Hoofdstuk 1: Wat is recht?
Recht = geheel van gedragsregels en normen die het maatschappelijke leven ordenen. Deze regels
worden opgelegd door de overheid (gemeente, gewest, federale staat, …) en zijn afdwingbaar via
rechtbanken en hoven.
Indeling van het recht:
• Privaatrecht: regelt verhoudingen tussen burgers (vb. burgerlijk recht, arbeidsrecht).
• Publiekrecht: regelt verhouding overheid – burger (vb. strafrecht, grondwettelijk recht).
Belangrijkste bronnen van het recht:
• Grondwet: hoogste en fundamentele wet.
• Wetten (federaal parlement), decreten en ordonnanties (gewest/gemeenschap).
• Koninklijke besluiten (KB) en ministeriële besluiten (MB).
• Europese regels: verordeningen en richtlijnen.
• Rechtspraak: uitspraken van rechters.
• Rechtsleer: publicaties en studies van juristen (houdt zich bezig met recht)
• Gewoonte: gebruiken die soms rechtsregels worden.
Hoofdstuk 2: Structuren en instellingen
Rechtbanken en hoven behandelen conflicten en passen de wet toe. Elk niveau van rechtbanken heeft
eigen bevoegdheden. Zie schema’s en organigram in de cursus.
Hoofdstuk 3: Privaatrechtelijk procesrecht
Procedures verlopen in verschillende stappen:
• Start: via dagvaarding of verzoekschrift.
• Inleidingszitting: meestal enkel vastleggen van termijnen voor conclusies (schriftelijke argumenten).
• Pleitdatum: mondeling pleidooi, rechter neemt de zaak in beraad.
• Uitspraak: rechter maakt vonnis binnen 1 maand.
• Hoger beroep: mogelijk binnen 1 maand in burgerlijke zaken.
Hoofdstuk 4: Belangrijke begrippen
• Gebiedend recht: regels die je verplicht moet volgen.
• Aanvullend recht: geldt alleen als je zelf niets anders hebt afgesproken.
• Rechtsfeit: gebeurtenis met juridische gevolgen (bv. overlijden).