Focus: interactie taal, media en maatschappij
=> we zien de wereld van een discursieve perspectief: onderzoeken
hoe taal ons begrip van reality, sociale relaties en sociale positie
beïnvloedt.
Welke rol speelt taal hierin? ‘taalgebruik in media context’ vormt de
realiteit en haar structuren, normen, identiteit en machtsrelaties (bv.
hoe denken we over democratie)
Invloed van media: ze verspreiden en circuleren discourses
(=gestructureerde manier van denken, spreken of een issue
kaderen)
=> welke verhalen, door wie en welke context
2) Sociaal constructivisme
Wat is betekenis en waar leeft het?
a) De sociale constructie van realiteit
Essentialisme naar => constructionisme
Essentialisme: betekenis reflecteert realiteit, taal en betekenis direct tot
echte natuurlijke categorieën in de wereld (spiegelen). Betekenis is
zogezegd al in de wereld, maar dankzij taal wordt het onthuld of gelabeld.
Structuralisme (Saussure): betekenis komt door taalsystemen
Constructionisme: betekenis ontwikkelt zich door discours: realiteit is
gemaakt, niet gereflecteerd. Het vormt hoe we de realiteit percipiëren.
- Fenomenologie: intersubjectief: ervaringen zijn gevormd en
betekenisvol gemaakt door interactie met anderen (co-created, niet
geïsoleerd)
- Symbolisch interactionisme: hoe mensen betekenis creëren,
identiteit vormen en sociale realiteit vormen dankzij interacties met
anderen
- Linguïstische turn: taal is niet enkel een middel om realiteit te
beschrijven maar deze ook te vormen
Kernassumpties van sociaal constructionisme
1. Realiteit is niet objectief maar sociaal geproduceerd
2. Kennis is gecreëerd door sociale interacties en taal
3. Betekenissen zijn onderhandeld, niet ontdekt
4. Instituties en normen versterken deze betekenissen
5. Wat als de ‘waarheid’ geldt is afhankelijk aan context en macht (=/
objectief of universeel => hangt af van sociale en historische
, context en wie deze vormt)
Het proces: hoe realiteit 'echt’ wordt
3 fases:
1) Externalisatie: mensen creëren culturele producten (taal, norm,
ideeën)
Mensen verzonnen het idee van waard => papiertje of digitale
nummers
2) Objectivatie: die culturele producten nemen een eigen realiteit op
zich
Geld gebruiken als objectieve kracht ‘dit papiertje is 20 euro
waard’
3) Internalisatie: individuen leren en reproduceren hen als natuurlijke
waarheid
We groeien op met het idee dat geld heel waardevol is
Voorbeelden van sociale constructies
Geld (papier of nummers worden waardevol door gedeelde overtuiging),
gender (normen van mannelijk/vrouwelijk zijn aangeleerd, niet
biologisch), ras (sociaal gedefinieerde categorieën met echte sociale
effecten), mentale ziektes (definitie kan doorheen de tijd en cultuur
veranderen) => collectieve overeenstemming en uitgevoerd
=> ‘real fiction’; echt omdat mensen het naleven en ze de maatschappij
vormen maar je kan ze niet aanraken
b) Betekenis, discours en maatschappij
Waar betekenis vinden?
Intern (mentale representatie/neutrale toestand)
In de geest (mentale concepten of In de hersenen (neurale activiteit of
ideëen) patronen)
‘mentaal woordenboek’ bij het horen Patronen komen overeen met betekenis =
van het woord boom haalt je geest het activatie hersencircuits die correleren met
concept van een boom voor => vorm, concept van het woord
gebruik en associaties ervan Intern, maar gebaseerd op biologie
Betekenis is privé en bevindt ipv abstracte mentale constructies
zich in de cognitie van een Woorden als labels voor interne
individu toestand
Sociaal en collectief
Je kan niet iemands anders gedachten lezen, enige wat we kunnen delen
zijn discoursen
,Betekenis moet dus collectief zijn anders is het puur mentaal,
onmogelijke communicatie en opgesloten in eigen geest => interpreteren
wat mensen zeggen of schrijven
=> we delen betekenissen door deel te nemen aan openbare
taalpraktijken
= intersubjectief: gedeelde mening, onderhandeld en soms betwist
(discussie)
= historisch en contextueel: politieke context en evolueert naarmate
samenleving, cultuur en taalpraktijken veranderen
Niet in neurale activiteit (onvoldoende)
Dit kan verklaren hoe we taal verwerken maar niet wat het betekent.
Hersenen bevatten geen betekenis, maar maken deelname aan discours
mogelijk (cultureel/historisch)
Door symbolische interactie in sociale communicatie
Woorden/symbolen =/ inherente betekenis op zich, betekent enkel iets
wanneer het wordt gebruikt en geïnterpreteerd in een sociale context =>
alleen in discours (taal)
Werkelijkheid wordt gevormd in discours = gevormd door manier hoe we
erover praten
Betekenis is open: discours = dynamisch en sociaal onderhandeld (geen
definitief antwoord en altijd afhankelijk van context, geschiedenis en
interactie)
Geen betekenis zonder andere mensen
Betekenis vinden we in het collectieve discours: som van alles wat is
gezegd en geschreven door leden van discoursgemeenschap die zorgen
voor onze identiteit
=> wat er met ons gebeurt krijgt pas betekenis na interpretatie (na
reflectie en delen)
interpretatie = gezamenlijke handeling: interpretatie is niet voor zelf
maar voor publiek. We leren van anderen hun interpretaties en willen onze
eigen interpretaties delen
Menselijk discours is grenzeloos en verenigt de mensheid en omvat alles
wat we ervaren: emoties, politiek, wetenschap, kunst, morele kwesties,
het dagelijks leven
Taal en kennis
, Taal biedt categorieën voor ervaringen (bv; illegale vreemdeling vs
vluchteling) en heeft verschillende connotaties => bepalen hoe we ze
waarnemen en begrijpen
door naam te geven => sociaal bestaan
Manier hoe we over mensen, gebeurtenissen en concepten praten =>
machtsverhouding (marginaliseren vs bevoordelen)
Wetenschap = discours: sociaal gereguleerde vorm van kennisproductie
=> gedeelde discursieve regels, niet omdat ze buiten de samenleving
bestaat
Voorbeelden
‘zin van het leven’: betekenis van het woord leven= onlosmakelijk
verbonden met hoe het woord gebruikt wordt. Geen geheel nieuwe
betekenissen, elk idee dat we hebben is een hercombinatie/variatie van
wat al in het discours is uitgedrukt (ook eigen inzichten)
Bestaande taalvoorraad en gedeelde culturele kennis => discours
als medium waardoor werkelijkheid benaderd, begrepen en
gecommuniceerd wordt
Voorlopig concept (globalisatie) is discursief object met niet 1 ware
definitie. Is iets dat bestaat door alles wat ooit is gezegd (onenigheid =>
uitbreiden/ hervormen/vernieuwen)
Teubert’s sociaal constructionisme
Betekenis leeft niet in individuele geesten en bestaat daar niet buiten als
objectieve realiteit die onafhankelijk is van taal
=> betekenis = enkel in discours (delen, zeggen, schrijven)
‘Hoe betekenis begrijpen als het niet in mijn hoofd zit?’
‘betekenis niet in objecten hoe verwijzen woorden dan naar de wereld?’
‘hoe als gemeenschap gedeelde betekenissen creëren?’
=> nood aan gedeeld theoretisch kader en vocabularium voor verdere
analyse
kernideeën:
Betekenis sociaal onderhandelen in discoursgemeenschap,
collectief geproduceerd via communicatie (historisch/cultureel
gevormd)
Discoursgemeenschap = Groep mensen die over bepaald
onderwerp spreken met behulp van gelijkaardige taal en
concepten bv. artsen, economen
Contrast met andere belangrijke benaderingen
- VS kritische discoursanalyse (CDA):