Samenvatting OV – tentamen
Hoofdstuk 1 – De betekenis van onderzoek
1.1 – Inleiding
De behoefte aan onderzoek komt voort uit de vraag naar kennis, nieuwe inzichten of
een oplossingen voor een probleem.
Met de vraag hoe de onderzoeker aan zijn uitkomsten komt, vraag je eigenlijk naar de
onderzoeksmethode. Een methode is een systematische en doelgerichte werkwijzen
om gegevens te verzamelen, te analyseren en te interpreteren. Binnen de methode
kan hij verschillende technieken gebruiken; een activiteit om gegevens te
verzamelen (enquête, interview, observatie, test of simulatie).
Het antwoorden op bovenstaande vragen geeft de geloofwaardigheid van het
onderzoek weer.
Waarom verdiepen in onderzoek:
1. Je kunt gerichter zaken ontdekken
2. Je kunt informatie beter beoordelen op geloofwaardigheid en bruikbaarheid
1.2 – Wat is onderzoek?
Onderzoek is het doelbewust en methodisch zoeken naar nieuwe kennis in de vorm
van antwoorden op vooraf gestelde vragen volgens een vooraf opgesteld plan.
Kenmerken van onderzoek:
1. Er is een duidelijk doel
2. Je verzamelt gegevens systematisch
3. Je interpreteert gegevens systematisch
1.3 – Het doel van onderzoek in organisaties
Onderzoek in organisatie is het systematisch uitzoeken van vraagstukken binnen
een zeer breed toepassingsdomein – onderscheid in twee typen onderzoek:
1. Fundamenteel onderzoek: het doel om kennis op te doen voor het
ontwikkelen of uitbreiden van wetenschappelijke theorieën.
2. Praktijkgericht onderzoek: bestudeert de onderzoeker een specifiek
probleem in de praktijk dat aanleiding is tot een onderzoek.
1.4 – Het onderzoeksproces
Het onderzoeksproces omvat meestal zeven fasen, waarbij het van belang is dat
voordat je alle fasen doorloopt, al vooruit denkt. Deze zeven fasen:
1. Oriëntatie op probleem en context
2. Formulering onderzoeksdoelstelling en vraagstelling
3. Kritische literatuurstudie
4. Methodologische verantwoording inclusief operationalisering
5. Dataverzameling
6. Data-analyse
, 7. Rapportage en presentatie
1.5 – Kwaliteit in onderzoek
Je dient er naar te streven dat je onderzoek een zo hoog mogelijke kwaliteit heeft.
Daarmee wordt bedoeld dat je het volgens methodologische regels hebt opgezet en
uitgevoerd.
Deze regels stellen wat onderzoekers wel en niet moeten doen tijdens hun
onderzoek en de eisen leiden tot een onderzoek dat op een geloofwaardige
wijze een correct beeld geeft van de werkelijkheid.
De kwaliteitscriteria:
1. Controleerbaarheid; de mate waarin mensen kunnen beoordelen wat je tijdens
het onderzoek hebt gedaan, hoe je dat hebt uitgevoerd en welke gegevens dat
heeft opgeleverd.
2. Betrouwbaarheid; de accuraatheid en nauwkeurigheid van de meting.
3. Validiteit; behandelt de vraag of je hebt gemeten wat je bedoelde te meten.
4. Objectiviteit; je voert het onderzoek uit vanaf een neutraal standpunt en je je
niet laat leiden door een eigen mening of voorkeur voor het onderwerp.
5. Ethiek; de onderzoeker waarborgt in alle fasen van het onderzoek dat de
mensen die erbij betrokken zijn of eraan deelnemen of op wie de resultaten van
toepassing zijn, op een correcte manier worden behandeld.
a. Gedragsregels
b. Privacy
Keuzes verantwoorden voor de systematische aanpak van je onderzoek.
Hoofdstuk 2 – Het formuleren van een onderzoeksdoelstelling en
een vraagstelling
2.1 - Inleiding
Een goede voorbereiding is het halve werk. Het formuleren en verduidelijken van het
doel van het onderzoek is altijd het startpunt van je onderzoek. Hierna kun je
nadenken over de meeste geschikte onderzoeksstrategie en onderzoeksmethoden
voor het verzamelen en analyseren van data.
2.2 – Kenmerken van een goed onderzoeksonderwerp
Het begrijpen van de aanleiding van het onderzoek en het duidelijk definiëren van
vragen en doelstellingen voor het onderzoek helpen je te bepalen op welke wijzen en
in welke mate je onderzoek een bijdrage kan leveren.
Hierbij is het van belang om twee criteria te hanteren:
1. Relevantie; de mate waarin een onderzoek een waardevolle bijdrage levert
aan beslissingsprocessen van het management of algemene kennis over een
onderwerp, ongeacht de uitkomst.
2. Haalbaarheid; de mate waarin het mogelijk is je doel te bereiken binnen
gestelde beperkingen, zoals tijd, middelen en toegang tot documenten en
participanten.
, a. Tijd; kan een beperking zijn voor de hoeveelheid data die je kunt
verzamelen of het aanleren van benodigde vaardigheden
b. Middelen; de benodigdheden voor je onderzoek (software, werkruimte,
budget etc.)
c. Toegang; je moet zeker zijn van toegang tot data
2.3 – Het onderwerp van een onderzoeksvoorstel
Het onderzoeksvoorstel is een document waarin je beschrijft wat je hebt gepland in
het onderzoeksproject: welke vragen je zult stellen en beantwoorden. Onderdelen:
- Aanleiding
- Doel
- Onderwerp
- Hoe het onderzoek uitgevoerd gaat worden
- Welke middelen nodig zijn
- Tijdsplanning
Het onderzoeksvoorstel dient als soort goedkeuring voor het onderzoek en moet voor
opdrachtgever en onderzoeker duidelijk zijn waar het over gaat. Grofweg drie
onderdelen:
1. Oriëntatie op het probleem en de context
a. Je oriënteert op de opdrachtgever en het probleem
i. Je begrijpt de opdracht beter en de aanleiding ervan
ii. Hoe beter je beeld van de organisatie, hoe beter je de opdracht kunt
afstemmen op de opdrachtgever
iii. Onderzoek hoe groot het probleem is, wat er al aan gedaan is en
wat het belang is (context van het probleem)
2. Formuleren van een opdracht, onderzoeksdoelstelling en vraagstelling
3. Schrijven van het onderzoeksvoorstel
Een probleem is een onwenselijke of onzekere situatie. Een situatie is onwenselijk
wanneer de feitelijke situatie niet overeenkomst met de gewenste situatie. Een
situatie is onzeker wanneer een beslissing genomen moet worden, maar er
onvoldoende informatie beschikbaar is om dit onderbouwd te doen.
Als je het probleem niet goed in kaart brengt, kan het zijn dat je onderzoek niet
relevant en effectief is.
De organisatiedoelstelling geeft een ambitie weer, ondanks dat jij hier als onderzoeker
niet verantwoordelijk voor bent deze te behalen, zegt het wel iets over de
haalbaarheid.
Producten bij het formuleren van de opdracht:
1. Analyse
2. Advies
3. Ontwerp
4. Fabricaat (type beroepsproduct)
5. Handeling (professioneel gedrag tegenover belanghebbenden)
, In de tweede fase van het onderzoeksproces dient de onderzoeker de opdracht zoveel
mogelijk uit te werken, a.d.h.v. een aantal onderdelen:
1. Formuleren van de centrale vraag
a. De specifieke vraag wat moet worden onderzocht
b. Het antwoord hierop staat in de conclusies en aanbevelingen
i. Afbakening; geeft weer wat je wel en niet onderzoekt
c. Open vraag, die je ondubbelzinnig, nauwkeurig en bondig formuleert en
die begint met de W’s.
d. Je beschrijft wat je wilt bereiken met de opdracht die je gaat uitvoeren
2. Formuleren van de onderzoeksdoelstelling
a. Beschrijft de exacte verwachtingen wat betreft het opleveren van het
eindresultaat
b. Direct afgeleid van de centrale vraag
c. SMART-geformuleerd
3. Forumleren van (voorlopige) deelvragen
a. Verdeling van centrale vraag die samen antwoord geven op de hoofdvraag
b. Soorten vragen:
i. Verkennende vragen; je weet nog niet veel van een onderwerp en
bent op zoek naar nieuwe ideeën en inzichten
1. Literatuuronderzoek
2. Praten met experts op dat gebied
3. Afnemen van interviews
ii. Beschrijvend; geven van nauwkeurige afbeelding van personen,
gebeurtenissen of situaties
1. Resulteert in een aantal of percentage
iii. Verklarend onderzoek; onderzoek gericht op het bestuderen van
een situatie of probleem om het verband tussen verschillende
variabelen te kunnen verklaren
4. Uitwerken van het onderzoeksmodel
a. De manier waarop je je centrale vraag omzet in een onderzoeksproject,
hoe ga je je centrale onderzoeksvraag en deelvragen beantwoorden?
i. Eenheden bepalen; de individuen of groepen waarover je uitspraken
doet
1. Eenheid van observatie
ii. Variabelen bepalen; kenmerken van een eenheid dat meetbaar is
gemaakt (geslacht, leeftijd etc.)
iii. Begrippen uitwerken; passende beschrijving van de betekenis van
begrippen
1. Stipuleren; op een duidelijke, specifieke manier beschrijven
wat er met een bepaalde term binnen jouw onderzoek wordt
bedoeld
iv. Operationaliseren; meetbaar maken van abstracte variabelen
1. Meten; je schrijft waarde toe aan een variabele van een
eenheid die je meet
2. Indicatoren; gebruik je als concepten niet meetbaar zijn en
houdt in -> variabelen die direct meetbaar zijn en indirect een
overkoepelende variabele meten
Hoofdstuk 1 – De betekenis van onderzoek
1.1 – Inleiding
De behoefte aan onderzoek komt voort uit de vraag naar kennis, nieuwe inzichten of
een oplossingen voor een probleem.
Met de vraag hoe de onderzoeker aan zijn uitkomsten komt, vraag je eigenlijk naar de
onderzoeksmethode. Een methode is een systematische en doelgerichte werkwijzen
om gegevens te verzamelen, te analyseren en te interpreteren. Binnen de methode
kan hij verschillende technieken gebruiken; een activiteit om gegevens te
verzamelen (enquête, interview, observatie, test of simulatie).
Het antwoorden op bovenstaande vragen geeft de geloofwaardigheid van het
onderzoek weer.
Waarom verdiepen in onderzoek:
1. Je kunt gerichter zaken ontdekken
2. Je kunt informatie beter beoordelen op geloofwaardigheid en bruikbaarheid
1.2 – Wat is onderzoek?
Onderzoek is het doelbewust en methodisch zoeken naar nieuwe kennis in de vorm
van antwoorden op vooraf gestelde vragen volgens een vooraf opgesteld plan.
Kenmerken van onderzoek:
1. Er is een duidelijk doel
2. Je verzamelt gegevens systematisch
3. Je interpreteert gegevens systematisch
1.3 – Het doel van onderzoek in organisaties
Onderzoek in organisatie is het systematisch uitzoeken van vraagstukken binnen
een zeer breed toepassingsdomein – onderscheid in twee typen onderzoek:
1. Fundamenteel onderzoek: het doel om kennis op te doen voor het
ontwikkelen of uitbreiden van wetenschappelijke theorieën.
2. Praktijkgericht onderzoek: bestudeert de onderzoeker een specifiek
probleem in de praktijk dat aanleiding is tot een onderzoek.
1.4 – Het onderzoeksproces
Het onderzoeksproces omvat meestal zeven fasen, waarbij het van belang is dat
voordat je alle fasen doorloopt, al vooruit denkt. Deze zeven fasen:
1. Oriëntatie op probleem en context
2. Formulering onderzoeksdoelstelling en vraagstelling
3. Kritische literatuurstudie
4. Methodologische verantwoording inclusief operationalisering
5. Dataverzameling
6. Data-analyse
, 7. Rapportage en presentatie
1.5 – Kwaliteit in onderzoek
Je dient er naar te streven dat je onderzoek een zo hoog mogelijke kwaliteit heeft.
Daarmee wordt bedoeld dat je het volgens methodologische regels hebt opgezet en
uitgevoerd.
Deze regels stellen wat onderzoekers wel en niet moeten doen tijdens hun
onderzoek en de eisen leiden tot een onderzoek dat op een geloofwaardige
wijze een correct beeld geeft van de werkelijkheid.
De kwaliteitscriteria:
1. Controleerbaarheid; de mate waarin mensen kunnen beoordelen wat je tijdens
het onderzoek hebt gedaan, hoe je dat hebt uitgevoerd en welke gegevens dat
heeft opgeleverd.
2. Betrouwbaarheid; de accuraatheid en nauwkeurigheid van de meting.
3. Validiteit; behandelt de vraag of je hebt gemeten wat je bedoelde te meten.
4. Objectiviteit; je voert het onderzoek uit vanaf een neutraal standpunt en je je
niet laat leiden door een eigen mening of voorkeur voor het onderwerp.
5. Ethiek; de onderzoeker waarborgt in alle fasen van het onderzoek dat de
mensen die erbij betrokken zijn of eraan deelnemen of op wie de resultaten van
toepassing zijn, op een correcte manier worden behandeld.
a. Gedragsregels
b. Privacy
Keuzes verantwoorden voor de systematische aanpak van je onderzoek.
Hoofdstuk 2 – Het formuleren van een onderzoeksdoelstelling en
een vraagstelling
2.1 - Inleiding
Een goede voorbereiding is het halve werk. Het formuleren en verduidelijken van het
doel van het onderzoek is altijd het startpunt van je onderzoek. Hierna kun je
nadenken over de meeste geschikte onderzoeksstrategie en onderzoeksmethoden
voor het verzamelen en analyseren van data.
2.2 – Kenmerken van een goed onderzoeksonderwerp
Het begrijpen van de aanleiding van het onderzoek en het duidelijk definiëren van
vragen en doelstellingen voor het onderzoek helpen je te bepalen op welke wijzen en
in welke mate je onderzoek een bijdrage kan leveren.
Hierbij is het van belang om twee criteria te hanteren:
1. Relevantie; de mate waarin een onderzoek een waardevolle bijdrage levert
aan beslissingsprocessen van het management of algemene kennis over een
onderwerp, ongeacht de uitkomst.
2. Haalbaarheid; de mate waarin het mogelijk is je doel te bereiken binnen
gestelde beperkingen, zoals tijd, middelen en toegang tot documenten en
participanten.
, a. Tijd; kan een beperking zijn voor de hoeveelheid data die je kunt
verzamelen of het aanleren van benodigde vaardigheden
b. Middelen; de benodigdheden voor je onderzoek (software, werkruimte,
budget etc.)
c. Toegang; je moet zeker zijn van toegang tot data
2.3 – Het onderwerp van een onderzoeksvoorstel
Het onderzoeksvoorstel is een document waarin je beschrijft wat je hebt gepland in
het onderzoeksproject: welke vragen je zult stellen en beantwoorden. Onderdelen:
- Aanleiding
- Doel
- Onderwerp
- Hoe het onderzoek uitgevoerd gaat worden
- Welke middelen nodig zijn
- Tijdsplanning
Het onderzoeksvoorstel dient als soort goedkeuring voor het onderzoek en moet voor
opdrachtgever en onderzoeker duidelijk zijn waar het over gaat. Grofweg drie
onderdelen:
1. Oriëntatie op het probleem en de context
a. Je oriënteert op de opdrachtgever en het probleem
i. Je begrijpt de opdracht beter en de aanleiding ervan
ii. Hoe beter je beeld van de organisatie, hoe beter je de opdracht kunt
afstemmen op de opdrachtgever
iii. Onderzoek hoe groot het probleem is, wat er al aan gedaan is en
wat het belang is (context van het probleem)
2. Formuleren van een opdracht, onderzoeksdoelstelling en vraagstelling
3. Schrijven van het onderzoeksvoorstel
Een probleem is een onwenselijke of onzekere situatie. Een situatie is onwenselijk
wanneer de feitelijke situatie niet overeenkomst met de gewenste situatie. Een
situatie is onzeker wanneer een beslissing genomen moet worden, maar er
onvoldoende informatie beschikbaar is om dit onderbouwd te doen.
Als je het probleem niet goed in kaart brengt, kan het zijn dat je onderzoek niet
relevant en effectief is.
De organisatiedoelstelling geeft een ambitie weer, ondanks dat jij hier als onderzoeker
niet verantwoordelijk voor bent deze te behalen, zegt het wel iets over de
haalbaarheid.
Producten bij het formuleren van de opdracht:
1. Analyse
2. Advies
3. Ontwerp
4. Fabricaat (type beroepsproduct)
5. Handeling (professioneel gedrag tegenover belanghebbenden)
, In de tweede fase van het onderzoeksproces dient de onderzoeker de opdracht zoveel
mogelijk uit te werken, a.d.h.v. een aantal onderdelen:
1. Formuleren van de centrale vraag
a. De specifieke vraag wat moet worden onderzocht
b. Het antwoord hierop staat in de conclusies en aanbevelingen
i. Afbakening; geeft weer wat je wel en niet onderzoekt
c. Open vraag, die je ondubbelzinnig, nauwkeurig en bondig formuleert en
die begint met de W’s.
d. Je beschrijft wat je wilt bereiken met de opdracht die je gaat uitvoeren
2. Formuleren van de onderzoeksdoelstelling
a. Beschrijft de exacte verwachtingen wat betreft het opleveren van het
eindresultaat
b. Direct afgeleid van de centrale vraag
c. SMART-geformuleerd
3. Forumleren van (voorlopige) deelvragen
a. Verdeling van centrale vraag die samen antwoord geven op de hoofdvraag
b. Soorten vragen:
i. Verkennende vragen; je weet nog niet veel van een onderwerp en
bent op zoek naar nieuwe ideeën en inzichten
1. Literatuuronderzoek
2. Praten met experts op dat gebied
3. Afnemen van interviews
ii. Beschrijvend; geven van nauwkeurige afbeelding van personen,
gebeurtenissen of situaties
1. Resulteert in een aantal of percentage
iii. Verklarend onderzoek; onderzoek gericht op het bestuderen van
een situatie of probleem om het verband tussen verschillende
variabelen te kunnen verklaren
4. Uitwerken van het onderzoeksmodel
a. De manier waarop je je centrale vraag omzet in een onderzoeksproject,
hoe ga je je centrale onderzoeksvraag en deelvragen beantwoorden?
i. Eenheden bepalen; de individuen of groepen waarover je uitspraken
doet
1. Eenheid van observatie
ii. Variabelen bepalen; kenmerken van een eenheid dat meetbaar is
gemaakt (geslacht, leeftijd etc.)
iii. Begrippen uitwerken; passende beschrijving van de betekenis van
begrippen
1. Stipuleren; op een duidelijke, specifieke manier beschrijven
wat er met een bepaalde term binnen jouw onderzoek wordt
bedoeld
iv. Operationaliseren; meetbaar maken van abstracte variabelen
1. Meten; je schrijft waarde toe aan een variabele van een
eenheid die je meet
2. Indicatoren; gebruik je als concepten niet meetbaar zijn en
houdt in -> variabelen die direct meetbaar zijn en indirect een
overkoepelende variabele meten