VRUCHT
Vrucht komt uit het vruchtbeginsel (ovarium) na bevruchting zaadknoppen
(ovules)
Zaad komt uit zaadknoppen.
Er is geen bevruchting nodig om vruchten te vormen (bij sommige
soorten), bij meeste planten is er wel bevruchting nodig.
Geen bevruchting nodig = parthenocarpie:
Ontwikkeling van vruchten zonder bevruchting (natuurlijk of
artificieel)
Normaalgezien zaadloos
Bv banaan, komkommer
Artificieel door hormonen op de plant te spuiten zorgt dat vrucht
vormt zonder bevruchting; zal zorgen dat er geen pitten in zitten
zoals bij pitloze druiven artificieel
Echte vrucht bestaat enkel uit delen van ovarium.
Schijnvrucht bevat delen van het ovarium maar ook nog andere
bloemdelen.
Vruchtwand (= pericarp) bestaat uit exocarp, mesocarp en endocarp
Echte, droge vruchten
Droge vruchten hebben geen vruchtvlees
Niet openspringen:
o Graanvrucht: vruchtwand (dun) en zaadhuid vergroeid
zemelen
o Dopvrucht: vruchtwand en zaadhuid niet vergroeid
o Nootje (gevleugeld of met napje): ontstaan uit meerdere
carpellen met meerdere zaadknoppen 1 ontwikkelt zich
o Cypsela: onderstandig vruchtbeginsel + andere bloemdelen
(bv pappus Asteraceae)
Wel openspringend: meerdere zaadjes in 1 vrucht, maar 1 vrucht
In elk hokje van een vrucht zit maar 1 zaadje
o Splitvrucht: meerhokkige vruchtbeginsels die uiteenvallen in
hokjes die zich niet openen
o Kluisvrucht: idem, maar elk hokje spring afzonderlijk open
types kunnen herkennen
1
, Doosvrucht
Meerdere zaadbeginsels per carpel (dus meerdere zaden per hokje)
1 carpel:
o Kokervrucht: 1 carpel, springt open langs 1 naad
o Peul: 1 carpel, springt open langs 2 naden typische vrucht
van Fabaceae (bonen)
2 carpellen:
o Hauw: 2 carpellen, vals tussenschot) typische vrucht van
brasecaceae (brokoli, radijs)
> 2 carpellen:
o Echte doosvrucht (10 – 100 zaden in vrucht)
2
Vrucht komt uit het vruchtbeginsel (ovarium) na bevruchting zaadknoppen
(ovules)
Zaad komt uit zaadknoppen.
Er is geen bevruchting nodig om vruchten te vormen (bij sommige
soorten), bij meeste planten is er wel bevruchting nodig.
Geen bevruchting nodig = parthenocarpie:
Ontwikkeling van vruchten zonder bevruchting (natuurlijk of
artificieel)
Normaalgezien zaadloos
Bv banaan, komkommer
Artificieel door hormonen op de plant te spuiten zorgt dat vrucht
vormt zonder bevruchting; zal zorgen dat er geen pitten in zitten
zoals bij pitloze druiven artificieel
Echte vrucht bestaat enkel uit delen van ovarium.
Schijnvrucht bevat delen van het ovarium maar ook nog andere
bloemdelen.
Vruchtwand (= pericarp) bestaat uit exocarp, mesocarp en endocarp
Echte, droge vruchten
Droge vruchten hebben geen vruchtvlees
Niet openspringen:
o Graanvrucht: vruchtwand (dun) en zaadhuid vergroeid
zemelen
o Dopvrucht: vruchtwand en zaadhuid niet vergroeid
o Nootje (gevleugeld of met napje): ontstaan uit meerdere
carpellen met meerdere zaadknoppen 1 ontwikkelt zich
o Cypsela: onderstandig vruchtbeginsel + andere bloemdelen
(bv pappus Asteraceae)
Wel openspringend: meerdere zaadjes in 1 vrucht, maar 1 vrucht
In elk hokje van een vrucht zit maar 1 zaadje
o Splitvrucht: meerhokkige vruchtbeginsels die uiteenvallen in
hokjes die zich niet openen
o Kluisvrucht: idem, maar elk hokje spring afzonderlijk open
types kunnen herkennen
1
, Doosvrucht
Meerdere zaadbeginsels per carpel (dus meerdere zaden per hokje)
1 carpel:
o Kokervrucht: 1 carpel, springt open langs 1 naad
o Peul: 1 carpel, springt open langs 2 naden typische vrucht
van Fabaceae (bonen)
2 carpellen:
o Hauw: 2 carpellen, vals tussenschot) typische vrucht van
brasecaceae (brokoli, radijs)
> 2 carpellen:
o Echte doosvrucht (10 – 100 zaden in vrucht)
2