Hoofdstuk 24
Zuurstof beschikbaarheid is afhankelijk van concentratie gassen en druk gassen.
→ Op hoogte neemt de barometrische druk (omgevingsdruk) af. Bijvoorbeeld 760 mm Hg (zeeniveau)
naar 349 mm Hg. Dus ook de PO2.
→ De concentratie van gassen blijft het zelfde: 20,93 % zuurstof, 79,04% stikstof en 0,03%
koolstofdioxide.
Normobaar = zelfde druk
Hypobaar = minder druk
De lage omgevingsdruk op hoogte is lager dit zorgt voor een lagere partiële druk.
Partiële druk = druk van enkel soort gas → Daltons wet: partiële druk = %concentratie gas x totale
druk gasmengsel.
Partiele druk op zeeniveau is:
- Zuurstof 159 mm Hg
- Stikstof 600 mm Hg
- Koolstofdioxide 0,23 mm Hg
Druk op 4000m hoogte is 464 mm Hg. PO2 is dan 97 mm Hg, in de longen is dit (462-47) ∙ 0,2093 = 86
mm Hg (bij 37°C). In alveoli 415 ∙ 0,145 = 60 mm Hg.
Er kan zo maar 20 mm hg opgenomen in de spieren.
Op hoogte wordt de saturatie lager, VO2max ↓. Om VO2max te compenseren acclimatiseert het
lichaam en maakt het meer hemoglobine aan. Neurologisch zijn deze aanpassingen minder goed, de
minder de saturatie de minder goed de neurologische functies zijn. Bij saturatie afname van 25%
wordt de reactie tijd langer. Er is een minder groot a- V̅O2 verschil op hoogte, door minder zuurstof
opname.
Directe acclimatisatie hoogte
- ↑ ventilatie (Ve) (chemoreceptoren worden getriggerd)
- ↑ hartminuutvolume (↑HF, ↑CO)
- Catecholomine respons, ↑ noradrenaline
- Vochtverlies (door droge lucht in bergen, meer diffusie waterstof uit longen)
- Neurologische functies (door hoogte wordt dit minder)
Lange termijn acclimatisatie
- Zuur-base balans (pH↑)
- Synthese hemoglobine
- Stijging noradrenaline
Diffusiewet van Fick = snelheid waarmee een gas door een membraam diffundeert.
Vgas = (A ∙ D ∙ ∆P) / T
A = diffusieoppervlak
D = constante factor
∆P = drukverschil membraam
T = celmembraandikte
Hoogte training = bedoeld voor aanmaak meer rode bloedcellen, hierdoor hogere VO 2max. Op
zeeniveau zorgt dit voor betere prestaties.
High altitude = hoogte tussen 3048m en 5486
Hoogte situatie kan nagebootst worden in een klimaatkamer. Hierin wordt i.p.v. de druk het
percentage zuurstof aangepast. Voor aanpassing naar 4000 m moet het zuurstof percentage naar
12,76% worden gebracht, want:
0,2093 ∙ 462 = 97 mm hg
= 0,1276 = 12,76%
Percentage zuurstof verlaag je door percentage stikstof (N) te verhogen.
Longen reageren iets anders op hypobaar dan op monobaar, maar voor de inspanningsfysiologie is dit
geen verschil.
Zuurstof beschikbaarheid is afhankelijk van concentratie gassen en druk gassen.
→ Op hoogte neemt de barometrische druk (omgevingsdruk) af. Bijvoorbeeld 760 mm Hg (zeeniveau)
naar 349 mm Hg. Dus ook de PO2.
→ De concentratie van gassen blijft het zelfde: 20,93 % zuurstof, 79,04% stikstof en 0,03%
koolstofdioxide.
Normobaar = zelfde druk
Hypobaar = minder druk
De lage omgevingsdruk op hoogte is lager dit zorgt voor een lagere partiële druk.
Partiële druk = druk van enkel soort gas → Daltons wet: partiële druk = %concentratie gas x totale
druk gasmengsel.
Partiele druk op zeeniveau is:
- Zuurstof 159 mm Hg
- Stikstof 600 mm Hg
- Koolstofdioxide 0,23 mm Hg
Druk op 4000m hoogte is 464 mm Hg. PO2 is dan 97 mm Hg, in de longen is dit (462-47) ∙ 0,2093 = 86
mm Hg (bij 37°C). In alveoli 415 ∙ 0,145 = 60 mm Hg.
Er kan zo maar 20 mm hg opgenomen in de spieren.
Op hoogte wordt de saturatie lager, VO2max ↓. Om VO2max te compenseren acclimatiseert het
lichaam en maakt het meer hemoglobine aan. Neurologisch zijn deze aanpassingen minder goed, de
minder de saturatie de minder goed de neurologische functies zijn. Bij saturatie afname van 25%
wordt de reactie tijd langer. Er is een minder groot a- V̅O2 verschil op hoogte, door minder zuurstof
opname.
Directe acclimatisatie hoogte
- ↑ ventilatie (Ve) (chemoreceptoren worden getriggerd)
- ↑ hartminuutvolume (↑HF, ↑CO)
- Catecholomine respons, ↑ noradrenaline
- Vochtverlies (door droge lucht in bergen, meer diffusie waterstof uit longen)
- Neurologische functies (door hoogte wordt dit minder)
Lange termijn acclimatisatie
- Zuur-base balans (pH↑)
- Synthese hemoglobine
- Stijging noradrenaline
Diffusiewet van Fick = snelheid waarmee een gas door een membraam diffundeert.
Vgas = (A ∙ D ∙ ∆P) / T
A = diffusieoppervlak
D = constante factor
∆P = drukverschil membraam
T = celmembraandikte
Hoogte training = bedoeld voor aanmaak meer rode bloedcellen, hierdoor hogere VO 2max. Op
zeeniveau zorgt dit voor betere prestaties.
High altitude = hoogte tussen 3048m en 5486
Hoogte situatie kan nagebootst worden in een klimaatkamer. Hierin wordt i.p.v. de druk het
percentage zuurstof aangepast. Voor aanpassing naar 4000 m moet het zuurstof percentage naar
12,76% worden gebracht, want:
0,2093 ∙ 462 = 97 mm hg
= 0,1276 = 12,76%
Percentage zuurstof verlaag je door percentage stikstof (N) te verhogen.
Longen reageren iets anders op hypobaar dan op monobaar, maar voor de inspanningsfysiologie is dit
geen verschil.