Medische biologie BS3 & BS4
De maag – ventriculus (zak, zak waar voeding wordt opgeslagen) of gaster
Functies:
- Tijdelijke opslag
- Kneding
- Chemische afbraak
- Doden ziektekiemen (door de pH)
- Productie van intrinsieke factor
Sterke musculatuur kunnen bewegen in verschillende richtingen.
- Longitudinale laag (in de lengte)
- Circulaire laag
- Schuine laag
Gastritis – maagontsteking
Activiteit van de maag
1. Cefalische fase
- Maagsapafgifte
2. Gastrische fase
- Knedende bewegingen
- Maagsapafgifte
- pH daalt sterk
3. Intestinale fase
- Eerste chymus (de brei) gaat door de pylorus (maagportier)
- Activiteit van de maag neemt af
- Kleine beetjes worden doorgelaten
Via twaalfvingerige darm
Dunne en dikke darm
Dunne darm – belangrijkst voor resorptie van voedingsstoffen, totaal zo’n
6 meter opgevouwen in de buik.
- Duodenum – twaalfvingerige darm
- Jejunum – nuchtere darm, omdat bij lijkschouwingen de darm
meestal leeg is.
- Ileum – kronkeldarm
Dunne darm
Oppervlakte vergroting
, - Darmplooien
- Villi (darmvlokken)
- Microvilli
Oppervlakte wordt vergroot dus er kunnen meer voedingsstoffen
worden opgenomen.
In de microvilli bevinden zich capillairen netwerk, daarmee
voedingsstoffen afgevoerd en O2 aangevoerd.
Afvoer via poortader naar lever, kunnen worden bewerkt.
Verteringssappen
- Darmsap 1,8 liter per etmaal
- Pancreassap – alvleesklier
- Gal – lever, galblaas
Dikke darm
Belangrijkste functie van de dikke darm is vocht ontrekken uit de brei, al
het vocht eruit halen
Colon
- Cecum (blinde darm)
- Appendix vermiforme (wormvorming aanhangsel)
- Colon ascendens (opstijgende deel)
- Colon transversum (dwars verlopende deel)
- Colon descendens (afdalende deel)
- Colon sigmoideum (ampul)
- Rectum (endeldarm)
- Anus
Functie
- Ontrekken van water (uit spijsverteringsappen)
- Productie vitamine K
- Opslag van ontlasting
Defecatiereflex (ontlastingsreflex)
Twee sluitspieren:
- M. sphincter ani internus (interne anale sphincter)
- M. sphincter ani externus (externe anale sphincter)
Histologie spijsverteringskanaal
,Weefselleer
Mucosa
- Slijmvlieslaag
- Lamina propria
- Muscularis mucosae
Submucosa
- Bloedvaten
- Lymfevaten (vetten opnemen)
- Zenuwvezels, heb je nodig gladde spierweefsel te bewegen.
Muscularis externa (spierweefsel) darmperistaltiek
- Kringspieren
- Lengte spieren
- Zenuwvezels
Serosa (visceraal peritoneum) darmen op hun plek houd
Parietale peritoneum buikvlies wand buik
Mesenteria
Spijsverteringsenzymen
Vertering en opname van: koolhydraten, vetten en eiwitten
Koolhydraten:
Mond amylase:
- Complexe koolhydraten tot kleinere moleculen (disachariden)
- Na twee uur door maagzuur gedeactiviteerd
Pancreas amylase:
- Breekt overige koolhydraten af tot kleinere moleculen
Dunne darm maltase, sucrase, lactase:
- Zet di- en trisaccharide om tot monosachariden
Opname door gefaciliteerde diffusie of co- transport in darmepitheel
Vertering en opname van vetten
Mond linguale lipase (enzym die vetten een gedeelte kan afbreken)
- Breekt een deel van de vetmoleculen gedeeltelijk af
Lever galzure zure zouten (emulgeren vetten)
Pancreas lipase (enzym, vetten afbraak)
- Micellen (complexe onderdelen van vetten) worden gevormd
Opname via darmepitheel, nieuwe triglyceriden worden gevormd
Worden bekleed met eiwitten (chylomicron)
Diffunderen in chylusvaten
Vertering van eiwitten
Maag pepsine:
, - Breekt eiwit af in kleinere polypeptide fragmenten
Pancreas trypsine, chymotrypsine, carboxypeptidase
- Breken verder af tot korte polypeptidenketens en aminozuren
Dunne darm peptidasen
- Breken korte polypeptidenketens af tot aminozuren
Via gefaciliteerde diffusie en co-transport naar capillairen
Carbohydrase: amylase
Lipase: linguale lipase
Protease: pepsine
Galzure zouten
Carbohydrase: amylase
Lipase
Proteasen: trypsine, chymotrypsine, caboxypeptidase
Carbohydrasen: maltase, sucrase, lactase
Protease: peptidasen
Slikken en braken
Gelulitie = slikken
- Zeer complex proces
Bestaat uit 3 fasen
- Buccale fase
- De faryngeale fase
- Oesofageale fase
Voorafgaand aan het slikken
- Kauwen
- Speeksel wordt toegevoegd
kleiner en smeuïger
Buccale fase: tong massa bij elkaar duwen kleine vaste massa (bolus)
enige fase die bewust kan worden bestuurd. Tong tegen harde gedeelte
gehemelte geduwt. Bolus naar achterkant van de keel wordt geplaatst.
Hierdoor sluit de palatum molle: klepje die achterin sluit om het eten niet
in de neus te laten komen.
De maag – ventriculus (zak, zak waar voeding wordt opgeslagen) of gaster
Functies:
- Tijdelijke opslag
- Kneding
- Chemische afbraak
- Doden ziektekiemen (door de pH)
- Productie van intrinsieke factor
Sterke musculatuur kunnen bewegen in verschillende richtingen.
- Longitudinale laag (in de lengte)
- Circulaire laag
- Schuine laag
Gastritis – maagontsteking
Activiteit van de maag
1. Cefalische fase
- Maagsapafgifte
2. Gastrische fase
- Knedende bewegingen
- Maagsapafgifte
- pH daalt sterk
3. Intestinale fase
- Eerste chymus (de brei) gaat door de pylorus (maagportier)
- Activiteit van de maag neemt af
- Kleine beetjes worden doorgelaten
Via twaalfvingerige darm
Dunne en dikke darm
Dunne darm – belangrijkst voor resorptie van voedingsstoffen, totaal zo’n
6 meter opgevouwen in de buik.
- Duodenum – twaalfvingerige darm
- Jejunum – nuchtere darm, omdat bij lijkschouwingen de darm
meestal leeg is.
- Ileum – kronkeldarm
Dunne darm
Oppervlakte vergroting
, - Darmplooien
- Villi (darmvlokken)
- Microvilli
Oppervlakte wordt vergroot dus er kunnen meer voedingsstoffen
worden opgenomen.
In de microvilli bevinden zich capillairen netwerk, daarmee
voedingsstoffen afgevoerd en O2 aangevoerd.
Afvoer via poortader naar lever, kunnen worden bewerkt.
Verteringssappen
- Darmsap 1,8 liter per etmaal
- Pancreassap – alvleesklier
- Gal – lever, galblaas
Dikke darm
Belangrijkste functie van de dikke darm is vocht ontrekken uit de brei, al
het vocht eruit halen
Colon
- Cecum (blinde darm)
- Appendix vermiforme (wormvorming aanhangsel)
- Colon ascendens (opstijgende deel)
- Colon transversum (dwars verlopende deel)
- Colon descendens (afdalende deel)
- Colon sigmoideum (ampul)
- Rectum (endeldarm)
- Anus
Functie
- Ontrekken van water (uit spijsverteringsappen)
- Productie vitamine K
- Opslag van ontlasting
Defecatiereflex (ontlastingsreflex)
Twee sluitspieren:
- M. sphincter ani internus (interne anale sphincter)
- M. sphincter ani externus (externe anale sphincter)
Histologie spijsverteringskanaal
,Weefselleer
Mucosa
- Slijmvlieslaag
- Lamina propria
- Muscularis mucosae
Submucosa
- Bloedvaten
- Lymfevaten (vetten opnemen)
- Zenuwvezels, heb je nodig gladde spierweefsel te bewegen.
Muscularis externa (spierweefsel) darmperistaltiek
- Kringspieren
- Lengte spieren
- Zenuwvezels
Serosa (visceraal peritoneum) darmen op hun plek houd
Parietale peritoneum buikvlies wand buik
Mesenteria
Spijsverteringsenzymen
Vertering en opname van: koolhydraten, vetten en eiwitten
Koolhydraten:
Mond amylase:
- Complexe koolhydraten tot kleinere moleculen (disachariden)
- Na twee uur door maagzuur gedeactiviteerd
Pancreas amylase:
- Breekt overige koolhydraten af tot kleinere moleculen
Dunne darm maltase, sucrase, lactase:
- Zet di- en trisaccharide om tot monosachariden
Opname door gefaciliteerde diffusie of co- transport in darmepitheel
Vertering en opname van vetten
Mond linguale lipase (enzym die vetten een gedeelte kan afbreken)
- Breekt een deel van de vetmoleculen gedeeltelijk af
Lever galzure zure zouten (emulgeren vetten)
Pancreas lipase (enzym, vetten afbraak)
- Micellen (complexe onderdelen van vetten) worden gevormd
Opname via darmepitheel, nieuwe triglyceriden worden gevormd
Worden bekleed met eiwitten (chylomicron)
Diffunderen in chylusvaten
Vertering van eiwitten
Maag pepsine:
, - Breekt eiwit af in kleinere polypeptide fragmenten
Pancreas trypsine, chymotrypsine, carboxypeptidase
- Breken verder af tot korte polypeptidenketens en aminozuren
Dunne darm peptidasen
- Breken korte polypeptidenketens af tot aminozuren
Via gefaciliteerde diffusie en co-transport naar capillairen
Carbohydrase: amylase
Lipase: linguale lipase
Protease: pepsine
Galzure zouten
Carbohydrase: amylase
Lipase
Proteasen: trypsine, chymotrypsine, caboxypeptidase
Carbohydrasen: maltase, sucrase, lactase
Protease: peptidasen
Slikken en braken
Gelulitie = slikken
- Zeer complex proces
Bestaat uit 3 fasen
- Buccale fase
- De faryngeale fase
- Oesofageale fase
Voorafgaand aan het slikken
- Kauwen
- Speeksel wordt toegevoegd
kleiner en smeuïger
Buccale fase: tong massa bij elkaar duwen kleine vaste massa (bolus)
enige fase die bewust kan worden bestuurd. Tong tegen harde gedeelte
gehemelte geduwt. Bolus naar achterkant van de keel wordt geplaatst.
Hierdoor sluit de palatum molle: klepje die achterin sluit om het eten niet
in de neus te laten komen.