Hoofdstuk 1 Recht algemeen
1.2 Indelingen
Het nationale recht van Nederland is opgesplitst in twee Categorieën
Privaatrech
t
Nationaal
recht
Publiekrech
t
Privaatrecht
Privaatrecht wordt ook wel civiel recht of burgerlijk recht genoemd. In het
privaatrecht sta je als burger tegenover een andere burger. Met deze relatie heeft de
overheid in principe niets te maken. Onder burgers vallen natuurlijke personen en
rechtspersonen. Op vermogensrechtelijk terrein heeft een natuurlijke persoon
dezelfde mogelijkheden als een rechtspersoon. Zowel rechtspersonen als natuurlijke
personen zijn rechtssubjecten.
Natuurlijke Mensen van vlees voorbeelden:
personen en bloed Tanja, Jan, Piet
Burgers
Organisaties die
Voorbeelden:
Rechtspersonen ook rechten en
vereniging,
plichten hebben
stichting
Het BW bevat de belangrijkste regels van het privaatrecht en is onder verdeeld in tien
boeken:
BW 1: personen- en familierecht. Rechten en plichten die op een individu betrekking
hebben, en artikelen waarin de relaties tussen mensen binnen en buiten het gezin
worden geregeld.
BW 2: rechtspersonenrecht. Personen die kunnen deelnemen aan het rechtsverkeer
BW 3: Algemene regels die gelden voor zowel het goederenrecht als het
verbintenissenrecht. Hierin is geregeld hoe een geldige rechtshandeling tot stand
komt.
BW 4: het erfrecht. De overgang van iemand vermogen na zijn dood op zijn
erfgenamen.
BW 5: gaat over de rechten die iemand heeft op een zaak.
BW 6: geeft algemene regels over verbintenissen
BW 7: bevat allerlei bijzondere regels over verbintenissen, onder meer arbeidsrecht en
koopovereenkomsten
BW 8: gaat over verkeersmiddelen en vervoer
BW 10: gaat over het internationaal privaatrecht
,Publiekrecht
Het publiekrecht gaat over de rechtsbetrekkingen tussen de burgers en de overheid. De
overheid kan eenzijdig beslissingen nemen waar jij als burger aan gebonden bent.
Rechtsgebieden:
nationaal recht
publiekrecht privaatrecht
consumenten- personen- en
staatsrecht strafrecht
recht famillierecht
rechtspersonen
internationaal arbeidsrecht
bestuursrechts -
en Europees
recht
sociale- vermogensrech
zekerheidsrech t huurrecht
t
vreemdelingen
-
recht verbintenissen-
goederenrecht
recht
1.2.2 Materieel recht en formeel recht
Materieel recht
Het materiele bevat de inhoud van het recht. In het materiele recht kun je bijvoorbeeld
vinden wat jou rechten en plichten zijn, wat je wel of niet mag doen, en wat er gebeurt
wanneer je bepaalde plichten niet nakomt of wanneer je rechten van anderen schendt.
Valt onder het BW
Formeel recht
Het formele recht is ook wel ‘hulprecht’, het helpt zo veel mogelijk, de naleving van het
materiele recht te verzekeren. Het formele recht is van toepassing als jouw recht is
geschonden of als je jouw verplichting niet nakomt. Het formele recht geeft antwoord op
vragen als bijvoorbeeld:
- Wat kun je doen als de wederpartij zich niet houdt aan de inhoudelijke regels?
- Met welke procedure, met welke optreden van politie en justitie, krijgt een
verdachte te maken?
- Wat kun je doen als een overheidsorgaan een besluit neemt war je het niet mee
eens bent?
Valt onder het Rv
1.2.3 objectief recht en subjectief recht
Objectief recht
Onder het objectieve recht wordt verstaan: het geheel van rechtsregels die in Nederland
gelden.
Subjectief recht
Het subjectieve recht is de bevoegdheid die je hebt om afspraak te maken op het
objectieve recht. Je hebt de bevoegdheid om iets te vragen, te vorderen of te eisen van
een ander
,1.2.4 aanvullend recht en dwingend recht
Een andere indeling in het recht betreft: dwingend recht en aanvullend recht. Aanvullend
recht vult de afspraken van partijen aan als zij op een bepaald onderdeel zelf niets
hebben geregeld, ze mogen zich gedragen volgens die regels maar is niet verplicht.
Bij dwingend recht is men wel verplicht zich aan wetsartikelen te houden.
1.3. Rechtsbronnen
re c h t s b ro n n e
Een rechter lost een geschil op doormiddel van rechtsregels. Rechtsregels komen voort
uit de wet, de jurisprudentie, het gewoonterecht en het verdrag ( het internationaal
recht).
wet
jurisprudenti
e
n gewoonterec
ht
verdrag
1.3.1 Rechtsbron 1: de wet
Wetten worden gemaakt door staatsorganen. De regering en de Staten-Generaal maken
samen wetten, deze worden wetten in formele zin genoemd.
1.3.2 Rechtsbron 2: de jurisprudentie
Jurisprudentie is het geheel van de rechterlijke uitspraken. Rechters moeten hun
uitspraken motiveren.
1.3.3 Rechtsbron 3: het gewoonterecht
Het word niet door een wetgever of rechter bepaald. Mensen ontdekken dat ze zich het
beste op een bepaalde wijze kunnen gedragen. Daarna gaan ze dat ook van elkaar
verwachten en beleeft men het als gedrag dat ‘behoort’.
Het gewoonterecht heeft ook nadelen: het gaat gepaard met rechtsonzekerheid en
rechtsongelijkheid.
1.3.4 Rechtsbron 4: het verdrag
Verdragen zijn overeenkomsten tussen staten, of tussen staten en internationale
organisaties zoals de Europese Unie, de Raad van Europa en de Verenigde Naties.
Voornamelijk zijn de verdragen van belang waarin mensenrechten zijn neergelegd.
, 1.3.5 Totstandkoming van de wetten
De staat moet drie taken vervullen: er moeten wetten worden gemaakt, er moet worden
bestuurd en door rechtspraak moeten geschillen worden opgelost
Taken van
de staat
wetten rechtspraa
besturen
maken k
De wetgevende taak bestaat uit het uitvaardigen van regels. Wetten bestaan uit
rechtsregels die betrekking hebben op alle burgers of een deel daarvan. Burgers worden
‘gebonden door’ deze regels, maar alleen als de regels worden gemaakt door een
overheidsorgaan dat bevoegd is wetten uit te vaardigen.
Totstandkoming van wetten in formele zin
De minister laat
zijn ambtenaren
een wetvoorstel
maken
de ministerraad
Inwerkingtreding keurt het voorstel
goed
Aankondiging in De Raad van
het staatsblad State adviseert
Een of meer De Tweede
bewindspersonen Kamer neemt het
contrasigneren voorstel aan
De Eerste Kamer
De koning
geeft zijn
bekrachtigt
goedkeuring
1.2 Indelingen
Het nationale recht van Nederland is opgesplitst in twee Categorieën
Privaatrech
t
Nationaal
recht
Publiekrech
t
Privaatrecht
Privaatrecht wordt ook wel civiel recht of burgerlijk recht genoemd. In het
privaatrecht sta je als burger tegenover een andere burger. Met deze relatie heeft de
overheid in principe niets te maken. Onder burgers vallen natuurlijke personen en
rechtspersonen. Op vermogensrechtelijk terrein heeft een natuurlijke persoon
dezelfde mogelijkheden als een rechtspersoon. Zowel rechtspersonen als natuurlijke
personen zijn rechtssubjecten.
Natuurlijke Mensen van vlees voorbeelden:
personen en bloed Tanja, Jan, Piet
Burgers
Organisaties die
Voorbeelden:
Rechtspersonen ook rechten en
vereniging,
plichten hebben
stichting
Het BW bevat de belangrijkste regels van het privaatrecht en is onder verdeeld in tien
boeken:
BW 1: personen- en familierecht. Rechten en plichten die op een individu betrekking
hebben, en artikelen waarin de relaties tussen mensen binnen en buiten het gezin
worden geregeld.
BW 2: rechtspersonenrecht. Personen die kunnen deelnemen aan het rechtsverkeer
BW 3: Algemene regels die gelden voor zowel het goederenrecht als het
verbintenissenrecht. Hierin is geregeld hoe een geldige rechtshandeling tot stand
komt.
BW 4: het erfrecht. De overgang van iemand vermogen na zijn dood op zijn
erfgenamen.
BW 5: gaat over de rechten die iemand heeft op een zaak.
BW 6: geeft algemene regels over verbintenissen
BW 7: bevat allerlei bijzondere regels over verbintenissen, onder meer arbeidsrecht en
koopovereenkomsten
BW 8: gaat over verkeersmiddelen en vervoer
BW 10: gaat over het internationaal privaatrecht
,Publiekrecht
Het publiekrecht gaat over de rechtsbetrekkingen tussen de burgers en de overheid. De
overheid kan eenzijdig beslissingen nemen waar jij als burger aan gebonden bent.
Rechtsgebieden:
nationaal recht
publiekrecht privaatrecht
consumenten- personen- en
staatsrecht strafrecht
recht famillierecht
rechtspersonen
internationaal arbeidsrecht
bestuursrechts -
en Europees
recht
sociale- vermogensrech
zekerheidsrech t huurrecht
t
vreemdelingen
-
recht verbintenissen-
goederenrecht
recht
1.2.2 Materieel recht en formeel recht
Materieel recht
Het materiele bevat de inhoud van het recht. In het materiele recht kun je bijvoorbeeld
vinden wat jou rechten en plichten zijn, wat je wel of niet mag doen, en wat er gebeurt
wanneer je bepaalde plichten niet nakomt of wanneer je rechten van anderen schendt.
Valt onder het BW
Formeel recht
Het formele recht is ook wel ‘hulprecht’, het helpt zo veel mogelijk, de naleving van het
materiele recht te verzekeren. Het formele recht is van toepassing als jouw recht is
geschonden of als je jouw verplichting niet nakomt. Het formele recht geeft antwoord op
vragen als bijvoorbeeld:
- Wat kun je doen als de wederpartij zich niet houdt aan de inhoudelijke regels?
- Met welke procedure, met welke optreden van politie en justitie, krijgt een
verdachte te maken?
- Wat kun je doen als een overheidsorgaan een besluit neemt war je het niet mee
eens bent?
Valt onder het Rv
1.2.3 objectief recht en subjectief recht
Objectief recht
Onder het objectieve recht wordt verstaan: het geheel van rechtsregels die in Nederland
gelden.
Subjectief recht
Het subjectieve recht is de bevoegdheid die je hebt om afspraak te maken op het
objectieve recht. Je hebt de bevoegdheid om iets te vragen, te vorderen of te eisen van
een ander
,1.2.4 aanvullend recht en dwingend recht
Een andere indeling in het recht betreft: dwingend recht en aanvullend recht. Aanvullend
recht vult de afspraken van partijen aan als zij op een bepaald onderdeel zelf niets
hebben geregeld, ze mogen zich gedragen volgens die regels maar is niet verplicht.
Bij dwingend recht is men wel verplicht zich aan wetsartikelen te houden.
1.3. Rechtsbronnen
re c h t s b ro n n e
Een rechter lost een geschil op doormiddel van rechtsregels. Rechtsregels komen voort
uit de wet, de jurisprudentie, het gewoonterecht en het verdrag ( het internationaal
recht).
wet
jurisprudenti
e
n gewoonterec
ht
verdrag
1.3.1 Rechtsbron 1: de wet
Wetten worden gemaakt door staatsorganen. De regering en de Staten-Generaal maken
samen wetten, deze worden wetten in formele zin genoemd.
1.3.2 Rechtsbron 2: de jurisprudentie
Jurisprudentie is het geheel van de rechterlijke uitspraken. Rechters moeten hun
uitspraken motiveren.
1.3.3 Rechtsbron 3: het gewoonterecht
Het word niet door een wetgever of rechter bepaald. Mensen ontdekken dat ze zich het
beste op een bepaalde wijze kunnen gedragen. Daarna gaan ze dat ook van elkaar
verwachten en beleeft men het als gedrag dat ‘behoort’.
Het gewoonterecht heeft ook nadelen: het gaat gepaard met rechtsonzekerheid en
rechtsongelijkheid.
1.3.4 Rechtsbron 4: het verdrag
Verdragen zijn overeenkomsten tussen staten, of tussen staten en internationale
organisaties zoals de Europese Unie, de Raad van Europa en de Verenigde Naties.
Voornamelijk zijn de verdragen van belang waarin mensenrechten zijn neergelegd.
, 1.3.5 Totstandkoming van de wetten
De staat moet drie taken vervullen: er moeten wetten worden gemaakt, er moet worden
bestuurd en door rechtspraak moeten geschillen worden opgelost
Taken van
de staat
wetten rechtspraa
besturen
maken k
De wetgevende taak bestaat uit het uitvaardigen van regels. Wetten bestaan uit
rechtsregels die betrekking hebben op alle burgers of een deel daarvan. Burgers worden
‘gebonden door’ deze regels, maar alleen als de regels worden gemaakt door een
overheidsorgaan dat bevoegd is wetten uit te vaardigen.
Totstandkoming van wetten in formele zin
De minister laat
zijn ambtenaren
een wetvoorstel
maken
de ministerraad
Inwerkingtreding keurt het voorstel
goed
Aankondiging in De Raad van
het staatsblad State adviseert
Een of meer De Tweede
bewindspersonen Kamer neemt het
contrasigneren voorstel aan
De Eerste Kamer
De koning
geeft zijn
bekrachtigt
goedkeuring