voornamelijk bloed/beenmergonderzoek DIAGNOSTISCH plasma: water (90%), voedings/afvalst., hormonen, plasma-eiwitten (->
BLOEDPLASMA
Labatoriumonderzoek: hematologisch onderzoek kan bestaan uit: ONDERZOEK antistoffen, albumine, en stollingsfactoren, zoals fibrinogeen en
1. Differentiële telling van aantal bloedcellen (tab. 7.2) protrombine)
anatomie & fysiologie
2. Bepaling hemoglobineconcentratie in het hemotocriet (volume
i.v.m. totaal volume) H7 plasma-eiwitten: fibrinogeen, protrombine, antistoffen en albumine. (-->
zorgt voor hoge colloïd-osmotische druk⟶ voldoende water bloedbaan
3. compleet bloedbeeld, naast 1 en 2 ook kwaliteit van bloedcellen albumine zorgt voor een hoge colloïd-osmotische druk.
beoordeeld
: erytrocyten, leukocyten en trombocyten. ⟶ gevormd uit
stollingsonderzoek toont afwijkingen bloedstolling aan, bestaat uit:
bloedstamcellen in het rode medulla ossium.
bepaling geactiveerde partiele tromboplastinetijd (APTT), AANDOENINGEN 2 cellijnen om te differentiëren:
protrombinetijd (PT) & aantal tr.cy. VAN HET BLOED BLOEDCELLEN 1. myeloïde: erytro, trombo, leukocyten (2: granulocyten + monocyten)
Bij diagnoastiek kwaadaardige bloedziekte/onverklaarbare
2. lymfoïde: leukocyten (1: lymfocyten)
aantallen ⟶ beenmergpunctie, vaak uit bekken, soms sternum.
Erytrocyten:
rode, flexibele cellen zonder kern/DNA
duur: 100-120 dagen, milt breekt af
gereguleerd door erytropoëtine (EPO) uit nieren. ⟶ ijzer, b12 en foliumzuur nodig
bevat hemoglobine: vervoer (C)O2 (o bindt zich aan ijzer: oxyhemoglobine/ carbaminohemoglobine:
vervoer co2
Leukocyten:
onderverdelen in (neutrofiele, easinefiele en basofiele) granulocyten, monocyten & lymfocyten.
beschermen: specifieke- en niet specifieke afweer.
Trombocyten:
essentieel voor hemostase (i.c.m. stollingseiwitten)
bij beschadiging 1. komt tromboplastine vrij ⟶ trombocyten worden plakkerig. 2. activeert
stollingseiwitten ⟶ eiwit fibrine
AANDOENI NGEN VAN ER YT R OCYT EN
Aandoening Risicofactoren Etiologie en/of pathofysiologie Symptomen Diagnostiek Behandeling
1. door acuut bloedverlies; verlies aan
erytrocyten en bloedvolume. – uiting of compensatie van – eerst vinden onderliggende
2. door een stoornis in de aanmaak; zuurstoftekort in de weefsels aandoening (anamnese)
– bloedverlies minder erytrocyten of Hb aangemaakt – moeheid, duizeligheid, zwakte, – lichamelijk o. gericht op de buik,
– afhankelijk van de oorzaak
Anemie – verminderde of Hb functioneert niet optimaal. (ijzer hoofdpijn, oorsuizen lymfeklieren en aanw. icterus.
– gebrek voedingsstoffen aangevuld met ijzerpreparaten,
laag aantal erytrocyten- en/of opname ook essentieel) – bleekheid, tachycardie, hartfalen, – aanvullend d.m.v. bepaling Hb,
vit.B12 of foliumzuur.
voedingsstoffen 3. door versnelde afbraak; bijv. bij shock, icterus, donkere urine het mean corpuscular volume en
een te laag Hb-gehalte. – Hb controle om effect en duur behandeling te evalueren
– tekort hemoglobinopathieen zoals alfa- en – gerelateerd aan oorzaak: hevig het ferritinegehalte.
symptoom van een – bloedtransfusie
voedingsstoffen beta-thalassemie en sikkelziekte, Hb menstruatie, botpijn, – bij vermoeden anemie
Complicaties: longproblemen en hartfalen, beperkte
onderliggende aandoening – zwangerschap functioneert niet optimaal. gevoelsstoornissen, bloedingen bloedbepaling gedaan. bij 50+ jaar
inspanningstolerantie
– erfelijke factoren – hemolyse: als erytrocyten sneller spijsverteringsstelsel. gastro- en/of coloscopie verricht.
worden afgebroken dan aangemaakt Prognose: afhankelijk van de – genetisch onderzoek bij
– ook infectie, chronische aandoening oorzaak verdenking erfelijke aandoening
en kanker kan oorzaak zijn anemie.
1. niet-hemolytische (antist. tegen
– verschijnselen treden in de eerste – stop bij toediening bij vermoeden: draai rolklem dicht, blijf
leukocyten en cytokinen); Koortsreactie
6 uur op, vroege herkenning nodig – controleer voor, tijdens en na bij de zorgvrager en bel de arts.
→ antistoffen tegen leukocyten /
– voorgeschiedenis: – soms na 30 dagen symptomen het geven van bloed de temp, – volg protocol
cytokinen → ontstekings-reactie. TRALI →
bloedtransfusies, – mild: misselijkheid, huiduitslag, bloeddruk en de conditie + Niet-hemolytische koortsreactie: overleg arts over
antistoffen donor tegen leukocyten →
zwangerschappen. jeuk, temp. stijging < 2*C – vitale functies, up, controleren, transfusie; onderbroken of niet; hangt af van ernst.
longoedeem. TA-GvHD → immuundefect
– minder afweer – erngstig: temp. stijging >2*C, plus op tekenen van DIS (7.6) + Acute hemolytische transfusiereactie: behandeling
Transfusiereacties ontvanger / HLA-match verwant →
– fout vaststellen rillingen, onrust, oedeem, – aanvullend onderzoek: symptomen en stimulering urineproductie
donor-T-cellen overleven → vallen
bloedgroep ademhalingsproblemen, bloedonderzoek naar hemolyse en + TRALI: behandeling symptomen, respiratoire ondersteuning
weefsels aan. Posttransfusie-infectie →
– bloeddonatie door hypotensie, tachycardie, anurie infectie, incl. bloedkweek. en corticosteroiden
overdracht pathogene micro-
familielid – tabel 7.3 – bloedproduct en infuussysteem + TA-GvHD: geen specifieke behandeling mogelijk
organismen. Hemolytische reactie:
Prognose: 85% van de TRALI naar laboratorium. + posttransfusie virale infectie: behandeling overgedragen
antistoffen tegen erytrocyten → snelle
zorgvragers hersteld. TA-GvHD 90% ziekte, melding maken
hemolyse <24 uur.