College 1 – Theorieën van sociale ontwikkeling (10-09-2025).....................2
How Children Develop – Hoofdstuk 9........................................................5
Educational Psychology – Hoofdstuk 3....................................................15
College 2 – leerklimaat (17-09-2025).........................................................22
Educational Psychology – Hoofdstuk 13..................................................26
Educational Psychology – Hoofdstuk 14..................................................35
College 3 (1-10-2025) – Hechting, het Zelf en Identiteit............................38
How Children Develop – Hoofdstuk 11....................................................43
How Children Develop – Hoofdstuk 12....................................................54
College 4 – Morele en emotionele ontwikkeling (15-10-2025)...................63
How Children Develop – Hoofdstuk 10....................................................68
How Children Develop – Hoofdstuk 14....................................................73
College 7 – Identiteitsontwikkeling, genderidentiteit, seksuele identiteit
(12-11-2025)..............................................................................................86
How Children Develop – Hoofdstuk 15....................................................89
How Children Develop - Hoofdstuk 13..................................................108
College 9 – Culturele identiteit (26-11-2025)...........................................118
Educational Psychology - Hoofdstuk 11................................................121
College 10 – motivatie (3-12-2025)..........................................................126
College 11 – toetsing (10-12-2025)..........................................................132
Vraag tentamen.......................................................................................136
,College 1 – Theorieën van sociale
ontwikkeling (10-09-2025)
Kinderen leren van hun interacties
Een prijs kan je zien als een beloning reinforcement (versterker) als je
een prijs geeft beloon je dat gedrag. Dit gedrag wil je dus vaker zien.
De theorieën zijn als 4 soorten lenzen.
1. Psychoanalytische theorieën
o Freud: driften en onbewuste verlangens. Het antwoord dat
mensen geven op vragen wordt gestuurd door onbewuste drang.
- Erickson zei dat we meer naar sociale relaties moeten kijken
omdat deze ook invloed hebben op ontwikkeling. Hij voegt het
sociale aspect toe aan de theorie van Freud.
- Bouw je bijv. vertrouwen of wantrouwen op.
o Belang van het gedachtegoed:
- Invloed van eerdere gebeurtenissen en vroege ervaringen op
ontwikkeling.
- De rol van de ouders heeft heel veel invloed op ontwikkeling.
- Invloed van onbewuste emoties en wensen.
- Aandacht voor identiteitsontwikkeling.
2. Leertheorie (gedragstheorieën)-> we kunnen gedrag sturen met een
beloning:
o Behaviorisme, wortels in diertheorie.
- Kunnen we niet kinderen trainen zoals we bij dieren doen
d.m.v. beloning en straf.
o Conditionering
- Kunnen we kinderen iets aanleren door het steeds te herhalen.
- Klassieke conditionering (fysiek)
Pavlov brokjes en bel. De hond gaat kwijlen bij het horen
van een belletje
- Operante conditionering
Bijv. als dit liedje begint, gaan we onze spullen opruimen.
Op een gegeven moment leren kleuters dat wanneer het
liedje begint dat we dan gaan opruimen.
o Reinforcement (=versterker)
- Het is vaak een beloning.
- Je kan ook iets als straf gebruiken, maar het werkt als
beloning.
- Intermittent reinforcement (leren volhouden)
, Je moet consequent blijven. Stel dat je kind op de grond
gaat liggen in de supermarkt en gaat huilen omdat hij iets
wilt, als je eerst nee zegt en later toch toegeeft, leert het
kind vol te houden omdat hij weet dat het uiteindelijk lukt.
Kinderen gaan dat dit gedrag vertonen omdat ze weten dat
als ze volhouden het toch lukt.
- Gedragsmodificatie (=complex gedrag in stapjes aanleren)
Je leert jezelf stapje voor stapje iets nieuws. Als je bang
bent voor spinnen ga je niet direct een vogelspin
vasthouden, maar kijk je eerst van een afstandje naar een
kleine spin en ga je steeds een stapje verder.
3. Sociaal-cognitieve theorieën en sociaal culturele theorieën
o Leren door na te doen en mee te willen doen
- Socialisatie en zelfsocialisatie
Kinderen willen graag dingen samen doen, waardoor ze
dingen leren van anderen. Bijv. als een kind iets veel
meekrijgt, zoals het gebruik van een computer, zal dit kind
een beetje leren zonder dat dit expliciet aangeleerd is. Zie
voorbeeld Rachid, dia 22.
Hostile atributional bias. Je denkt ten onrechte dat een
ander slechte bedoelingen heeft. Je bent met z’n 2en aan
het verven, een kind stoot het bakje water om op jouw
tekening. Je wordt boos omdat je denkt dat het kind dat
expres deed. Hierdoor kan het zijn dat het kind ook boos op
jou wordt. Hoe ik reageer heeft dus invloed op hoe anderen
op mij reageren.
o Sociaal-culturele theorie
- Kinderen doen dingen niet als hun voorbeelden dit ook niet
doen. als je ouders nooit lezen is de kans groot dat jij dit ook
niet gaat doen.
4. Ecologische theorieën alles gaat met alles samen, er zijn heel veel
invloeden op onze ontwikkeling, zoals evolutie en omgevingen.
o Ethologie: gedrag binnen evolutionaire context
o Evolutionaire psychologie: natuurlijk selectie versterkt
bepaalde kenmerken.
- Spelen als basis van ontwikkeling.
- Ouderlijke investerings-theorie
Als het je eigen genen zijn wil je dat dit voorleeft en zorg
je goed voor je eigen kind. Als het niet je eigen kinderen
zijn zal je dus minder goed zorgen voor kinderen. (Dit is
in de realiteit weinig voorkomend, stiefouders of
pleegouders zorgen vaak ook goed voor het kind en
biologische ouders juist niet.)
, o Bio-ecologisch model (Bronfenbrenner)
- Kind ontwikkelt zich in context
1. Microsysteem directe omgeving van het kind
2. Mesosysteem de invloed van verschillende
systemen die invloed hebben op elkaar. verbinding
tussen microsystemen.
3. Exosysteem sociale settings met indirecte invloed
4. Macrosysteem bijv. jeugdjournaal, dit is een
algemene culturele context waarin alle andere
systemen zijn ingebed. Maatschappij.
5. Chronosysteem veranderingen over de tijd in
persoon of samenleving. Misschien krijg je minder
contact met familieleden wanneer je ouder wordt en
gaat verhuizen.
- Indirecte invloeden bijv. je ouders zijn niet zeker van hun
baan, dit heeft invloed op hoe de ouder doet en waardoor dit
het kind beïnvloedt.
Sociale ontwikkeling:
o Invloed van andere mensen
Geen peuter kan overleven zonder intensieve lange termijn zorg
van andere mensen.
We leren door de reactie van anderen op ons gedrag en hoe ze ons
behandelen.
We interpreteren andere mensen door onszelf als analogie te
gebruiken.
Onderdelen van ontwikkeling:
Emotie
Motivatie
Persoonlijkheid
Hechting
Zelf
Peerrelaties
Moraliteit
Gender.
Psychoanalytische theorie: