Table of Contents
cognitive Psychology................................................................1
A. Learning objectives................................................................................................. 1
B. Learning objectives................................................................................................. 3
C. Learning objectives................................................................................................. 6
WAAR OF NIET WAAR VRAGEN....................................................................................8
VERDIEPENDE VRAGEN 1............................................................................................ 8
Problem 2. A Ballad To Forget...................................................................................11
A. Learning objectives............................................................................................... 11
B. Learning objectives............................................................................................... 13
C. Learning objectives...............................................................................................17
verdiepingsvragen 2.................................................................................................. 19
hoorcollege 2............................................................................................................ 26
problem 3: Can't Get You Out Of My Head................................................................30
A. Learning objectives............................................................................................... 30
B. Learning objectives............................................................................................... 33
C. Learning objectives...............................................................................................35
verdiepingsvragen 3.................................................................................................. 37
hoorcollege 3............................................................................................................ 41
problem 4: concepts.................................................................................................. 46
A. Learning objectives............................................................................................... 46
B. Learning objectives............................................................................................... 49
C. Learning objectives...............................................................................................51
verdiepende vragen 4............................................................................................... 53
hoorcollege 4............................................................................................................ 55
problem 5: Long distance zoom................................................................................60
verdiepende vragen 5............................................................................................... 64
hoorcollege 5............................................................................................................ 68
problem 6: when logics die.......................................................................................74
hoorcollege 6............................................................................................................ 78
problem 7: Compute................................................................................................90
verdiepingsvragen 7.................................................................................................. 97
hoorcollege 7.......................................................................................................... 100
probleem 8.............................................................................................................. 106
hoorcollege 8.......................................................................................................... 113
A. Learning objectives
1. Waarom blijven sommige gebeurtenissen onopgemerkt
Gebeurtenissen blijven vaak onopgemerkt doordat onze aandacht op iets
anders is gericht. Dit fenomeen staat bekend als inattentional blindness.
Ons brein lijkt slechts één informatiestroom tegelijkertijd te kunnen
verwerken, waardoor andere informatie uit ons bewustzijn wordt gefilterd. We
nemen voornamelijk datgene waar dat de focus van onze cognitieve
inspanningen, onze aandacht, ontvangt Dit principe is gedemonstreerd in
taken zoals dichotisch luisteren, waarbij mensen zich concentreren op spraak
in één oor en veranderingen in het andere, genegeerde oor, zoals een
taalwisseling of onzinnige inhoud, vaak niet opmerken. Dit wordt een vorm van
cognitieve doofheid genoemd, veroorzaakt door gerichte, selectieve aandacht.
Visuele studies hebben vergelijkbare resultaten getoond: proefpersonen die zich
richtten op één van twee transparante, overlappende videostreams, misten vaak
onverwachte gebeurtenissen in de genegeerde stream, zelfs wanneer ze er
direct naar keken. Het meest bekende voorbeeld is het gorilla-experiment,
,waarbij de helft van de observatoren een persoon in een gorillapak miste die
door een basketbalwedstrijd liep terwijl ze bezig waren met het tellen van
balpassen.
Cruciale factoren die bepalen of iets onopgemerkt blijft, zijn
- de mate van inspanning die een cognitieve taak vereist (hoe meer
inspanning, hoe groter de kans om iets te missen),
- en de gelijkenis van het onverwachte object met de items waarop
de aandacht is gericht of de genegeerde items (objecten die lijken
op genegeerde elementen worden minder snel opgemerkt).
- De beperkingen liggen niet puur bij de visuele zintuigen, maar bij de
capaciteit van de aandacht.
Zonder aandacht voor een onverwachte gebeurtenis, wordt men er waarschijnlijk
niet bewust van. Het auditieve equivalent hiervan is inattentional deafness, waarbij
mensen een onverwacht geluid niet opmerken wanneer hun aandacht op andere
aspecten van een scène is gericht.
2. Wat bepaalt welke informatie we wel en niet verwerken?
De informatie die we verwerken, wordt primair bepaald door de focus van onze
cognitieve aandacht. We hebben een beperkte capaciteit voor aandacht, en
deze capaciteit dicteert wat tot ons bewustzijn doordringt.
Gerichte aandacht (focused attention) is de sleutel, omdat het ons in staat stelt om in
te zoomen op specifieke stimuli en irrelevante afleidingen actief uit te
filteren.
- De eigenschappen van de informatie zelf spelen ook een rol: onverwachte
objecten die kenmerken delen met de items waarop de aandacht is
gericht, worden waarschijnlijker opgemerkt.
- De moeilijkheidsgraad of de vereiste cognitieve inspanning van de
primaire aandachtstaak is een belangrijke factor; hoe veeleisender de
taak, hoe minder beschikbare aandacht er is voor onverwachte
gebeurtenissen, en hoe groter de kans dat deze worden gemist.
- Afleiding speelt ook een grote rol: hoe meer we afgeleid zijn, hoe minder
we ons bewust zijn van onze omgeving, wat resulteert in een vorm van
tunnelvisie.
3. Hoe werkt selectieve aandacht?
Selectieve aandacht is het vermogen om één stroom van informatie te kiezen
en te verwerken, terwijl andere informatiestromen worden genegeerd en
effectief uit het bewustzijn worden gefilterd.
Dit proces stelt ons in staat om onze cognitieve inspanningen te
concentreren op datgene wat we willen waarnemen of horen. Bij taken zoals
dichotisch luisteren of selectief kijken, richten proefpersonen hun aandacht
op een specifieke auditieve of visuele stream, bijvoorbeeld door woorden in één
oor te herhalen of balpassen te tellen in een video. Hierdoor worden ze “doof” of
“blind” voor de inhoud van de genegeerde stroom, zelfs wanneer deze zintuiglijk
aanwezig is. Alleen grote fysieke veranderingen in de genegeerde stroom
worden soms opgemerkt.
De werking van selectieve aandacht leidt ertoe dat we onverwachte objecten of
gebeurtenissen kunnen missen die buiten de focus van onze aandacht vallen,
een fenomeen dat bekend staat als inattentional blindness.
,Hoewel selectieve aandacht essentieel is voor efficiënte observatie en het
uitfilteren van irrelevante afleidingen, maakt het ons ook kwetsbaar voor het
missen van belangrijke signalen die niet direct tot de focus behoren.
4. Hoe werkt verdeelde aandacht?
De bronnen suggereren dat multitasking, in de zin van het gelijktijdig en
effectief uitvoeren van meerdere taken, grotendeels een misvatting is.
In plaats van het tegelijkertijd in acht nemen van meerdere taken, wordt
aangenomen dat mensen hun aandacht snel wisselen tussen taken.
Deze "verdeelde aandacht" leidt vaak tot een verminderd situationeel
bewustzijn en verhoogt de kans dat belangrijke gebeurtenissen worden gemist.
Een duidelijk voorbeeld is het gebruik van een mobiele telefoon tijdens het
autorijden of lopen, wat de kans op het missen van cruciale visuele of auditieve
informatie significant vergroot. Mensen hebben de verkeerde intuïtie dat ze
prima kunnen multitasken en dat ze net zo goed presteren wanneer ze afgeleid
zijn als wanneer ze volledig gefocust zijn, terwijl de realiteit anders is. Aangezien
er geen "magisch elixer" is om de grenzen van de aandacht te overwinnen,
wordt geadviseerd om afleidingen te vermijden en de aandacht te
maximaliseren op de belangrijkste taak, vooral in situaties met potentieel
catastrofale gevolgen, zoals tijdens het autorijden
B. Learning objectives
1. Hoe kan iets uw aandacht trekken?
Iets kan uw aandacht trekken door onderscheidende zintuiglijke kenmerken
van de spraak van een spreker,
- Zoals een hoge of lage toonhoogte, spreektempo en ritme.
- De geluidsintensiteit (volume) van een geluidsbron speelt ook een rol.
- De locatie van de geluidsbron helpt bij het lokaliseren van het
doelgeluid, mede door volumeverschillen tussen de oren. Recent
onderzoek suggereert echter dat ruimtelijke aanwijzingen minder
belangrijk zijn dan hoe harmonieus en ritmisch de doelgeluiden zijn.
Fysieke, zintuiglijke veranderingen in een genegeerde boodschap, zoals een
verandering naar een toon of een stemwisseling van mannelijk naar vrouwelijk,
kunnen worden opgemerkt. Persoonlijk belangrijke boodschappen, zoals uw
eigen naam, kunnen door de filter van selectieve aandacht heen breken en uw
aandacht trekken, zelfs als u deze probeert te negeren.
Algemeen geldt dat we stimuli eerst op een laag niveau analyseren op
doeleigenschappen zoals luidheid en toonhoogte. Als de stimuli deze
eigenschappen bezitten, gaan ze door naar de volgende fase voor perceptuele
analyse van hun betekenis en relevantie.
2. Hoe komt het dat u uw naam hoort in een ander gesprek, maar anderen niet?
Ongeveer één derde van de mensen zal hun aandacht richten op hun naam
wanneer deze in een genegeerde boodschap wordt gepresenteerd. Onderzoek
heeft aangetoond dat mensen, zelfs wanneer ze de meeste andere, hoog-niveau
(zoals semantische) aspecten van een genegeerde boodschap negeren, vaak
nog wel hun naam herkennen in het genegeerde oor. De reden hiervoor is
dat boodschappen die van groot belang zijn voor een persoon door de filter van selectieve
aandacht heen kunnen breken. Dit suggereert dat informatie die persoonlijk
relevant is, een prioriteit heeft in ons verwerkingssysteem.
, Sommige onderzoekers merken op dat degenen die hun naam horen in een
genegeerde boodschap, een beperkte werkgeheugencapaciteit hebben,
waardoor ze gemakkelijker afgeleid zijn.
3. Kunt u meerdere berichten tegelijk horen en verwerken?
De bronnen suggereren dat het effectief verwerken van meerdere
boodschappen tegelijkertijd beperkt is. Volgens Broadbent's model laten
attentiefilters slechts één kanaal van zintuiglijke informatie door naar de
perceptie, terwijl andere stimuli op zintuiglijk niveau worden uitgefilterd en nooit
het niveau van betekenis bereiken.
In experimenten met dichotisch luisteren (waarbij in elk oor een andere boodschap
wordt gepresenteerd), zijn deelnemers succesvol in het volgen van één
boodschap, maar merken ze vaak geen semantische veranderingen op in de
genegeerde boodschap, zoals een taalwisseling. Dit impliceert dat diepere
verwerking van meerdere boodschappen tegelijk moeilijk is. Echter, er is bewijs
dat enige informatie over genegeerde signalen wel wordt geanalyseerd.
Bijvoorbeeld, deelnemers merkten de eerste paar woorden van een boodschap
op die naar het genegeerde oor was verplaatst, en herkenden genegeerde
boodschappen die identiek of vertaald waren naar de aandachtsboodschap.
Treisman's Attenuatiemodel stelt dat de filter de sterkte van niet-doelstimuli
verzwakt (attenueert), in plaats van deze volledig te blokkeren. Dit betekent
dat een verzwakte versie van de genegeerde stimulus nog steeds wordt
doorgegeven en later perceptueel wordt geanalyseerd op betekenis, waardoor
het onder bepaalde omstandigheden in het bewustzijn kan komen.
Zowel vroege als late filtermodellen gaan ervan uit dat er een
aandachts-"bottleneck" is waar slechts één informatiebron doorheen kan. De
vraag is alleen waar die bottleneck precies zit in het verwerkingsproces.
4. Wat voor theorieën zijn er die verklaren hoe en wanneer u informatie verwerkt?
De theorieën die het verwerken van informatie verklaren, vallen onder de
categorie van filter- en bottlenecktheorieën. Deze modellen verschillen in de
vraag of ze een duidelijke filter hebben en, zo ja, waar deze filter zich bevindt in
de informatiestroom (vroeg of laat).
De belangrijkste theorieën zijn:
- Broadbent's Model (Vroege Filtertheorie): Stelt voor dat informatie direct na
zintuiglijke waarneming wordt gefilterd, waarbij slechts één kanaal wordt
doorgelaten voor verdere verwerking.