Samenvatting Geschiedenis hoofdstuk 1
§1 De tijd van wereldoorlogen
- De Eerste Wereldoorlog (1914-1918) en de Tweede Wereldoorlog (1939-1945) vormen samen de Tijd van de
Wereldoorlogen (1900-1950). De periode voor de 1 e wereldoorlog werd de Belle epoque genoemd (Mooie tijdperk)
Een tijd vol optimisme en vooruitgang. Nieuwe uitvindingen, algemeen kiesrecht.
- Kenmerken oorlogvoering sinds eind 18ste eeuw:
• Groot belang van de economie:
Economie: het samenhangend maatschappelijk geheel van zaken als diensten, financiële middelen, handel, industrie
en landbouw, gericht op consumptie en levensonderhoud van de bevolkingeconomisch systeem. Het is dus voor
landen van belang om de economie te beschermen tijdens een oorlog en de economie van de vijand schade toe te
brengen.
Oorlogen kosten veel geld. Wie het grootste leger met de beste wapens heeft, en het betalen het langst vol kan
houden, wint meestal.
• Groot belang van de technologie:
De ontwikkeling van technologie in oorlogen is van grote invloed. Het soort wapens bepaalt de manier van oorlog
voeren. De oorlogvoerenden doen altijd hun best betere wapens te ontwikkelen. Ook de niet-militaire technologie is
van invloed op de oorlogvoering, denk aan de uitvinding van de stoommachine, door de stoomboot en trein konden
troepen en wapens of voedingsmiddelen veel sneller verplaatst worden.
Een veel grotere oorlogsindustrie met veel nieuwe wapens
De industrie produceerde meer wapens dan ooit. Bestaande wapens zoals geweren, mitrailleurs en kanonnen
werden verbeterd. In 1915 werd chloorgas gebruikt vanaf 2017 ook fosgeen- en mosterdgas. Tanks waren nieuw,
maar vrachtwagen waren nuttiger voor aanvoer van troepen, voedsel en materieel. Voor het eerst waren er
verbindingen mogelijk tijdens militaire acties met de telefoon en telegraaf. Duikboten waren nieuw en voor het eerst
werd een oorlog in de lucht gevoerd met vliegtuigen (nuttig maar niet beslissend) , eerst
verkenningsvliegtuigen en later aanvalsvliegtuigen. Het opleiden van piloten werd belangrijk, dat lukte de
geallieerden het best.
• Groot belang van het leiderschap:
Sinds de 18e eeuw werden de meeste politieke leiders ook militaire leiders.
• Groot belang van strategie en tactiek:
De strategie wordt bepaald door de politieke leiders. Met de strategie wordt bedoeld wat de leiders willen bereiken
met de oorlog en hoe het op grote lijn moet worden uitgevoerd, het plan.
Tactiek: de manier waarop aan die strategie uitvoering wordt gegeven (door de militaire leider), de acties waarmee
dat plan werd uitgevoerd aan het front.
• Grote invloed van de publieke opinie:
Sinds de Franse Revolutie ontstond kreeg de bevolking meer invloed. Steeds meer mensen kregen kiesrecht. Het was
nu belangrijk bij het oorlog voeren om je volk achter je te laten staan. De beroepssoldaten werden ook vervangen
door legers van dienstplichtlegers (bevolking), dus de bevolking moest ook willen vechten voor het land.
§2 De Eerste Wereldoorlog (1914-1918)
- De directe oorzaak (vaststaand gegeven) (aanleiding (schijnoorzaak, iets onbenulligs dat een andere oorzaak
heeft)):
De troonopvolger van keizerrijk Oostenrijk-Hongarije, aartshertog Frans Ferdinand, werd in Sarajevo samen met zijn
vrouw vermoord door Servische nationalisten (Beschermen van de eigen natie met eigen cultuur). Het land stuurde
een ultimatum (laatste eis) aan Servië. Ze eisten een onderzoek door de politie naar de moordenaars in Servië.
Anders verklaarden ze de oorlog. Servië weigerde mee te werken.
- Dieper liggende oorzaken:
Nationalisme in de Europese staten was sterk gegroeid in de 19 e eeuw, ieder land wilde de machtigste zijn.
Op de Balkan (Servië · Kroatië · Montenegro · Noord- Macedonië · Kosovo · Bosnië- Herzegovina · Albanië ·
Bulgarije) woonden voornamelijk Slavische volken die streefden naar
, onafhankelijkheid. Een groot deel van de Balkan behoorde tot Oostenrijk-Hongarije. Servië was al
onafhankelijk en steunde hen. Rusland steunde Servië.
Frankrijk wilde zijn nederlaag tegen Duitsland wreken en verloren gebied terugkrijgen.
Bestaan van verschillende bondgenootschappen:
Aan het eind van de 19e eeuw sloten veel staten bondgenootschappen met één of meerdere andere staten.
Men dacht dat dit de kans op een oorlog zou verkleinen, maar die gedachte was fout. Het ene land sleepte
het andere land mee in de oorlog als bondgenoot. Zo werd het een wereldoorlog.
- Wat er veranderde in de Eerste Wereldoorlog in de oorlogvoering:
• De eerste oorlog die een wereldoorlog kan worden genoemd:
Er werd vooral in Europa gevochten. Het Westfront en het Oostfront waren het bekendst. Er werd ook in
Noord-Italie , op de balkan en bij de Dardanellen gevochten. Buiten Europa in het Midden-Oosten en in
Zwart Afrika. Op zee: de Noordzee, de Atlantische en de stille Oceaan.
• Industriële oorlog op veel groter schaal dan tevoren met nieuwe en verbeterde wapens:
Er kwamen veel meer wapens. De bestaande wapens werden verbeterd en nieuwe wapens werden
geproduceerd. Ook werden er chemische wapens gebruikt. Ook tanks werden in gebruik genomen, als
leverden die naderhand minder op. Vrachtwagens waren beter. Ook duikboten werden door de Duitsers
gebruikt, maar ze konden de blokkade van de Britten niet doorstaan.
• Nieuwe tactiek: de loopgravenoorlog
Er werden loopgraven gegraven, om de verliezen te beperken wegens de grote vuurkracht aan beide zijden.
De loopgraven liepen langs het gehele Westelijke front en langs een deel van het Oostelijke front. De tactiek
werd het uitputten en doden van de vijand, niet zozeer gebied veroveren.
Toen de uitputtingsoorlog geen succes was, gingen de geallieerden over tot een mobiele tactiek, snelle
overvallen met lichte wapens ondersteund door een artillerievuur, een nieuw soort tanks (lichter),
pantserwagens en vliegtuigen.
• Veel meer propaganda (bewust informatie geven die niet altijd juist is, met als doel om de eigen
bevolking enthousiast te maken voor de strijd en de vijand als bruut weg te zetten):
Volgens elke partij stond God aan hun zijde. Op allerlei artikelen werd reclame voor de oorlog gemaakt.
(films, affiches, speelgoed, in kerken en scholen)
• Betere medische zorg voor de soldaten
Er stierven voor het eerst meer soldaten aan oorlogswonden dan aan ziekten. Dat kwam door medische
ontdekkingen waardoor soldaten konden worden ingeënt tegen tyfus en tetanus.
• De eerste totale oorlog (alle mensen in de oorlog voerende staat werden betrokken):
- Alle jongemannen moesten in dienstplicht.
- Talloze mannen en vrouwen werkten in fabrieken om soldaten te bevoorraden.
- Iedereen kreeg te maken met maatregelen die de regeringen troffen (rantsoenering van voedsel en
andere producten.
- In de massapers en in de bioscoop werden de bevolkingen opgeroepen de regering en hun troepen te
steunen.
- Het aantal slachtoffers was massaal, dus vele burgers hadden slachtoffers in hun eigen familie.
Na de 1e wereldoorlog
Gevolgen van de oorlog:
- Miljoenen soldaten verloren hun leven
- Ook de burgerbevolking had zwaar te lijden (hongersnood)
- Frankrijk en Engeland konden vanuit koloniën grondstoffen, producten en militairen aanvoeren.
Duitsland en Oostenrijk Hongarije konden dat niet. De Duitsers hadden met onderzeeboten geprobeerd
de blokkade van Duitsland te doorbreken, maar dat lukte niet en Amerikaanse burgers werden het
slachtoffer van een Duitse onderzeeboot. Hierdoor ging Amerika met de oorlog meedoen aan de kant
van de geallieerden.
• De kaart van Europa verandert grondig
In maart 1918 sloten de Russische communisten vrede met Duitsland en Oostenrijk-Hongarije. Ze moesten
erin toestemmen Polen, Finland, Estland, Letland en Litouwen van Rusland los te maken.
§1 De tijd van wereldoorlogen
- De Eerste Wereldoorlog (1914-1918) en de Tweede Wereldoorlog (1939-1945) vormen samen de Tijd van de
Wereldoorlogen (1900-1950). De periode voor de 1 e wereldoorlog werd de Belle epoque genoemd (Mooie tijdperk)
Een tijd vol optimisme en vooruitgang. Nieuwe uitvindingen, algemeen kiesrecht.
- Kenmerken oorlogvoering sinds eind 18ste eeuw:
• Groot belang van de economie:
Economie: het samenhangend maatschappelijk geheel van zaken als diensten, financiële middelen, handel, industrie
en landbouw, gericht op consumptie en levensonderhoud van de bevolkingeconomisch systeem. Het is dus voor
landen van belang om de economie te beschermen tijdens een oorlog en de economie van de vijand schade toe te
brengen.
Oorlogen kosten veel geld. Wie het grootste leger met de beste wapens heeft, en het betalen het langst vol kan
houden, wint meestal.
• Groot belang van de technologie:
De ontwikkeling van technologie in oorlogen is van grote invloed. Het soort wapens bepaalt de manier van oorlog
voeren. De oorlogvoerenden doen altijd hun best betere wapens te ontwikkelen. Ook de niet-militaire technologie is
van invloed op de oorlogvoering, denk aan de uitvinding van de stoommachine, door de stoomboot en trein konden
troepen en wapens of voedingsmiddelen veel sneller verplaatst worden.
Een veel grotere oorlogsindustrie met veel nieuwe wapens
De industrie produceerde meer wapens dan ooit. Bestaande wapens zoals geweren, mitrailleurs en kanonnen
werden verbeterd. In 1915 werd chloorgas gebruikt vanaf 2017 ook fosgeen- en mosterdgas. Tanks waren nieuw,
maar vrachtwagen waren nuttiger voor aanvoer van troepen, voedsel en materieel. Voor het eerst waren er
verbindingen mogelijk tijdens militaire acties met de telefoon en telegraaf. Duikboten waren nieuw en voor het eerst
werd een oorlog in de lucht gevoerd met vliegtuigen (nuttig maar niet beslissend) , eerst
verkenningsvliegtuigen en later aanvalsvliegtuigen. Het opleiden van piloten werd belangrijk, dat lukte de
geallieerden het best.
• Groot belang van het leiderschap:
Sinds de 18e eeuw werden de meeste politieke leiders ook militaire leiders.
• Groot belang van strategie en tactiek:
De strategie wordt bepaald door de politieke leiders. Met de strategie wordt bedoeld wat de leiders willen bereiken
met de oorlog en hoe het op grote lijn moet worden uitgevoerd, het plan.
Tactiek: de manier waarop aan die strategie uitvoering wordt gegeven (door de militaire leider), de acties waarmee
dat plan werd uitgevoerd aan het front.
• Grote invloed van de publieke opinie:
Sinds de Franse Revolutie ontstond kreeg de bevolking meer invloed. Steeds meer mensen kregen kiesrecht. Het was
nu belangrijk bij het oorlog voeren om je volk achter je te laten staan. De beroepssoldaten werden ook vervangen
door legers van dienstplichtlegers (bevolking), dus de bevolking moest ook willen vechten voor het land.
§2 De Eerste Wereldoorlog (1914-1918)
- De directe oorzaak (vaststaand gegeven) (aanleiding (schijnoorzaak, iets onbenulligs dat een andere oorzaak
heeft)):
De troonopvolger van keizerrijk Oostenrijk-Hongarije, aartshertog Frans Ferdinand, werd in Sarajevo samen met zijn
vrouw vermoord door Servische nationalisten (Beschermen van de eigen natie met eigen cultuur). Het land stuurde
een ultimatum (laatste eis) aan Servië. Ze eisten een onderzoek door de politie naar de moordenaars in Servië.
Anders verklaarden ze de oorlog. Servië weigerde mee te werken.
- Dieper liggende oorzaken:
Nationalisme in de Europese staten was sterk gegroeid in de 19 e eeuw, ieder land wilde de machtigste zijn.
Op de Balkan (Servië · Kroatië · Montenegro · Noord- Macedonië · Kosovo · Bosnië- Herzegovina · Albanië ·
Bulgarije) woonden voornamelijk Slavische volken die streefden naar
, onafhankelijkheid. Een groot deel van de Balkan behoorde tot Oostenrijk-Hongarije. Servië was al
onafhankelijk en steunde hen. Rusland steunde Servië.
Frankrijk wilde zijn nederlaag tegen Duitsland wreken en verloren gebied terugkrijgen.
Bestaan van verschillende bondgenootschappen:
Aan het eind van de 19e eeuw sloten veel staten bondgenootschappen met één of meerdere andere staten.
Men dacht dat dit de kans op een oorlog zou verkleinen, maar die gedachte was fout. Het ene land sleepte
het andere land mee in de oorlog als bondgenoot. Zo werd het een wereldoorlog.
- Wat er veranderde in de Eerste Wereldoorlog in de oorlogvoering:
• De eerste oorlog die een wereldoorlog kan worden genoemd:
Er werd vooral in Europa gevochten. Het Westfront en het Oostfront waren het bekendst. Er werd ook in
Noord-Italie , op de balkan en bij de Dardanellen gevochten. Buiten Europa in het Midden-Oosten en in
Zwart Afrika. Op zee: de Noordzee, de Atlantische en de stille Oceaan.
• Industriële oorlog op veel groter schaal dan tevoren met nieuwe en verbeterde wapens:
Er kwamen veel meer wapens. De bestaande wapens werden verbeterd en nieuwe wapens werden
geproduceerd. Ook werden er chemische wapens gebruikt. Ook tanks werden in gebruik genomen, als
leverden die naderhand minder op. Vrachtwagens waren beter. Ook duikboten werden door de Duitsers
gebruikt, maar ze konden de blokkade van de Britten niet doorstaan.
• Nieuwe tactiek: de loopgravenoorlog
Er werden loopgraven gegraven, om de verliezen te beperken wegens de grote vuurkracht aan beide zijden.
De loopgraven liepen langs het gehele Westelijke front en langs een deel van het Oostelijke front. De tactiek
werd het uitputten en doden van de vijand, niet zozeer gebied veroveren.
Toen de uitputtingsoorlog geen succes was, gingen de geallieerden over tot een mobiele tactiek, snelle
overvallen met lichte wapens ondersteund door een artillerievuur, een nieuw soort tanks (lichter),
pantserwagens en vliegtuigen.
• Veel meer propaganda (bewust informatie geven die niet altijd juist is, met als doel om de eigen
bevolking enthousiast te maken voor de strijd en de vijand als bruut weg te zetten):
Volgens elke partij stond God aan hun zijde. Op allerlei artikelen werd reclame voor de oorlog gemaakt.
(films, affiches, speelgoed, in kerken en scholen)
• Betere medische zorg voor de soldaten
Er stierven voor het eerst meer soldaten aan oorlogswonden dan aan ziekten. Dat kwam door medische
ontdekkingen waardoor soldaten konden worden ingeënt tegen tyfus en tetanus.
• De eerste totale oorlog (alle mensen in de oorlog voerende staat werden betrokken):
- Alle jongemannen moesten in dienstplicht.
- Talloze mannen en vrouwen werkten in fabrieken om soldaten te bevoorraden.
- Iedereen kreeg te maken met maatregelen die de regeringen troffen (rantsoenering van voedsel en
andere producten.
- In de massapers en in de bioscoop werden de bevolkingen opgeroepen de regering en hun troepen te
steunen.
- Het aantal slachtoffers was massaal, dus vele burgers hadden slachtoffers in hun eigen familie.
Na de 1e wereldoorlog
Gevolgen van de oorlog:
- Miljoenen soldaten verloren hun leven
- Ook de burgerbevolking had zwaar te lijden (hongersnood)
- Frankrijk en Engeland konden vanuit koloniën grondstoffen, producten en militairen aanvoeren.
Duitsland en Oostenrijk Hongarije konden dat niet. De Duitsers hadden met onderzeeboten geprobeerd
de blokkade van Duitsland te doorbreken, maar dat lukte niet en Amerikaanse burgers werden het
slachtoffer van een Duitse onderzeeboot. Hierdoor ging Amerika met de oorlog meedoen aan de kant
van de geallieerden.
• De kaart van Europa verandert grondig
In maart 1918 sloten de Russische communisten vrede met Duitsland en Oostenrijk-Hongarije. Ze moesten
erin toestemmen Polen, Finland, Estland, Letland en Litouwen van Rusland los te maken.