Hoofdstuk 1 - Waarom doe je onderzoek?
Onderzoek doen= Analyseren van een probleem of een situatie volgens een bepaald
stappenplan.
- Systematische aanpak= Onderzoek m.b.v. stappenplan.
- Doel, of..of:
- Vragen beantwoorden
- Problemen aanpakken
- Overzicht krijgen
‘De reis’:
1. Het idee/de vraag
2. Bronnen zoeken
3. Hoofdvraag en plan maken
4. Verwachtingen over uitkomst opstellen
5. Verzamelen en verwerken gegevensH
6. Tijdens uitvoering controleren en kwaliteit in de gaten houden.
7. Evalueren
8. Rapporteren en presenteren.
Toolkit met hulpmiddelen: Uitgangspunten, instrumenten en aanwijzingen
Informele observatie= ‘Onderzoek’ in het dagelijks leven, je bent niet echt van plan
onderzoek te doen. Je laat je leiden door je eigen referentiekader om conclusies te trekken.
Systematische observatie= Onderzoek met een vastgesteld stappenplan, zonder van
tevoren een uitkomst in gedachten te hebben.
1.1 Uitgangspunten van onderzoek
Praktische aandachtspunten voor onderzoek:
- Onderzoeksplan
- Probleemstelling opstellen
- Eerder onderzoek hiernaar gedaan? Welke conclusies?
- Deadline en budget
- Overleg met begeleider, opdrachtgever, medeonderzoekers.
Methodologie= Diepgaander uitgangspunten, de basisprincipes van onderzoek doen.
- Ook wel de markers van onderzoek.
- Fundamenteel of praktijkgericht onderzoek
- Kwalitatief of kwantitatief onderzoek
- Inductie of deductie
1.1.1 en 1.1.2
Fundamenteel onderzoek(universiteit):
- Beantwoord vragen om kennis te ontwikkelen.
- Kennisvragen= Vraag die je m.b.v. fundamenteel onderzoek beantwoordt en die in
het onderzoek kennis oplevert.
- Belangrijk voor de wetenschap
Praktijkgericht onderzoek(HBO):
- Je houd je bezig met het oplossen van praktijkproblemen.
- Praktijkvragen= Afkomstig uit de dagelijkse praktijk, uit de samenleving. Het
antwoord leidt tot het oplossen van een praktijkprobleem.
- Belangrijk voor de maatschappij
1.1.3
, Kwantitatief onderzoek= Je gebruikt cijfermatige informatie: gegevens in cijfers over
objecten, organisatie en personen.
- Nadruk op het meetbaar maken van verschijnselen en op generalisatie.
- Leeftijd in jaren.
- Waardering van 1 tot 5
- 1(man), 2(vrouw)
- Statistische technieken (het kwantitatieve instrument) gebruik je om kenmerken te
verwerken en verwachtingen over de resultaten te toetsen.
Kwalitatief onderzoek= Onderzoek m.b.v. niet-cijfermatige gegevens. Onderzoek in het
veld/werkelijkheid. Je bent benieuwd naar de betekenis die onderzochte personen zelf aan
situaties geven.
- Nadruk op betekenis die de onderzochte vanuit eigen achtergrond aan een situatie
geeft. De context.
- Holisme= De onderzochte personen in de omgeving worden als geheel beschouwt.
Je beschouwt een ervaring als onderdeel van de hele belevingswereld van personen.
- Interpretatief van aard
- Taal is het kwalitatieve instrument. Gegevens verwerkt in alledaagse taal.
- Denk aan de tablet enquête in kledingwinkels(H&M)
Kwalitatief Kwantitatief
Nadruk op betekenis/context Ja Nee
Aantal onderzochten Weinig Veel
Gegevens per onderzochte Veel Weinig
Soort gegevens Diepgaand Oppervlakkig
Objectief meetbaar Nee Ja
Statistisch generaliseerbaar Nee Mogelijk
Triangulatie= Probleemstelling aanpakken met meerdere onderzoeksmethoden. Gebruikt
om betrouwbaarheid te verhogen.
- Mixed Method-benadering= Onderzoek waarbij kwalitatieve en kwantitatieve
methoden worden ingezet. Zo krijg je cijfers en weet je de achtergrond achter de
getallen.
1.1.4
Inductief onderzoek= Van tevoren nog geen theorie bekend. Doel is om deze theorie te
ontwikkelen. D.m.v. observaties doet hij uitspraken.
- Kwalitatief onderzoek
- Werken van bijzondere(verzamelde gegevens) naar het algemene(te vormen
theorie).
- Theorievormend
- Iteratie(herhaling) is belangrijk, hierdoor behaal je hogere kwaliteit.
1. Verzamelen en analyseren gegevens.
2. Eerst econclusies trekken.
3. Welk type aanvullende info nodig?
4. Verzamelen en analyseren nieuwe gegevens.
5. Etc.
Onderzoek doen= Analyseren van een probleem of een situatie volgens een bepaald
stappenplan.
- Systematische aanpak= Onderzoek m.b.v. stappenplan.
- Doel, of..of:
- Vragen beantwoorden
- Problemen aanpakken
- Overzicht krijgen
‘De reis’:
1. Het idee/de vraag
2. Bronnen zoeken
3. Hoofdvraag en plan maken
4. Verwachtingen over uitkomst opstellen
5. Verzamelen en verwerken gegevensH
6. Tijdens uitvoering controleren en kwaliteit in de gaten houden.
7. Evalueren
8. Rapporteren en presenteren.
Toolkit met hulpmiddelen: Uitgangspunten, instrumenten en aanwijzingen
Informele observatie= ‘Onderzoek’ in het dagelijks leven, je bent niet echt van plan
onderzoek te doen. Je laat je leiden door je eigen referentiekader om conclusies te trekken.
Systematische observatie= Onderzoek met een vastgesteld stappenplan, zonder van
tevoren een uitkomst in gedachten te hebben.
1.1 Uitgangspunten van onderzoek
Praktische aandachtspunten voor onderzoek:
- Onderzoeksplan
- Probleemstelling opstellen
- Eerder onderzoek hiernaar gedaan? Welke conclusies?
- Deadline en budget
- Overleg met begeleider, opdrachtgever, medeonderzoekers.
Methodologie= Diepgaander uitgangspunten, de basisprincipes van onderzoek doen.
- Ook wel de markers van onderzoek.
- Fundamenteel of praktijkgericht onderzoek
- Kwalitatief of kwantitatief onderzoek
- Inductie of deductie
1.1.1 en 1.1.2
Fundamenteel onderzoek(universiteit):
- Beantwoord vragen om kennis te ontwikkelen.
- Kennisvragen= Vraag die je m.b.v. fundamenteel onderzoek beantwoordt en die in
het onderzoek kennis oplevert.
- Belangrijk voor de wetenschap
Praktijkgericht onderzoek(HBO):
- Je houd je bezig met het oplossen van praktijkproblemen.
- Praktijkvragen= Afkomstig uit de dagelijkse praktijk, uit de samenleving. Het
antwoord leidt tot het oplossen van een praktijkprobleem.
- Belangrijk voor de maatschappij
1.1.3
, Kwantitatief onderzoek= Je gebruikt cijfermatige informatie: gegevens in cijfers over
objecten, organisatie en personen.
- Nadruk op het meetbaar maken van verschijnselen en op generalisatie.
- Leeftijd in jaren.
- Waardering van 1 tot 5
- 1(man), 2(vrouw)
- Statistische technieken (het kwantitatieve instrument) gebruik je om kenmerken te
verwerken en verwachtingen over de resultaten te toetsen.
Kwalitatief onderzoek= Onderzoek m.b.v. niet-cijfermatige gegevens. Onderzoek in het
veld/werkelijkheid. Je bent benieuwd naar de betekenis die onderzochte personen zelf aan
situaties geven.
- Nadruk op betekenis die de onderzochte vanuit eigen achtergrond aan een situatie
geeft. De context.
- Holisme= De onderzochte personen in de omgeving worden als geheel beschouwt.
Je beschouwt een ervaring als onderdeel van de hele belevingswereld van personen.
- Interpretatief van aard
- Taal is het kwalitatieve instrument. Gegevens verwerkt in alledaagse taal.
- Denk aan de tablet enquête in kledingwinkels(H&M)
Kwalitatief Kwantitatief
Nadruk op betekenis/context Ja Nee
Aantal onderzochten Weinig Veel
Gegevens per onderzochte Veel Weinig
Soort gegevens Diepgaand Oppervlakkig
Objectief meetbaar Nee Ja
Statistisch generaliseerbaar Nee Mogelijk
Triangulatie= Probleemstelling aanpakken met meerdere onderzoeksmethoden. Gebruikt
om betrouwbaarheid te verhogen.
- Mixed Method-benadering= Onderzoek waarbij kwalitatieve en kwantitatieve
methoden worden ingezet. Zo krijg je cijfers en weet je de achtergrond achter de
getallen.
1.1.4
Inductief onderzoek= Van tevoren nog geen theorie bekend. Doel is om deze theorie te
ontwikkelen. D.m.v. observaties doet hij uitspraken.
- Kwalitatief onderzoek
- Werken van bijzondere(verzamelde gegevens) naar het algemene(te vormen
theorie).
- Theorievormend
- Iteratie(herhaling) is belangrijk, hierdoor behaal je hogere kwaliteit.
1. Verzamelen en analyseren gegevens.
2. Eerst econclusies trekken.
3. Welk type aanvullende info nodig?
4. Verzamelen en analyseren nieuwe gegevens.
5. Etc.