HOORCOLLEGE 1
Forensische wetenschappen zijn de toepassing van wetenschappelijke principes en technologische praktijken ten
behoeve van gerechtigheid in de studie en oplossing van strafrechtelijke, civiele en regelgevende kwesties. Forensische
wetenschap omvat disciplines die:
Niet natuurwetenschappelijk zijn, zoals rechtspsychologie en forensische accountancy;
Die niet (hoofdzakelijk) op waarheidsvinding gericht zijn, zoals forensische psychologie en psychiatrie.
Criminalistiek is terugredeneren. De professionele bezigheid die zich bezighoudt met de wetenschappelijke analyse en
onderzoek van fysiek bewijs, de interpretatie ervan en de presentatie in de rechtbank. Het verschil tussen criminalistiek
en criminologie is dat criminalistiek een natuurwetenschappelijke wetenschap, criminologie is een sociale wetenschap.
Verschil tussen criminalistiek en forensische wetenschap. Forensische wetenschap is breder en bevat andere disciplines
(Zoals forensische psychiatrie) die niet gefocust zijn op waarheidsvinding.
Een overeenkomst is interpretatie. Dit heb je in bijna alle forensische disciplines en de regels omtrent interpreteren
blijven vrijwel hetzelfde, terwijl de inhoud van een discipline mee ontwikkelt en veranderd.
Nederlands Forensisch Instituut
Het is een bedrijf dat namens zijn cliënten gebruik maakt van de modernste
technologie en wetenschap om forensische diensten van hoge kwaliteit te
bieden.
Het NFI heeft geen toezichthoudende rol op het Openbaar
Ministerie, de politie of andere opdrachtgevers.
Het NFI valt onder het ministerie van justitie en veiligheid, maar is
een onafhankelijke dienstverlener. Aanvragers zijn vrij om een
forensische dienstverlener te kiezen. Maar omdat het NFI
gesubsidieerd wordt door de overheid, zijn zijn diensten gratis.
Het NFI heeft geen opsporingsbevoegdheden of -taken.
De kerntaken van het NFI bedraagt voornamelijk het onderzoek in
strafzaken. Daarnaast doet het voor een klein deel ook normale research & development. Ze zijn gericht op
waarheidsvinding en gebruiken hiervoor wetenschappelijke forensische technieken.
Medisch/ biologisch Fysisch / chemischMicrosporen Verdovende middelen Digitale technologie en
biometrie
DNA-analyse (humaan en Afvalstoffen en Forensische Verdovende middelen Gesloten en open systemen
niet-humaan) risico’s elementen analyse onderzoek
Bloedspoorpatroon analyse Brandstichting, Schotresten Onderzoek naar de Datacommunicatie
technisch en onderzoek productie
materiaalonderzoek
Leeftijdsinschatting van Explosies en Glas, verf, plakband Verdovende middelen Beeldanalyse en biometrie
levende personen explosieven en lijmonderzoek met elkaar vergelijken
Forensische antropologie Werktuigsporen Chemische Gezichtsvergelijking
identificatie
Forensische geneeskunde Verkeersongeval Vezels en textiel Spraak- en audioanalyse
onderzoek
Forenische pathologie Wapens en munitie Vingersporen onderzoek
Toxicologie
De Front office bij het NFI ontvangt het bewijsmateriaal en doet de forensische intake
(forensisch advies). Verreweg de meeste sporen die het NFI ontvangt zijn biologische
sporen. Het NFI heeft meerdere aanvragers. Niet alleen het OM en de politie, maar
bijvoorbeeld ook de: rechterlijke macht, verenigde naties, internationale tribunalen etc. In
het verleden deed het NFI ook aan handschriftonderzoek.
Vuurwapens en munitie
Doel: Een link leggen tussen een wapen
en een kogel. Classificatie.
, Bewijsmateriaal: vuurwapens, kogels, patronen. Sporen welke achtergelaten zijn op de kogels en dit
terugredeneren naar een vuurwapen.
Analyse: vergelijkingsmicroscoop.
Interpretatie door: mening van deskundige, databases.
Schoensporen
Doel: Link sporen met elkaar, vind de bron. Classificatie.
Bewijsmateriaal: Schoenen, schoensporen
Analyse: Microscoop, 2D-afdrukken, 3D-afvormingen. Waargenomen kenmerken zoals:
patroon zolen, maat, onregelmatigheden productie, slijtage en schade. Vergelijking van deze
kenmerken.
Interpretatie door: Mening van deskundige (kennis, ervaring, database).
Brandversnellende middelen
Doel: Classificatie, bron.
Bewijsmateriaal: vloeistoffen, brandresten.
Analyse:GC-MS-MS
Interpretatie door: database, mening van
deskundige
Verdovende middelen
Doel: Classificatie, kwantificatie, drugs intelligence (nieuwe ontwikkelingen op de drugs markt).
Bewijsmateriaal: poeders, pillen, vloeistoffen.
Analyse: Micro-chemische tests (dit geeft een indicatie van welke drugs het mogelijk af, daarna wordt dus een
nauwkeurigere test gedaan om het zeker te weten, ->). GC-FID, HPLC-UV, GC-MS.
Interpretatie door: database, mening van deskundige, statistische modellen
Microsporen
Doel: Bron, overdracht mogelijkheden van plaats delict naar verdachte en andersom, activiteit. Waar komt het
vandaan en hoe is het overgedragen en gedurende welke activiteit?
Bewijsmateriaal: glas, vezels, verf, polymeren etc. van kleren, schoenen, auto’s, voorwerpen etc.
Analyse: Microscopie (voor alle soorten); brekingsindex (glas); FT-IR (vezels, verf, polymeren); Py-GC-MS
(verf, polymeren); Inductief gekoppeld plasma Massa Spectrometrie – ICPMS (glas).
Interpretatie door: mening van deskundige, statistiek.
Verkeersongevallen
Doel: Reconstructie, snelheid
Bewijsmateriaal: Voertuigen, bandensporen.
Analyse: Monte-carlo simulatie
Interpretatie door: op basis van ervaring, statistiek en simulaties.
Schotresten
Doel: vaststellen schotresten op verdachte op slachtoffer, schotafstand (dat kan je zien
aan de schotresten op het slachtoffer (zie foto hiernaast).
Bewijsmateriaal: Schotresten op kleding, schiethanden (schietresten op de handen van
de dader wanneer een kogel wordt geschoten) , munitie, vuurwapens.
Analyse: Chemische foto’s, scanning electron microscope (SEM), röntgen analyse.
Interpretatie door: Mening van deskundige.
DNA
Doel: vaststelling identiteit horende bij DNA en hoe het op die plaats is gekomen.
Bewijsmateriaal: DNA
Analyse:Autosomale DNA-profilering (STR); enkelvoudige of gemengde profielen. Vergekijking: komt het
profiel van het spoor overeen met het profiel van de verdachte?
◦ Kijkt ook naar:
▪ Y-chromosomaal DNA. Met deze analyse is duidelijk dat als er een Y is het sowieso een man is. Het
enige nadeel is dat er niet heel veel veranderd in dit DNA over de tijd heen en dat er dus veel mannen
zijn met dezelfde Y-chromosoom.
▪ Mitochondriaal DNA (dit loopt via de moeder)
▪ RNA (celtype)
, ▪ LCN (Low copy number) of low template DNA (minimale sporen)
Interpretatie door:Bron van spoor, random match probability.
Belangrijk bij DNA-analyses zijn de volgende vragen:
Wanneer werd het spoor achtergelaten?
Hoe is het spoor daar gekomen?
Wat voor soort cellen zijn het?
En voor de context:
Welk bewijsmateriaal?
Waar is het gevonden?
Relatie materiaal en slachtoffer
Relatie materiaal en verdachte
Relatie materiaal en dader
Het DNA-profiel is uitgevonden door sir Alex Jeffreys.
Beeldonderzoek wordt op verschillende manieren gebruikt. Je kan bijvoorbeeld de volgende vragen stellen:
Wat staat er op de kentekenplaat?
Zijn deze beelden gemanipuleerd?
Wat is de snelheid van de auto in de video
Is de persoon in de afbeelding de verdachte?
Kogelbaanreconstructie
3D-visualisatie
Pathologie: je stelt vragen zoals doodsoorzaak, tijdstip van overlijden, beschrijf verwondingen en wijze van overlijden.
Analyse: uitwendige en inwendige autopsie (verwondingen, afwijkingen).
Interpretatie: relateer observaties aan medisch dossier en omstandigheden.
De cause of death gaat echt over hoe een persoon is doodgegaan zoals messteken, terwijl de manner of death
meer globaal categorisch is. Zoals natuurlijk, suicide, een ongeval etc.
Milieu onderzoek:
Vragen over vervuiling: zoals bron, timing, hoeveelheid en samenstelling, relateer aan de wet en toxiciteit,
gevaar.
Analyse: Diverse spectrometrieën
Interpretatie:
◦ Bemonsteringsstrategie
◦ Foutmarges
◦ Referentiegegevens
◦ Mening van deskundige.
Documentonderzoek
Vragen: zoals: hoe/ door wie/ wanneer werd het gemaakt. Is het authentiek, wat staat er?
Bewijsmateriaal: anonieme brieven, vervalsingen, contracten, kopieën.
Analyse: Microscopie, Raman spectroscopie, Spectral imaging, ESDA, Beeldbewerking, TLC, GC-MS
Interpretatie: mening van deskundige
Toxicologie
Vragen: zoals: welke vreemde stoffen worden gedetecteerd in het lichaam? In welke concentratie? Is stof
gerelateerd aan: doodsoorzaak?
Bewijsmateriaal: Lichaamsvloeistoffen (bloed, urine, speeksel); organen; maaginhoud.
Analyse: Chromatografie, Elektroforese, UV-spectroscopie, Massaspectrometrie.
Interpretatie: Vergelijking resultaten met referentiewaarden. Rekening houdend met:
◦ Tijd tussen incident en bemonstering.
◦ Postmortale verandering, herverdeling.
◦ Plaats van bemonstering
◦ Wisselwerking tussen stoffen
◦ Beperkingen van de analyse.