Interne analyse theorie
Hoofdstuk 2 stategy
Hoofdstuk 8 shared values
Inhoudsopgave
INTERNE ANALYSE THEORIE................................................................. 1
HET 7S-MODEL.......................................................................................3
STRATEGIE.............................................................................................4
MODEL VAN ANSOFF................................................................................4
GROEISTRATEGIE ANSOFF..........................................................................4
SWOT-ANALYSE: BCG-MODEL....................................................................4
STRATEGISCHE OPTIES: MOGELIJKE STRATEGIEËN..............................................4
SHARED VALUES (GEDEELDE WAARDEN): CULTUUR............................................5
CULTUUR DRIE NIVEAUS VAN SCHEIN.............................................................5
CULTUUR: VIER TYPEN VOLGENS HARRISON (HANDY).........................................5
CULTUUR: INTERNATIONALE VERSCHILLEN (HOFSTEDE).......................................6
STRUCTURE...........................................................................................6
ARBEIDSVERDELING EN COÖRDINATIE............................................................6
WERKSTRUCTUERING................................................................................7
HORIZONTALE TAAKVERDELING ( P-G-M-F)....................................................7
VERTICALE TAAKVERDELING........................................................................8
SPANWIJDTE /-DIEPTE - OMSPANNINGSVERMOGEN.............................................8
BASISCONFIGURATIES EN ORGANISATIESTELSELS...............................................9
SYSTEMS............................................................................................10
SOORTEN SYSTEMEN:..............................................................................10
HIËRARCHIE VAN SYSTEMEN:.....................................................................11
SYSTEMEN EN PROCESSEN: HET VALUE CHAIN-MODEL.......................................11
SOORTEN INTERVIEW..............................................................................12
SOORTEN VRAGEN..................................................................................13
STYLES...............................................................................................13
DE CONTINGENTIEBENADERING..................................................................15
TEAMVORMING......................................................................................15
CONFLICTHANTERING..............................................................................15
HULPMIDDELEN BIJ BESLUITVORMING...........................................................16
STAFF................................................................................................16
DE DIVERSE ROLLEN VAN HRM MODEL VAN ULRICH........................................17
HET WSO-PROCES (WERVING,SELECTIE EN ONBOARDING)...............................17
DE WET ARBEIDSMARKT IN BALANS (WAB).................................................18
BEOORDELEN: TYPE GESPREKKEN...............................................................18
SKILLS...............................................................................................18
,DE DEMING-CIRKEL PDCA-CYCLUS.............................................................19
HET INK-MODEL...................................................................................19
DE BALANCED SCORECARD (HET BSC-MODEL)...............................................20
, Het 7s-model
Het 7S-model (ontwikkeld door McKinsey & Company) is een
managementmodel dat helpt om de interne organisatie van een bedrijf of
instelling te analyseren en in balans te brengen. Het model laat zien
dat zeven factoren (de 7 S’en) met elkaar samenhangen en elkaar
beïnvloeden.
De 7S’en zijn:
1. Strategy (Strategie) hard – de lange termijn plannen en keuzes
om concurrentievoordeel te behalen doelstellingen en SWOT
2. Structure (Structuur) hard – de organisatiestructuur: hoe
functies, afdelingen en verantwoordelijkheden zijn verdeeld.
3. Systems (Systemen) hard – de processen, procedures en
informatievoorziening die het werk ondersteunen.
4. Style (Stijl) zacht – de managementstijl en bedrijfscultuur: hoe
leiding wordt gegeven en hoe mensen samenwerken.
5. Staff (Personeel) zacht – de medewerkers, hun competenties,
aantallen en inzetbaarheid.
6. Skills (Vaardigheden) zacht – de kerncompetenties en
vaardigheden waarin de organisatie uitblinkt.
7. Shared Values (Gedeelde waarden) zacht – de visie, missie en
kernwaarden die centraal staan en richting geven aan de
organisatie. (Belangrijkste uit een bedrijf)
Alle 7 S’en moeten op elkaar afgestemd zijn. Als één factor verandert
(bijv. strategie), moeten de andere mee veranderen om in balans te
blijven.
Er is een zachte kant (oriëntatie meer op of vanuit de mens) en een
harde kant (oriëntatie meer op of vanuit de techniek) in het 7s-model.
Hoofdstuk 2 stategy
Hoofdstuk 8 shared values
Inhoudsopgave
INTERNE ANALYSE THEORIE................................................................. 1
HET 7S-MODEL.......................................................................................3
STRATEGIE.............................................................................................4
MODEL VAN ANSOFF................................................................................4
GROEISTRATEGIE ANSOFF..........................................................................4
SWOT-ANALYSE: BCG-MODEL....................................................................4
STRATEGISCHE OPTIES: MOGELIJKE STRATEGIEËN..............................................4
SHARED VALUES (GEDEELDE WAARDEN): CULTUUR............................................5
CULTUUR DRIE NIVEAUS VAN SCHEIN.............................................................5
CULTUUR: VIER TYPEN VOLGENS HARRISON (HANDY).........................................5
CULTUUR: INTERNATIONALE VERSCHILLEN (HOFSTEDE).......................................6
STRUCTURE...........................................................................................6
ARBEIDSVERDELING EN COÖRDINATIE............................................................6
WERKSTRUCTUERING................................................................................7
HORIZONTALE TAAKVERDELING ( P-G-M-F)....................................................7
VERTICALE TAAKVERDELING........................................................................8
SPANWIJDTE /-DIEPTE - OMSPANNINGSVERMOGEN.............................................8
BASISCONFIGURATIES EN ORGANISATIESTELSELS...............................................9
SYSTEMS............................................................................................10
SOORTEN SYSTEMEN:..............................................................................10
HIËRARCHIE VAN SYSTEMEN:.....................................................................11
SYSTEMEN EN PROCESSEN: HET VALUE CHAIN-MODEL.......................................11
SOORTEN INTERVIEW..............................................................................12
SOORTEN VRAGEN..................................................................................13
STYLES...............................................................................................13
DE CONTINGENTIEBENADERING..................................................................15
TEAMVORMING......................................................................................15
CONFLICTHANTERING..............................................................................15
HULPMIDDELEN BIJ BESLUITVORMING...........................................................16
STAFF................................................................................................16
DE DIVERSE ROLLEN VAN HRM MODEL VAN ULRICH........................................17
HET WSO-PROCES (WERVING,SELECTIE EN ONBOARDING)...............................17
DE WET ARBEIDSMARKT IN BALANS (WAB).................................................18
BEOORDELEN: TYPE GESPREKKEN...............................................................18
SKILLS...............................................................................................18
,DE DEMING-CIRKEL PDCA-CYCLUS.............................................................19
HET INK-MODEL...................................................................................19
DE BALANCED SCORECARD (HET BSC-MODEL)...............................................20
, Het 7s-model
Het 7S-model (ontwikkeld door McKinsey & Company) is een
managementmodel dat helpt om de interne organisatie van een bedrijf of
instelling te analyseren en in balans te brengen. Het model laat zien
dat zeven factoren (de 7 S’en) met elkaar samenhangen en elkaar
beïnvloeden.
De 7S’en zijn:
1. Strategy (Strategie) hard – de lange termijn plannen en keuzes
om concurrentievoordeel te behalen doelstellingen en SWOT
2. Structure (Structuur) hard – de organisatiestructuur: hoe
functies, afdelingen en verantwoordelijkheden zijn verdeeld.
3. Systems (Systemen) hard – de processen, procedures en
informatievoorziening die het werk ondersteunen.
4. Style (Stijl) zacht – de managementstijl en bedrijfscultuur: hoe
leiding wordt gegeven en hoe mensen samenwerken.
5. Staff (Personeel) zacht – de medewerkers, hun competenties,
aantallen en inzetbaarheid.
6. Skills (Vaardigheden) zacht – de kerncompetenties en
vaardigheden waarin de organisatie uitblinkt.
7. Shared Values (Gedeelde waarden) zacht – de visie, missie en
kernwaarden die centraal staan en richting geven aan de
organisatie. (Belangrijkste uit een bedrijf)
Alle 7 S’en moeten op elkaar afgestemd zijn. Als één factor verandert
(bijv. strategie), moeten de andere mee veranderen om in balans te
blijven.
Er is een zachte kant (oriëntatie meer op of vanuit de mens) en een
harde kant (oriëntatie meer op of vanuit de techniek) in het 7s-model.