Stof tentamen 20 januari
Deze tweede deeltoets heeft betrekking op de laatste vier hoorcolleges en de volgende
bijbehorende literatuur: Dillon (2024), (delen uit) hoofdstukken 6, 8 tot en met 13 en de
bekeken films/documentaires
Hoorcollege 7: conflicttheorie en de reproductie van ongelijkheid
Overzicht hoorcollege:
Deel 1: Vormen van stratificatie en conflict (Hoofdstuk 6, p.251-264)
Deel 2: Reproductie van ongelijkheden
Deel 1: Vormen van stratificatie en conflict (Hoofdstuk 6, p.251-264)
Conflict? Daar hebben we het toch al over gehad bij Marx?
Marx (H1) met de strijd tussen arbeiders en kapitaalbezitters
Een strijd die voortkomt uit economische ongelijkheden
Stratificatie
Gestratificeerde samenleving: verschillende lagen in de samenleving waartussen
ongelijkheid ontstaat
Hiërarchie in de samenleving naar economische middelen. Verdeling in de
samenleving die de hiërarchie weergeeft van wie veel en weinig economische
hulpbronnen hebben.
Maar er kan ook ongelijkheid bestaan met betrekking tot andere hulpbronnen (niet
alleen op economisch terrein)
Dat zagen we al bij Weber, Ook stratificatie naar:
Sociale status
Politieke macht
,Conflict theorie
Ralf Dahrendorf (1929-2009)
Conflict is normaal en overal in de samenleving
Conflict als een normaal alomtegenwoordig fenomeen in een samenleving (i.t.t.
Parsons die uitging van gedeelde waarden voor stabiliteit). Conflicten zijn niet
‘vreemd’.
Er is niet alleen maar stabiliteit
Niet-gewelddadige conflicten als de drijvende kracht van democratische
samenlevingen. Het gaat bij de conflict theorie meer om vreedzame, niet
gewelddadige conflicten en dat dit de drijvende krachten van de democratische
samenlevingen zijn. Democratisering heeft een belangrijke rol voor het conflict
oplossen van de samenleving.
Democratisering als conflict-oplossend vermogen:
Belangen worden vertegenwoordigd door belangengroepen en politieke partijen die
met elkaar op democratische wijze strijden.
Conflict is beter beheersbaar als het geïnstitutionaliseerd is. We mogen het met
elkaar oneens zijn
We zien tegenwoordig steeds minder democratieën
Bij de dichotomie (tussen arbeiders en kapitaalbezitters) van Marx vandaan
Marx dichotomie: verdeling van iets in 2 tegengestelde delen tussen arbeiders vs.
kapitaalbezitters
Er is meer mobiliteit dan Marx verwachtte
Mobiliteit: of het mogelijk is te veranderen van positie in de samenleving gegeven
waar je op dat moment staat in de samenleving
Je hebt neerwaartse (lager) en opwaartse (hoger) mobiliteit
Er is meer mobiliteit mogelijk dan Marx en Engels voorzien hadden
Het ontstaan van de middenklasse (belangrijk voorbeeld van mobiliteit)
Bovendien (zoals Weber beargumenteert), is sociale klasse gebaseerd op
economische hiërarchie onvoldoende om conflicten in de samenleving te beschrijven.
Het gaat dus ook over andere zaken in de samenleving.
Bij de conflicttheorie: Weg van de dichotomie en weg van alleen de economische
zaken
,2 soorten mobiliteit:
1. Intragenerationeel: binnen mensen een verandering kan zien: veranderingen in
sociale positie die een individu gedurende zijn of haar eigen leven doormaakt. Dus
binnen iemands eigen leven
2. Intergenerationeel: Veranderingen in sociale positie tussen ouders en hun kinderen,
waarbij wordt gekeken in hoeverre de positie van de ouders die van het kind bepaalt.
Groepsconflict
Zodra mensen zich aansluiten bij een groep, willen mensen het beste voor die groep.
Elke tegenstelling tussen (georganiseerde) groepen die verklaard kan worden uit de
sociale structuur
Diverse belangen van groepen, met competitie over beschikbare hulpbronnen. Dus
concurrentie over schaarse hulpbronnen kan leiden tot conflicten
Conflict tussen groepen ontstaat wanneer de ene groep een bedreiging van de
belangen door een andere groep waarneemt.
De sociologische verbeelding
Mills’ Sociological Imagination’ (1959)
De sociologische verbeelding: meerdere perspectieven combineren om te begrijpen
wat er gebeurt in de samenleving
Verschil tussen middenklasse en ‘elite van de macht’. De middenklasse wordt
misschien wel rijker, maar de macht blijft bij de elite.
Veel nadruk op het ontstaan van een grote middenklasse die geen echte macht heeft
Contrast met de ‘elite van de macht’: de besluitvormers in de hoogste lagen van de
politieke, economische en militaire instituties
Hoe kom je nou in die instituties?
Elite van de macht
Macht, vermogen en bekendheid komen samen bij de elite van de macht
(hulpbronnen)
Institutionele compositie van macht verandert:
Nieuw: media-elite (diegene die mediaproductie in handen heeft)
Nieuw: economisch-technologische elite (wie controleert big data)
Overlap en geslotenheid van macht op deze terreinen.
, Mills: de passieve massa
Geen revolutie (zoals Marx voorspelde)
Geen sociale verandering door groepsconflict (Dahrendorf)
Passieve middenklasse is ontstaan (passieve massa these), het systeem zet niet aan
om activistisch te worden.
Maar: Mensen buiten de machtselite zijn onbekwaam om sociale verandering te
realiseren (Mills: 1956).
Ze worden gemanipuleerd en gecontroleerd zodat ze passief blijven (vergelijkbaar
met de Kritische theorie)
Instituties (zelfs het onderwijs) richten zich meer op (media-)vermaak en afleiding
dan op politiek bewustzijn of participatie.
Ongelijkheid – in Europa en de VS
Kritieken op de theorieën die ontstaan waren over ongelijkheid:
Bijzonder weinig aandacht voor de zwarte bevolking in de VS
Ook bijzonder weinig aandacht voor ongelijkheden die wereldwijd bestaan
Koloniën
Al in 1913 werd het onderscheid tussen landen met koloniën en de koloniën benadrukt
Rosa Luxemburg (1871-1919): juist in de koloniën dalen de lonen.
Marx’s theorie over ongelijkheid komt wel tot uiting in koloniën
Onderontwikkeling door het systeem
Naïef om de effecten van het kapitalistische systeem alleen binnen één land te
bestuderen: het systeem werkt wereldwijd
Gunder Frank (1967): het kapitalistische systeem draait op maken van winsten
Fernando Cardoso (1979): Afhankelijkheid van de periferie van het centrum, welke
gekenmerkt wordt door uitbuiting
Wereldwijde productiesysteem zorgt voor concentratie van kapitaal in de centrum
landen, en uitbuiting in de periferie
Wat leidt tot stilstand/onderontwikkeling in de periferie
Ongelijkheden in het centrum daalt, maar ongelijkheid wereldwijd daalt. Wat leidt tot
stilstand in periferie landen
Deel 2: Reproductie van ongelijkheden (Hoofdstuk 13)