Samenvatting
Hoofdstuk 1 De aard van het recht
Paragraaf 2. Regels van geordend samenleven
Samenleven is alleen mogelijk als een voldoende aantal leden van de samenleving zich
aan bepaalde gedragsregels houdt. Dat heeft te maken met het soort wezen dat mensen
zijn en met het karakter van de wereld waarin ze leven.
2.1 regels die doodslag en mishandeling verbieden.
Het feit dat mensen geen engelen zijn, maar soms in de verleiding komen om zich
agressief te gedragen, maakt regels die geweld verbieden nodig. Het feit dat mensen
geen duivels zijn, maakt het bestaan van zulke regels mogelijk.
De meeste mensen gaat het er vooral om zelf een zo aangenaam mogelijk leven te
leiden. Maar dat betekent niet dat het pure egoïsten zijn die koste wat het kost hun
eigenbelang najagen.
Regels hebben alleen zin voor zover mensen over het algemeen beried zijn zich eraan te
houden zolang anderen dat ook doen.
(het bestaan van regels)
2.2 regels die eigendom beschermen
De tweede categorie betreft de regels die een of andere vorm van eigendom instellen.
Zulke regels verlangen van mensen dat zij afblijven van wat een ander toebehoort. Dat
zijn de belangrijkste regels omdat mensen voedsel, kleding en onderdak nodig hebben en
omdat zij in een wereld leven waarin schaarste heerst.
2.3 regels die overeenkomsten mogelijk maken.
Er zijn regels die van mensen verlangen dat zij hun beloftes nakomen. Aanvaarding van
zulke regels maakt het mogelijk dat mensen verplichtingen op zich nemen en zich zo
wederzijds verbinden tot het leveren van prestaties.
Samenleven vereist kortom dat mensen ervan afzien elkaar schade te betrokkenen
2.4 Sancties
Mensen hebben reden om te aanvaarden dat er sancties worden verbonden aan het
overtreden van regels. Die sancties zijn bedoeld om de niet-gewillige leden van de
gemeenschap tot gehoorzaamheid te dwingen. Zij dragen ertoe bij dat degenen die zich
vrijwillig aan de regels onderwerpen niet het slachtoffer worden van degenen die dat niet
willen doen.
3.1 Van eenvoudige gemeenschap naar complexe samenleving
Het groter worden van een gemeenschap betekent dat de nauwe banden tussen leden
van die gemeenschap losser worden, waardoor het onderlinge vertrouwen minder
vanzelfsprekend wordt en er meer conflicten rijzen. Ook zal het voor overtreders
makkelijker worden aan sancties te ontsnappen.
3.2 Problemen van eenvoudige vormen van sociale ordening
Complexe samenlevingen hebben meer nodig dan een eenvoudige groepsmoraal om de
sociale orde te waarborgen en om de projecten die zij nastreven te realiseren.
,Vier problemen waar zon eenvoudig systeem van wederzijdse verplichting geen antwoord
op heeft
3.2.1 onzekerheid
Er kan twijfel komen over welke regels gelden of wat de precieze strekking is van een
regel. Dit kan gaan over de sociale regels die voor iedereen gelden, maar ook over de
regels die individuen voor hun onderlinge verhoudingen hebben afgesproken.
Zulke onduidelijkheid en onzekerheid kunnen ertoe leiden dat er conflicten ontstaan. Dit
probleem zou opgelost zijn als er een gezaghebbende vaststelling bestond van de
normen die gelden en als er verwezen zou kunnen worden naar gezaghebbende
interpretaties van de betekenis van die normen.
3.2.2 veranderende omstandigheden
Morele regels zijn vaak moeilijk te veranderen maar, een samenleving kan echter relatief
snel veranderen bijv. door technologische vernieuwingen, maar ook door de
internationalisering van de economie of door sociale ontwikkelingen als de instroom van
grote aantallen buitenlanders.
Dit probleem zou opgelost zijn als er aanvaarde procedures bestonden om regels aan te
passen aan veranderende omstandigheden door oude regels af te schaffen en nieuwe te
introduceren.
3.2.3 problemen van handhaving
In een kleine gemeenschap kan de neiging tot asociaal gedrag makkelijk onderdrukt
worden. Als de informele sociale controle regelovertredingen niet kan verhinderen, dan
zal het in de meeste gevallen niet moeilijk zijn om vast te stellen wie de regelovertreder
is.
In een complexe en heterogene samenleving is dat anders. Daarin staan mensen op
grotere fysieke en sociale afstand van elkaar. De vormen van sociale controle die
kenmerkend zijn voor een primitieve samenleving zijn hier niet toereikend. Degenen die
zich wel aan de regels houden zullen daardoor minder snel kostbare investeringen doen,
afspraken maken en samenwerkingsverbanden aangaan.
De bestraffing zorgt voor angst en gebrek aan wederzijds vertrouwen en hebben zo niet
alleen een remmend effect op het economische leven, maar kunnen ook makkelijk leiden
tot eindeloos spiralen van geweld.
Om aan deze problemen een eind te maken is op zijn minst nodig dat er een
gezaghebbende instantie bestaat die bevoegd is om een onherroepelijk oordeel te maken
over de vraag of iemand een regel al dan niet overtreden heeft. Ook het veststellen en
opleggen van sancties zal overgedragen moeten worden aan een boven de partijen
staande instantie.
3.2.4 gemeenschapstaken
Er zijn een aantal taken die onmogelijk uit te voeren zijn door een individu en die
onvoldoende lonend zijn om uit te voeren bijv. het aanleggen van waterwerken, wegen
centraal, geregisseerde taakverdeling en een hiërarchie van regelgevende ne uitvoerende
organen. Bovendien zullen de uit te voeren werken gefinancierd moeten worden en zullen
op de een of andere manier de financiële middelen daartoe verzameld moeten worden.
4. secundaire regels als oplossing
Secundaire regels zijn grof gezegd: regels over regels.
, 4.1.1 macht, gezag en recht
Er zijn meerder mogelijkheden om de onzekerheid over welke regels gelden en de daaruit
voortvloeiende onenigheid over welke handelingen geboden of verboden zijn. Het
probleem zou opgelost zijn wanneer de vaststelling van de regel als gezaghebbende
aanvaard zou worden. Dat vereist de aanvaarding van het gezag van degene die de
regels vaststelt. Mensen aanvaarden dat hij degene is die bevoegd is om de regels vast te
stellen en dat degenen tot wie die regels zijn gericht aanvaarden dat zij verplicht zijn te
gehoorzamen.
Dit is te onderscheiden in vier kenmerken:
1. Dit recht is een geheel van regels dat door daartoe bevoegde instanties is
vastgesteld of erkend. De vraag naar het bestaan van een rechtsregel beantwoord
je dan ook niet in de eerste plaats door te kijken naar de overtuigingen ne het
gedrag van de leden van de samenleving, maar door te onderzoeken of de regel
gesteld of erkend is door daartoe bevoegde autoriteiten.
2. De aanvaarding van gezag houdt niet alleen in om de plicht te gehoorzamen,
maar ook de aanvaarding van de bevoegdheid om gehoorzaamheid te eisen en af
te dwingen. Het regt duldt geen tegenspraak.
3. Het recht maakt aanspraak op gezag en claimt dat het gehoorzaamheid verdient.
Het recht maakt aanspraak op het hoogste gezag. Gezag is niet iets wat je in
letterlijke zin van het woord kunt afdwingen of eisen. Daartoe kunnen ze hun
alleen redenen geven
4. Recht kans als sociale praktijk slechts bestaan, als een voldoende aantal leden van
de samenleving de bevoegdheid tot regelgeving en de plicht tot gehoorzaamheid
vrijwillig aanvaarden.
4.1.2 De redenen op grond waarvan gezag wordt aanvaard
Als we aan onze primitieve gemeenschap denken, zou het gezag van iemand bijvoorbeeld
gebaseerd kunnen zijn op het feit dat hij met succes de leiding op zich nam bij de
verdediging van de gemeenschap tegen aanvallen van buitenaf. Of dat hij door wijze
beslissingen de gemeenschap door een periode va extreme schaarste heeft geloodst.
In Nederland berust het gezag van de overheid waarschijnlijk voor een belangrijk deel op
het feit dat die overheid langs democratische weg gekozen is en zich over het algemeen
aan de wet houdt en de grondrechten van de burgers respecteert.
4.1.3 het bestaan van gezag en de herkenningsregel
Waar gezag ook op mag berusten, het feit dat er een regelgevende instantie bestaat die
gezag geniet, betekent dat het probleem van onzekerheid is opgelost. Er bestaat dan
namelijk een in beginsel eenvoudige test om vast te stellen of een voorschrift een
geldend voorschrift is.
Ook wel gezegd een secundaire regel: een regel is een geldige rechtsregel als hij
uitgevaardigd is door het erkende gezag.
Die kenmerken zullen met name betrekking hebben op de herkomst van de regels. Zij
lijken niet de inhoud ervan te kunnen betreffen.
4.1.4 het gezag van de regelgever en de inhoud van de gestelde normen
Dat neemt niet weg dat over het algemeen het gezag van een heerser zal toenemen
naarmate hij meer beslissingen neemt die inhoudelijk ook als aanvaardbaar worden
ervaren. Dit is andersom precies hetzelfde. Het hebben van gezag is dus een kwestie van
gradatie.
4.1.5 de herkenningsregel
Hoofdstuk 1 De aard van het recht
Paragraaf 2. Regels van geordend samenleven
Samenleven is alleen mogelijk als een voldoende aantal leden van de samenleving zich
aan bepaalde gedragsregels houdt. Dat heeft te maken met het soort wezen dat mensen
zijn en met het karakter van de wereld waarin ze leven.
2.1 regels die doodslag en mishandeling verbieden.
Het feit dat mensen geen engelen zijn, maar soms in de verleiding komen om zich
agressief te gedragen, maakt regels die geweld verbieden nodig. Het feit dat mensen
geen duivels zijn, maakt het bestaan van zulke regels mogelijk.
De meeste mensen gaat het er vooral om zelf een zo aangenaam mogelijk leven te
leiden. Maar dat betekent niet dat het pure egoïsten zijn die koste wat het kost hun
eigenbelang najagen.
Regels hebben alleen zin voor zover mensen over het algemeen beried zijn zich eraan te
houden zolang anderen dat ook doen.
(het bestaan van regels)
2.2 regels die eigendom beschermen
De tweede categorie betreft de regels die een of andere vorm van eigendom instellen.
Zulke regels verlangen van mensen dat zij afblijven van wat een ander toebehoort. Dat
zijn de belangrijkste regels omdat mensen voedsel, kleding en onderdak nodig hebben en
omdat zij in een wereld leven waarin schaarste heerst.
2.3 regels die overeenkomsten mogelijk maken.
Er zijn regels die van mensen verlangen dat zij hun beloftes nakomen. Aanvaarding van
zulke regels maakt het mogelijk dat mensen verplichtingen op zich nemen en zich zo
wederzijds verbinden tot het leveren van prestaties.
Samenleven vereist kortom dat mensen ervan afzien elkaar schade te betrokkenen
2.4 Sancties
Mensen hebben reden om te aanvaarden dat er sancties worden verbonden aan het
overtreden van regels. Die sancties zijn bedoeld om de niet-gewillige leden van de
gemeenschap tot gehoorzaamheid te dwingen. Zij dragen ertoe bij dat degenen die zich
vrijwillig aan de regels onderwerpen niet het slachtoffer worden van degenen die dat niet
willen doen.
3.1 Van eenvoudige gemeenschap naar complexe samenleving
Het groter worden van een gemeenschap betekent dat de nauwe banden tussen leden
van die gemeenschap losser worden, waardoor het onderlinge vertrouwen minder
vanzelfsprekend wordt en er meer conflicten rijzen. Ook zal het voor overtreders
makkelijker worden aan sancties te ontsnappen.
3.2 Problemen van eenvoudige vormen van sociale ordening
Complexe samenlevingen hebben meer nodig dan een eenvoudige groepsmoraal om de
sociale orde te waarborgen en om de projecten die zij nastreven te realiseren.
,Vier problemen waar zon eenvoudig systeem van wederzijdse verplichting geen antwoord
op heeft
3.2.1 onzekerheid
Er kan twijfel komen over welke regels gelden of wat de precieze strekking is van een
regel. Dit kan gaan over de sociale regels die voor iedereen gelden, maar ook over de
regels die individuen voor hun onderlinge verhoudingen hebben afgesproken.
Zulke onduidelijkheid en onzekerheid kunnen ertoe leiden dat er conflicten ontstaan. Dit
probleem zou opgelost zijn als er een gezaghebbende vaststelling bestond van de
normen die gelden en als er verwezen zou kunnen worden naar gezaghebbende
interpretaties van de betekenis van die normen.
3.2.2 veranderende omstandigheden
Morele regels zijn vaak moeilijk te veranderen maar, een samenleving kan echter relatief
snel veranderen bijv. door technologische vernieuwingen, maar ook door de
internationalisering van de economie of door sociale ontwikkelingen als de instroom van
grote aantallen buitenlanders.
Dit probleem zou opgelost zijn als er aanvaarde procedures bestonden om regels aan te
passen aan veranderende omstandigheden door oude regels af te schaffen en nieuwe te
introduceren.
3.2.3 problemen van handhaving
In een kleine gemeenschap kan de neiging tot asociaal gedrag makkelijk onderdrukt
worden. Als de informele sociale controle regelovertredingen niet kan verhinderen, dan
zal het in de meeste gevallen niet moeilijk zijn om vast te stellen wie de regelovertreder
is.
In een complexe en heterogene samenleving is dat anders. Daarin staan mensen op
grotere fysieke en sociale afstand van elkaar. De vormen van sociale controle die
kenmerkend zijn voor een primitieve samenleving zijn hier niet toereikend. Degenen die
zich wel aan de regels houden zullen daardoor minder snel kostbare investeringen doen,
afspraken maken en samenwerkingsverbanden aangaan.
De bestraffing zorgt voor angst en gebrek aan wederzijds vertrouwen en hebben zo niet
alleen een remmend effect op het economische leven, maar kunnen ook makkelijk leiden
tot eindeloos spiralen van geweld.
Om aan deze problemen een eind te maken is op zijn minst nodig dat er een
gezaghebbende instantie bestaat die bevoegd is om een onherroepelijk oordeel te maken
over de vraag of iemand een regel al dan niet overtreden heeft. Ook het veststellen en
opleggen van sancties zal overgedragen moeten worden aan een boven de partijen
staande instantie.
3.2.4 gemeenschapstaken
Er zijn een aantal taken die onmogelijk uit te voeren zijn door een individu en die
onvoldoende lonend zijn om uit te voeren bijv. het aanleggen van waterwerken, wegen
centraal, geregisseerde taakverdeling en een hiërarchie van regelgevende ne uitvoerende
organen. Bovendien zullen de uit te voeren werken gefinancierd moeten worden en zullen
op de een of andere manier de financiële middelen daartoe verzameld moeten worden.
4. secundaire regels als oplossing
Secundaire regels zijn grof gezegd: regels over regels.
, 4.1.1 macht, gezag en recht
Er zijn meerder mogelijkheden om de onzekerheid over welke regels gelden en de daaruit
voortvloeiende onenigheid over welke handelingen geboden of verboden zijn. Het
probleem zou opgelost zijn wanneer de vaststelling van de regel als gezaghebbende
aanvaard zou worden. Dat vereist de aanvaarding van het gezag van degene die de
regels vaststelt. Mensen aanvaarden dat hij degene is die bevoegd is om de regels vast te
stellen en dat degenen tot wie die regels zijn gericht aanvaarden dat zij verplicht zijn te
gehoorzamen.
Dit is te onderscheiden in vier kenmerken:
1. Dit recht is een geheel van regels dat door daartoe bevoegde instanties is
vastgesteld of erkend. De vraag naar het bestaan van een rechtsregel beantwoord
je dan ook niet in de eerste plaats door te kijken naar de overtuigingen ne het
gedrag van de leden van de samenleving, maar door te onderzoeken of de regel
gesteld of erkend is door daartoe bevoegde autoriteiten.
2. De aanvaarding van gezag houdt niet alleen in om de plicht te gehoorzamen,
maar ook de aanvaarding van de bevoegdheid om gehoorzaamheid te eisen en af
te dwingen. Het regt duldt geen tegenspraak.
3. Het recht maakt aanspraak op gezag en claimt dat het gehoorzaamheid verdient.
Het recht maakt aanspraak op het hoogste gezag. Gezag is niet iets wat je in
letterlijke zin van het woord kunt afdwingen of eisen. Daartoe kunnen ze hun
alleen redenen geven
4. Recht kans als sociale praktijk slechts bestaan, als een voldoende aantal leden van
de samenleving de bevoegdheid tot regelgeving en de plicht tot gehoorzaamheid
vrijwillig aanvaarden.
4.1.2 De redenen op grond waarvan gezag wordt aanvaard
Als we aan onze primitieve gemeenschap denken, zou het gezag van iemand bijvoorbeeld
gebaseerd kunnen zijn op het feit dat hij met succes de leiding op zich nam bij de
verdediging van de gemeenschap tegen aanvallen van buitenaf. Of dat hij door wijze
beslissingen de gemeenschap door een periode va extreme schaarste heeft geloodst.
In Nederland berust het gezag van de overheid waarschijnlijk voor een belangrijk deel op
het feit dat die overheid langs democratische weg gekozen is en zich over het algemeen
aan de wet houdt en de grondrechten van de burgers respecteert.
4.1.3 het bestaan van gezag en de herkenningsregel
Waar gezag ook op mag berusten, het feit dat er een regelgevende instantie bestaat die
gezag geniet, betekent dat het probleem van onzekerheid is opgelost. Er bestaat dan
namelijk een in beginsel eenvoudige test om vast te stellen of een voorschrift een
geldend voorschrift is.
Ook wel gezegd een secundaire regel: een regel is een geldige rechtsregel als hij
uitgevaardigd is door het erkende gezag.
Die kenmerken zullen met name betrekking hebben op de herkomst van de regels. Zij
lijken niet de inhoud ervan te kunnen betreffen.
4.1.4 het gezag van de regelgever en de inhoud van de gestelde normen
Dat neemt niet weg dat over het algemeen het gezag van een heerser zal toenemen
naarmate hij meer beslissingen neemt die inhoudelijk ook als aanvaardbaar worden
ervaren. Dit is andersom precies hetzelfde. Het hebben van gezag is dus een kwestie van
gradatie.
4.1.5 de herkenningsregel