produceert releasing hormonen, een erwt schildkraakbeen, bestaat uit 2 (verbonden) kwabben,
zoals TRH, CRH, GnRH bestaat uit de adeno- en de effect op alle cellen in ons lichaam
maakt daarnaast ADH (+ neurohypofyse (voor/achterkwab) produceert calcitonine, trijodothyronine (T3) en
reabsorptie water door de nieren) verbonden aan de hypothalamus, deze thyroxine (T4)
en oxytocine (+ samentrekken zorgt ook voor hormoonafgifte in de calcitonine is een antagonist van parathormoon uit de
gladde spieren voorkwab. bijschildklier, regelen samen de calciumhuishouding.
baarmoederwanden stim. adenohypofyse: prolactine, T3 is werkzame schildklierhormoon, maakt T4 en T3
diep in de hersenen (grote melkafgifte, ook als groeihormoon (GH), adrenocorticotroop door omzetting. (jodium als bestanddeel). Afgifte TSH
van een erwt) neurotransmitter, speelt grote rol h. (ACTH), thyreoidstimulerend h. (TSH), door de voorkwab stim. afgifte van T3 en T4, hogere
produceert melanine o.i.v. bij hechting etc.), deze worden luteiniserend h. (LH) & follikelst. h. (FSH) conc. schildklierhormoon in bloed zorgt voor remming
licht en 24-uursritme, hoogste opgeslagen in de neurohypofyse: slaat ADH en oxytocine TRH afgifte ⟶ neg. feedback
rond de puberteit. hypofyseachterkwab. op zie tabel 12.2 voor de effecten (12.6 visualisatie)
EPIFYSE HYPOTHALAMUS HYPOFYSE SCHILDKLIER
ANAT OMI E &
hormoonstelsel bestaat uit hormoonklieren; endocriene FYSI OL OGI E anamese en lichamelijk onderzoek een
klieren (12.1) ⟶ organen welke hormonen produceren grote rol
hormonen dragen bij aan de homeostase door het vd endocriene klieren kunnen alleen de
reguleren van lichaamsfuncties, zoals ontwikkeling, groei, schildklier en de testes vanaf de
stofwisseling, energiehuishouding, water- buitenkant worden onderzocht, met een
elektrolytenhuishouding, voortplanting, afweer en gedrag AANDOENINGEN vaginaal toucher de ovaria gepalpeerd.
DI AGNOST I CH
endocriene klieren geven hormonen af aan het bloed, 2 VAN HET ONDERZOEK met laboratoriumonderzoek worden
groepen: HORMOONSTELSEL
hormoonspiegels in het bloed/urine
1. peptidehormonen ⟶ aminozuren en eiwitten bepaald.
2. steroïdhormonen ⟶ afgeleid van cholesterol met een echo, CT en MRI worden
de hormoonspiegels worden op 2 manieren gereguleerd; tumoren in de klieren in beeld gebracht,
1. via een hormoon met tegengestelde werking (bijv.
H12
ANAT OMI E &
met een biopsie kijken of tumor
insuline en glucagon, zijn antagonisten.) kwaadaardig is.
FYSI OL OGI E
2. dmv negatieve terugkoppeling/feedback
BIJSCHILD- ENDOCRIENE OVARIA EN
BIJNIEREN
KLIEREN PANCREAS TESTES
4 kliertjes aan achterzijde vd schildklier (2 per kwab) liggen boven de nieren, bestaan uit schors en merg langwerpig orgaan boven in de buik vrouwen: de ovaria geeft
maken parathyreoidhormoon/bekend als schors: produceert o.i.v. ACTH corticosteroide hormonen welke op achter de maag oestrogeen en
parathormoon (PTH) (--> regelt met calcitonine de langetermijnrespons stress leveren. 3 groepen: endocriene functie vindt plaats in de progesteron af (reguleren
botstofwisseling en calcium/fosfaatspiegel) 1. mineralocorticoiden; reguleren water- en zoutevenwicht, bijv. aldosteron, eilandjes van Langerhans, hier vindt seksuele ontwikkeling,
calcium 1% in bloed; bloedstolling, overdracht (onderdeel RAAS-syst) ⟶ houd natrium vast/ scheidt kalium uit door nieren. synthese, opslag en afgifte plaats van: secundaire
zenuwprikkels, spiercontractie. 2. glucocorticoiden; beinvloed koolhydraat-, vet- en eiwitstofwisseling, vb. 1. insuline (betac.) ⟶ glucose wordt geslachtskenmerken en de
als calcium daalt, wordt PTH afgescheiden; cortisol (+ glucosegehalte) opgenomen door de weefsels, spiegel reproductieve cyclus)
+ reabsorptie cal. in nieren, stim. opname cal. uit de 3. geslachtshormonen (ando en oest.); in kleine hoeveelheden in de daalt mannen: testes geven
darmen, en stim. activiteit osteoclasten (breken bot & bijnieren, voornamelijk door de ovaria en testes. 2. glucagon (alfac.) ⟶ antigonist insuline, zet testosteron af (seksuele
geeft af) werking wordt gereguleerd via de hypothalamus en de hypofyse, bij lever aan tot omzet glycogeen in glucose) ontwikkeling, secundaire
Vit. D. nodig voor opname cal. uit voeding bedreiging homeostase door stress wordt ACTH afgegeven (+ bijnier) 3. somatostatine (deltec.) ⟶ neg. werking kenmerken)
calcitonine zorgt voor daling cal.halte verhoging cortisolgehalte ⟶ neg. f. hypothalamus/fyse gluc., ins., TSH en GH H11
, AANDOENI NGEN VAN DE HYP OF YSE
Aandoening Risicofactoren Etiologie en/of pathofysiologie Symptomen Diagnostiek Behandeling
– Groeihormoondeficiëntie; aangeboren,
– GH; achterstand lengtegroei en
leidt tot achterstand lentegroei. Bij def.
mogelijk de seksuele ontwikkeling
– aangeboren LH/FSH ook verstoorde seksuele ontw.
– LH- en FSH; amenorroe
afwijkingen, – LH- en FSH-deficiëntie; verminderde
Hypofunctie v.d. (uitblijvende menstruatie) en
tumoren, stim. ovaria en testes
hypofysevoorkwab subfertiliteit bij vrouwen, erectiele – GH: lage spiegel van hormoon – GH; dagelijkse injectie GH: somatropine
ontstekingen, doorb- – TSH- en ACTH-deficiëntie; tekort TSH
Hypopituïtarisme disfunctie en verminderd seksueel
loedingsstoornissen, leidt tot hypothyreoïdie, tekort ACTH
verlangen bij mannen.
schade door straling tot bijnierschorsinsufficiëntie
– Prolactine d.; tekort borstvoeding
– Prolactine deficiëntie; leidt tot
verminderde stim. melkklieren
– Prolactinoom; verhoogde spiegels leid
bij m en v tot galactorroe (afscheiding
melk tepels buiten de borstvoedings-
meest voorkomende
periode), een verminderde libido en
oorzaak;
infertiliteit (en bij vrouwen amenorroe).
Hypofyseadenoom; – Afhankelijk van soort tumor.
Hyperfunctie v.d. – GH producerende tumoren; leid bij – O.b.v. klinisch beeld, bepaling
zeldzame, – Prolactinoom – met medicatie hormoonproductie remmen of blokkeren op
hypofysevoorkwab/ kinderen tot gigantisme; toegenomen hormoonspiegels en beeldvorming
goedaardige tumor: – GH prod. tumoren; receptorniveau.
Hyperpituïtasrisme lengtegroei, disproportioneel lange (MRI)
prolactinoom & GH – tumor operatief en/of met radiotherapie verwijderen.
armen, benen, handen en voeten. Bij
producerende
volwassenen acromegalie; vanwege
tumoren
gesloten groeischrijven geen extra
lengtegroei, wel verdikking botten
gezicht, handen en voeten.
– verminderde productie ADH, – tekort ADH ⟶ diabetes insupidus:
idiopatisch of trauma's, operaties etc. te weinig reabsorptie van water in
2 vormen diabetes insupidus: de nieren; onvoldoende – gericht op het wegnemen van de primaire oorzaak en het
Hypofunctie v.d.
1. centrale diabetes insipidus: te weinig geconcentreerde urine. voorkomen van dehydratie.
hypofyseachterkwab – vastgesteld met een dorstproef
ADH door hypofyse achterkwab – ernstige polyrurie of polydipsie. – centrale diabetes insipidus kan medicamenteus worden
Hypopituïtarisme 2. nefrogene diabetes insipidus: door – verstoorde nachtrust, bij vocht- behandeld met desmopressine (neusspray, injectie of tablet)
beschadiging niertubuli ongevoeligheid verlies kans op ernstige dehydratie
voor ADH. met hypovolemische shock.
– teveel ADH geproduceerd; syndrome
– doorbepaling elektrolyten en
of inappropriate ADG-secretion; SIADH – hoofdpijn, misselijkheid, krampen
Hyperfunctie v.d. osmolariteit in plasma en urine – gericht op wegnemen onderliggende oorzaak en herstellen
– oorzaak in hersenen; tumor, en tremoren
– SIADH onderscheid zich met v.d. natriumgehalte door beperking vochtintake.
hypofyseachterkwab beschadiging, infectie, bloeding, infarct – in ernstige gevallen;
andere oorzaken van – bij hersenoedeem hypertone zoutoplossing toegediend
Hyperpituïtasrisme oorzaak buiten de hersenen; hartfalen, hersenoedeem met verwardheid,
hyponatriemie door een normaal i.c.m. diuretica.
levercirrose, zelf ADH producerende braken, insulten en coma tot gevolg.
watervolume.
maligne tumoren
– Hyperparathyreoïdie: door Hyper: moeheid, verhoogde
Hyper:
onvoldoende neg. feedback of making diurese, dehydratieverschijnselen, – hangt af van vorm en oorzaak
– tekort Vit. D.
teveel parathormoon (PTH) ⟶ leidt tot hypertensie, misselijkheid, braken, – als oorzaak in bijschildklier ligt, kan deze operatief worden
– calciumtekort – in bloed- en urineonderzoek
hypercalciemie. ⟶ lichaam probeert obstipatie en psychische klachten, verwijderd.
– nierfalen kijken naar: PTH, calcium, fosfaat,
Aandoeningen van de calciumspiegel op pijl te houden. nierstenen (door verhoogde Ca. – Med. Canacalcet verminderd aanmaak PTH
hypo: vit.D, en erfelijkheid hypoparath.
bijschildklieren – door (meestal goedaardige) tumor in uitscheiding nieren) en fracturen – Med. Vit D. om vitamine D aan te vullen
– operatie – beeldvormend onderzoek
de bijschildklier. door osteoporose – Med. Alfacalcidol voor nierfalen
– radiotherapie – DXA-scan: toont osteoporose
– Hypoparathyreoïdie: te weinig PTH Hypo: tintelingen, spierkrampen – Med. Bisfosfonaten tegen osteoporose
– erfelijke factoren
door niet goed functioneren ⟶ laag van mond, handen en voeten, hart- – Med. calciumtabletten en Vit.D. bij hypoparath.
– auto-im aan.
calciumspiegel bloed. klachten en psychische klachten.