H1: De wil van de Kardinaal
H2: De Fronde 1648- 1653
H3: De koning slaat terug
H4: De ontgroening
H5: Zonsopgang (Fouquet)
H6: De Zonnekoning
H7: De Verrijzenis van Versailles
H8: De Devolutieoorlog 1667 - 1668
H9: De Nakomelingen
H10: Hollandse oorlog 1672- 1678
H11: De Antwerpse ketter (van den Enden)
H12: De Gifaffaire 1677 - 1682
H13: Het geheime huwelijk
H14: De hoogtijdagen van Versailles
H15: Regeren te Versailles
H16: De onverdraagzame
H17: De pré carré + Herenigingsoorlog 1683- 1684
H18: De Negenjarige oorlog 1688 - 1697
H19: Tegeslag en tegenkanting (Fénelon)
H20: De man met het ijzeren masker
H21: Barre tijden voor hervorming (Vauban)
H22: De Spaanse successie 1701 - 1713
H23: Zonsondergang?
H24: Blenheim 1704
H28: Het laatste gevecht
H29: Het doven van de zon
H30: Epiloog
, H1: De wil van de kardinaal
Binnenlandse politiek:
1. Maak een stamboom van de familie Bourbon vanaf Hendrik IV t/m Lodewijk XIV. Zet de geboorte en sterfjaren
bij de mensen die je opneemt in de stamboom.
blz. 16-17
2. Wie bestuurden Frankrijk na het overlijden van Lodewijk XIII in 1643?
Regentes Maria de Medici met kardinaal Richelieu als eerste minister.
3. Beschrijf de rol van het Parlement van Parijs.
Geen volksvertegenwoordiging, meer grote rechtbank. Samengesteld uitsluitend leden hoge adel. In theorie
moesten koninklijke wetten eerst aan het parlement worden voorgelegd wat het een politieke rol gaf. Verzette zich
tegen belastingmaatregelen en centralisatiepolitiek wat bijdroeg aan de Fronde.
Remonstratierecht, (bezwaarschrift) waarbij het de koninklijke wil kon dwarsbomen.
4. Met welke ‘volwassen’ zaken hield Lodewijk XIV zich als klein kind al bezig?
Vanaf 8 jaar onder hoede Mazarin, elke dag les. Aanwezig, regeringsraad.
Ambassadeurs ontvangen, Lofzangen op god bijwonen, in het parlement verschijnen. Troepen schouwen,
voorbereiden op oorlogsvoering.
Politiek fingerspitzen gevoel, bondgenootschappen.
Buitengewone belangstellig voor militairisme en oorlog.
De fronde, alleen door absolute macht met de wil van god kan Frankrijk geleid worden.
Buitenlands politiek:
5. Wat beoogden de ouders van Anna van Oostenrijk en van Lodewijk XIII met het huwelijk dat ze hun
respectievelijke dochter en zoon lieten sluiten?
Bondgenootschap Spanje en Frankrijk, vrede en stabiliteit tussen de landen. Macht en invloed van Habsburgers en
Bourbons versterken.
6a. Geef een verklaring voor de spanning die optrad tussen Anna van Oostenrijk en kardinaal Richelieu. Richelieu
wilde de eenmaking van Frankrijk en een stek centraal bestuur o.l.v. de monarchie. De Habsburgers waren in zijn
ogen FA grootse vijanden. A.v.O was de dochter van de Spaanse Habsburgse koning en onderhield tijdens de FA-SPA
oorlog (1635) een briefwisseling met verschillende Habsburgse familieleden.
7b. Beschrijf hoe deze spanning escaleerde.
Doorzoeking privé vertrekken Anna van Oostenrijk en zelfs het doorzoeken op haar lichaam naar correspondentie
met Spanje.
Immateriële en materiële cultuur:
8. Verklaar de bijnaam die Lodewijk XIV bij zijn geboorte kreeg.
Le Dieudonne, de door god gegevene. Een teken van God dat het gedaan was met de onophoudelijke twisten,
geheime kliekvorming en de oorlogen. Voortaan zou alles weer goed zijn.
Economisch beleid: In de periode van L13 en de minderjarigheid van L14 was het economisch beleid sterk gericht op
het versterken van de koninklijke macht. Belasting werd verhoogd om oorlogen te financieren, wat veel druk legde op
het vol hen bijdroeg aan de onvrede. Onder invloed van Mazarin bleef de adel belastingvrij waardoor vooral de boeren
en stedelijke bevolking zwaar werden belast. Dit economische beleid was één van de oorzaken van de Fronde en
maakte duidelijk hoe kwetsbaar de monarchie was zolang de koning nog minderjarig was.
, H2: De Fronde
Binnenlandse politiek:
1. Op welke wijze waren het Parlement van Parijs en het volk van Parijs in 1648 steun voor elkaar en hoe leidde de
reactie van Mazarin hierop tot verdere escalatie?
Het parlement van Parijs verzette zich tegen de zware belastingen en eiste meer zeggenschap. Het volk van parijs
steunde dit omdat het direct door de belasting werd getroffen. Toen Mazarin de leiders van het parlement liet
arresteren leidde dit tot felle opstanden en het begin van de Fronde.
Het volk keerde zich tegen de nieuwe belastingen die het rijk had ingevoerd en klaagde over de hoge voedselprijzen.
Het was Mazarin die de staatsfinanciën beheerde. Hij was verantwoordelijk voor de nog steeds woedende oorlog met
Spanje. Dat conflict slokte alle middelen van het rijk op. Mazarins regering had alle belastinginkomsten van de
komende 4 jaar reeds besteed. Zijn schuld was het dat in de provincies de uitgemolken boeren op het randje van de
opstand stonden. Het was Mazarin die deze nieuwe, zware belasting oplegde. Het parlement rebelleerde. Het
blokkeerde wetten, stelde de soevereiniteit van de koning te discussie en leek op weg om eigenmachtig te beslissen
over belasting en recht te spreken zonder rekening te houden met de eindbeslissing van de vorst. Mazarin liet
onverwacht soldaten de parlementaire leiders oppakken, slechts 2 belande in de gevangenis. Gevolg: een tal van de
Parijse wijken kwam in opstand. Het riep om vrijlating van de parlementsleden.
2. Welke vier groepen kwamen tijdens de Fronde in opstand en wie was hun belangrijkste object van haat?
Hun belangrijkste object van haat was Mazarin, die symbool stond voor de macht van de regentes en de
centralisatiepolitiek met de koninklijke belastingen.
1. Parlement van Parijs 4. Een deel van het leger (zoals Turenne).
2. Grands, de oude feodale edellieden 5. Devoten, tegen het edict van Nantes (hendrik
3. Het gewone volk IV)
3. Wanneer vluchtten Anna van Oostenrijk en haar zoon Lodewijk naar het kasteel van Saint Germain en Laye en
wanneer kwamen ze weer terug naar Parijs?
Nacht van 5 op 6 januari 1649 in de 1e fase van de Fronde, keren terug op 19 augustus 1649 na een wapenstilstand.
4. Welke gebeurtenis in Engeland vergrootte de angst bij de koninklijke familie voor de Fronde.
De onthoofding van Charles I van Engeland op bevel van het parlement.
5. Verklaar waarom Condé na zijn steun toch in conflict kwam met Anna van Oostenrijk en hoe Anna daarop
reageerde.
De prins zag zichzelf al regeren naar Anna. Anna zocht toenadering tot een aantal Frondeurs, haar tegenstanders van
enkele maanden tevoren. Niet opmerkelijk, veel grote adellijke families waren niet verheugd over Condes dominante
positie. Conde en Conti worden op het paleis van Anna ontboden en gearresteerd.
6. Welke gebeurtenis maakte tijdens de Fronde de meeste verpletterende indruk op Lodewijk XIV?
op 10 december, defilé
7. Kijk nog eens naar de lijst personen hierboven. Wie van hen hebben zich tijdens de Fronde NIET verzet tegen
Anna en Lodewijk? Alleen Maarschalk de Villeroy
8. Op welke datum werd Lodewijk ‘volwassen’ en daarmee echt Lodewijk XIV?
september, de 13e verjaardag van L14.
Sociale omstandigheden en sociaal beleid;
9. Het parlement kwam in opstand, maar dat gold ook voor de ‘Grands’. Leg uit wie er bedoeld wordt met de
‘Grands’ en waarom zij in opstand kwamen.
De ‘Grands’ waren de oude feodale edellieden van Frankrijk. Zij kwamen in opstand omdat ze hun traditionele
(middeleeuwse) privileges, macht en zelfstandigheid wilden behouden. De centralisatie van het bestuur door
Mazarin en de koning bedreigde hun invloed: hun rol als lokale machthebbers die belastingen inden, troepen
leverden en forten beheerden, werd steeds verder ingeperkt. Hierdoor voelden de Grands zich bedreigt in hun
positie en kwamen ze in verzet tegen het groeiende absolute gezag van de monarchie.
, H3: De koning slaat terug
Binnenlandse politiek:
1. Bij welke gelegenheid bleken de Grote Condé en Gaston echt verraders te worden van Lodewijk en hoe uitte
zich dat? Wie was een verrassende steun voor Lodewijk?
Tijdens de beslissende gevechten rond Parijs in 1652 keerden Condé en Gaston zich definitief tegen L14. Condé sloot
zich aan bij de Spaanse vijanden van Frankrijk en Gaston bleef openlijk de kant van de opstandelingen kiezen.
Verrassende steun kwam van maarschalk Turenne die terugkeerde naar de koning en het koninklijke leger naar de
overwinning leidde.
2. Noem een aanwijzing dat de koninklijke macht na de Fronde sterker was geworden.
Een aanwijzing is dat de adel, die zich tijdens de Fronde nog wat verzet uiteindelijk zijn macht verloor en volledig
afhankelijk werd van de gunst van de koning. De opstanden maakten duidelijk dat alleen de centrale monarchie orde
kan herstellen wat de positie van L14 na de Fronde versterkte. L14 beperkte daarna de belangrijkste bevoegdheid
van het parlement, het remonstratierecht, waarbij het bij de koning petities kon indienen en koninklijke besluiten
tegenhouden. In feite werd het parlement hiermee irrelevant gemaakt.
Buitenlands politiek:
3. Wat gebeurde er in 1652 met Condé?
In 1652 vluchtte Condé naar de Zuidelijke Nederlanden, toen onder Spaanse heerschappij. Daar koos hij definitief de
zijde van Spanje en vocht tegen Spanje zijn vroegere vaderland.
Immateriële en materiële cultuur:
4. In welk paleis had Lodewijk tot de Fronde vooral gewoond en in welk paleis ging hij daarna wonen?
Tot de Fronde vooral in Palais-Royal in Parijs. Na de gewelddadige ervaringen tijdens de Fronde verliet hij Parijs en
trok hij in de Louvre en later buiten Parijs onder meer Saint-Germain. Uiteindelijk zou dat leiden tot zijn voorkeur
voor Versailles. (Kasteel van Guin, daarna het Louvre (21-10-1652)
Sociale omstandigheden en sociaal beleid;
5. Beschrijf kort de sociale gevolgen van de Fronde.
De Fronde bracht veel ellende voor het gewone volk: plunderingen, hongersnood en geweld treffen vooral de Parijse
bevolking en de boeren op het platteland. De opstanden lieten zien dat het volk de zwaarste lasten van de adel en
de machtspolitiek moest dragen. Het zorgde bovendien voor blijvend wantrouwen van de jonge koning tegenover
zowel de adel als het Parijse volk.
De schatkist was leeg, ongeveer twee miljoen mensen kwamen om, en gebieden als Picardië en Champagne waren
totaal verwoest door plunderingen en geweld. Hoewel Parijs zelf gespaard bleef, heerste er grote armoede met zo’n
60.000 bedelaars en een sterke toename van criminaliteit.
H2: De Fronde 1648- 1653
H3: De koning slaat terug
H4: De ontgroening
H5: Zonsopgang (Fouquet)
H6: De Zonnekoning
H7: De Verrijzenis van Versailles
H8: De Devolutieoorlog 1667 - 1668
H9: De Nakomelingen
H10: Hollandse oorlog 1672- 1678
H11: De Antwerpse ketter (van den Enden)
H12: De Gifaffaire 1677 - 1682
H13: Het geheime huwelijk
H14: De hoogtijdagen van Versailles
H15: Regeren te Versailles
H16: De onverdraagzame
H17: De pré carré + Herenigingsoorlog 1683- 1684
H18: De Negenjarige oorlog 1688 - 1697
H19: Tegeslag en tegenkanting (Fénelon)
H20: De man met het ijzeren masker
H21: Barre tijden voor hervorming (Vauban)
H22: De Spaanse successie 1701 - 1713
H23: Zonsondergang?
H24: Blenheim 1704
H28: Het laatste gevecht
H29: Het doven van de zon
H30: Epiloog
, H1: De wil van de kardinaal
Binnenlandse politiek:
1. Maak een stamboom van de familie Bourbon vanaf Hendrik IV t/m Lodewijk XIV. Zet de geboorte en sterfjaren
bij de mensen die je opneemt in de stamboom.
blz. 16-17
2. Wie bestuurden Frankrijk na het overlijden van Lodewijk XIII in 1643?
Regentes Maria de Medici met kardinaal Richelieu als eerste minister.
3. Beschrijf de rol van het Parlement van Parijs.
Geen volksvertegenwoordiging, meer grote rechtbank. Samengesteld uitsluitend leden hoge adel. In theorie
moesten koninklijke wetten eerst aan het parlement worden voorgelegd wat het een politieke rol gaf. Verzette zich
tegen belastingmaatregelen en centralisatiepolitiek wat bijdroeg aan de Fronde.
Remonstratierecht, (bezwaarschrift) waarbij het de koninklijke wil kon dwarsbomen.
4. Met welke ‘volwassen’ zaken hield Lodewijk XIV zich als klein kind al bezig?
Vanaf 8 jaar onder hoede Mazarin, elke dag les. Aanwezig, regeringsraad.
Ambassadeurs ontvangen, Lofzangen op god bijwonen, in het parlement verschijnen. Troepen schouwen,
voorbereiden op oorlogsvoering.
Politiek fingerspitzen gevoel, bondgenootschappen.
Buitengewone belangstellig voor militairisme en oorlog.
De fronde, alleen door absolute macht met de wil van god kan Frankrijk geleid worden.
Buitenlands politiek:
5. Wat beoogden de ouders van Anna van Oostenrijk en van Lodewijk XIII met het huwelijk dat ze hun
respectievelijke dochter en zoon lieten sluiten?
Bondgenootschap Spanje en Frankrijk, vrede en stabiliteit tussen de landen. Macht en invloed van Habsburgers en
Bourbons versterken.
6a. Geef een verklaring voor de spanning die optrad tussen Anna van Oostenrijk en kardinaal Richelieu. Richelieu
wilde de eenmaking van Frankrijk en een stek centraal bestuur o.l.v. de monarchie. De Habsburgers waren in zijn
ogen FA grootse vijanden. A.v.O was de dochter van de Spaanse Habsburgse koning en onderhield tijdens de FA-SPA
oorlog (1635) een briefwisseling met verschillende Habsburgse familieleden.
7b. Beschrijf hoe deze spanning escaleerde.
Doorzoeking privé vertrekken Anna van Oostenrijk en zelfs het doorzoeken op haar lichaam naar correspondentie
met Spanje.
Immateriële en materiële cultuur:
8. Verklaar de bijnaam die Lodewijk XIV bij zijn geboorte kreeg.
Le Dieudonne, de door god gegevene. Een teken van God dat het gedaan was met de onophoudelijke twisten,
geheime kliekvorming en de oorlogen. Voortaan zou alles weer goed zijn.
Economisch beleid: In de periode van L13 en de minderjarigheid van L14 was het economisch beleid sterk gericht op
het versterken van de koninklijke macht. Belasting werd verhoogd om oorlogen te financieren, wat veel druk legde op
het vol hen bijdroeg aan de onvrede. Onder invloed van Mazarin bleef de adel belastingvrij waardoor vooral de boeren
en stedelijke bevolking zwaar werden belast. Dit economische beleid was één van de oorzaken van de Fronde en
maakte duidelijk hoe kwetsbaar de monarchie was zolang de koning nog minderjarig was.
, H2: De Fronde
Binnenlandse politiek:
1. Op welke wijze waren het Parlement van Parijs en het volk van Parijs in 1648 steun voor elkaar en hoe leidde de
reactie van Mazarin hierop tot verdere escalatie?
Het parlement van Parijs verzette zich tegen de zware belastingen en eiste meer zeggenschap. Het volk van parijs
steunde dit omdat het direct door de belasting werd getroffen. Toen Mazarin de leiders van het parlement liet
arresteren leidde dit tot felle opstanden en het begin van de Fronde.
Het volk keerde zich tegen de nieuwe belastingen die het rijk had ingevoerd en klaagde over de hoge voedselprijzen.
Het was Mazarin die de staatsfinanciën beheerde. Hij was verantwoordelijk voor de nog steeds woedende oorlog met
Spanje. Dat conflict slokte alle middelen van het rijk op. Mazarins regering had alle belastinginkomsten van de
komende 4 jaar reeds besteed. Zijn schuld was het dat in de provincies de uitgemolken boeren op het randje van de
opstand stonden. Het was Mazarin die deze nieuwe, zware belasting oplegde. Het parlement rebelleerde. Het
blokkeerde wetten, stelde de soevereiniteit van de koning te discussie en leek op weg om eigenmachtig te beslissen
over belasting en recht te spreken zonder rekening te houden met de eindbeslissing van de vorst. Mazarin liet
onverwacht soldaten de parlementaire leiders oppakken, slechts 2 belande in de gevangenis. Gevolg: een tal van de
Parijse wijken kwam in opstand. Het riep om vrijlating van de parlementsleden.
2. Welke vier groepen kwamen tijdens de Fronde in opstand en wie was hun belangrijkste object van haat?
Hun belangrijkste object van haat was Mazarin, die symbool stond voor de macht van de regentes en de
centralisatiepolitiek met de koninklijke belastingen.
1. Parlement van Parijs 4. Een deel van het leger (zoals Turenne).
2. Grands, de oude feodale edellieden 5. Devoten, tegen het edict van Nantes (hendrik
3. Het gewone volk IV)
3. Wanneer vluchtten Anna van Oostenrijk en haar zoon Lodewijk naar het kasteel van Saint Germain en Laye en
wanneer kwamen ze weer terug naar Parijs?
Nacht van 5 op 6 januari 1649 in de 1e fase van de Fronde, keren terug op 19 augustus 1649 na een wapenstilstand.
4. Welke gebeurtenis in Engeland vergrootte de angst bij de koninklijke familie voor de Fronde.
De onthoofding van Charles I van Engeland op bevel van het parlement.
5. Verklaar waarom Condé na zijn steun toch in conflict kwam met Anna van Oostenrijk en hoe Anna daarop
reageerde.
De prins zag zichzelf al regeren naar Anna. Anna zocht toenadering tot een aantal Frondeurs, haar tegenstanders van
enkele maanden tevoren. Niet opmerkelijk, veel grote adellijke families waren niet verheugd over Condes dominante
positie. Conde en Conti worden op het paleis van Anna ontboden en gearresteerd.
6. Welke gebeurtenis maakte tijdens de Fronde de meeste verpletterende indruk op Lodewijk XIV?
op 10 december, defilé
7. Kijk nog eens naar de lijst personen hierboven. Wie van hen hebben zich tijdens de Fronde NIET verzet tegen
Anna en Lodewijk? Alleen Maarschalk de Villeroy
8. Op welke datum werd Lodewijk ‘volwassen’ en daarmee echt Lodewijk XIV?
september, de 13e verjaardag van L14.
Sociale omstandigheden en sociaal beleid;
9. Het parlement kwam in opstand, maar dat gold ook voor de ‘Grands’. Leg uit wie er bedoeld wordt met de
‘Grands’ en waarom zij in opstand kwamen.
De ‘Grands’ waren de oude feodale edellieden van Frankrijk. Zij kwamen in opstand omdat ze hun traditionele
(middeleeuwse) privileges, macht en zelfstandigheid wilden behouden. De centralisatie van het bestuur door
Mazarin en de koning bedreigde hun invloed: hun rol als lokale machthebbers die belastingen inden, troepen
leverden en forten beheerden, werd steeds verder ingeperkt. Hierdoor voelden de Grands zich bedreigt in hun
positie en kwamen ze in verzet tegen het groeiende absolute gezag van de monarchie.
, H3: De koning slaat terug
Binnenlandse politiek:
1. Bij welke gelegenheid bleken de Grote Condé en Gaston echt verraders te worden van Lodewijk en hoe uitte
zich dat? Wie was een verrassende steun voor Lodewijk?
Tijdens de beslissende gevechten rond Parijs in 1652 keerden Condé en Gaston zich definitief tegen L14. Condé sloot
zich aan bij de Spaanse vijanden van Frankrijk en Gaston bleef openlijk de kant van de opstandelingen kiezen.
Verrassende steun kwam van maarschalk Turenne die terugkeerde naar de koning en het koninklijke leger naar de
overwinning leidde.
2. Noem een aanwijzing dat de koninklijke macht na de Fronde sterker was geworden.
Een aanwijzing is dat de adel, die zich tijdens de Fronde nog wat verzet uiteindelijk zijn macht verloor en volledig
afhankelijk werd van de gunst van de koning. De opstanden maakten duidelijk dat alleen de centrale monarchie orde
kan herstellen wat de positie van L14 na de Fronde versterkte. L14 beperkte daarna de belangrijkste bevoegdheid
van het parlement, het remonstratierecht, waarbij het bij de koning petities kon indienen en koninklijke besluiten
tegenhouden. In feite werd het parlement hiermee irrelevant gemaakt.
Buitenlands politiek:
3. Wat gebeurde er in 1652 met Condé?
In 1652 vluchtte Condé naar de Zuidelijke Nederlanden, toen onder Spaanse heerschappij. Daar koos hij definitief de
zijde van Spanje en vocht tegen Spanje zijn vroegere vaderland.
Immateriële en materiële cultuur:
4. In welk paleis had Lodewijk tot de Fronde vooral gewoond en in welk paleis ging hij daarna wonen?
Tot de Fronde vooral in Palais-Royal in Parijs. Na de gewelddadige ervaringen tijdens de Fronde verliet hij Parijs en
trok hij in de Louvre en later buiten Parijs onder meer Saint-Germain. Uiteindelijk zou dat leiden tot zijn voorkeur
voor Versailles. (Kasteel van Guin, daarna het Louvre (21-10-1652)
Sociale omstandigheden en sociaal beleid;
5. Beschrijf kort de sociale gevolgen van de Fronde.
De Fronde bracht veel ellende voor het gewone volk: plunderingen, hongersnood en geweld treffen vooral de Parijse
bevolking en de boeren op het platteland. De opstanden lieten zien dat het volk de zwaarste lasten van de adel en
de machtspolitiek moest dragen. Het zorgde bovendien voor blijvend wantrouwen van de jonge koning tegenover
zowel de adel als het Parijse volk.
De schatkist was leeg, ongeveer twee miljoen mensen kwamen om, en gebieden als Picardië en Champagne waren
totaal verwoest door plunderingen en geweld. Hoewel Parijs zelf gespaard bleef, heerste er grote armoede met zo’n
60.000 bedelaars en een sterke toename van criminaliteit.