100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting onderzoeksmethoden: theorie en ethiek + artikelen

Beoordeling
-
Verkocht
3
Pagina's
26
Geüpload op
17-03-2021
Geschreven in
2020/2021

Deze samenvatting bevat alle belangrijke informatie van hoofdstuk 1-14 van het boek Research Methods for the Behavioural sciences van Charles Stangor behorend bij het vak onderzoeksmethoden: theorie en ethiek van de opleiding psychologie aan de RUG. Daarnaast bevat samenvatting alle belangrijke informatie over de bijbehorende artikelen. Deze samenvatting bevat: * Alle theoretische kennis uit het boek (H1-H14) * College-aantekeningen zijn deels erin verwerkt. * Samenvatting van de extra literatuur/artikelen over ethiek * Uitbreiding van de basisprincipes NIP en de connectie met open science. Deze samenvatting zal jou zo optimaal voorbereiden op het tentamen, succes!

Meer zien Lees minder










Oeps! We kunnen je document nu niet laden. Probeer het nog eens of neem contact op met support.

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Ja
Geüpload op
17 maart 2021
Bestand laatst geupdate op
25 maart 2021
Aantal pagina's
26
Geschreven in
2020/2021
Type
Samenvatting

Onderwerpen

Voorbeeld van de inhoud

Theorie en Ethiek samenvatting:
Hoofdstuk 1:
 Gedragswetenschappelijk onderzoek: richt zich op het gedrag tussen zowel mensen als
dieren.
 Gedragswetenschappers bestuderen dergelijk gedrag om het beter te begrijpen en, waar
mogelijk, om methoden te ontwikkelen om de kwaliteit van leven te verbeteren.
 Data: gegevens die zijn verzameld door bijvoorbeeld observaties of metingen.
 Een gedragswetenschapper zal proberen bewijs te vinden voor een bepaalde bewering door
middel van het (systematisch) verzamelen en analyseren van data.
 Dagelijkse onderzoekers: mensen zijn geïnteresseerd in wat er om ons heen gebeurt,
waarom dingen gebeuren, en hoe we dat kunnen herhalen of juist voorkomen.
 Hindsight bias (achteraf bias): De neiging te denken dat je iets had kunnen voorspellen,
terwijl je dat waarschijnlijk niet had kunnen voorspellen.  bijv. opposites attract.
 Wetenschappelijke methode: een set van assumpties, regels, en procedures die
wetenschappers hanteren bij het doen van onderzoek.
- Het is een raamwerk voor het verzamelen, analyseren, en interpreteren van data.
 Empirisch: deze beweringen zijn gebaseerd op basis van een systematische verzameling en
analyse van data.
 Objectief: (zo veel mogelijk) vrij van de voorkeur, opinie of emoties van de onderzoeker.
 Transparant: helder, duidelijk uitgelegd. Het opschrijven van de procedure en resultaten
moet zo gebeuren dat een andere onderzoeker precies snapt welke stappen er zijn genomen
en hoe dit leidt tot de conclusie van het onderzoek.
 Repliceerbaar: een andere onderzoeker moet het onderzoek kunnen herhalen en op
hetzelfde uitkomen.
 Accumulatie (opeenstapeling): Resultaten van het ene onderzoek worden gepubliceerd en
vervolgonderzoek bouwt daarop voort door het onderzoek te herhalen, eventueel deels te
wijzigen of iets toe te voegen, en dat vervolgens weer te publiceren.
 Waarden: persoonlijke beweringen zoals “Het is belangrijk om iedereen gelijk te
behandelen” of “Abortus zou verboden moeten worden”.
- Kunnen niet worden beschouwd als goed of fout en wetenschappelijk onderzoek kan ze
niet bewijzen of ontkrachten.
 Feiten: objectieve beweringen die zijn vastgesteld door middel van empirisch onderzoek,
zoals er zijn 1600 moorden gepleegd in de USA in 2002.
 Bij het selecteren van het wie, wat, en hoe, spelen de waarden van een onderzoeker een rol.
 Publicatie: onderzoeksrapport waarin wetenschappelijke bevindingen worden
gerapporteerd.
 Onderzoeksrapport: een document dat de bevindingen van een onderzoek presenteert aan
de hand van een gestandaardiseerd format. (APA)
 De introductie en discussie van een onderzoeksrapport zijn redelijk subjectief.
 De methode en resultaten van een onderzoeksrapport zijn objectief  geen interpretatie.
 Basis onderzoek: richt zich op het beantwoorden van fundamentele vragen over gedrag,
waarbij er geen speciaal doel is anders dan het verwerven van meer kennis (intellectueel).
 Toegepast onderzoek: heeft als doel het verwerven van praktische kennis om oplossingen te
kunnen bieden aan het probleem van de studie.  interventie studie.
 Interventie: trainingsprogramma, bijv. gedragstherapie.
 Basisonderzoek wordt vaak gestuurd door praktische problemen en toegepast onderzoek
heeft meestal een sterke theoretische basis. Dus ze vullen elkaar aan.
 Onderzoeksdesign: een specifieke methode om data te verzamelen, te analyseren, en te
interpreteren.
 Beschrijvend, correlationeel en experimenteel onderzoek

, 1. Beschrijvend onderzoek: heeft als doel om vragen te beantwoorden over de huidige ‘stand
van zaken’.
- Biedt een inkijk in gedachten, gevoelens, of gedrag op een gegeven moment en een
gegeven plaats. Het geeft een beschrijving van een momentopname.
- Bij beschrijvend onderzoek staat de onderzoeker ‘aan de zijlijn’ en grijpt niet in.
o Surveys: vragenlijsten.
o Natuurlijke observaties: observaties in de natuurlijke context, bijvoorbeeld het
bestuderen van kinderen die in de speeltuin aan het spelen zijn.
o Interviews: uitvragen van de stand van zaken aan een proefpersoon.
2. Correlationeel onderzoek: heeft als doel om de relatie tussen twee of meer variabelen
onderzoeken.
- Correlatie zegt niets over oorzaak en gevolg.
3. Experimenteel onderzoek: wordt gebruikt om onderzoeksvragen over causale relaties
(oorzaak-gevolg) tussen variabelen te kunnen beantwoorden.
- Er vindt een actieve manipulatie plaats van een gegeven situatie voor twee of meer
groepen van individuen, die zoveel mogelijk gelijk zijn.

 Kwalitatief onderzoek: de resultaten worden weergegeven in woorden.  meer subjectief
 Kwantitatief onderzoek: de resultaten worden uitgedrukt in cijfers middels statistische
toetsen.  meer objectief.
 Variabele: een eigenschap die verschillende waarden kan aannemen tussen de
studieobjecten (mensen, dieren, tijden, plaatsen).
 Pearson product-moment correlatiecoëfficiënt r: maat om verbanden tussen variabelen te
kwantificeren, waarde tussen -1 en 1.

Hoofdstuk 2:
 Inductieve methode: Het opdoen van ideeën door het observeren van dagelijks gedrag of
problemen, bij de inductieve methode vormen observaties en jouw eigen nieuwsgierigheid
de bron van inspiratie.  bottum up
 Primaire bronnen: wetenschappelijke artikelen en boeken over het onderwerp.
 Secundaire bronnen: literatuurstudies of samengevoegde informatie over het onderwerp.
 Sleutelwoorden/keywords: zoektermen die de basis van je interesse vormen.
 Thesaurus: een index met alle zoektermen die de database beschikbaar heeft.
- De thesaurus biedt suggesties voor synoniemen (andere woorden met dezelfde
betekenis), bredere zoektermen (algemener), en smallere zoektermen (specifieker).
 Wetten: algemene principes die in elke situatie geldig zijn.
 Theorie: een set van principes die veel, maar niet alle, relaties binnen een bepaald domein
kunnen verklaren en voorspellen.
 Deductieve methode: Theorieën kunnen helpen bij het ontwikkelen van ideeën en opstellen
van hypothesen.  top-down
 Theorie van sociale versterking/social reinforcement: Deze theorie stelt dat gedrag wordt
versterkt als het is beloond.
 Externe factoren: bijvoorbeeld snoep of geld
 Interne factoren: motivatie en schuldgevoelens
 Tautologische theorie: een theorie waarin variabelen voorkomen die niet gemeten kunnen
worden of te vage informatie bevatten om te falsifiëren.
 (Onderzoeks)hypothese: een specifieke, falsifieerbare voorspelling over het verband tussen
twee of meer variabelen.
 Onafhankelijke variabele: de voorspeller, de variabele die wordt gemanipuleerd, de
mogelijke oorzaak.  independent variable  IV

,  Afhankelijke variabele: de uitkomst, de variabele die mogelijk verandert als gevolg van de
manipulatie van de onafhankelijke variabele.  dependent variable  DV
 Alleen bij experimentele designs mag je spreken van voorspellers (predictors) en uitkomst
variabelen (outcomes).

Een goede theorie is:
1. Algemeen: het vat meerdere uitkomsten samen.
2. Bondig (parsimonious), het geeft een simpele, bondige verklaring voor de uitkomsten.
3. Het biedt ideeën voor toekomstig onderzoek.
4. Het is falsifieerbaar. Dat wil zeggen dat het tegendeel kan worden bewezen.

Hoofdstuk 3:
4 basisprincipes ethisch onderzoek:
1. Participanten dienen te worden beschermd tegen fysieke en psychologische schade.
2. Participanten dienen vrijheid van keuze te hebben (om deel te nemen of te stoppen) in het
onderzoek.
3. Men dient zich bewust te zijn, en te blijven, van de machtsverschillen tussen onderzoeker(s)
en participanten.
4. Men dient de aard en het gebruik van (de data van) de studie eerlijk te beschrijven aan de
participanten.

 Wetenschappelijke fraude: het bewust wijzigen of fabriceren van data.
 Ethische kwesties zijn gebaseerd op waarden en niet op feiten, er is dus geen goed of fout
voor ethische dillema’s.
 Informed consent: een beschrijving van het onderzoek, waarin de participant (zo veel
mogelijk) wordt verteld over het onderzoek en waarin toestemming wordt gevraagd voor
deelname aan het onderzoek.
 Ieder onderzoek waarbij mensen betrokken zijn moet een informed consent opstellen.

8 onderdelen van een informed consent:
1. Een beschrijving dat het om (wetenschappelijk) onderzoek gaat, de verwachte duur van het
onderzoek, en een beschrijving van de procedures. Ook dient vermeld te worden of de
procedures experimenteel van aard zijn.
2. Een beschrijving van de mogelijke risico's en ongemakken voor de participant.
3. Een beschrijving van de mogelijke voordelen voor de participant of anderen.
4. Een beschrijving van geschikte alternatieve procedures of behandelingen die voordelig
kunnen zijn voor de participant.
5. Een beschrijving van de mate van vertrouwelijkheid wat betreft de (onderzoeks)gegevens
van de participant.
6. Wanneer het onderzoek meer dan een minimaal risico betreft: een beschrijving van de
compensatie (indien aanwezig) en een beschrijving van aanwezige medische behandelingen
bij blessures of verwondingen en, indien dat het geval is, wat die behandelingen inhouden of
waar meer informatie te verkrijgen is over deze behandeling(en).
7. Een beschrijving van met wie de participant contact op kan nemen in het geval van vragen
over het onderzoek of de rechten van de participant. En een beschrijving van de persoon
met wie de participant contact op kan nemen bij verwondingen die het gevolg zijn van het
onderzoek.
8. Een verklaring dat het onderzoek vrijwillig is en -heel belangrijk- dat het weigeren om deel te
nemen aan het onderzoek geen nadelige gevolgen voor de participant heeft. Daarnaast dient
er vermeld te worden dat de participant te allen tijde mag besluiten om te stoppen met
verdere deelname aan het onderzoek.

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
mandytangelder Rijksuniversiteit Groningen
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
42
Lid sinds
5 jaar
Aantal volgers
35
Documenten
14
Laatst verkocht
1 jaar geleden

2,4

5 beoordelingen

5
0
4
2
3
0
2
1
1
2

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen