Eerst gekeken op de mate van ziek zijn, daarna auscultatie (geluisterd m.b.v.
Bestaan uit de neus-mondholte, de farynx en de stethoscoop naar geluiden) en z.n. percussie (luchthoudendheid onderzocht)
Bestaan uit de trachea tot en met
larynx, tot de stembanden 2. Meten
de alveoli
Vaak veroorzaakt door een ontstekingsreactie op Zuurstofgehalte wordt gemeten met saturatie- of pulsoximeter. bij tekort
8.5.1 onderste luchtweginfecties
een virus, bacterie of allergische prikkel. (hypoxemie) wijst het vaak op een aandoening van het hart en vaatstelsel.
- acute bronchitis
8.4.1. SInusitis 3. Laboratoriumonderzoek
- Pneumonie
8.4.2. Rhinitis (niet/wel allergisch) De bloedgaswaarden wordt bepaald uit arterieel bloed (arteriepunctie in de a.
- Tuberculose (tbc)
8.4.3. Faryngotonsillitis radialis of de a. femoralis)
8.4.2 Astma 8.6.1 Pneumothorax
8.4.4. Laryngitis Ph(acidose, alkadose ), O2 en CO2 gemeten
8.4.3. COPD 8.6.2 Longembolie
8.4.5. Acute bovenste luchtwegobstructie Cytologie: microscopisch onderzoek op afwijkende cellen.
8.5.4. Longkanker 8.6.3 Atelectase
8.4.6. Obstructief slaapapneussyndroom 4. Beeldvormend onderzoek
zie document Zie document
In document behandelt. rontgenstraling (zoals bij X-thorax en CT-scan) meest geschikt.
CT-scan ⟶ kan gedetailleerd kijken naar afwijkingen
PET/CT-scan ⟶ vorm van nucleair onderzoek. M.b.v. radioactieve stof wordt de
AANDOENINGEN AANDOENINGEN OVERIGE
BOVENSTE ONDERSTE AANDOENINGEN glucosestofwisseling van cellen in beeld gebracht.
LUCHTWEGEN LUCHTWEGEN THORAX 5. Endoscopie
M.b.v. dunne flexibele slang zicht op binnenkant luchtwegen.
Symptomen zie tabel 8.1
bij bronchoscopie bekijkt men de trachea en de bronchiën. Bij een laryngoscopie
de farynx en de larynx met de stembanden. Bij sinusscopie beeld bijholten.
6. Functieonderzoek
door een longfunctieonderzoek (bijv. spirometrie) of een piekstroommeter kan men
SYMPT OMEN
kijken naar de vitale capaciteit:
AANDOENINGEN
VAN HET DI AGNOST I CH
ADEMHALINGS- ONDERZOEK
STELSEL
ANAT OMI E &
H8
FYSI OL OGI E
LUCHTWEGEN LONGEN 3 NIVEAU'S
1. Ventilatie
Longen zijn omgeven door een dubbel vlies: Proces dat lucht longen in en uit stroomt.
Cellen in ons lichaam hebben voortdurend zuurstof nodig om ATP te maken (voor
de pleura. De luchtdichte ruimte ertussen: als borstholte wordt verkleint: expirati/ vergoot: inspiratie
celgroei, - deling, -functies en reparaties).
de pleuraholte. (bevat pleuravocht (als geregeld vanuit het ademhalingscentrum in de hersenstam
Anatomie luchtwegen fig. 8.1
smeermiddel)). 2. Diffusie
Wand alveoli bestaat uit 1 laag plaveiselepitheel en een basaalmembraan, diffusie
de druk in de pleuraholte is negatief verplaatsing van gassen tussen alveoli en bloed
vindt plaats via deze wand.
(intrapleurale druk)⟶ longen tegen wand longcapillairen. (fig. 8.2)
Binnenkant luchtwegen bekleed met slijmvliesepitheel ⟶ produceert mucus en heeft
thorax gezogen ⟶ niet samenvallen. o2 diffundeert en bindt daar aan de
trilharen. dat samen met het bevochtigen/verwarmen lucht zorgt voor bescherming.
Mediastinum: gebeid thorax tussen de hemoglobinemoleculen in de erytrocyten
longen, het sternum en de wervelkolom. 3. Perfusie
doorbloeding vanuit de arteria pulmonalis naar de
capillairen rondon de alveoli
, AANDOENI NGEN I N DE B OVENST E L UCHT WEGEN
Aandoening Risicofactoren Etiologie en/of pathofysiologie Symptomen Diagnostiek Behandeling
– op basis van anamnese en
Zorgvragers met een - 0ntstaat meestal acuut (vanuit een – acute sinusitis geneest vrijwel altijd spontaan binnen ⅔
lichamelijk onderzoek
- Bovenste verkoudheid) – verstopte neus, loopneus, weken
– bij chronische sinusitis,
Sinusitis luchtweginfectie – oorzaak meestal een virus, maar kan reukverlies en hoesten – niet-medicamenteus: stomen, neusdruppels/spray (fys.
frequente recidieven of
- Allergie ook door allergenen en bacteriën – pijn, druk in het gezicht (bij buigen zout)
Bijholteontsteking (ontsteking complicaties aanvullend
- Verzwakt komen. of gevoeld in tand) – medicamenteus: pijnstilling, neusdruppels met
van het slijmvlies wat de onderzoek nodig; zoals
immuunsysteem – Een sinusitis ontstaat wanneer afvoer – kan sprake zijn van algehele xylometazoline (tegen de zwelling) antibiotica (bij ernstig ziek
bijholte bekleedt) beeldvormend (CT- of MRI-scan) of
- Anatomische van de sinus is geblokkeerd (door bijv. malaise en koorts zijn of langdurige koorts) – corticosteroid neuspray bij
met sinusscopie, waarbij kweken
vernauwingen zwelling) en daardoor slijm (met chronische/recidiverende sinusitis
van de neusholte worden
- Roken/drugs bacteriën) ophoopt. – chirurgische ingreep aan de neus en bijholten
afgenomen
– oorzaak meestal verschillende rhino-
– genezen meestal spontaan
Rhinitis (niet allergisch) en coronavirussen. ( +200
– verstopte neus, loopneus, niezen, – gericht op symptoombestrijding
ontsteking neusslijmvlies, virusstammen)
– jonge kinderen hoesten – bestaat uit stomen, neusdruppels,
– via druppelinfectie,
meestal onderdeel van – zorgvragers met – bij gewone verkoudheid ook – anamnese en lichamelijk pijnstillers/koortsremmers
handen/voorwerpen
verkoudheid (acute, een verzwakt keelpijn, hoofdpijn, lichte koorts onderzoek – medicatie die niet-allergische rhinitis veroorzaakt, zoals
– verder: bacteriën, rook, droge lucht,
besmettelijke infectie bovenste immuunsysteem – gevoel dichte oren en doofheid bij xylometazoline, wordt gestaakt (kunnen
stof, bak- en verflucht, inspanning of als
verstopte Eustachius buis reboundverschijnselen optreden, waardoor klachten tijdelijk
luchtwegen) bijwerking langdurig medicatiegebruik
toeneemt.)
– type 1- allergie
Rhinitis (allergisch) – genetische aanleg
er wordt veel immuunglobine E (IgE) – vermijden allergene/ aspecifieke prikkels
gevolg van een allergische – herhaalde – jeuk, loopneus, verstopte neus en
geproduceerd, wat zich aan de – anamnese en lichamelijk – medicamenteus: nasale of orale antihistaminica en
blootstelling aan het niezen. gaat vaak gepaard met
reactie op inhalatieallergenen mestcellen bindt in de slijmvliezen. onderzoek corticosteroïd neusspray
allergeen conjuctivitis, met jeukende, rode,
(bijv. hooikoorts, huisstofmijt – als allergeen zich aan IgE bindt, geven – allergietest bij onduidelijkheid – bij ernstige symptomen desensibilisatie
– wellicht ook door tranende ogen en soms gezwollen
etc) deze mestcellen histamine en over het betreffende allergeen
beperkte oogleden
ontstekingsmediatoren af ⟶ zorgt voor complicaties ⟶ otitis media en sinusitis
blootstelling
symptomen ontsteking
– keelpijn, pijn bij slikken, niet bij
kinderen ; slecht eten, drinken – anamnese en lichamelijk – geneest spontaan binnen 7-10 dagen
Faryngotonsillitis – verwekkers meestal virussen nachtelijke onrust onderzoek – behandelen met antibiotica alleen bij ernstig zieke
– jonge leeftijd
– Epstein-Barrvirus (EBV) ook mogelijke – kan sprake zijn van koorts en – bloedonderzoek en EBV- zorgvragers en verhoogd risico op complicaties
(keelontsteking) combi – verzwakt im.sys.
oorzaak, verwekt ziekte van Pfeiffer algehele malaise serologie als klachten langer – symp. verlichting: keel vochtig houden, pijnstillers
ontsteking farynx en tonsillen – roken
– 30% van de gevallen door bacterie – rode farynxwand, vergrote, rode aanhoud dan 2 weken of – recidiverend? tonsillectomie
tonsillen (met witte vlekjes), verergeren na 1 week Complicaties ⟶ ernstige keelontsteking met bijv. abces
lymfeklieren opgezet en pijnlijk
– meestal virale bovenste – stemverandering (door zwelling),
Laryngitis luchtweginfectie zoals heesheid/stemverlies. – anamnese ee lichamelijk
0ntsteking van de larynx – andere oorzaken; overmatig slikproblemen, keelpijn, koorts onderzoek – meestal vanzelf binnen 3 weken
x stemgebruik, hoesten, allergie, roken, – bij vernauwing larynx; inspiratoire – bij langdurig aanhoudende – eventuele gastro-oesofageale refluxziekte wordt behandeld
(pseudonroep irriterende stoffen, chronische gastro- stridor en dyspneu klachten heesheid een aanvullend – bij ernstige pseudokroep inhalatiecorticosteroiden
veelvoorkomend) oesofageale refluxziekte – kinderen met pseudokroep s laryngoscopie
– bacteriën zeldzaam door vaccinaties 'avonds dyspneu aanval
– bij bewusteloosheid kan tong door
– bij corpus alienum verstikkingsprotocol (EHBO)
Acute bovenste verslapping in de keel zakken. – anamnese en lichamelijk
– gedeeltelijk: snurken, inspiratoire – positionering hoofd en kaak
– inademen van een corpus alienum onderzoek
luchtwegobstructie x stridor, dyspneu en cyanose – intubatie als obstructie niet op kan worden geheven
– een trauma in de halsregio en infecties – gedeeltelijk: rontgenfoto van
mogelijk levensbedreigend – volledig: verstikking – corpus alienum kan met endoscopie worden verwijderd
van de bovenste luchtwegen (laryngitis halsregio of endoscopie
– bij epiglottis vroege IV van antibiotica belangrijk
en epiglottis)