,Bouwstenen van de taal 25-26
Bouwstenen van de Taal
prof. Wim Vandenbussche
1.Inleiding Taalkunde
Rode draad:
1. Afbakening: taalkunde bestudeert natuurlijke mensentalen (geen
diercommunicatie, geen conlangs als kernobject, geen programmeertalen).
2. Taaldiversiteit is dynamisch: het aantal talen is moeilijk exact te bepalen omdat
talen ontdekt worden, uitsterven, ontstaan en veranderen.
3. Sprekers tellen is lastig: aantallen zijn onzeker door methodologische,
praktische (toegankelijkheid/ongeletterdheid) en politieke factoren.
4. Oorsprong van taal: van mythes/voor-wetenschappelijke ideeën naar
evolutionaire hypothesen (brein + spraakapparaat; monogenese vs polygenese).
5. Geschiedenis van de taalkunde: van comparatief onderzoek (Jones,
neogrammatici, klankwetten) → structuralisme (Saussure, Praagse/Amerikaanse
school, Sapir-Whorf) → generatieve/cognitieve wending (Chomsky:
competence/performance, aangeboren component, productiviteit).
1.1 Waarover gaat taalkunde?
Definitie: Taalkunde bestudeert natuurlijke mensentalen.
“Talen” betekent hier dus niet:
- Dierlijke communicatie (“dierentalen” → missen creativiteit/productiviteit en spontane
expressie van nieuwe ideeën)
- Bedachte/kunstmatige talen (constructed languages / conlangs bv.Esperanto,
Klingon, Dothraki…)
- Programmeertalen
Voorwaarde voor een echte natuurlijke taal: een gemeenschap van mensen die de taal
als moedertaal spreekt.
Taal = geschikt voor menselijke communicatie (eventueel ook bruikbaar voor computers)
Waarom geen dierentalen?
● Bijen of honden: kunnen signalen geven, maar geen creatieve zinnen of spontane
ideeën uitdrukken.
● Chimpansees:
○ Kunnen gebarentaal leren.
○ Hebben wel symbolen maar missen spraak en vooral creativiteit (kunnen
geen volledig nieuwe uitdrukkingen maken).
1
,Bouwstenen van de taal 25-26
Kunstmatige talen
● Conlangs (constructed languages): bv. Esperanto, Klingon, Dothraki/High Valyrian
● Altijd gemaakt door 1 individu of een kleine groep, met een duidelijk doel.
● Geen natuurlijke evolutie binnen een moedertaal-gemeenschap → dus geen
natuurlijke talen.
Hoeveel talen zijn er?
Het precieze aantal talen is moeilijk te achterhalen:
● Nieuwe talen worden ontdekt
○ bv. in afgelegen gebieden/kleine gemeenschappen waar weinig onderzoek is
● Talen sterven uit
○ door globalisering, druk van dominante talen, migratie, verdwijnen van kleine
gemeenschappen…
○ Migratie naar grotere gemeenschappen.
○ Uitsterven van kleine gemeenschappen.
● Nieuwe talen ontstaan
○ Creooltalen: ontstaan vaak uit intens taalcontact (bv.kolonisatie)→ wnnr een
nieuwe gemeensch een nieuwe stabiele taal ontwikkelt uit contact variëteiten
○ Politieke/identitaire “opsplitsing”: soms worden variëteiten “nieuwe talen” door
socio-politieke factoren (bv. Servokroatisch → versch standaardtalen)
● Talen veranderen continu
○ taal is geen statisch systeem; klanken/woorden/grammatica schuiven
doorheen generaties
○ bv. Afrikaans als historisch gegroeide dochtertaal/variant t.o.v. NL
Hoeveel sprekers heeft een taal?
Ook dit is moeilijk exact te meten o.a. door:
1. Methodologisch:
- Wat is een “spreker”? (vloeiendheid is een continuum)
- Meertaligheid → iemand kan een taal thuis spreken maar niet schrijven of
omgekeerd
- Dialect vs standaardtaal: waar trek je de grens?
2. Toegankelijkheid:
- Sommige regio’s zijn moeilijk bereikbaar – weinig betrouwbare data
3. Ongeletterdheid:
- telling en enquêtes bereiken niet iedereen → orale taalpraktijken blijven
ondergerapporteerd
4. Politieke omstandigheden:
- talen kunnen verboden/gestigmatiseerd zijn → mensen durven ze niet te
rapporteren
Voorbeeld Brussel:
● Tweetalig FR/NL officieel, maar realiteit = veel diverser.
● Grote verschuivingen in thuistalen in enkele jaren tijd.
2
, Bouwstenen van de taal 25-26
Waar komen talen vandaan?
Onwetenschappelijke verklaringen
● Mythes van goddelijke interventie of mythologische oorsprong (bv. een opperhoofd
creëert de taal).
● Belangrijk: illustreert de menselijke fascinatie voor taal
Voor-wetenschappelijke verklaringen
● Otto Jespersen (1925):
○ “Bow-wow” theorie: nabootsen van natuurgeluiden.
○ “Pooh-pooh” theorie: uitroepen en tussenwerpsels.
○ “Yo-he-yo” theorie: collectieve geluiden bij arbeid.
● Meer fantasierijk dan wetenschappelijk onderbouwd.
Wetenschappelijke verklaringen
● Ontstaan van Homo sapiens sapiens:
○ Evolutie van hersenen.
○ Positie van het strottenhoofd → alleen bij de mens geschikt voor complexe
spraak.
● Polygenese vs. monogenese:
○ Polygenese: talen ontstaan onafhankelijk op meerdere plaatsen.
(uniregionaal perspectief)
○ Monogenese: talen hebben één gemeenschappelijke oorsprong.
(multiregionaal perspectief)
!Waarschijnlijk: combinatie, moeilijk te reduceren tot één model.
● Kaarten van menselijke
verspreiding → indirect
bewijs want geen directe
bronnen/opnames.
3
Bouwstenen van de Taal
prof. Wim Vandenbussche
1.Inleiding Taalkunde
Rode draad:
1. Afbakening: taalkunde bestudeert natuurlijke mensentalen (geen
diercommunicatie, geen conlangs als kernobject, geen programmeertalen).
2. Taaldiversiteit is dynamisch: het aantal talen is moeilijk exact te bepalen omdat
talen ontdekt worden, uitsterven, ontstaan en veranderen.
3. Sprekers tellen is lastig: aantallen zijn onzeker door methodologische,
praktische (toegankelijkheid/ongeletterdheid) en politieke factoren.
4. Oorsprong van taal: van mythes/voor-wetenschappelijke ideeën naar
evolutionaire hypothesen (brein + spraakapparaat; monogenese vs polygenese).
5. Geschiedenis van de taalkunde: van comparatief onderzoek (Jones,
neogrammatici, klankwetten) → structuralisme (Saussure, Praagse/Amerikaanse
school, Sapir-Whorf) → generatieve/cognitieve wending (Chomsky:
competence/performance, aangeboren component, productiviteit).
1.1 Waarover gaat taalkunde?
Definitie: Taalkunde bestudeert natuurlijke mensentalen.
“Talen” betekent hier dus niet:
- Dierlijke communicatie (“dierentalen” → missen creativiteit/productiviteit en spontane
expressie van nieuwe ideeën)
- Bedachte/kunstmatige talen (constructed languages / conlangs bv.Esperanto,
Klingon, Dothraki…)
- Programmeertalen
Voorwaarde voor een echte natuurlijke taal: een gemeenschap van mensen die de taal
als moedertaal spreekt.
Taal = geschikt voor menselijke communicatie (eventueel ook bruikbaar voor computers)
Waarom geen dierentalen?
● Bijen of honden: kunnen signalen geven, maar geen creatieve zinnen of spontane
ideeën uitdrukken.
● Chimpansees:
○ Kunnen gebarentaal leren.
○ Hebben wel symbolen maar missen spraak en vooral creativiteit (kunnen
geen volledig nieuwe uitdrukkingen maken).
1
,Bouwstenen van de taal 25-26
Kunstmatige talen
● Conlangs (constructed languages): bv. Esperanto, Klingon, Dothraki/High Valyrian
● Altijd gemaakt door 1 individu of een kleine groep, met een duidelijk doel.
● Geen natuurlijke evolutie binnen een moedertaal-gemeenschap → dus geen
natuurlijke talen.
Hoeveel talen zijn er?
Het precieze aantal talen is moeilijk te achterhalen:
● Nieuwe talen worden ontdekt
○ bv. in afgelegen gebieden/kleine gemeenschappen waar weinig onderzoek is
● Talen sterven uit
○ door globalisering, druk van dominante talen, migratie, verdwijnen van kleine
gemeenschappen…
○ Migratie naar grotere gemeenschappen.
○ Uitsterven van kleine gemeenschappen.
● Nieuwe talen ontstaan
○ Creooltalen: ontstaan vaak uit intens taalcontact (bv.kolonisatie)→ wnnr een
nieuwe gemeensch een nieuwe stabiele taal ontwikkelt uit contact variëteiten
○ Politieke/identitaire “opsplitsing”: soms worden variëteiten “nieuwe talen” door
socio-politieke factoren (bv. Servokroatisch → versch standaardtalen)
● Talen veranderen continu
○ taal is geen statisch systeem; klanken/woorden/grammatica schuiven
doorheen generaties
○ bv. Afrikaans als historisch gegroeide dochtertaal/variant t.o.v. NL
Hoeveel sprekers heeft een taal?
Ook dit is moeilijk exact te meten o.a. door:
1. Methodologisch:
- Wat is een “spreker”? (vloeiendheid is een continuum)
- Meertaligheid → iemand kan een taal thuis spreken maar niet schrijven of
omgekeerd
- Dialect vs standaardtaal: waar trek je de grens?
2. Toegankelijkheid:
- Sommige regio’s zijn moeilijk bereikbaar – weinig betrouwbare data
3. Ongeletterdheid:
- telling en enquêtes bereiken niet iedereen → orale taalpraktijken blijven
ondergerapporteerd
4. Politieke omstandigheden:
- talen kunnen verboden/gestigmatiseerd zijn → mensen durven ze niet te
rapporteren
Voorbeeld Brussel:
● Tweetalig FR/NL officieel, maar realiteit = veel diverser.
● Grote verschuivingen in thuistalen in enkele jaren tijd.
2
, Bouwstenen van de taal 25-26
Waar komen talen vandaan?
Onwetenschappelijke verklaringen
● Mythes van goddelijke interventie of mythologische oorsprong (bv. een opperhoofd
creëert de taal).
● Belangrijk: illustreert de menselijke fascinatie voor taal
Voor-wetenschappelijke verklaringen
● Otto Jespersen (1925):
○ “Bow-wow” theorie: nabootsen van natuurgeluiden.
○ “Pooh-pooh” theorie: uitroepen en tussenwerpsels.
○ “Yo-he-yo” theorie: collectieve geluiden bij arbeid.
● Meer fantasierijk dan wetenschappelijk onderbouwd.
Wetenschappelijke verklaringen
● Ontstaan van Homo sapiens sapiens:
○ Evolutie van hersenen.
○ Positie van het strottenhoofd → alleen bij de mens geschikt voor complexe
spraak.
● Polygenese vs. monogenese:
○ Polygenese: talen ontstaan onafhankelijk op meerdere plaatsen.
(uniregionaal perspectief)
○ Monogenese: talen hebben één gemeenschappelijke oorsprong.
(multiregionaal perspectief)
!Waarschijnlijk: combinatie, moeilijk te reduceren tot één model.
● Kaarten van menselijke
verspreiding → indirect
bewijs want geen directe
bronnen/opnames.
3