Week 1 Introductie Micro Economie
- Wat is Micro Economie?
Vanaf pagina 2 - Soorten modellen
- Prijselasticiteit
- Law of demand & supply
Week 2 Theorie van de consument
- Marginaal nut en nutsfunctie
Vanaf pagina - Differentiëren/afgeleide
- Budget constraint
- Optimale keuze
- Substitutie- en inkomenseffect
Week 3 Theorie van de producent
- De productiefunctie
Vanaf pagina - Isokostenlijn
- Verschil tussen lange en korte termijn
Week 4 De ‘perfecte’ markt
- Wat is een perfecte markt?
Vanaf pagina - Winstmaximalisatie
- Evenwichten
- Prijsplafonds en prijsvloeren
Week 5 De ‘niet-perfecte’ markt I (monopolie) +
speltheorie
Vanaf pagina - Monopolie
- Speltheorie
Week 6 De ‘niet-perfecte’ markt II (oligopolie) +
risico en informatie
Vanaf pagina - Oligopolie
- Model van Cournot
- Model van Bertrand
- Risico
Week 7 De ‘niet-perfecte’ markt III (externe effecten
en publieke
Vanaf pagina Goederen
- Asymmetrische informatie: moral hazard en adverse
selection
- Externaliteiten en publieke goederen
Week 1
1
,Wat is micro economie:
Micro economie houdt zich bezig met menselijk gedrag (keuze gedrag):
- Keuzes van consumenten
- Keuzes van producenten
- Keuzes van werknemers en werkgevers
- Keuzes van beleidsmakers
Ook wordt er gekeken naar hoe deze actoren/spelers elkaar beïnvloeden en grotere
gehelen vormen zoals markten.
In de micro economie wordt vaak gebruik gemaakt van (wiskundige) modellen die ook
grafisch weer gegeven kunnen worden.
Een model is een vereenvoudigde weergave van de werkelijkheid.
Exogene variabelen: is een variabele die van buiten het model wordt gegeven.
Endogene variabelen: is een variabele die binnen het model wordt verklaard.
Bijna alle micro economische modellen maken gebruiken van drie analytische
tools:
1. Optimalisatie onder een beperking constrained optimization
Dit is een methode om de optimale keuze te maken onder een set van voorwaarden of
beperkingen. Problemen waarbij dit model wordt toegepast hebben vaak een:
- Doelfunctie: maakt duidelijk wat het individu wil. Bijv: een consument wil
consumeren en een producent wil produceren.
- Beperking: omvat alle zaken die het moeilijker maken om het doel te bereiken.
Bijv: de consument heeft een beperkt budget en de product heeft beperkte
middelen.
Marginaal redeneren is handig om een optimalisatie probleem met voorwaarden op te
lossen. Marginaal vertelt ons wat de impact is op y als we x met één verhogen
2. Evenwichtsanalyse
Wanneer een systeem niet in evenwicht is dan wordt er naar het evenwicht toe bewogen,
totdat het systeem wel in evenwicht is. Zodra het systeem in evenwicht is zal het
evenwicht blijven, zolang er verder niets verandert.
3. Compartive statics
Hiermee kunnen we zien hoe het evenwicht verandert als gevolg van een verandering is
één of meer exogene variabelen. Het is een belangrijke tool voor economen en
beleidsmakers. Met deze tool kunnen we voorspellen wat er gebeurt als we aan een
beleidsknopje zouden draaien.
Positieve analyse probeert te verklaren of te voorspellen, er wordt geen waardeoordeel
gegeven.
Bij een normatieve analyse wordt er aangegeven wat zou moeten gebeuren, hier wordt
dus wel een waardeoordeel gegeven.
2
, Perfect competitieve markt
Is een markt met veel vragers en aanbieders. De invloed van een individuele vrager of
aanbieder is zo klein dat de marktprijs een gegeven is. ‘Price-taking’ oftewel prijsnemer is
hierbij een belangrijk begrip.
De vraagcurve toont hoeveel eenheden consumenten willen lopen van een product bij
verschillende prijs. Hier zijn we in de veronderstelling dat andere bepalende factoren van
de vraag (prijs van andere producten, inkomen, etc.) niet veranderen. Dit heet ook wel de
ceteris paribus assumptie
De vraag is een funcite van de prijs Qd = Q(p).
Law of demand (wet van de vraag):
- Zegt dat de gevraagde hoeveelheid zal afnemen als de prijs toeneemt.
Belangrijk:
- Een verschuiving OP de vraagcurve vindt alleen plaats als de prijs van het goed
verandert.
- Een verschuiving VAN de vraagcurve vindt plaats als er iets anders dan de prijs
van het product verandert en dit tast de bereidheid tot betalen van de consument
aan.
Verschuiving OP heeft dus met de
gevraagde hoeveelheid te maken
(links). Dit komt dan door een
verandering van de prijs.
Bij een verschuiving VAN de
vraagcurve gaat dus over de totale
vraag (rechts). Hier verandert iets
anders dan de prijs (zoals inkomen,
smaak, etc.), waardoor de hele curve
verschuift
Bereidheid om te betalen is
verschuiving naar rechts.
Bereidheid omlaag is verschuiving naar links.
Als je de vraagfunctie wil plotten in een figuur, dan plaatsen we de prijs (P) op de y-as en
de hoeveelheid (Q) op de x-as. Hiervoor is de inverse vraagfunctie nodig je drukt P uit
in Q P= 50 – 0,5Q
Law of supply (wet van het aanbod)
Zegt dat de aangeboden hoeveelheid zal toenemen als de prijs toeneemt.
Belangrijk:
- Een verschuiving OP de aanbodcurve vindt alleen plaats als de prijs van het goed
verandert.
- Een verschuiving VAN de aanbodcurve vindt plaats wanneer iets anders dan de
prijs van het product verandert. bereidheid aanbieden omhoog is verschuiving
naar rechts en bereidheid omlaag is verschuiving naar links.
De evenwichtsprijs kan berekend worden door de vraag en aanbod aan elkaar gelijk de
stellen Qa = Qv.
Prijselasticiteit
Dit zegt iets over de mate van verandering (sterk of zwak) en de richting van
de verandering (toename of afnamen)
3