Psychologie college week 1:
Psyche= geest (intern)
Logie= gebied van de studie Studie van de geest
Extern: gedrag
Sociale wetenschappen bestaan uit maatschappijwetenschappen & gedragswetenschappen.
Soorten psychologen:
Experimenteel: kennis verzamelen
Docenten psychologie: kennis doorgeven
Toegepaste psychologen: kennis gebruiken
- Sport, school, gezondheid, klinisch of forensisch psychologen zijn bijv. specialisaties
Psychiater vs. Psycholoog
Medisch Geen medicijnen voorschrijven
Wetenschappelijke methode:
= procedure om ideeën te onderwerpen aan een onderzoek. Vervolgens worden ze bewezen of
verworpen.
Empirisch onderzoek= het verzamelen van objectieve informatie door metingen die zijn
gebaseerd op sensorische ervaringen en observatie.
Theorie= toetsbare verklaring voor een verzameling feiten of waarnemingen.
Vier stappen voor een wetenschappelijke methode:
1. Hypothese: variabelen operationaliseren
2. Toetsen hypothese: data verzamelen. Onafhankelijke (oorzaak) en afhankelijke variabele
(gevolg). Experimentele / controle conditie/groep.
- Voldoende groot
- Willekeurig
- controlegroep
3. Resultaten analyseren: significant of niet?
4. Resultaten publiceren, bekritiseren en repliceren (onderzoek opnieuw uitvoeren)
Psychologisch onderzoek:
Experimenten: alle omstandigheden worden gecontroleerd die van invloed zouden kunnen
zijn op het onderzoek.
- Oorzaak-gevolg kan hiermee goed worden vastgesteld.
Survey (vragenlijsten)
+ Grote hoeveelheden
- Steekproef
- Formulering vragen
Natuurlijke observatie
+ Je ziet de gedragingen zoals ze daadwerkelijk zijn
- Omstandigheden minder gecontroleerd
- Kost een hoop tijd en geld
Gevalstudie/ casestudy: Gardner: gericht op enkele personen/ één persoon.
- Klinische methode= theorieën ontwikkelen a.d.h.v. casestudy’s.
- Subjectief
- Geringe omvang conclusies niet generaliseerbaar.
Correlatieonderzoek: gaat op zoek naar een experiment dat al toevallig heeft
plaatsgevonden.
- Correlatiecoëfficiënt (r): positief (stijgend), negatief (dalend), geen (geen verband).
Perspectieven:
Psyche= geest (intern)
Logie= gebied van de studie Studie van de geest
Extern: gedrag
Sociale wetenschappen bestaan uit maatschappijwetenschappen & gedragswetenschappen.
Soorten psychologen:
Experimenteel: kennis verzamelen
Docenten psychologie: kennis doorgeven
Toegepaste psychologen: kennis gebruiken
- Sport, school, gezondheid, klinisch of forensisch psychologen zijn bijv. specialisaties
Psychiater vs. Psycholoog
Medisch Geen medicijnen voorschrijven
Wetenschappelijke methode:
= procedure om ideeën te onderwerpen aan een onderzoek. Vervolgens worden ze bewezen of
verworpen.
Empirisch onderzoek= het verzamelen van objectieve informatie door metingen die zijn
gebaseerd op sensorische ervaringen en observatie.
Theorie= toetsbare verklaring voor een verzameling feiten of waarnemingen.
Vier stappen voor een wetenschappelijke methode:
1. Hypothese: variabelen operationaliseren
2. Toetsen hypothese: data verzamelen. Onafhankelijke (oorzaak) en afhankelijke variabele
(gevolg). Experimentele / controle conditie/groep.
- Voldoende groot
- Willekeurig
- controlegroep
3. Resultaten analyseren: significant of niet?
4. Resultaten publiceren, bekritiseren en repliceren (onderzoek opnieuw uitvoeren)
Psychologisch onderzoek:
Experimenten: alle omstandigheden worden gecontroleerd die van invloed zouden kunnen
zijn op het onderzoek.
- Oorzaak-gevolg kan hiermee goed worden vastgesteld.
Survey (vragenlijsten)
+ Grote hoeveelheden
- Steekproef
- Formulering vragen
Natuurlijke observatie
+ Je ziet de gedragingen zoals ze daadwerkelijk zijn
- Omstandigheden minder gecontroleerd
- Kost een hoop tijd en geld
Gevalstudie/ casestudy: Gardner: gericht op enkele personen/ één persoon.
- Klinische methode= theorieën ontwikkelen a.d.h.v. casestudy’s.
- Subjectief
- Geringe omvang conclusies niet generaliseerbaar.
Correlatieonderzoek: gaat op zoek naar een experiment dat al toevallig heeft
plaatsgevonden.
- Correlatiecoëfficiënt (r): positief (stijgend), negatief (dalend), geen (geen verband).
Perspectieven: