Huurrecht
Les 1.
Het huurrecht is onderdeel van het vermogensrecht en valt onder boek 7 van het BW. Het
burgerlijk wetboek heeft een gelaagde structuur, dit houdt in dat het is opgebouwd in verschillende
lagen. Het huurrecht is een speciaal onderdeel van het BW, waarbij de huurder extra wordt
beschermd. Bij een huurcontract is de huurder de ‘’zwakkere partij’’ en daarom zijn er veel regels
die ervoor zorgen dat de huurder er niet zomaar kan worden uitgezet.
Sprake van een huurovereenkomst (7:201 BW)
Er wordt een zaak of gedeelte van een zaak in gebruik gesteld.
De huur verbindt zich tot het richten van een tegenprestatie.
De zaak is voldoende bepaalbaar en geïndividualiseerd.
De 3 verschillende bepalingen
Semi-dwingend: een van de partijen wordt beschermd.
Dwingend recht (7:241 BW): recht waar je niet vanaf kunt wijken.
Aanvullende bepalingen: extra regels als partijen niets geregeld hebben.
Wijk je van de bepalingen af dan kan je afwijkende afspraak nietig of vernietigbaar zijn.
De rechten en verplichtingen huurder
Rechten van huurder → recht op woongenot, huurbescherming, onderhoud en reparaties door
verhuurder, huurprijsbescherming.
Verplichtingen huurder →betaling van huurprijs, goed huurderschap (art. 7:213 BW), kleine
herstellingen, gebruik volgens bestemming van gehuurde
De rechten en verplichtingen verhuurder
Rechten van verhuurder → toegang tot woning voor inspecties en onderhoud, opzegging van
huurovereenkomst, recht op schadevergoeding
Verplichtingen verhuurder → onderhoudsplicht (art. 7:206 BW), het garanderen van woongenot
Sprake van een woonruimte (7:233 BW)
Een gebouwde onroerende zaak voor zover deze als zelfstandige dan wel niet zelfstandige
woonruimtes is verhuurd.
Een woonplaats
Een standplaats
Alsmede de bij bovenstaande opties behorende onroerende aanhorigheden.
(On)zelfstandige woonruimte (art. 7:234 BW)
Voorwaarden zelfstandige:
De woning heeft eigen toegang
Bewoning is mogelijk zonder afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen buiten de
woning.
Voorwaarden onzelfstandige:
, De woning heeft geen eigen toegang
Bewoning is niet mogelijk zonder afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen buiten de
woning
Regels huur van woonruimte
1. Huurbescherming → De verhuurder mag de huurovereenkomst niet zomaar, tegen de wil van
de huurder, opzeggen. Wil de verhuurder de huurovereenkomst opzeggen, dan moet hij zich
beroepen op art. 7:271 lid 1 BW.
2. Huurprijsbescherming Partijen zijn vrij om afspraken te maken over de huurprijs, maar deze
vrijheid voor de verhuurder is niet onbegrensd. De huurder krijgt naast huurbescherming ook
huurprijsbescherming. Dus vindt de huurder de huurprijs te hoog, dan heeft hij juridische
mogelijkheden om tegen die hoge huurprijs op te treden.
Huurder van woonruimte heeft dus huur- en prijsbescherming, maar deze bescherming is niet
onbeperkt, er zijn 2 uitzonderingen:
1. Gebruik naar zijn aard van korte duur (vakantiewoningen, hotel- en pensionverblijf)
2. Hospitaverhuur
Huurbescherming
Huurbescherming zijn wettelijke regels die huurders van een woonruimte beschermen tegen
onredelijke uithuiszetting waardoor ze niet zomaar uit hun woning gezet kunnen worden.
Les 2.
Wat is gebrek?
Gebrek (7:204 BW)
Lid 2
Een gebrek is:
Een staat of eigenschap van de zaak of omstandigheid
Deze is niet aan de huurder toe te rekenen
Waardoor de zaak aan de huurder niet het genot kan verschaffen dat een huurder bij het
aangaan van de overeenkomst mag verwachten van een goed onderhouden zaak van de
soort als waarop de overeenkomst betrekking heeft (huurder niet het genot heeft van een
goed onderhouden zaak als waar de overeenkomst betrekking op heeft)
Lid 3
Uitzonderingen op een gebrek:
1. Feitelijke stoornis door derden zonder bewering van recht
2. Bewering van recht zonder feitelijke stoornis
Uitzondering op uitzondering → als er sprake is van dezelfde verhuurder.
De verplichtingen van verhuurders met betrekking tot verhelpen van gebreken
Op grond van art. 7:206 lid 1 BW is de verhuurder Verplicht om gebreken te verhelpen tenzij:
Als het om kleine gebreken gaat → besluit kleine herstellingen art. 7:217 BW
Uitleggen op welke manier je aanpassingen in de woning moet melden bij de verhuurder en welke
(juridische) gevolgen dit kan hebben;
In een casus aangeven op welke wijze de huurder de verhuurder kan verplichten tot het verhelpen
van achterstallig onderhoud;
Les 1.
Het huurrecht is onderdeel van het vermogensrecht en valt onder boek 7 van het BW. Het
burgerlijk wetboek heeft een gelaagde structuur, dit houdt in dat het is opgebouwd in verschillende
lagen. Het huurrecht is een speciaal onderdeel van het BW, waarbij de huurder extra wordt
beschermd. Bij een huurcontract is de huurder de ‘’zwakkere partij’’ en daarom zijn er veel regels
die ervoor zorgen dat de huurder er niet zomaar kan worden uitgezet.
Sprake van een huurovereenkomst (7:201 BW)
Er wordt een zaak of gedeelte van een zaak in gebruik gesteld.
De huur verbindt zich tot het richten van een tegenprestatie.
De zaak is voldoende bepaalbaar en geïndividualiseerd.
De 3 verschillende bepalingen
Semi-dwingend: een van de partijen wordt beschermd.
Dwingend recht (7:241 BW): recht waar je niet vanaf kunt wijken.
Aanvullende bepalingen: extra regels als partijen niets geregeld hebben.
Wijk je van de bepalingen af dan kan je afwijkende afspraak nietig of vernietigbaar zijn.
De rechten en verplichtingen huurder
Rechten van huurder → recht op woongenot, huurbescherming, onderhoud en reparaties door
verhuurder, huurprijsbescherming.
Verplichtingen huurder →betaling van huurprijs, goed huurderschap (art. 7:213 BW), kleine
herstellingen, gebruik volgens bestemming van gehuurde
De rechten en verplichtingen verhuurder
Rechten van verhuurder → toegang tot woning voor inspecties en onderhoud, opzegging van
huurovereenkomst, recht op schadevergoeding
Verplichtingen verhuurder → onderhoudsplicht (art. 7:206 BW), het garanderen van woongenot
Sprake van een woonruimte (7:233 BW)
Een gebouwde onroerende zaak voor zover deze als zelfstandige dan wel niet zelfstandige
woonruimtes is verhuurd.
Een woonplaats
Een standplaats
Alsmede de bij bovenstaande opties behorende onroerende aanhorigheden.
(On)zelfstandige woonruimte (art. 7:234 BW)
Voorwaarden zelfstandige:
De woning heeft eigen toegang
Bewoning is mogelijk zonder afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen buiten de
woning.
Voorwaarden onzelfstandige:
, De woning heeft geen eigen toegang
Bewoning is niet mogelijk zonder afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen buiten de
woning
Regels huur van woonruimte
1. Huurbescherming → De verhuurder mag de huurovereenkomst niet zomaar, tegen de wil van
de huurder, opzeggen. Wil de verhuurder de huurovereenkomst opzeggen, dan moet hij zich
beroepen op art. 7:271 lid 1 BW.
2. Huurprijsbescherming Partijen zijn vrij om afspraken te maken over de huurprijs, maar deze
vrijheid voor de verhuurder is niet onbegrensd. De huurder krijgt naast huurbescherming ook
huurprijsbescherming. Dus vindt de huurder de huurprijs te hoog, dan heeft hij juridische
mogelijkheden om tegen die hoge huurprijs op te treden.
Huurder van woonruimte heeft dus huur- en prijsbescherming, maar deze bescherming is niet
onbeperkt, er zijn 2 uitzonderingen:
1. Gebruik naar zijn aard van korte duur (vakantiewoningen, hotel- en pensionverblijf)
2. Hospitaverhuur
Huurbescherming
Huurbescherming zijn wettelijke regels die huurders van een woonruimte beschermen tegen
onredelijke uithuiszetting waardoor ze niet zomaar uit hun woning gezet kunnen worden.
Les 2.
Wat is gebrek?
Gebrek (7:204 BW)
Lid 2
Een gebrek is:
Een staat of eigenschap van de zaak of omstandigheid
Deze is niet aan de huurder toe te rekenen
Waardoor de zaak aan de huurder niet het genot kan verschaffen dat een huurder bij het
aangaan van de overeenkomst mag verwachten van een goed onderhouden zaak van de
soort als waarop de overeenkomst betrekking heeft (huurder niet het genot heeft van een
goed onderhouden zaak als waar de overeenkomst betrekking op heeft)
Lid 3
Uitzonderingen op een gebrek:
1. Feitelijke stoornis door derden zonder bewering van recht
2. Bewering van recht zonder feitelijke stoornis
Uitzondering op uitzondering → als er sprake is van dezelfde verhuurder.
De verplichtingen van verhuurders met betrekking tot verhelpen van gebreken
Op grond van art. 7:206 lid 1 BW is de verhuurder Verplicht om gebreken te verhelpen tenzij:
Als het om kleine gebreken gaat → besluit kleine herstellingen art. 7:217 BW
Uitleggen op welke manier je aanpassingen in de woning moet melden bij de verhuurder en welke
(juridische) gevolgen dit kan hebben;
In een casus aangeven op welke wijze de huurder de verhuurder kan verplichten tot het verhelpen
van achterstallig onderhoud;