkregen. De
Commissie stelde zich hierbij op het standpunt dat het belang van een goede
uitoefening van de publieke taak door Commissie en accountants zwaar dient te
wegen nu de accountant zich in het kader van controle- en aan controle verwante
opdrachten vooral profileert als onafhankelijk en onpartijdig ‘vertrouwensman
van het maatschappelijk verkeer’.
De voorbeelden in de vorige paragraaf tonen enkele verwijten die het
accountantsberoep worden gemaakt. De verwijten raken aan de wijze waarop de
accountant met zijn client en met het publieke belang omgaat. Terugkerende
thema’s zijn:
- De (wan)verhouding tussen de vergoeding voor audit en non-audit
diensten;
- Het onvoldoende kritisch zijn jegens de cliënt;
- Het wel ontdekken van onvolkomenheden en het vervolgens nalaten de
rug voldoende te rechten;
- Het omgaan met en soms verschuilen achter de geheimhoudingsplicht;
- Meer aandacht voor het eigen belang dan het algemeen belang.
In de beschouwingen over de aangestipte kwesties en andere
boekhoudschandalen waarin de accountant verwijten worden gemaakt, wordt
regelmatig gewezen op de commerciële belangen van de accountant. Het tot de
orde roepen van en het optreden tegen een cliënt kan leiden tot een breuk met
de cliënt met alle (financiële) gevolgen van dien.
De accountant en fraude is altijd een netelig onderwerp. Volgens de accountant
Week 1: Algemene achtergrond forensische accountancy
Pheijffer (2009): The cruelest lies are often told in silence
De werkelijkheid is in het jaarverslag op meerdere wijzen cijfermatig weer te
geven. In de praktijk hechten belanghebbenden vaak meer waarde aan de
rapportage over kasstromen dan aan die over de winst van een onderneming. De
reden is simpel: bij het bepalen van de winst dienen vele keuzes te worden
gemaakt, veel meer dan in het geval van kasstromen. Punt is echter dat
kasstromen niet louter uit continu terugkerende contante geldstromen - keiharde
euro’s, dollars of welke valuta dan ook - bestaan. Kasstromen vloeien voort uit
operationele, investerings- en financieringsactiviteiten. Deze zijn ook
manipuleerbaar, zowel binnen als buiten de grenzen van GAAP. Gerommel met
kasstromen is kennelijk nog populairder dan de creatieve behandeling van de
winst. Wederom een aanwijzing dat de hardheid van kasstromen wel degelijk ter
discussie kan staan. ‘Cash’ is dus geen ‘fact’, maar net als bij winst gaat het om
een opinie. Desondanks zijn kasstromen betrouwbaarder dan winstcijfers. Helaas
is dit alles niet afdoende door de financiële markten onderkend.
Het winstdenken staat in de regelgeving centraal. Er bestaat veel wet- en
regelgeving over de balans en de winst- en verliesrekening, er is echter relatief
weinig wet- en regelgeving ten aanzien van het kasstroomoverzicht. Stolowy en
Breton: ‘The expression ‘creative accounting’ has been developed mainly by
practitioners and people who report and comment on market activity (media
commentators and journalists). Their concerns comes from observing the market,
not from any theory. They understand that creative accounting is motivated by
the desire to mislead investors by presenting what they want to see, for example,
a steadily increasing profit figure’. Wel acht ik het in het kader van deze bijdrage
van belang enige vormen van het verschijnsel te benoemen. En ook hier treffen
we fraaie soundbites aan. Wat te denken van ‘income smoothing’ en ‘big bath
accounting’?
1. Income smoothing & cookie jar reserves: in feite gaat het hier om
winstegalisatie. In goede tijden wordt een ‘appeltje voor de dorst’
weggezet om dat vervolgens te gebruiken in tijden dat het minder gaat.
2. Big bath accounting: deze methode wordt toegepast om de balans op te
schonen. Extra afschrijvingen en het treffen van reorganisatie- of
herstructureringsvoorzieningen zijn prima instrumenten om het resultaat
te verlagen. Deze methode kan worden gebruikt door aantredend
management. Zij verschuiven dan de pijn naar het oude management,
geven hen de schuld, en stellen vervolgens zelf verantwoordelijk te zijn
voor het resultaatherstel.
3. Premature revenue recognition: hier gaat het om het te vroeg
verantwoorden van omzet. Goederen die feitelijk en juridisch bezien nog
niet zijn geleverd worden wel als zodanig verantwoord.
4. Channel stuffing: er vinden ongevraagd leveranties plaats. De getoonde
omzet wordt vergroot en de debiteurenpositie stijgt.
Aantal redenen waarom creative accounting plaats heeft:
- De beloning van de ondernemingsleiding is (gedeeltelijk) winstafhankelijk;
, - Het verhullen van een zwakke performance van de ondernemingsleiding;
- Winstverlagende maatregelen kunnen opportuun zijn uit bijvoorbeeld
concurrentie-overwegingen dan wel voor het verhullen van kartelposities;
- Het voldoen aan de druk en verwachtingen van (institutionele) beleggers;
- Ten behoeve van ratio’s die bijvoorbeeld bij het aantrekken van vreemd
vermogen van belang zijn;
- Het beïnvloeden van (potentiële) aandeelhouders en financiële analisten;
- Het verminderen van onzekerheid en risico.
Er wordt bij creative accounting gewoonlijk binnen de wet geopereerd. Naar mijn
mening wordt er in de praktijk vaker naar de ‘letter’ dan naar ‘de geest’ van wet-
en regelgeving gekeken. Een legalistische benadering dus. Creative compliance
staat voor het wel naar de letter, maar niet naar de geest van wet- en
regelgeving handelen. Naar mijn mening is een dergelijke benadering heden ten
dage niet meer afdoende. Zij die de legalistische benadering aanhangen, zullen
vermoedelijk niet zoveel op hebben met het opereren naar de geest van wet- en
regelgeving.
Termen zoals creative accounting en creative compliance klinken nog redelijk
onschuldig. Bij fraude ligt dat anders. In dat geval gaat het om drie elementen:
(1) opzettelijke (2) misleiding (3) waarbij het behalen van een wederrechtelijk
voordeel wordt beoogd. Bij deze delicten wordt het vertrouwen dat
belanghebbenden in documenten en waardepapieren moeten kunnen stellen in
ernstige mate geschonden. Daarbij passen serieuze sancties. Temeer daar de
Hoge Raad heeft bepaald dat de ondernemingsleiding ruimte toekomt keuzes te
maken ten aanzien van de verslaggeving. De ruimte die er is werkt creativiteit en
het opzoeken van de grenzen in de hand. Daar is op zich niets mis mee, maar
kan ook tot gevaarlijke vergezichten leiden.
De ondernemingsleiding draagt de primaire verantwoordelijkheid voor de
opgestelde en gepresenteerde cijfers. De accountant dient deze te toetsen op
getrouwheid en geeft daarover een verklaring af. Zodra het de
ondernemingsleiding is die ervoor kiest creative accounting toe te passen en de
cijfers te manipuleren, kan de accountant aan de bel trekken. Maar zoals de
ondernemingsleiding (zie eerder de referte aan het KPN-arrest) een keuzevrijheid
toekomt, kan de accountant een beoordelingsmarge hanteren. In
accountantsjargon gaat het dan om het materialiteitsbegrip. Centraal daarbij
staat de vraag of de beslissingen die de gebruikers van de jaarrekening nemen,
zouden kunnen worden beïnvloed door eventuele afwijkingen in
jaarrekeningposten. Positief uitgelegd is de betekenis hiervan dat een accountant
niet iedere futiliteit behoeft te corrigeren, hetgeen kostenefficiënt is. Negatief
uitgelegd kan het materialiteitsbegrip dienen als schaamlap om bepaalde zaken
onder het tapijt te schuiven. Soms is er sprake van samenspanning, waardoor de
accountant fraude simpelweg niet kan ontdekken. De accountant valt in dit type
situaties veelal niets te verwijten. Zodra de accountant echter de adviseur is in
situaties waar creative accounting wordt toegepast, of nog sterker: de bedenker
ervan is, dan treft hem of haar mogelijk wel terecht een verwijt. De accountant
dient de jaarrekening immers te toetsen, niet te manipuleren. Maar adequaat
toetsen is voor sommige accountants lastig.
Creative accounting leidt tot manipulatie, veelal binnen de grenzen van wet- en
regelgeving. Creative compliance leidt tot een uitleg van de wet waarbij wel aan
,de regel maar niet aan de geest ervan wordt voldaan. Een teveel aan creativiteit
leidt tot fraude. Ik heb als accountant én als opleider van accountants en
controllers niet beweerd dat cijfers waardeloos zijn. Integendeel: ik zie wel
degelijk de waarde in van een rapportage over de (gecontroleerde) cijfers. Zeker
indien we ze over diverse tijdreeksen en in samenhang met forecasts kunnen
beschouwen. In dat geval vertellen de cijfers ons iets over de integriteit van de
ondernemingsleiding en de mate waarin zij in control is. Belanghebbenden, de
raad van commissarissen als toezichthouder voorop, moeten vooral naar de
wereld achter de cijfers kijken. Ik heb aangegeven dat belanghebbenden kritische
vragen dienen te stellen.
Ik ga nog een stap verder: ondernemingen moeten niet reactief antwoord geven
op gestelde vragen, maar ze moeten proactief meer informatie aan
belanghebbenden verstrekken. Maar het zullen vooral kwalitatieve
beschouwingen zijn: over risk management en risk appetite; over corporate
social responsibility and private equity en hedge funds. Hetzelfde geldt voor de
accountantsverklaring. Weinig spannend en te weinig zeggend.
Pheijffer (2009): De accountant: van dominee tot koopman. En weer terug.
De accountant vervult immers van oudsher een publieke taak én heeft in de loop
der tijd de weg gevonden naar allerhande private taken. De ontstaansgrond van
het beroep is gelegen in de publieke taak: de controle van de jaarrekening. Het
zijn van ‘vertrouwensman van het maatschappelijk verkeer’. De accountant heeft
bij de vervulling van publieke taken iets weg van een dominee waarbij ethiek en
integriteit hoog in het vaandel staan.
De Pincoffs-affaire was de reden van het ontstaan van het accountantsberoep in
Nederland. Een beroep waarin lange tijd het element controle – met name die
van de jaarrekening – centraal heeft gestaan. De ‘Leer van het Gewekte
Vertrouwen’ komt er kort gezegd op neer dat de accountant verplicht is ‘om zijn
arbeid zoo te verrichten, dat hij de verwachtingen, welke hij bij den verstandigen
leek opwekt, niet beschaamt: en, omgekeerd, de accountant mag geen grootere
verwachtingen opwekken dan door den verrichten arbeid gerechtvaardigd wordt’.
In het huidig tijdsgewricht betreft de belangrijkste publieke taak de wettelijke
controle van de jaarrekening. In een brede opvatting valt er veel meer onder,
namelijk: het verschaffen van zekerheid ten aanzien van de opdrachtgever van
de accountant én aan anderen. Lange tijd heeft de accountant primair gediend
als hoeder van het ‘maatschappelijk verkeer’ en van het ‘algemeen belang’. Pas
rond de tachtiger jaren van de vorige eeuw kwam daarin een grove kentering en
kreeg de accountant echt koopmansbloed.
Belangrijker is de constatering dat de toename van de commercie binnen de
accountancy gepaard is gegaan met erosie van het vertrouwen. De accountant is
de afgelopen 25 tot 30 jaar steeds meer koopman geworden. Binnen
accountantskantoren heeft schaalvergroting plaatsgevonden. Maar ook
verbreding: de multidisciplinaire organisatie is ontstaan. De forensische
accountancy werd op de kaart gezet. Veelal ging het om nieuwe producten en
diensten met een hoge winstmarge. Aantrekkelijk dus. Aantrekkelijker zelfs dan
het kernproduct van de accountant: controle. De publieke taak verschraalde. De
private taken floreerden daarentegen.
, Commercie als een feit, de accountant steeds meer koopman. De cultuur binnen
het beroep is de laatste twintig jaar van de vorige eeuw anders geworden. Niet
alleen het vertrouwen in het accountantsberoep erodeerde, maar ook de ethiek
en integriteit van de accountant. Reeds in de negentiger jaren werd de discussie
geopend over de onafhankelijkheid van de accountant. Een belangrijke pijler
onder het accountantsberoep. Het bleek nodig het principe van onafhankelijkheid
in regels te vatten. Maar de regels bleken niet genoeg. De boekhoudschandalen
braken uit. Met wet- en regelgeving en extern toezicht op het accountantsberoep
tot gevolg. Maar nogmaals: ondanks de verwijten gaat het veel te ver om te
generaliseren en alle accountants over één kam te scheren. De goeden moeten
ook hier lijden als gevolg van de fouten van de kwaden. Dat komt mede door het
feit, en hier treft het accountantscollectief wél blaam, dat het zelfreinigend
vermogen binnen de beroepsgroep onvoldoende bleek. In het kader van de
nuancering past tot slot de opmerking dat het de bestuurders en directies van
ondernemingen zijn die er in de meeste van de behandelde voorbeelden voor
kozen het fraudepad op te gaan. Daar gaat het in deze bijdrage echter niet om. In
de bouwfraude draait het om aannemers die kartelafspraken maakten en om het
corrumperen van ambtenaren.
Bij de bouwfraude en de hierna te bespreken HBO-fraude
is er sprake van fraude die in belangrijke mate is verweven met de cultuur van
een sector (met name de bouwnijverheid) of onduidelijke danwel multi-
interpretabele regelgeving. In de Ahold-kwestie ging het onder meer om een
consolidatiekwestie waarin een CFO en CEO stukken aan de accountant hadden
onthouden. Een ‘doodszonde’ in de relatie klant-accountant.
Bij de zogeheten HBO-fraude ging het om onderwijsinstellingen
– overigens niet alleen vanuit het Hoger Beroepsonderwijs – die ten onrechte
bekostiging voor (delen van) hun onderwijsactiviteiten hebben verkregen. De
Commissie stelde zich hierbij op het standpunt dat het belang van een goede
uitoefening van de publieke taak door Commissie en accountants zwaar dient te
wegen nu de accountant zich in het kader van controle- en aan controle verwante
opdrachten vooral profileert als onafhankelijk en onpartijdig ‘vertrouwensman
van het maatschappelijk verkeer’.
De voorbeelden in de vorige paragraaf tonen enkele verwijten die het
accountantsberoep worden gemaakt. De verwijten raken aan de wijze waarop de
accountant met zijn client en met het publieke belang omgaat. Terugkerende
thema’s zijn:
- De (wan)verhouding tussen de vergoeding voor audit en non-audit
diensten;
- Het onvoldoende kritisch zijn jegens de cliënt;
- Het wel ontdekken van onvolkomenheden en het vervolgens nalaten de
rug voldoende te rechten;
- Het omgaan met en soms verschuilen achter de geheimhoudingsplicht;
- Meer aandacht voor het eigen belang dan het algemeen belang.
In de beschouwingen over de aangestipte kwesties en andere
boekhoudschandalen waarin de accountant verwijten worden gemaakt, wordt
regelmatig gewezen op de commerciële belangen van de accountant. Het tot de
orde roepen van en het optreden tegen een cliënt kan leiden tot een breuk met
de cliënt met alle (financiële) gevolgen van dien.
De accountant en fraude is altijd een netelig onderwerp. Volgens de accountant