Inhoudsopgave
Inleidende begrippen
Celwand als doelwit
Biosynthese van peptidoglycaan
Fosfomycine, D-cycloserine, bacitracine
Glycopeptide antibiotica
Beta-lactam antibiotica
Polymyxines: lysis van gram-negatieve buitenmembraan
Inhibitoren van replicatie en transcriptie
Quinolonen
Rifamycine
Inhibitoren van eiwitsynthese
Het ribosoom
Aminoglycosiden
Tetraglycosiden
Chloramphenicol
Macroliden
Clindamycine
Synergistines
Inhibitoren van het metabolisme
Inhibitoren foliumzuursynthese
Metronidazole
Tuberculostatica
DOTS-therapie
Resistentie en DOTS+
Antifungale middelen
Polyenen
Allylamines en azolen
Fluorocytosine
Griseofulvine
Echinocandines
Antiparasitaire middelen
Zware metalen – Leishmania, Trypanosoma
Malaria
1
,Antibiotica
Inleidende begrippen
Antibiotica = substantie van biologische, semisynthetische of synthetische oorsprong met een selectieve
inhiberende activiteit tegenover bacteriën.
Principe chemotherapeutisch agens → selectieve toxiciteit
- Specificiteit doelmolecule
- Affiniteit voor microbieel doelmolecule (en niet menselijke cel)
- Penetratievermogen
Structurele en biochemische verschillen tussen gastheer en infectieus agens
Begrippen:
- Spectrum
o Eng: tegen enkel gram+ of gram-
o Breed: tegen gram+ en gram-
- Bacteriostatisch: groei bacterie remmen/niet prolifereren → niet doden bacterie
Bactericide: doden bacteriën
- Concentratie antibioticum:
o MIC = minimale inhibitorische concentratie: min nodig om groei te blokkeren
o MBC = minimale bactericide concentratie: min nodig om bacteriën te doden
→ bijna hetzelfde dan bactericide
o BPC = breekpunt concentratie
• Obv van concentratie die in patiënt bij normale dosis wordt bereikt
• Bacterie = gevoelig als het geremd wordt door BPC
• Bacterie = resistent als het niet geremd wordt door BPC
• Intermediair gevoelig = bacterie enkel gevoelig aan conc die overeenkomt met max dosis voor
patiënt
→ Antibiogram volgens diffusiemethode: aan welk antibioticum is bacterie gevoelig
• Schijfjes filterpapier met AB
• Afh van diffusiesnelheid AB en gevoeligheid bacterie
• Standaardlijn opstellen met verschillende stammen met gekende MIC
→ ε-test: strip met verschillende conc AB op → MIC aflezen
- Gevoelig/resistent
- Synergie/antagonisme/additief effect
o Additief = 30 + 40 = 70%
o Synergie = 30 + 40 = >70%
o Antagonisme = 30 + 40 = <70%
- Resistentie
o Natuurlijke resistentie: penicilline niet door gram- buitenmembraan
o Verworven resistentie: normaal gevoelig maar dan resistent geworden
2
, Moleculaire mechanismen van resistentie:
- Enzymatische inactivatie van het antibioticum
o B.v. β-lactamases, modificatie van aminoglycoside AB, chlooramfenicol acyltransferase
- Modificatie van doelmolecule (vb. mutatie)
o Bindingsproteïnen voor -lactam antibiotica
o Ribosomen voor macroliden
o DNA gyrase voor quinolonen
- Opnameverstoring
o Verminderde opname: buitenmembraan van Gram- bacteriën bevat porine proteïnen,
die selectief moleculen in de cel toelaat
o Verhoogde efflux: b.v. bacteriën pompen het antibioticum uit de cel
Enterobacteriaceae resistentie voor tetracyclines (TetB)
- Concentratieverhoging doelmolecule:
als bacterie zeer veel enzyme maakt dan is er nog steeds veel over als AB 90% dood
- Concentratiedaling van activerend enzyme: prodrug → actief molecule
- Duplicatie van de functie van het doelmolecule
Ontstaan resistentie:
- Mutatie en selectie
- Opname nieuw DNA (horizontale genoverdracht)
o Conjugatie (plasmiden, R-factoren)
o Transductie (bacteriofagen)
o Transformatie (opname extracell DNA)
Incorrect gebruik van antibiotica leidt tot resistentie:
- Hoe leidt een te lage concentratie tot bacteriële resistentie?
1. Enkel de meest gevoelige bacteriën worden afgedood
2. Minder gevoelige stammen worden uitgeselecteerd
3. Deze stammen kunnen de gastheer koloniseren
4. Resistentiegenen worden overgebracht
5. Resistente pathogenen kunnen zich verspreiden in de omgeving
- Vroegtijdig stoppen van de behandeling
- Kwaliteit van het product
- Falen voldoende hoge concentratie te bekomen
- Falen van behoud van voldoende hoge concentratie
- Hoe leidt een teveel gebruik tot bacteriële resistentie?
1. Blootstelling aan normale flora leidt tot resistentie
2. Deze resistente stammen koloniseren de gastheer en komen in de omgeving terecht
3. Resistentiegenen worden overgedragen naar andere bacteriën
- Overvloedig gebruik van antibiotica voor mens en dier:
o Behandeling van banale ziekten
o Teveel gebruik van breed-spectrum antibiotica
o Lange termijngebruik, te lage dosis bij profylaxis
o Gebruik van antibiotica voor virale aandoeningen = nutteloos
3
Inleidende begrippen
Celwand als doelwit
Biosynthese van peptidoglycaan
Fosfomycine, D-cycloserine, bacitracine
Glycopeptide antibiotica
Beta-lactam antibiotica
Polymyxines: lysis van gram-negatieve buitenmembraan
Inhibitoren van replicatie en transcriptie
Quinolonen
Rifamycine
Inhibitoren van eiwitsynthese
Het ribosoom
Aminoglycosiden
Tetraglycosiden
Chloramphenicol
Macroliden
Clindamycine
Synergistines
Inhibitoren van het metabolisme
Inhibitoren foliumzuursynthese
Metronidazole
Tuberculostatica
DOTS-therapie
Resistentie en DOTS+
Antifungale middelen
Polyenen
Allylamines en azolen
Fluorocytosine
Griseofulvine
Echinocandines
Antiparasitaire middelen
Zware metalen – Leishmania, Trypanosoma
Malaria
1
,Antibiotica
Inleidende begrippen
Antibiotica = substantie van biologische, semisynthetische of synthetische oorsprong met een selectieve
inhiberende activiteit tegenover bacteriën.
Principe chemotherapeutisch agens → selectieve toxiciteit
- Specificiteit doelmolecule
- Affiniteit voor microbieel doelmolecule (en niet menselijke cel)
- Penetratievermogen
Structurele en biochemische verschillen tussen gastheer en infectieus agens
Begrippen:
- Spectrum
o Eng: tegen enkel gram+ of gram-
o Breed: tegen gram+ en gram-
- Bacteriostatisch: groei bacterie remmen/niet prolifereren → niet doden bacterie
Bactericide: doden bacteriën
- Concentratie antibioticum:
o MIC = minimale inhibitorische concentratie: min nodig om groei te blokkeren
o MBC = minimale bactericide concentratie: min nodig om bacteriën te doden
→ bijna hetzelfde dan bactericide
o BPC = breekpunt concentratie
• Obv van concentratie die in patiënt bij normale dosis wordt bereikt
• Bacterie = gevoelig als het geremd wordt door BPC
• Bacterie = resistent als het niet geremd wordt door BPC
• Intermediair gevoelig = bacterie enkel gevoelig aan conc die overeenkomt met max dosis voor
patiënt
→ Antibiogram volgens diffusiemethode: aan welk antibioticum is bacterie gevoelig
• Schijfjes filterpapier met AB
• Afh van diffusiesnelheid AB en gevoeligheid bacterie
• Standaardlijn opstellen met verschillende stammen met gekende MIC
→ ε-test: strip met verschillende conc AB op → MIC aflezen
- Gevoelig/resistent
- Synergie/antagonisme/additief effect
o Additief = 30 + 40 = 70%
o Synergie = 30 + 40 = >70%
o Antagonisme = 30 + 40 = <70%
- Resistentie
o Natuurlijke resistentie: penicilline niet door gram- buitenmembraan
o Verworven resistentie: normaal gevoelig maar dan resistent geworden
2
, Moleculaire mechanismen van resistentie:
- Enzymatische inactivatie van het antibioticum
o B.v. β-lactamases, modificatie van aminoglycoside AB, chlooramfenicol acyltransferase
- Modificatie van doelmolecule (vb. mutatie)
o Bindingsproteïnen voor -lactam antibiotica
o Ribosomen voor macroliden
o DNA gyrase voor quinolonen
- Opnameverstoring
o Verminderde opname: buitenmembraan van Gram- bacteriën bevat porine proteïnen,
die selectief moleculen in de cel toelaat
o Verhoogde efflux: b.v. bacteriën pompen het antibioticum uit de cel
Enterobacteriaceae resistentie voor tetracyclines (TetB)
- Concentratieverhoging doelmolecule:
als bacterie zeer veel enzyme maakt dan is er nog steeds veel over als AB 90% dood
- Concentratiedaling van activerend enzyme: prodrug → actief molecule
- Duplicatie van de functie van het doelmolecule
Ontstaan resistentie:
- Mutatie en selectie
- Opname nieuw DNA (horizontale genoverdracht)
o Conjugatie (plasmiden, R-factoren)
o Transductie (bacteriofagen)
o Transformatie (opname extracell DNA)
Incorrect gebruik van antibiotica leidt tot resistentie:
- Hoe leidt een te lage concentratie tot bacteriële resistentie?
1. Enkel de meest gevoelige bacteriën worden afgedood
2. Minder gevoelige stammen worden uitgeselecteerd
3. Deze stammen kunnen de gastheer koloniseren
4. Resistentiegenen worden overgebracht
5. Resistente pathogenen kunnen zich verspreiden in de omgeving
- Vroegtijdig stoppen van de behandeling
- Kwaliteit van het product
- Falen voldoende hoge concentratie te bekomen
- Falen van behoud van voldoende hoge concentratie
- Hoe leidt een teveel gebruik tot bacteriële resistentie?
1. Blootstelling aan normale flora leidt tot resistentie
2. Deze resistente stammen koloniseren de gastheer en komen in de omgeving terecht
3. Resistentiegenen worden overgedragen naar andere bacteriën
- Overvloedig gebruik van antibiotica voor mens en dier:
o Behandeling van banale ziekten
o Teveel gebruik van breed-spectrum antibiotica
o Lange termijngebruik, te lage dosis bij profylaxis
o Gebruik van antibiotica voor virale aandoeningen = nutteloos
3