100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

PB1612 OKO samenvatting

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
65
Geüpload op
12-01-2026
Geschreven in
2025/2026

Samenvatting van alle hoofdstukken die gelezen moeten worden volgens de Brightspace omgeving van PB 1612 OKO + alle artikelen












Oeps! We kunnen je document nu niet laden. Probeer het nog eens of neem contact op met support.

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Nee
Wat is er van het boek samengevat?
Hoofdstuk 1, 3, 5, 6, 7, 10, 13
Geüpload op
12 januari 2026
Aantal pagina's
65
Geschreven in
2025/2026
Type
Samenvatting

Onderwerpen

  • oko

Voorbeeld van de inhoud

VAK PB1612 – Onderzoekspracticum Kwalitatief Onderzoek
BrightSpace 1.1
Samenvatting blz 1 t/m 20 Qualitative research practice
Hoe onderzoekers te werk gaan hangt af van een aantal factoren:
Ontologie: opvattingen over de aard van de sociale wereld
Epistemologie: Aard van kennis en hoe deze verworven kan worden.
Doelstellingen, kenmerken van onderzoeksdeelnemers, publiek voor
onderzoek, financiers en omgeving van onderzoekers zelf.
Epifenomeen: bijverschijnsel; het verschijnt maar is geen oorzaak.
Algemene overeenstemming: belangrijk in onderzoek.
Kwalitatief onderzoek wordt omschreven als naturalistische,
interpretatieve benadering die zich bezig houdt met het verkennen van
fenomenen van binnenuit met verhalen en perspectieven van
onderzoeksdeelnemers als uitgangspunt.
Kwalitatief: wat, waarom, hoe. (niet hoeveel) Echte definitie is
moeilijk te geven ivm scala aan benaderingen en overtuigingen.


Gemeenschappelijke kenmerken van kwalitatief onderzoek
 Doelstelling gericht op het interpreteren van de sociale wereld van
deelnemers.
 Flexibele onderzoeksmethoden.
 Gedetailleerde, rijke en complexe data.
 Unieke kanten van mensen als veelvoorkomende en terugkerende
thema’s bij meerdere mensen.
 Open staan voor nieuwe ideeën (niet alleen wat je had gedacht)
 Uitvoerig verslag schrijven.
 Steeds eigen ervaringen in de gaten houden.


Belangrijke filosofische kwesties in sociaal onderzoek.


Ontologie: Bestaat er een sociale realiteit onafhankelijk van menselijke
interpretaties.
Realisme: Er bestaat een externe realiteit; dus discrepantie tussen hoe
men de wereld beleeft en hoe die is.
Naïef realisme: De werkelijkheid is zoals wij deze zien.
Probleem vergissen
Kritisch (cautious) realisme: Ik zie maar een deel van de
wereld zoals die is.
Diepte realisme: we ervaren verschillende lagen: wat
zien/ervaren we?
Subtiel realisme: Kennis is interpretatie
Materialistisch realisme: Alleen fysieke wereld is echt. (rest zijn

, ideeën)
Idealisme: werkelijkheid is afhankelijk van de geest. Daarbuiten
bestaat geen andere wereld.
Subtiel of contextueel idealisme: Interpretatie maar ook
grenzen. Vb: depressie (cultuurafhankelijk) maar symptomen zijn
zelfde (context)
Relativisme: Waarheid is afhankelijk van individu of cultuur.

Vroeger dacht men dat de sociale wereld vergelijkbaar was met fysieke
wereld met dezelfde universele, causale wetten. In de natuur zijn vaste
wetten. In sociale relaties niet.
Blaikie zegt dat iets niet puur inductief of puur deductief is.


Epistemologie: Wat en hoe kunnen we leren van de wereld.
Inductie: Bottom-up: observatie  theorie
Deductie: Top-down: hypothese  theorie observatie
(aanpassing hypothese)
Retroductie: terugredeneren naar diepere oorzaak.
Abductief: Best mogelijkele verklaring.
Andere epistemologische concepten die relevant zijn voor kwalitatief
onderzoek richten zich op aard van kennis/waarheid.
Fundamentele vs fallibilistische modellen van
onderzoekgebaseerde kennis:
Werkelijkheid wordt accuraat weerspiegeld. Fallibilistisch is
voorlopige kennisclaim.
Kennis als waardegemedieerd: Kennis wordt beïnvloed door
waarde van persoon.
Correspondentietheorie van de waarheid: uitspraak is waar
als deze overeenkomt met de onafhankelijke werkelijkheid.
Coherentietheorie van de waarheid: verhaal klopt als deze
wordt ondersteund als verhalen met elkaar samenhangen.
Pragmatische theorie van de waarheid: als het praktisch is en
men het nut ervan inziet om het te geloven.



Hoe kan een onderzoeker neutraal zijn? Relatie tussen onderzoeker en het
onderzochte.
1. De onderzoeker is neutraal en beïnvloed niets
2. De onderzoeker beïnvloed wel. Hij is onderdeel van onderzoek.
3. Middenweg: empatische neutraliteit: eigen oordeel niet meenemen
in analyse. Reflexiviteit is belangrijk.
Wanneer is iets in sociaal onderzoek waar?
Correspondietheorie van waarheid: Iets is waar als het
overeenkomt met de onafhankelijke werkelijkheid. (20 graden is 20
graden)

, Coherentietheorie (intersubjectieve waarheid): Verhaal klopt
als verhalen met elkaar samenhangen. Meerdere mensen zijn het
eens over wat er gebeurt.
Pragmatische waarheidstheorie: Praktisch nut
Positivisme en wetenschappelijke methode.
Positivisme heeft grote invloed gehad op ontwikkeling van sociale
onderzoeken.

René Descartes, 1637 Discourse on Methodology: Belang van
objectiviteit en bewijsmateriaal naar de zoektocht naar waarheid.
Onderzoekers moeten afstand nemen van alles wat hen zou kunnen
beïnvloeden.
Isaac Newton & Francis Bacon: kennis wordt verkregen door directe
observatie (inductie)
David Hume: alle kennis vindt oorsprong in waarnemingen en ervaringen
via zintuigen.
August Comte: grondlegger van sociologie en architect van positivisme.
(objectief, neutraal, algemene wetten) Directe observaties  universele en
onveranderlijke wetten van menselijk gedrag.
Popper: deductieve benadering: Hypothese uit theorie halen en empirisch
onderzoeken. Inductie zou wel eens een keer niet waar kunnen zijn.
Falsificatie: hoopte dat nulhypothese verworpen kon worden.
Onderzoeker verwacht bevestiging van hypothese: post-positivisme of
post-empiricisme. Had grote invloed op kwantitatief onderzoek binnen
sociaal onderzoek.


Positivisme / empiricisme

 Kennis wordt geproduceerd via zintuigen.
 Patronen komen steeds terug
 Eerst observeren dan conclusie (Inductie)
 Werkelijkheid wordt niet beïnvloed door onderzoeksproces.
 Wat in de natuurkunde en biologie werkt, werkt ook in de
sociologie
 Werkelijkheid is objectief en onafhankelijk; kunnen wij leren door
observeren.

Post-positivisme, post-empiricisme, falsificationisme

 Theorie  hypthese  testen
 Logisch redeneren, daarna kijken of je gelijk hebt.
 Werkelijkheid wordt niet beïnvloed door onderzoeksproces.
 Wat in natuurkunde en biologie werkt, werkt ook in de sociologie
 Werkelijkheid is objectief en onafhankelijk; kunnen wij leren door

, observeren.


De wetenschappelijke methode werkt niet volgens een ideaalplaatje. Er is
niet één vaste manier. Dat zou te simpel zijn en niet realistisch.
Belangrijke ontwikkelingen en tradities in kwalitatief onderzoek.
Interpretivisme en oorsprong van kwalitatief onderzoek.
Kwalitatieve methoden in de sociale wetenschap is pas een relatief recent
fenomeen.
Immanuel Kant: Critique of Pure Reason. Hij dacht dat er meer manieren
zijn om over de wereld te leren dan alleen directe observatie. Perceptie
heeft niet alleen invloed op zintuigen maar ook op onze interpretatie wat
zintuigen ons vertellen. Weten en kennis overstijgen onderzoek.
Wilhelm Dilthey: benadrukte het belang van Verstehen (begrijpen) en
bestuderen van mensen met een ervaring in de historische en sociale
context.
Zelfbeschikking en creativiteit spelen een belangrijke rol in onze acties.
“Lived experiences” moeten worden onderzocht om zo meer inzicht te
krijgen in verbanden tussen sociale, culturele en historische aspecten en
context te zien in gebeurtenissen.


Interpretivisme en Constructionisme

 Kennis krijg je door mensen écht te begrijpen. Hoe zij dingen
interpreteren.
 Onderzoekers construeren ook betekenissen en interpretaties op
basis van deelnemers
 Onderzoeksproces is inductief (gebaseerd op data), observaties
zijn theoriegeladen ivm ideeën en aannames.
 Objectief waardevrij onderzoek is onmogelijk. Sommigen proberen
transparant te zijn, anderen omarmen subjectiviteit
 Onderzoeksmethoden uit de natuurwetenschap zijn niet geschikt
voor sociale wereld.
 Realiteit is niet nauwkeurig ivm interpretatie.


Max Weber: bïnvloed door Dilthey ivm ‘begrip’. Hij probeerde een brug te
slaan tussen interpretivistische (begrijpen) en positivistische (observeren
en meten) benadering. Als onderzoeker moet je wel de sociale en
materiële context begrijpen.
Hij verklaarde 2 soorten begrip voor:
Direct observationeel begrip (Iemand zien huilen) en verklarend en
motivationeel begrip (iemand mist iemand).
€15,99
Krijg toegang tot het volledige document:

100% tevredenheidsgarantie
Direct beschikbaar na je betaling
Lees online óf als PDF
Geen vaste maandelijkse kosten

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
annemarie4956

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
annemarie4956 Open Universiteit
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
2
Lid sinds
9 maanden
Aantal volgers
0
Documenten
5
Laatst verkocht
5 dagen geleden

0,0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen