Vennootschapsrecht: Oude Examenvragen
Bachelor TEW / SEW / HI(B) - Universiteit Antwerpen
Dit document bevat meerkeuze vragen die je kunnen helpen als voorbereiding op het
examen vennootschapsrecht. Gebruik dit als test om te kijken of je klaar bent voor het
examen. De hoorcolleges zijn het belangrijkste om te slagen voor het examen.
Instructies:
• Kies telkens het ene juiste of meest volledige antwoord.
• Er wordt gepeild naar zowel kennis van het Wetboek van Vennootschappen en
Verenigingen (WVV) als inzicht in casussen.
• Deze bundel bevat 2 verschillende proefexamen, gebasseerd op oude examenvragen.
Achter elk examen staan de oplossingen.
• EXAMEN 1: Pagina 1-5, oplossingen pagina 6
• EXAMEN 2: pagina 7-11, oplossingen pagina 12
DEEL 1: DEFINITIES EN CONCEPTEN
Vraag 1 Wat wordt in het vennootschapsrecht verstaan onder de term "nijverheid"?
A. Het geheel van materiële activa zoals machines en gebouwen.
B. De inbreng van kennis, arbeid en toekomstige werkprestaties door een vennoot.
C. De commerciële handelsactiviteit die de vennootschap als hoofddoel heeft.
D. Het netwerk van leveranciers en klanten dat een vennoot inbrengt.
Vraag 2 Wat is het juridische gevolg indien er een "leeuwenbeding" (clausule die één
vennoot alle winst toekent) wordt opgenomen in de statuten van een maatschap of
vennootschap?
A. De volledige vennootschap is nietig (nietigheid ex tunc).
B. De vennootschap is vatbaar voor vernietiging op verzoek van een belanghebbende
(nietigheid ex nunc).
C. De clausule wordt voor niet-geschreven gehouden; de rest van de statuten blijft
geldig.
D. De vennootschap wordt van rechtswege omgezet in een VOF.
Vraag 3 Welke stelling over de "slapende vennootschap" is correct?
1
, Naam:____________ Voornaam:____________ Studentnummer:________ Datum:_______
A. Dit is een vennootschap die gedurende 3 opeenvolgende boekjaren verlies heeft
gemaakt.
B. Dit is een vennootschap die haar jaarrekening niet heeft neergelegd binnen de 7
maanden na afsluiting van het boekjaar.
C. Dit is een vennootschap zonder bestuurders, waar de Algemene Vergadering de
touwtjes in handen heeft.
D. Dit is een fiscale term voor een vennootschap die geen BTW-nummer heeft
aangevraagd.
DEEL 2: TOEPASSING EN CASUSSEN
Vraag 4 Drie vrienden richten een NV op. Het minimumkapitaal bedraagt 61.500 euro. Ze
besluiten echter een NV op te richten met een kapitaal van 200.000 euro. Hoeveel kapitaal
moet er minimaal volstort zijn bij de oprichting om geldig te kunnen starten?
A. 61.500 euro.
B. 50.000 euro (een vierde van 200.000 euro).
C. 61.500 euro, én bovendien moet elk aandeel minstens voor 1/4e volstort zijn.
D. Het volledige bedrag van 200.000 euro moet altijd volstort zijn bij oprichting.
Vraag 5 Jan is zaakvoerder in een VOF. In de statuten, die gepubliceerd zijn in het Belgisch
Staatsblad, staat dat voor contracten boven de 10.000 euro de handtekening
van beide zaakvoerders vereist is. Jan bestelt alleen, zonder zijn medezaakvoerder, een
machine van 15.000 euro bij een leverancier. Is de VOF gebonden door dit contract?
A. Ja, want een beperking van de vertegenwoordigingsbevoegdheid (zoals een bedrag)
is in een VOF niet tegenwerpelijk aan derden, zelfs niet indien gepubliceerd.
B. Nee, want de beperking was gepubliceerd en derden worden geacht de statuten te
kennen.
C. Ja, maar Jan zal persoonlijk de helft moeten betalen aan de VOF.
D. Nee, tenzij de leverancier kan bewijzen dat hij te goeder trouw was.
Vraag 6 Een BV heeft drie bestuurders. De statuten bepalen niets specifiek over de
besluitvorming. Eén bestuurder begaat een duidelijke bestuursfout waardoor de vennootschap
schade lijdt. Wie is aansprakelijk voor deze schade?
A. Enkel de bestuurder die de fout beging.
2