Samenvatting
Week 1: Inleiding in de communicatie
Communicatie is het proces waarbij de zender een boodschap overbrengt naar een of
meerdere ontvangers.
Intentioneel vs non-intentioneel
Intentionele communicatie is bewust. Dit kan zowel verbaal als non-verbaal en maakt ongeveer
40% van ons communiceren. Denk hierbij aan het schrijven van een tekst of een gemaakte
glimlach bij een gesprek. Gedragsverandering is vaak het doel. Bij non-intentionele
communicatie is vaak sprake van onbewuste lichaamstaal. 60% van onze communicatie is non-
intentioneel. Een voorbeeld is blozen bij schaamte.
Geslaagd vs niet geslaagd
Of communicatie geslaagd is of niet, hangt af van de interpretatie en doelstelling van de zender.
Geslaagdheid is geen voorwaarde voor communicatie. De Universiteit van Twente wou een
Valentijnskaart naar alle studenten sturen. Valentijnsdag viel in dat jaar op een maandag. Op
maandag wordt geen brievenbuspost bezorgd, dus de studenten ontvingen de kaarten een dag
te laat. Deze communicatie was dus niet geslaagd.
Verbaal vs non-verbaal
Albert Mehrabian deed onderzoek naar verbale en non-verbale communicatie.
Verbaal 7%
Toon 38%
Non-verbaal 55%
Communicatiemodel van Shannon & Weaver ↓
Stap 1: De zender wil zijn of haar gedachten (boodschap) onder woorden brengen.
Stap 2: Encoderen is het omzetten van deze gedachten naar tekens of andere waarneembare
uitingen. Bijvoorbeeld door het uit te spreken, op de schrijven of te fotograferen.
,Stap 3: De ontvanger moet de boodschap begrijpen, oftewel decoderen.
Stap 4: De ontvanger geeft feedback op de boodschap, bijvoorbeeld door een berichtje terug te
sturen naar de zender.
Ruis
Ruis is een storing in menselijke communicatie. Vaak zorgt het ervoor dat een boodschap niet
goed overkomt, maar het kan ook positief werken. Interne ruis zit bij de persoon zelf,
bijvoorbeeld door stotteren of huilen. Dit kan extra emotie toevoegen aan de boodschap,
waardoor het mensen raakt. Externe ruis komt van buitenaf, bijvoorbeeld wanneer er een
ambulance voorbijrijdt.
Intrapersoonlijke communicatie
Communicatie met jezelf, bijvoorbeeld jezelf moed inspreken voor een spannende gebeurtenis.
Hoe je tegen jezelf praat is afhankelijk van verschillende factoren: gezinssituatie
(opvoeding/ouders), sociale omgeving (cultuur/vrienden) en fysieke omgeving (stad/dorp).
Interpersoonlijke communicatie
Communicatie in kleine groepen, bijvoorbeeld een gesprek met je docent. Je communiceert met
anderen door middel van inhoud, toon en lichaamstaal. Er is ook sprake van onderliggende
boodschappen. We geven zelf een interpretatie en betekenis aan boodschappen.
Von Thun communicatiemodel ↓
Von Thun communicatiemodel voorbeelden ↓
, Massacommunicatie
Communicatie naar grote groepen, bijvoorbeeld een reclameboodschap. Bij het zenden van een
boodschap kan een zender kiezen voor de volgende strategieën (theorie van Ruler):
- Eenrichtingsverkeer: De zender geeft informatie, maar de ontvanger kan er niet op
reageren. Bijvoorbeeld de spijtbetuiging van koning Willem-Alexander toen hij met zijn
gezin op vakantie ging tijdens corona.
- Gecontroleerd eenrichtingsverkeer: De zender communiceert vanuit een richting, maar
houdt zich wel bezig met de ontvanger. Bijvoorbeeld een Coca-Cola flesje kunnen
bestellen met je eigen naam erop.
- Tweerichtingsverkeer: De zender en ontvanger brengen beiden een boodschap over en
kunnen ook van rol wisselen. Bijvoorbeeld een gesprek tussen politici via Twitter.
Metacommunicatie
Communicatie over communicatie, bijvoorbeeld ‘zo praat je niet tegen je moeder!’. Je
communiceert dus over de toon van de boodschap en de bedoelde onderliggende betekenis.