lOMoARcPSD|383 406 3
Inhoudsopgave
Probleem 1: Biologie en DNA 4
Genetisch materiaal 4
Uiting van genen 4
Theorieën over erfelijkheid en milieu-interacties in de ontwikkeling 5
Mitose: 6
Kiemcellen (via meiose) 6
Erfelijke aandoeningen 7
Fases zwangerschap: 9
Complicaties: 11
Psychoactieve drugs tijdens zwangerschap 13
Overzicht probleem 2 Wat zijn emoties en wat zijn de functies ervan? 15
Probleem 2: Emoties 16
Emoties: 16
Emotionele competentievaardigheden: 16
Functies emoties: 16
Perspectieven op emotionele ontwikkeling: 17
Ontwikkeling emoties: 17
Kindertijd: 18
Vroege jeugd: 20
Midden- en late kinderjaren: 21
Zelfregulatie van emoties: 23
Functie van emoties begrijpen bij baby’s 24
Probleem 3: Reflexen 25
Reflexen van pasgeborenen: 25
Ontwikkeling reflexen: 26
Attachment: 28
4 Fases van hechten: 28
Theorieën over hechting: (eigenlijk alleen die van Bowlby belangrijk!!!) 28
4 soorten hechtingspatronen: 30
Factoren die invloed hebben op hechting: 31
Hechting en latere ontwikkeling 32
Artikel: Postpartum depression effects on early interactions, parenting, and safety practices: A review – T.
Field 33
Probleem 4: Cognitieve ontwikkeling 34
Introductie: 34
, lOMoARcPSD|383 406 3
Piaget's theorie van cognitieve ontwikkeling: Constructivism 34
2 processen die zorgen voor overgang naar een volgende fase: 34
Piaget’s fases van cognitieve ontwikkeling: 35
Sensorimotor stage: 36
Kritiek op sensomotorische fase (andere theorieën) 37
Preoperational stage: 38
Kritiek op Piaget’s preoperational stage: 39
Opkomst van ‘Theory of mind’ (TOM) 40
Stage of concrete operations: 40
Stage of formal operations: 40
Kritiek op Piaget: 41
Theorie Vygotsky Sociaal-culturele theorie 41
Rol van cultuur in intellectuele ontwikkeling: 41
Taal en cognitieve ontwikkeling: 42
Samenvattend: 42
Kritiek: 42
Probleem 5: Taal 45
Taal: 45
5 componenten van taal 45
Prelinguistic period: 46
Holophrase period 46
Telegraphic period 47
Preschool period 48
Midden kindertijd en adolescentie 48
Theorieën over taal 49
Hersengebieden voor taal 51
Probleem 6: Morele ontwikkeling 53
Piaget’s stages of moral justice 53
Piaget’s two-stage theory of moral development 53
Kohlberg: 53
Kohlberg’s fases kort: 54
Kohlberg’s 6 fases: 54
Uitleg fases: 56
Hoe ontwikkeling ontstaat volgens Kohlberg 57
Kritiek op Kohlberg 57
Test van Kohlberg 57
Alternatief Kohlberg: (minder belangrijk voor tentamen) 57
Morele ontwikkeling 58
, lOMoARcPSD|383 406 3
Gevolgen en oorzaken morele ontwikkeling 59
Artikel 59
Probleem 7: Gender 62
Verschil jongens en meisjes 62
Verschillen 62
Overeenkomsten en misopvattingen jongens en meisjes 63
Artikel: Seks difference in the adolescent brain 63
Een aantal begrippen 64
Gender identity 64
Invloeden op gender identity 64
Stabiliteit van gender typing 66
Kohlberg's cognitive developmental theory 66
Gender-Schema Theory (GST) 66
Probleem 8: 68
Veranderingen tijdens puberteit 68
Verloop puberteit: 69
Puberteit meisjes 70
Puberteit jongens 70
Artikel Spears (2013) neurologische ontwikkelingen in adolescenten 71
Risicovol gedrag 71
Seksueel gedrag 72
, lOMoARcPSD|383 406 3
Probleem 1: Biologie en DNA
Leerdoelen:
Hoe werkt het DNA en hoe komt je DNA tot uiting?
- Dominant en recessief
Hoe werkt het delen van chromosomen?
- Mitose en meiose
Wat zijn de fases van zwangerschap en wat zijn de risico's per fase?
Invloed van verschillende drugs? (alcohol, drugs)
- Richten op prenatale ontwikkeling, wat ontwikkelt er en hoe ontwikkelt de baby
- Niet perse per fase, maar wel de invloed van de verschillende drugs
Wat kan er misgaan tijdens de zwangerschap?
Niet lezen
- 1e vignet, niet elke fase van de cel
- Complex overervingspatroon (d.w.z. polygeen).
- "Genetische adviezen" en prenatale diagnose of preventie van geboorteafwijkingen.
- Geboorte en mogelijke problemen die zich tijdens de geboorte
kunnen voordoen/behandeling van deze problemen.
- Het voorspellen, opsporen en behandelen van erfelijke aandoeningen hoeft niet
te worden bestudeerd.
- Hersenontwikkeling hoeft niet te worden behandeld. Prenatale hersenontwikkeling
is enigszins besproken tijdens cursus 1.4. PSY.
- Kanalisatie en range of reaction hoeven niet!
- Teratagen bloed-types en toxins hoeven niet!
- PKU, sickle cell en huntington's desease wel! polygenic inheritance wel
Leerdoel: Hoe werkt het DNA en hoe komt je DNA tot uiting?
Genotype = genetische eigenschappen die een individu erft
Fenotype = de manier waarop iemands genotype tot uiting komt in waarneembare of
meetbare kenmerken
Genetisch materiaal
- Genetisch materiaal wordt voor het eerst vastgelegd in een zygote (= een cel die bij de
bevruchting wordt gevormd door de samensmelting van een spermacel en een eicel).
De nieuwe celkern bevat chromosomen (= draadvormige structuur die uit genen
bestaat; bij de mens zijn er 46 chromosomen in de kern van elke lichaamscel)
- Chromosomen bestaan uit duizenden chemische segmenten, genen genaamd.
- Genen = erfelijke blauwdruk voor ontwikkeling die ongewijzigd van generatie op
generatie wordt doorgegeven.
- Genen zijn strengen desoxyribonucleïnezuur (deoxyribonucleic acid), of DNA
- DNA = lange, dubbelstrengs moleculen die chromosomen vormen.
o DNA kan zichzelf dupliceren.
o Zygote kan zich door DNA ontwikkelen als mens
Uiting van genen
- De uiting van genen worden beïnvloed door (1) genen en (2) omgevingsfactoren
Inhoudsopgave
Probleem 1: Biologie en DNA 4
Genetisch materiaal 4
Uiting van genen 4
Theorieën over erfelijkheid en milieu-interacties in de ontwikkeling 5
Mitose: 6
Kiemcellen (via meiose) 6
Erfelijke aandoeningen 7
Fases zwangerschap: 9
Complicaties: 11
Psychoactieve drugs tijdens zwangerschap 13
Overzicht probleem 2 Wat zijn emoties en wat zijn de functies ervan? 15
Probleem 2: Emoties 16
Emoties: 16
Emotionele competentievaardigheden: 16
Functies emoties: 16
Perspectieven op emotionele ontwikkeling: 17
Ontwikkeling emoties: 17
Kindertijd: 18
Vroege jeugd: 20
Midden- en late kinderjaren: 21
Zelfregulatie van emoties: 23
Functie van emoties begrijpen bij baby’s 24
Probleem 3: Reflexen 25
Reflexen van pasgeborenen: 25
Ontwikkeling reflexen: 26
Attachment: 28
4 Fases van hechten: 28
Theorieën over hechting: (eigenlijk alleen die van Bowlby belangrijk!!!) 28
4 soorten hechtingspatronen: 30
Factoren die invloed hebben op hechting: 31
Hechting en latere ontwikkeling 32
Artikel: Postpartum depression effects on early interactions, parenting, and safety practices: A review – T.
Field 33
Probleem 4: Cognitieve ontwikkeling 34
Introductie: 34
, lOMoARcPSD|383 406 3
Piaget's theorie van cognitieve ontwikkeling: Constructivism 34
2 processen die zorgen voor overgang naar een volgende fase: 34
Piaget’s fases van cognitieve ontwikkeling: 35
Sensorimotor stage: 36
Kritiek op sensomotorische fase (andere theorieën) 37
Preoperational stage: 38
Kritiek op Piaget’s preoperational stage: 39
Opkomst van ‘Theory of mind’ (TOM) 40
Stage of concrete operations: 40
Stage of formal operations: 40
Kritiek op Piaget: 41
Theorie Vygotsky Sociaal-culturele theorie 41
Rol van cultuur in intellectuele ontwikkeling: 41
Taal en cognitieve ontwikkeling: 42
Samenvattend: 42
Kritiek: 42
Probleem 5: Taal 45
Taal: 45
5 componenten van taal 45
Prelinguistic period: 46
Holophrase period 46
Telegraphic period 47
Preschool period 48
Midden kindertijd en adolescentie 48
Theorieën over taal 49
Hersengebieden voor taal 51
Probleem 6: Morele ontwikkeling 53
Piaget’s stages of moral justice 53
Piaget’s two-stage theory of moral development 53
Kohlberg: 53
Kohlberg’s fases kort: 54
Kohlberg’s 6 fases: 54
Uitleg fases: 56
Hoe ontwikkeling ontstaat volgens Kohlberg 57
Kritiek op Kohlberg 57
Test van Kohlberg 57
Alternatief Kohlberg: (minder belangrijk voor tentamen) 57
Morele ontwikkeling 58
, lOMoARcPSD|383 406 3
Gevolgen en oorzaken morele ontwikkeling 59
Artikel 59
Probleem 7: Gender 62
Verschil jongens en meisjes 62
Verschillen 62
Overeenkomsten en misopvattingen jongens en meisjes 63
Artikel: Seks difference in the adolescent brain 63
Een aantal begrippen 64
Gender identity 64
Invloeden op gender identity 64
Stabiliteit van gender typing 66
Kohlberg's cognitive developmental theory 66
Gender-Schema Theory (GST) 66
Probleem 8: 68
Veranderingen tijdens puberteit 68
Verloop puberteit: 69
Puberteit meisjes 70
Puberteit jongens 70
Artikel Spears (2013) neurologische ontwikkelingen in adolescenten 71
Risicovol gedrag 71
Seksueel gedrag 72
, lOMoARcPSD|383 406 3
Probleem 1: Biologie en DNA
Leerdoelen:
Hoe werkt het DNA en hoe komt je DNA tot uiting?
- Dominant en recessief
Hoe werkt het delen van chromosomen?
- Mitose en meiose
Wat zijn de fases van zwangerschap en wat zijn de risico's per fase?
Invloed van verschillende drugs? (alcohol, drugs)
- Richten op prenatale ontwikkeling, wat ontwikkelt er en hoe ontwikkelt de baby
- Niet perse per fase, maar wel de invloed van de verschillende drugs
Wat kan er misgaan tijdens de zwangerschap?
Niet lezen
- 1e vignet, niet elke fase van de cel
- Complex overervingspatroon (d.w.z. polygeen).
- "Genetische adviezen" en prenatale diagnose of preventie van geboorteafwijkingen.
- Geboorte en mogelijke problemen die zich tijdens de geboorte
kunnen voordoen/behandeling van deze problemen.
- Het voorspellen, opsporen en behandelen van erfelijke aandoeningen hoeft niet
te worden bestudeerd.
- Hersenontwikkeling hoeft niet te worden behandeld. Prenatale hersenontwikkeling
is enigszins besproken tijdens cursus 1.4. PSY.
- Kanalisatie en range of reaction hoeven niet!
- Teratagen bloed-types en toxins hoeven niet!
- PKU, sickle cell en huntington's desease wel! polygenic inheritance wel
Leerdoel: Hoe werkt het DNA en hoe komt je DNA tot uiting?
Genotype = genetische eigenschappen die een individu erft
Fenotype = de manier waarop iemands genotype tot uiting komt in waarneembare of
meetbare kenmerken
Genetisch materiaal
- Genetisch materiaal wordt voor het eerst vastgelegd in een zygote (= een cel die bij de
bevruchting wordt gevormd door de samensmelting van een spermacel en een eicel).
De nieuwe celkern bevat chromosomen (= draadvormige structuur die uit genen
bestaat; bij de mens zijn er 46 chromosomen in de kern van elke lichaamscel)
- Chromosomen bestaan uit duizenden chemische segmenten, genen genaamd.
- Genen = erfelijke blauwdruk voor ontwikkeling die ongewijzigd van generatie op
generatie wordt doorgegeven.
- Genen zijn strengen desoxyribonucleïnezuur (deoxyribonucleic acid), of DNA
- DNA = lange, dubbelstrengs moleculen die chromosomen vormen.
o DNA kan zichzelf dupliceren.
o Zygote kan zich door DNA ontwikkelen als mens
Uiting van genen
- De uiting van genen worden beïnvloed door (1) genen en (2) omgevingsfactoren