100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4,6 TrustPilot
logo-home
Overig

televisiestudies leesteksten - uitgebreide samenvatting

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
46
Geüpload op
21-01-2026
Geschreven in
2025/2026

Dit is een samenvatting die zeer uitgebreid alle teksten opneemt en beschrijft voor het examen, voldoende om bij de slides te leren

Instelling
Vak











Oeps! We kunnen je document nu niet laden. Probeer het nog eens of neem contact op met support.

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Geüpload op
21 januari 2026
Aantal pagina's
46
Geschreven in
2025/2026
Type
Overig
Persoon
Onbekend

Onderwerpen

Voorbeeld van de inhoud

H1: INTRODUCTIE
INTRODUCTION – WHY TELEVISION STUDIES? WHY NOW? (GRAY &
LOTZ, 2012)

1. INLEIDING: WAAROM TELEVISIESTUDIES EN WAAROM NU?

Gray en Lotz openen hun boek met een reflectie op een paradox die televisiestudies al
decennia begeleidt: telkens opnieuw wordt de “dood van televisie” aangekondigd, terwijl
televisie in de praktijk een buitengewoon stabiel en invloedrijk medium blijft. Sinds de
jaren 2000 circuleren in media en publieke debatten voortdurend claims dat televisie zou
verdwijnen ten voordele van “nieuwe media” zoals internet, sociale media en mobiele
technologie. Deze beweringen suggereren dat mensen televisie massaal verlaten zouden
hebben en hun tijd nu besteden aan online video, sociale netwerken en digitale
communicatie.

De auteurs stellen echter dat deze claims empirisch en cultureel onhoudbaar zijn.
Televisie is niet verdwenen en blijft een cruciale pijler van het mondiale medialandschap.
Hoewel kijkgedrag en schermen veranderen, blijft televisie dagelijks door miljoenen
mensen gebruikt worden. Zelfs hedendaagse programma’s die “slechts” twintig miljoen
kijkers bereiken, vertegenwoordigen nog steeds een enorm cultureel bereik. Televisie
blijft daarmee een uitzonderlijk krachtige culturele verhalenverteller, een economische
industrie en een object van publieke interesse.

Juist omdat televisie verandert en zich verweeft met nieuwe media – via streaming,
downloads, sociale media-interactie en hergebruik van televisiecontent op platforms als
YouTube – is dit volgens Gray en Lotz een uitermate geschikt moment om televisiestudies
te herdenken en te verduidelijken.

2. TELEVISIE ALS OUD MEDIUM EN TELEVISIESTUDIES ALS JONGE
BENADERING

Hoewel televisie als technologie ontstond in de late jaren 1940 en vroege jaren 1950 (in
de VS en het VK), is televisiestudies als academische benadering veel jonger. De
auteurs benadrukken dat televisie zelf geen nieuw medium is, maar dat een herkenbare,
samenhangende manier om televisie academisch te bestuderen pas vanaf de jaren 1960
en vooral 1970 vorm kreeg.

De kernstelling hier is dat televisiestudies niet simpelweg het bestuderen van televisie
betekent. Het gaat om een specifieke set theorieën, methodes en vragen die zich
historisch ontwikkeld heeft. Deze benadering kan zelfs toegepast worden op andere
media dan televisie, terwijl omgekeerd iemand televisie kan bestuderen zonder
televisiestudies te bedrijven.

Televisiestudies is dus geen discipline zoals psychologie of recht, maar eerder
een benadering of “approach” binnen media- en communicatiestudies. Wat telt is niet
het object alleen, maar de manier van kijken, analyseren en contextualiseren.



1

,3. INSTITUTIONELE EN GEOGRAFISCHE CONTEXT: VS, VK EN
GLOBALISERING

Gray en Lotz leggen uit waarom hun boek sterk focust op de Verenigde Staten en het
Verenigd Koninkrijk. Dat heeft deels persoonlijke redenen (hun eigen opleiding), maar
vooral structurele oorzaken. Beide landen speelden een vroege en centrale rol in de
ontwikkeling van televisie én televisiewetenschap. Bovendien vond er al vroeg
kruisbestuiving plaats tussen Amerikaanse en Britse onderzoekers.

Andere landen, zoals Nederland, de Scandinavische landen en Australië, leverden
eveneens belangrijke bijdragen, maar taalbarrières en academische machtsstructuren
hebben ertoe geleid dat Engelstalige perspectieven dominant werden. Tegelijk signaleren
de auteurs een groeiende aandacht voor globale en diasporische televisie, wat een
belangrijke recente ontwikkeling binnen televisiestudies vormt.

4. TELEVISIESTUDIES VERSUS “STUDIES OF TELEVISION”

Een cruciale conceptualisering in de tekst is het onderscheid tussen “television
studies” en “studies of television”. Veel disciplines – psychologie, sociologie,
literatuurwetenschap – bestuderen televisie, maar doen dat vaak vanuit hun eigen
paradigma’s zonder aansluiting bij de theoretische tradities van televisiestudies.

Psychologen onderzoeken bijvoorbeeld media-effecten zoals geweld, terwijl
literatuurwetenschappers televisieseries analyseren alsof het romans zijn. Zulke
benaderingen vallen onder “studies of television”, maar niet noodzakelijk onder
televisiestudies, omdat ze geen gebruik maken van het bredere methodologische en
theoretische kader dat televisiestudies kenmerkt.

Televisiestudies onderscheidt zich door haar interdisciplinariteit, haar aandacht voor
context, en haar weigering om televisie te reduceren tot enkel tekst, effect of industrie.

5. EEN GENEALOGIE VAN TELEVISIESTUDIES: MEERDERE OORSPRONGEN

De auteurs benadrukken dat televisie nooit één eenduidig object is geweest. Televisie
betekent verschillende dingen voor verschillende groepen en werd vanaf het begin op
uiteenlopende manieren besproken en onderzocht. Daarom is televisiestudies ontstaan
uit meerdere intellectuele tradities, vergelijkbaar met hoe “new media” vandaag door
uiteenlopende disciplines bestudeerd worden.

Televisiestudies is gevormd door drie grote intellectuele stromingen:

1. Sociale wetenschappen

2. Geesteswetenschappen

3. Cultural studies

6. SOCIALE WETENSCHAPPELIJKE BENADERINGEN

De vroegste academische benaderingen van televisie kwamen voort uit psychologie,
sociologie en communicatiewetenschap. Deze richtten zich vooral op media-effecten,
geïnspireerd door eerdere studies over radio, film en propaganda. In de jaren 1930 en



2

,1940 overheerste het idee dat media een sterke, directe invloed hadden op publiek
gedrag.

In de jaren 1950 en 1960 verschoof dit naar meer genuanceerde modellen, waarin media-
effecten gefilterd werden door sociale netwerken en individuele interpretatie. Deze
nuance verdween deels opnieuw tijdens de maatschappelijke onrust van de jaren 1960,
toen televisie opnieuw verdacht werd als oorzaak van geweld, jeugdcriminaliteit en
sociale ontwrichting.

Belangrijke figuren zoals George Gerbner ontwikkelden theorieën zoals het “mean world
syndrome”, waarin televisie niet directe effecten veroorzaakt, maar wel langdurige
wereldbeelden cultiveert. In het VK speelde de Glasgow University Media Project een
vergelijkbare rol door nieuwsberichtgeving kritisch te analyseren.

Televisiestudies heeft zich grotendeels afgezet tegen deze positivistische, kwantitatieve
en vaak normatief-negatieve benaderingen, maar erkent tegelijk dat sociale wetenschap
hielp om televisie te legitimeren als maatschappelijk relevant object van studie.

7. GEESTESWETENSCHAPPELIJKE BENADERINGEN

De humanistische traditie benaderde televisie aanvankelijk met grote argwaan. Televisie
werd gezien als “massacultuur” en als bedreiging voor elitecultuur. Bekende kritiek, zoals
Newton Minows “vast wasteland” of Neil Postmans Amusing Ourselves to Death, typeert
deze houding.

Toch veranderde dit radicaal in de jaren 1960 en 1970 met de opkomst van kritische
theorieën zoals marxisme, feminisme, psychoanalyse, poststructuralisme en
discoursanalyse. Deze theorieën maakten het mogelijk om televisie te analyseren als
ideologisch en cultureel betekenisvol, zonder dat het medium artistiek verheven hoefde
te zijn.

Belangrijke vroege televisiestudieswerken zoals:

- Horace Newcomb – TV: The Most Popular Art
- Raymond Williams – Television: Technology and Cultural Form
- John Fiske & John Hartley – Reading Television

behandelden televisie als verhalenverteller en culturele mythemaker en legden zo de
basis voor televisiestudies.

8. CULTURAL STUDIES EN HET BIRMINGHAM CENTRE

De meest bepalende invloed op televisiestudies kwam van cultural studies, in het
bijzonder het Centre for Contemporary Cultural Studies (CCCS) in Birmingham. Onder
leiding van figuren als Richard Hoggart, Raymond Williams en Stuart Hall werd cultuur
opgevat als een strijdtoneel van macht, betekenis en ideologie.

Het CCCS verzette zich tegen:

- elitecultuur als norm,
- deterministische media-effectmodellen,
- tekstuele benaderingen die publiek negeerden.




3

, Stuart Halls encoding/decoding-model benadrukte dat betekenis niet vastligt in de tekst,
maar ontstaat in de interactie tussen productie en receptie. Cultural studies
introduceerde ook kwalitatieve publieksstudies en bracht thema’s als klasse, gender, ras
en identiteit centraal in media-analyse.

Televisie werd hierdoor een sleutelobject om maatschappelijke machtsverhoudingen te
begrijpen.

9. INSTITUTIONALISERING VAN TELEVISIESTUDIES

Vanaf de jaren 1970 ontstond er geleidelijk een herkenbare academische gemeenschap
rond televisie. Conferenties, edited volumes en universitaire programma’s droegen bij
aan de institutionalisering van televisiestudies. In de jaren 1990 verschenen de eerste
generaties onderzoekers die expliciet als televisiestudies-scholars werden opgeleid.

Televisiestudies werd een erkend, zij het hybride, studiegebied zonder eigen
departementen, maar met sterke aanwezigheid in media-, film- en communicatiestudies.

10. WAT ONDERSCHEIDT TELEVISIESTUDIES?

Televisiestudies ziet televisie als:

- cultureel betekenisvol,
- industrieel geproduceerd,
- historisch en sociaal gesitueerd,
- ingebed in het dagelijks leven.

Een kernprincipe is dat televisiestudies minstens twee van de volgende elementen
combineert:

- programma’s (teksten),
- publieken,
- industrieën,

en deze altijd contextualiseert binnen bredere sociaal-culturele en historische
omstandigheden.

Televisiestudies gebruikt televisie niet alleen om televisie te begrijpen, maar als prisma
om bredere vragen over macht, identiteit, gemeenschap, ideologie en cultuur te
analyseren.

11. SLOTBESCHOUWING

Gray en Lotz besluiten met een reflectie op de ambiguïteit van televisiestudies. Het is een
flexibel, veranderlijk en mogelijk contextgebonden begrip, maar tegelijk een nuttige
noemer voor een gedeelde academische praktijk. Ze benadrukken het belang van een
“big tent”-benadering, waarin televisie altijd in relatie tot andere media en
maatschappelijke ontwikkelingen wordt begrepen.

STUDYING TELEVISION. (BIGNELL & WOODS, 2022)

1. INLEIDING: HET ONTSTAAN EN DOEL VAN TELEVISION STUDIES



4
€10,16
Krijg toegang tot het volledige document:

100% tevredenheidsgarantie
Direct beschikbaar na je betaling
Lees online óf als PDF
Geen vaste maandelijkse kosten

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
kayavandael

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
kayavandael Universiteit Gent
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
1
Lid sinds
1 jaar
Aantal volgers
1
Documenten
4
Laatst verkocht
1 jaar geleden

0,0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen