H2 algemeen overeenkomstenrecht
2.2 aanvullend en dwingend recht
2.2.1 aanvullend recht
Aanvullend recht wordt ook wel regelend recht genoemd. Aanvullende regels
gelden als partijen over een bepaald aspect van de overeenkomst niets hebben
afgesproken. Ze scheppen duidelijkheid wanneer partijen het onderwerp zelf niet
hebben geregeld. Partijen mogen deze onderwerpen wel zelf regelen; ze zijn vrij
om af te wijken van hetgeen de wetgever in de aanvullende regel heeft bepaald.
2.2.2 dwingend recht
Van dwingendrechtelijke regels mag niet worden afgeweken. Wanneer een
bepaling een beschermend karakter heeft, is deze van dwingend recht.
2.2.3 wanneer dwingend, wanneer aanvullend?
Of een bepaling een dwingend karakter heeft, wordt soms is de wet aangegeven.
Soms is uit de tekst van het artikel zalf duidelijk op te maken dat het dwingend
recht bevat.
Soms zijn de bewoordingen van een artikel minder duidelijk. In dat geval is het
uiteindelijk de rechter die bepaalt of een artikel dwingend is. De rechter zal bij
twijfel kijken naar de wetsgeschiedenis. Als een bepaling niet dwingend is, is zij
aanvullend en mag er dus van worden afgeweken. Dwingend recht is de
uitzondering, aanvullend rechts de hoofdregel.
2.2.4 semidwingend recht
Er zijn ook wettelijke bepalingen die tussen dwingend ne aanvullend recht liggen.
Dat de afwijkende bepaling op schrift staat, verkleint ook de kans op
bewijsprobleem. Een bepaling waarvan alleen mag worden afgeweken bij
schriftelijke overeenkomst wordt semidwingend genoemd.
2.2.5 driekwartdwingend recht
Dit zijn bepalingen waarvan alleen bij collectieve arbeidsovereenkomst- of een
speciale publiekrechtelijke regeling- mag worden afgeweken. Omdat bij het
opstellen van een cao altijd vertegenwoordigers van de vakbeweging zijn
betrokken en zij hiermee moeten instemmen, wordt de positie van de werknemer
in cao-onderhandelingen goed verdedigd en maakt de wetgever afwijking onder
deze voorwaarde mogelijk.
2.3 uitleg van overeenkomsten
2.3.1 pacta sunt servanda
Een verbintenis overeenkomst moet worden nagekomen.
, 2.3.2 uitleg van overeenkomsten
Om vast te stellen of een verbintenis uit overeenkomst niet goed is nagekomen
moet eerst worden vastgesteld wat de verbintenis precies inhoudt: de
overeenkomst moet worden uitgelegd.
Het wetsartikel dat aangeeft welke factoren van belang zijn bij de uitleg van
overeenkomsten is artikel 6:248 lid 1 BW, dit bepaalt dat een overeenkomst niet
alleen de rechtsgevolgen heeft die partijen zijn overeengekomen, maar ook die
uit de aard van de overeenkomst, de wet, de gewoonte of de eisen van
redelijkheid en billijkheid voortvloeien. Voor aanvullende werking van de aard van
de overeenkomst, wet, gewoonte of redelijkheid en billijkheid is geen ruimte als
de afspraken tussen partijen duidelijk zijn en niet in strijd komen met dwingende
regels.
2.3.3 haviltex-criterium
In de commerciële privaatrechtelijke praktijk, waarbij veel met schriftelijke
contracten wordt gewerkt, is onduidelijkheid over de uitleg van termen in
schriftelijke overeenkomsten zelfs een van de voornaamste bronnen van
conflicten. Het is moeilijk om bij het opstellen van een contract vooraf alle
mogelijke situaties te voorzien. Als er zich later problemen voordoen, is het
contract wel de voornaamste bron om op terug te vallen om te bezien hoe deze
moeten worden beoordeeld. Er kan dan al snel getwist worden over de vraag wat
een bepaalde contractbepaling precies inhoudt.
Voor de uitleg van de bewoordingen van een overeenkomst geldt in het
algemeen het haviltex-criterium. De hoge raad besliste dat voor de uitleg van
een bepaling in een contract niet alleen moet worden gekeken naar de letterlijke,
taalkundige betekenis van de bepaling, maar ook naar de bedoeling van partijen.
Contractuitleg kan in de praktijk dus ingewikkeld zijn en alle relevante
omstandigheden kunnen worden meegewogen.
Er mag ook worden gekeken naar de maatschappelijke positie en rechtskennis
van partijen
2.3.4 internationaal
Bij de uitleg van termen in een contract wordt in de rechtswetenschap wel
onderscheid gemaakt tussen een objectieve en subjectieve uitleg. Als de
taalkundige uitleg vooropstaat bij de uitleg van een contractbepaling, kun je
spreken van een objectieve uitleg. Als de bedoeling van partijen centraal staat,
kun je spreken van een subjectieve uitleg.
Common law-contracten zijn vaak veel uitgebreider en dikker: om geen
misverstanden te laten ontstaan wordt alles er nauwkeurig in beschreven. Omdat
common law in het internationale bedrijfsleven de norm is, werken ook veel
Nederlandse multinationals met contracten in ‘commen law-stijl’.
2.3.5 overige uitlegregels: geen innerlijke tegenstrijdigheid
Er kunnen uit de rechtspraak meer uitgangspunten worden afgeleid die je bij de
uitleg van een contract kunt hanteren. Een belangrijk uitgangspunt is dat een
contract altijd in zijn geheel beschouwd dient te worden en niet innerlijk
tegenstrijdig mag zijn. als een bepaling in een contract toch een andere bepaling
2.2 aanvullend en dwingend recht
2.2.1 aanvullend recht
Aanvullend recht wordt ook wel regelend recht genoemd. Aanvullende regels
gelden als partijen over een bepaald aspect van de overeenkomst niets hebben
afgesproken. Ze scheppen duidelijkheid wanneer partijen het onderwerp zelf niet
hebben geregeld. Partijen mogen deze onderwerpen wel zelf regelen; ze zijn vrij
om af te wijken van hetgeen de wetgever in de aanvullende regel heeft bepaald.
2.2.2 dwingend recht
Van dwingendrechtelijke regels mag niet worden afgeweken. Wanneer een
bepaling een beschermend karakter heeft, is deze van dwingend recht.
2.2.3 wanneer dwingend, wanneer aanvullend?
Of een bepaling een dwingend karakter heeft, wordt soms is de wet aangegeven.
Soms is uit de tekst van het artikel zalf duidelijk op te maken dat het dwingend
recht bevat.
Soms zijn de bewoordingen van een artikel minder duidelijk. In dat geval is het
uiteindelijk de rechter die bepaalt of een artikel dwingend is. De rechter zal bij
twijfel kijken naar de wetsgeschiedenis. Als een bepaling niet dwingend is, is zij
aanvullend en mag er dus van worden afgeweken. Dwingend recht is de
uitzondering, aanvullend rechts de hoofdregel.
2.2.4 semidwingend recht
Er zijn ook wettelijke bepalingen die tussen dwingend ne aanvullend recht liggen.
Dat de afwijkende bepaling op schrift staat, verkleint ook de kans op
bewijsprobleem. Een bepaling waarvan alleen mag worden afgeweken bij
schriftelijke overeenkomst wordt semidwingend genoemd.
2.2.5 driekwartdwingend recht
Dit zijn bepalingen waarvan alleen bij collectieve arbeidsovereenkomst- of een
speciale publiekrechtelijke regeling- mag worden afgeweken. Omdat bij het
opstellen van een cao altijd vertegenwoordigers van de vakbeweging zijn
betrokken en zij hiermee moeten instemmen, wordt de positie van de werknemer
in cao-onderhandelingen goed verdedigd en maakt de wetgever afwijking onder
deze voorwaarde mogelijk.
2.3 uitleg van overeenkomsten
2.3.1 pacta sunt servanda
Een verbintenis overeenkomst moet worden nagekomen.
, 2.3.2 uitleg van overeenkomsten
Om vast te stellen of een verbintenis uit overeenkomst niet goed is nagekomen
moet eerst worden vastgesteld wat de verbintenis precies inhoudt: de
overeenkomst moet worden uitgelegd.
Het wetsartikel dat aangeeft welke factoren van belang zijn bij de uitleg van
overeenkomsten is artikel 6:248 lid 1 BW, dit bepaalt dat een overeenkomst niet
alleen de rechtsgevolgen heeft die partijen zijn overeengekomen, maar ook die
uit de aard van de overeenkomst, de wet, de gewoonte of de eisen van
redelijkheid en billijkheid voortvloeien. Voor aanvullende werking van de aard van
de overeenkomst, wet, gewoonte of redelijkheid en billijkheid is geen ruimte als
de afspraken tussen partijen duidelijk zijn en niet in strijd komen met dwingende
regels.
2.3.3 haviltex-criterium
In de commerciële privaatrechtelijke praktijk, waarbij veel met schriftelijke
contracten wordt gewerkt, is onduidelijkheid over de uitleg van termen in
schriftelijke overeenkomsten zelfs een van de voornaamste bronnen van
conflicten. Het is moeilijk om bij het opstellen van een contract vooraf alle
mogelijke situaties te voorzien. Als er zich later problemen voordoen, is het
contract wel de voornaamste bron om op terug te vallen om te bezien hoe deze
moeten worden beoordeeld. Er kan dan al snel getwist worden over de vraag wat
een bepaalde contractbepaling precies inhoudt.
Voor de uitleg van de bewoordingen van een overeenkomst geldt in het
algemeen het haviltex-criterium. De hoge raad besliste dat voor de uitleg van
een bepaling in een contract niet alleen moet worden gekeken naar de letterlijke,
taalkundige betekenis van de bepaling, maar ook naar de bedoeling van partijen.
Contractuitleg kan in de praktijk dus ingewikkeld zijn en alle relevante
omstandigheden kunnen worden meegewogen.
Er mag ook worden gekeken naar de maatschappelijke positie en rechtskennis
van partijen
2.3.4 internationaal
Bij de uitleg van termen in een contract wordt in de rechtswetenschap wel
onderscheid gemaakt tussen een objectieve en subjectieve uitleg. Als de
taalkundige uitleg vooropstaat bij de uitleg van een contractbepaling, kun je
spreken van een objectieve uitleg. Als de bedoeling van partijen centraal staat,
kun je spreken van een subjectieve uitleg.
Common law-contracten zijn vaak veel uitgebreider en dikker: om geen
misverstanden te laten ontstaan wordt alles er nauwkeurig in beschreven. Omdat
common law in het internationale bedrijfsleven de norm is, werken ook veel
Nederlandse multinationals met contracten in ‘commen law-stijl’.
2.3.5 overige uitlegregels: geen innerlijke tegenstrijdigheid
Er kunnen uit de rechtspraak meer uitgangspunten worden afgeleid die je bij de
uitleg van een contract kunt hanteren. Een belangrijk uitgangspunt is dat een
contract altijd in zijn geheel beschouwd dient te worden en niet innerlijk
tegenstrijdig mag zijn. als een bepaling in een contract toch een andere bepaling