Bestuursrecht theorie:
Functie bestuursrecht
Het bestuursrecht regelt rechten en plichten van overheid en burgers ten opzichte van
elkaar (Marseille)
Het bestuursrecht heeft dus de volgende functies hiermee:
1. Ordende functie: regels ordenen/ handhaven
De ordende functie was vooral in gebruik begin 19e eeuw
2. Presterende functie: de overheid moet iets doen, ze moeten presenteren
voor het welzijn van de burgers. Deze functie wordt geleverd op de volgende
fronten:
1) Zorg
2) Onderwijs
3) Justitie
4) Veiligheid
De presterende functie was vooral eind 19e eeuw
3. Sturende functie: je kan de bevolking een bepaalde richting op sturen
De sturende functie was vooral in de loop van de 20 e eeuw
4. Arbitrerende functie: afwegingen maken wat te doen, welk belang weegt het
zwaarste?
De arbitrerende functie wordt inmiddels ook gebruikt
Rechten en plichten
In het bestuursrecht gaat het tussen overheid en burger, dit is als volgt geregeld:
Een burger heeft de volgende rechten en plichten:
Rechten Plichten
Aanspraken (uitzondering is uitsluiting) Geboden (uitzondering is vrijstelling)
Vrijheden (uitzondering is beperking) Verboden (uitzondering is vergunning of
ontheffing)
Deze rechten en plichten komen voort uit het legaliteitsbeginsel (=de
overheid mag alleen optreden op basis van een wettelijke grondslag)
Verschillende ambten van machten hebben rechten:
, Regels in het bestuursrecht
De uitvoerende macht heeft niet helemaal onbeperkte vrijheid in zijn bestuur, er is namelijk
het algemeen beginsel van behoorlijk bestuur, deze geeft de volgende uitgangspunten:
1. Spelregels
2. Uitgangspunten
3. Bestuur moet zich eraan houden
4. Nu grotendeels geschreven, deels nog ongeschreven
Het bestuursrecht heeft naast het algemeen beginsel van behoorlijk bestuur ook een
handhavende functie:
1. Deze zorgt voor toediening en afdwinging van het naleven van regels
Dit valt onder toezicht en handhaving
2. Deze zorgt er ook voor dat burgers de overheid kunnen dwingen om zich aan
de regels te houden
Dit valt onder rechtsbescherming
Je hebt in het bestuursrecht ook nog verschillende bronnen van regels:
1. Geschreven en ongeschreven regels
2. Wetten in formele zin en besluiten
3. Originaire en gedelegeerde regels
4. Algemene en bijzondere regels
5. Nationale en internationale regels
Algemene wet Bestuursrecht
De belangrijkste bron voor het bestuursrecht in de AWB, deze geeft de algemene
(spel)regels die voor het gehele bestuursrecht gelden. Verder is de bijzondere wetgeving van
belang bij het bestuursrecht
De AWB is als volgt opgebouwd:
Art 8:1 AWB is het ‘hart van het bestuursrecht’ deze zegt ‘een belanghebbende kan
tegen een besluit beroep instellen bij de bestuursrechter’
Het AWB heeft een verhouding ten opzichte van andere bestuurlijke wetgeving, namelijk:
1. Dwingend recht: je MOET je hieraan houden
2. Semi-dwingend/ regelend recht: je mag onder omstandigheden van het dwingend
recht afwijken
3. Aanvullend recht: als er bij een regeling niks vernoemd staat, dan wordt de AWB
gezien als aanvulling
4. Facultatief recht: de regels zijn alleen van toepassing als dat is genoemd in de
andere wet(geving)
Functie bestuursrecht
Het bestuursrecht regelt rechten en plichten van overheid en burgers ten opzichte van
elkaar (Marseille)
Het bestuursrecht heeft dus de volgende functies hiermee:
1. Ordende functie: regels ordenen/ handhaven
De ordende functie was vooral in gebruik begin 19e eeuw
2. Presterende functie: de overheid moet iets doen, ze moeten presenteren
voor het welzijn van de burgers. Deze functie wordt geleverd op de volgende
fronten:
1) Zorg
2) Onderwijs
3) Justitie
4) Veiligheid
De presterende functie was vooral eind 19e eeuw
3. Sturende functie: je kan de bevolking een bepaalde richting op sturen
De sturende functie was vooral in de loop van de 20 e eeuw
4. Arbitrerende functie: afwegingen maken wat te doen, welk belang weegt het
zwaarste?
De arbitrerende functie wordt inmiddels ook gebruikt
Rechten en plichten
In het bestuursrecht gaat het tussen overheid en burger, dit is als volgt geregeld:
Een burger heeft de volgende rechten en plichten:
Rechten Plichten
Aanspraken (uitzondering is uitsluiting) Geboden (uitzondering is vrijstelling)
Vrijheden (uitzondering is beperking) Verboden (uitzondering is vergunning of
ontheffing)
Deze rechten en plichten komen voort uit het legaliteitsbeginsel (=de
overheid mag alleen optreden op basis van een wettelijke grondslag)
Verschillende ambten van machten hebben rechten:
, Regels in het bestuursrecht
De uitvoerende macht heeft niet helemaal onbeperkte vrijheid in zijn bestuur, er is namelijk
het algemeen beginsel van behoorlijk bestuur, deze geeft de volgende uitgangspunten:
1. Spelregels
2. Uitgangspunten
3. Bestuur moet zich eraan houden
4. Nu grotendeels geschreven, deels nog ongeschreven
Het bestuursrecht heeft naast het algemeen beginsel van behoorlijk bestuur ook een
handhavende functie:
1. Deze zorgt voor toediening en afdwinging van het naleven van regels
Dit valt onder toezicht en handhaving
2. Deze zorgt er ook voor dat burgers de overheid kunnen dwingen om zich aan
de regels te houden
Dit valt onder rechtsbescherming
Je hebt in het bestuursrecht ook nog verschillende bronnen van regels:
1. Geschreven en ongeschreven regels
2. Wetten in formele zin en besluiten
3. Originaire en gedelegeerde regels
4. Algemene en bijzondere regels
5. Nationale en internationale regels
Algemene wet Bestuursrecht
De belangrijkste bron voor het bestuursrecht in de AWB, deze geeft de algemene
(spel)regels die voor het gehele bestuursrecht gelden. Verder is de bijzondere wetgeving van
belang bij het bestuursrecht
De AWB is als volgt opgebouwd:
Art 8:1 AWB is het ‘hart van het bestuursrecht’ deze zegt ‘een belanghebbende kan
tegen een besluit beroep instellen bij de bestuursrechter’
Het AWB heeft een verhouding ten opzichte van andere bestuurlijke wetgeving, namelijk:
1. Dwingend recht: je MOET je hieraan houden
2. Semi-dwingend/ regelend recht: je mag onder omstandigheden van het dwingend
recht afwijken
3. Aanvullend recht: als er bij een regeling niks vernoemd staat, dan wordt de AWB
gezien als aanvulling
4. Facultatief recht: de regels zijn alleen van toepassing als dat is genoemd in de
andere wet(geving)