HOORCOLLEGE 1 – DISCLOSURE; WEL OF NIET VERTELLEN OVER
MISBRUIK/MISHANDELING
In dit college;
Terminologie disclosure
Belang van disclosure
Drempels voor disclosure
Hoe verloopt disclosure
Disclosure: aan wie?
Colleges 1-4 en 7 > Slachtoffers Colleges 5, 6, 8 en 9 > plegers/daders
Vertellen Kenmerken (wie?)
Aangifte & verhoor Achtergrond
Betrouwbaarheid verklaring Behandeling
Bewijs Recidive
Artikel Romano:
Gaat om 253 mannen die in het verleden te maken hebben gehad met seksueel misbruik.
Deze groep is over het algemeen ondervertegenwoordigd in dit soort studies, dus dit
aantal is opvallend. Het draait om de vragen; ‘In welke mate is er sprake van disclosure?’
& ‘Hangt disclosure samen met welzijn?’
Vragen over het artikel:
1. Hoe zou jij disclosure definiëren
Eerste moment van het vertellen over seksueel misbruik. In de literatuur wordt
onderscheid gemaakt tussen formeel (vertellen aan autoriteiten) en informeel
(vrienden en familie). Het percentage formele disclosure is een stuk lager dan het
percentage informele disclosure.
2. Hoe hoog was de disclosure in deze steekproef
77,9% van de mannen had het misbruik aan iemand verteld (8/10 mannen). Dit is
een zeer hoog aantal, vooral omdat er vaak niets verteld wordt.
3. Wat was de gemiddelde duur tot disclosure
Gemiddeld duurde het 15,4 jaar voordat mensen
het misbruik vertellen. Er is vaak eerst een periode
van nondisclosure (zwijgen) / delayed disclosure
(vertraagde). Het grootste percentage vertelde na
zijn 18e levensjaar.
In een ander onderzoek valt op dat slachtoffers het
binnen de eerste twee dagen vertellen (42%).
Disclosure is een proces! Mensen kunnen er bij
gaan ontkennen (denials). Het kan ook voorkomen dat mensen het al hebben
verteld, maar dat ze dit weer terugtrekken (recantations). Iemand besluit dus niet
van het ene op het andere moment of hij/zij het wel of niet gaat vertellen.
1
, 4. Hoe hebben de onderzoekers het percentage disclosure onderzocht
Er is een online vragenlijst gebruikt waarin deelnemers vragen beantwoordden
over hun seksuele misbruik, disclosure-ervaringen en mentale gezondheid. Er
werd hierbij gefocust op een selecte groep via een bepaalde website. Er is
gekozen voor een retrospectieve studie, dit kunnen we vergelijken met het
percentage disclosure in andere retrospectieve studies. Er zijn hierbij
verschillende resultaten gevonden, wat komt door de definitie van disclosure.
5. Wat is een nadeel van deze studie-opzet
Het was cross-sectioneel, waardoor de causaliteit niet kan worden vastgesteld
De steekproef bestond uit mannen die actief steun zochten via online
hulpwebsites, waardoor de resultaten niet representatief zijn voor alle mannen
met ervaringen in seksueel misbruik
De gegevens waren retrospectief, gebaseerd op zelfrapportage, waarbij het
geheugen van invloed kan zijn. Er komt bijvoorbeeld voor dat mensen zich niet
meer herinneren het misbruik vertelt te hebben aan anderen.
Een ander voorbeeld van studies zijn klinische studies. VB; kinderen komen bij een arts
en er is sprake van een geslachtsziekte. Een hele bekend is ‘Lawson & Chaffin (1992).
- 28 kinderen met geslachtsziekte
o Procedure
Diagnose geslachtsziekte
Oproep terug te komen naar ziekenhuis
Verzorger informeren over diagnose, praten over seksuele
transmissie en mogelijk misbruik -> reactie observeren
Kind wort apart geïnterviewd
Ook hier zie je weer variatie. Hoe sterker het bewijs, hoe hoger het percentage.
Onderzoek naar online misbruik; 20 kinderen van 11-13 jaar oud. Bewijs in vorm van
chatberichten, foto’s en video’s. Hoe reageren kinderen bij een confrontatie? Er zijn veel
2
,verschillende reacties; stress, ontwijken, angst voor straf, bang voor reacties van
omstanders.
6. Hing disclosure in dit onderzoek samen met het welzijn van slachtoffers?
7. Aan wie hebben de slachtoffers in dit onderzoek verteld over het misbruik?
Er is een leeftijd waarop je eerder wat aan vrienden verteld dan aan ouders. In de huidige
maatschappij missen we een ontvanger. Een community zou kunnen helpen om mensen
eerder het seksueel misbruik te laten uitspreken.
Online disclosure
Accessibility & autonomy
o Fysiek: niet altijd iemand in omgeving beschikbaar. Online meer
mogelijkheden om eventueel misbruik te vertellen. Er moet hierbij sprake
zijn van een needing to tell en een opportunity to telll. Deze moeten samen
voorkomen en dus overlappen.
o Needing to tell: realiseren dat dit niet normaal is, geheim levert stress
op, wens dat het stopt
o Opportunity to tell: vertrouwenspersoon beschikbaar, gevoel hebben dat
je geloofd zou worden, gevraagd worden
Begrijpen / duimen
o Online disclosure begint soms als zoektocht naar wat er gebeurd is
o Niet elk slachtoffer kan het misbruik direct als zodanig duiden/labelen
Anonimity
o Drempels ervaren om fysiek te vertellen – kleiner als anoniem
o Soms ‘pre-disclosure’; advies vragen over fysieke disclosure
Autonomy: fysiek; afhankelijk van volwassenen. Online meer autonomie.
Drempels voor disclorure
Sociale steun, geslacht (voor mannen hogere drempel
vaak), relatie tot familie, VB The Voice en Me2
bewegingen die meer aandacht vragen voor dit
onderwerp.
Artikel Lemaigre, Taylor en Gittoes behandelt allerlei
factoren die disclosure belemmeren. Maak hiervan een
net overzicht! Een aantal worden er hieronder nog wel
uitgewerkt
VB Boek Dicht bij Huis Naomi; Naomi van 14 jaar heeft een lichtverstandelijke beperking. Ze wordt
door haar moeder aangemeld voor therapie vanwege seksueel misbruik door haar vader. Het blijkt
dat hij de bovenbenen een borsten van Naomi streelt wanneer ze samen tv kijken. Naomi is in het
ziekenhuis opgenomen en er is aangifte gedaan tegen de vader. Ze voelt zich rot omdat haar
stiefvader misschien naar de gevangenis moet en denkt dat het allemaal door haar komt. Bij
therapie begint ze gelijk met EMDR, dit werkt goed, ze slaapt weer door en ze kan zich beter
concentreren op school. Maar Naomi is nog steeds bang dat haar stiefvader het haar kwalijk gaat
nemen dat ze alles heeft verteld. Stress en angst overheersten.
3
, Wat is hier opvallend, wat is een belemmering; loyaliteit naar de pleger, schuldgevoel. Ze
voelt zich rot en zegt dat hij door haar naar de gevangenis moet. Slachtoffers hebben zelf
het gevoel dat ze verantwoordelijk zijn.
- Meewerken en erger voorkomen
- Niet tegenstribbelen
- Fysieke reacties
- Omstanders; blaming the victim (hoe heb je dit niet doorgehad, waarom vertel je
het nu pas)
Uit het boek Dicht bij Huis gehaald; schuldpizza
Veel kinderen zeggen dat ze zich 100% schuldig voelen. De begeleider legt dan uit dat dit niet kan
— de dader heeft immers het misbruik gepleegd en draagt de echte schuld.
Daarna wordt samen gekeken wie nog meer verantwoordelijkheden hadden of iets hadden kunnen
doen, zoals ouders, leerkrachten, huisarts of anderen. Elk van hen krijgt een “pizzapuntje”.
Zo verdeelt het kind symbolisch de schuld, waardoor zijn of haar eigen schuldgevoel kleiner wordt.
Wat zijn de factoren die samenhangen met de time tot disclose
Hoeveel schuld denkt het kind dat hij/zij zelf heeft. Hoe meer schuld iemand
ervaart hoe langer dit duurt.
Meer angst voor de gevolgen resultaat ook in het langer niet vertellen van het
misbruik. Wanneer de dader bekend is, is deze angst groter.
Daarnaast zijn kinderen bang dat hun ouders hun telefoon afpakt, waardoor ze geen
contact en sociale relaties meer kunnen hebben via sociale media (Gemara et al, Joleby
et al.)
Angsten en relatie met de dader
Gehechtheid
o Ouder is de veilige basis, maar wat als dat niet zo is?
Betrayal Trauma Therapy
o Betrayal Trauma; als een gehechtheidsfiguur het vertrouwen schendt
o Betrayal Blindness; ontkennen of vergeten van misbruik om relatie intact
te houden
Terug naar het verhaal over het pleegmeisje uit Vlaardingen. Hier zijn twee dingen anders
in vergelijking met dit college.
1. Ze is uithuisgeplaatst en in de pleegzorg gezet
Drempels voor deze specifieke groep:
- Niet vertellen vanwege impact op het gezin; grote angst voor overplaatsing, bij
een ander gezien heb je een verlies van personen en gebeurt wellicht hetzelfde
- Past disclosure experiences; vaak is het eerder gebeurd en hebben kinderen het
aan iemand verteld, maar wordt er vervolgens geen actie ondernemen. De angst
dat er nu ook niet iets mee gedaan zou worden. Vaak ook weinig vertrouwen in de
jeugdbescherming.
- Artikel Kirkner et al. (2024) gaat hier verder op in. Zij wilden weten wat de
drempels zijn ten tijde van het misbruik.
2. Er was sprake van mishandeling en verwaarlozing
4