Maaike Meindertsma
Leerlingnummer: 2433621
Is cognitieve gedragstherapie ook wel afgekort als CGT aan te raden bij 65-plussers met een
angststoornis?
Angststoornissen komen veelvuldig voor bij mensen binnen onze samenleving, waaronder 65-plussers, die
een derde van alle diagnoses opmaken (Hendriks et al., 2021). Volgens de brochure van het Trimbos
Instituut (2014) kan angst worden gezien als het ervaren van controleverlies en het ondergaan van een
dreiging. Angst kan echter sterk verschillen per persoon, wat het een persoonsgebonden kwestie maakt.
Een angststoornis kan worden gediagnosticeerd als langdurige angst die dagelijkse handelingen sterk
beïnvloedt. Hoewel cognitieve gedragstherapie (CGT) algemeen als effectieve behandelmethode wordt
beschouwd (Carpenter et al., 2018; David et al., 2018), is er onzekerheid over de effectiviteit ervan bij
ouderen. Er is maar beperkt empirisch bewijs voor de effectiviteit van CGT bij 65-plussers (Oude
Voshaar, 2013). Hierdoor kunnen geen definitieve conclusies worden getrokken over de effectiviteit van
CGT bij ouderen. Dit roept de vraag op: is cognitieve gedragstherapie effectief bij de behandeling van
angststoornissen bij mensen van 65 jaar en ouder?
Het artikel van Hendriks et al. bespreekt de toepassing van CGT bij ouderen, zowel de positieve als
negatieve aspecten daarvan. Volgens Kishita & Laidlaw (2017) neemt de effectiviteit van CGT af met de
toename van leeftijd. Zij berekenen voor de behandeling van gegeneraliseerde angststoornis (GAS) bij
65-plussers een effectiviteit van 0,55, terwijl deze bij jongere volwassenen tussen de 18 en 65 jaar op 0,94
ligt. Deze conclusie is echter niet betrouwbaar, omdat er geen vergelijking tussen leeftijdsgroepen is
gemaakt. Aan de andere kant toont onderzoek van Hendriks et al. (2014) juist aan dat CGT bij ouderen
met paniekstoornis en agorafobie effectiever kan zijn dan bij jongere volwassenen. Dit onderzoek is
echter niet gelijkmatig uitgevoerd met een ratio van 30:160, hierdoor kunnen er geen conclusies getrokken
worden. Een andere studie van Chaplin et al. (2015) toonde aan dat 70% van de ouderen met GAS
verbetering ziet na psychologische behandeling, waaronder CGT. Terwijl dit maar geldt voor 60% van de
jongere volwassenen. Ook worden er suggesties gedaan van het aanpassen van CGT bij ouderen
(Mohlman et al., 2003). Beperkingen zoals gehoorverlies, hartfalen en longklachten kunnen de toepassing
van CGT beïnvloeden, waardoor aanpassingen bij deze patiënten handig kunnen zijn. Deze fysieke
klachten zijn alleen niet beperkt tot ouderen en komen ook voor bij jongeren.
Een belangrijk aandachtspunt bij ouderen van 65-plus is de achteruitgang van executieve cognitieve
functies, die een rol spelen bij het verwerken van CGT. Hierdoor is het mogelijk dat de effectiviteit
achteruit gaat bij de toepassing van CGT voor deze mensen (Mohlmann, 2013). Vooraf testen of training
van werkgeheugen kan de effectiviteit van CGT bij mensen met een verminderde cognitieve executieve
functies verbeteren. Daarnaast maken veel CGT-programma’s gebruik van online vragenlijsten. Uit
onderzoek van Janssen et al. (2017) blijkt dat 75% van de ouderen zich niet digitaal vaardig genoeg voelt
om deze correct in te vullen. Dit is een leeftijdsgerelateerd probleem dat niet samenhangt met de
aanwezigheid van een angststoornis, maar met de juiste aanpassingen wordt dit probleem verholpen.
Uit dit artikel valt op te maken dat CGT een effectieve behandelmethode kan zijn voor angststoornissen
bij 65-plussers, ondanks dat er weinig empirische onderbouwing voor is (Oude Voshaar, 2013).
Onderzoeken suggereren dat de effectiviteit bij ouderen lager is dan bij 18-65 jarige (Kishita & Laidlaw,
2017), terwijl andere studies juist aantonen dat CGT even effectief of zelfs effectiever kan zijn bij
angststoornissen zoals een paniekstoornis en agorafobie bij ouderen (Hendriks et al.). Daarnaast spelen
cognitieve achteruitgang en digitale vaardigheden een rol, maar met aanpassingen kan dit opgelost
worden. De nadelen vormen niet genoeg argumenten om CGT niet toe te passen. Er wordt eerder
Leerlingnummer: 2433621
Is cognitieve gedragstherapie ook wel afgekort als CGT aan te raden bij 65-plussers met een
angststoornis?
Angststoornissen komen veelvuldig voor bij mensen binnen onze samenleving, waaronder 65-plussers, die
een derde van alle diagnoses opmaken (Hendriks et al., 2021). Volgens de brochure van het Trimbos
Instituut (2014) kan angst worden gezien als het ervaren van controleverlies en het ondergaan van een
dreiging. Angst kan echter sterk verschillen per persoon, wat het een persoonsgebonden kwestie maakt.
Een angststoornis kan worden gediagnosticeerd als langdurige angst die dagelijkse handelingen sterk
beïnvloedt. Hoewel cognitieve gedragstherapie (CGT) algemeen als effectieve behandelmethode wordt
beschouwd (Carpenter et al., 2018; David et al., 2018), is er onzekerheid over de effectiviteit ervan bij
ouderen. Er is maar beperkt empirisch bewijs voor de effectiviteit van CGT bij 65-plussers (Oude
Voshaar, 2013). Hierdoor kunnen geen definitieve conclusies worden getrokken over de effectiviteit van
CGT bij ouderen. Dit roept de vraag op: is cognitieve gedragstherapie effectief bij de behandeling van
angststoornissen bij mensen van 65 jaar en ouder?
Het artikel van Hendriks et al. bespreekt de toepassing van CGT bij ouderen, zowel de positieve als
negatieve aspecten daarvan. Volgens Kishita & Laidlaw (2017) neemt de effectiviteit van CGT af met de
toename van leeftijd. Zij berekenen voor de behandeling van gegeneraliseerde angststoornis (GAS) bij
65-plussers een effectiviteit van 0,55, terwijl deze bij jongere volwassenen tussen de 18 en 65 jaar op 0,94
ligt. Deze conclusie is echter niet betrouwbaar, omdat er geen vergelijking tussen leeftijdsgroepen is
gemaakt. Aan de andere kant toont onderzoek van Hendriks et al. (2014) juist aan dat CGT bij ouderen
met paniekstoornis en agorafobie effectiever kan zijn dan bij jongere volwassenen. Dit onderzoek is
echter niet gelijkmatig uitgevoerd met een ratio van 30:160, hierdoor kunnen er geen conclusies getrokken
worden. Een andere studie van Chaplin et al. (2015) toonde aan dat 70% van de ouderen met GAS
verbetering ziet na psychologische behandeling, waaronder CGT. Terwijl dit maar geldt voor 60% van de
jongere volwassenen. Ook worden er suggesties gedaan van het aanpassen van CGT bij ouderen
(Mohlman et al., 2003). Beperkingen zoals gehoorverlies, hartfalen en longklachten kunnen de toepassing
van CGT beïnvloeden, waardoor aanpassingen bij deze patiënten handig kunnen zijn. Deze fysieke
klachten zijn alleen niet beperkt tot ouderen en komen ook voor bij jongeren.
Een belangrijk aandachtspunt bij ouderen van 65-plus is de achteruitgang van executieve cognitieve
functies, die een rol spelen bij het verwerken van CGT. Hierdoor is het mogelijk dat de effectiviteit
achteruit gaat bij de toepassing van CGT voor deze mensen (Mohlmann, 2013). Vooraf testen of training
van werkgeheugen kan de effectiviteit van CGT bij mensen met een verminderde cognitieve executieve
functies verbeteren. Daarnaast maken veel CGT-programma’s gebruik van online vragenlijsten. Uit
onderzoek van Janssen et al. (2017) blijkt dat 75% van de ouderen zich niet digitaal vaardig genoeg voelt
om deze correct in te vullen. Dit is een leeftijdsgerelateerd probleem dat niet samenhangt met de
aanwezigheid van een angststoornis, maar met de juiste aanpassingen wordt dit probleem verholpen.
Uit dit artikel valt op te maken dat CGT een effectieve behandelmethode kan zijn voor angststoornissen
bij 65-plussers, ondanks dat er weinig empirische onderbouwing voor is (Oude Voshaar, 2013).
Onderzoeken suggereren dat de effectiviteit bij ouderen lager is dan bij 18-65 jarige (Kishita & Laidlaw,
2017), terwijl andere studies juist aantonen dat CGT even effectief of zelfs effectiever kan zijn bij
angststoornissen zoals een paniekstoornis en agorafobie bij ouderen (Hendriks et al.). Daarnaast spelen
cognitieve achteruitgang en digitale vaardigheden een rol, maar met aanpassingen kan dit opgelost
worden. De nadelen vormen niet genoeg argumenten om CGT niet toe te passen. Er wordt eerder