DE OUDERE
Onderwerp 1: Niet-pluisgevoel bij somatische of functionele aspecten van het
functioneren
1. Je kan volgende begrippen omschrijven: niet-pluis gevoel, ISAR-PC, de
stappen van het zorgmodel voor aanpak van het niet-pluis gevoel op
somatisch of functioneel gebied.
2. Je geeft aan bij welke patiënten of personen je intuïtief een niet-pluisgevoel
had voor somatische of functionele problemen in de toer Bloemekenswijk.
Geef aan waarover en waarom je een niet-pluisgevoel hebt.
3. Op een zelfgekozen patiënt pas je het zorgmodel van effectieve
ouderenzorg toe (zie practicumopdracht).
1. Wat zijn de vragen van de ISAR-PC? Pas de ISAR-PC toe op deze
patiënt. Kan je met de gegevens uit de casus de score van deze
patiënt bepalen?
2. Welk somatisch of functioneel probleem zou je via
Comprehensive Geriatric Assessment verder onderzoeken? Kies
voor het meest prominente niet-pluisgevoel dat bij deze patiënt
aanwezig is.
3. Welke verdere stappen zou je ondernemen op het vlak van
diagnostiek en interventie vanuit jouw verpleegkundige praktijk?
Met welke andere actoren stel je voor om samen te werken?
4. Je geeft de bronnen weer die evidence-based zijn.
Onderwerp 2: Niet-pluisgevoel bij cognitieve aspecten
1. Theoretische kennis: Wat zijn de 10 vroege tekenen van dementie?
2. Toepassing: Je somt de patiënten of personen op bij wie je intuïtief een
niet-pluisgevoel had omtrent cognitieve aspecten en motiveren aan de
hand van de 10 vroege signalen van dementie.
3. Toepassing: Bij een zelfgekozen patiënt of persoon uit de toer
Bloemekenswijk bespreek je aan de hand van elementen uit de casus de 10
vroege signalen van dementie.
Onderwerp 3: Grenzen in de thuiszorg/niet-pluisgevoel over haalbaarheid van de
thuiszorg/thuissituatie
Theorie
1. Welke actoren in de thuiszorg kunnen volgens Sleurs en Janssens (2010)
een grens ervaren? Som alle actoren op. Licht van twee actoren twee
elementen toe die van invloed zijn op het ontstaan van grenssituaties.
2. Hoe kan je als hulpverlener beter omgaan met de subjectiviteit van
grenssignalen?
3. Wat zijn de moeilijkheden bij communicatie in grenssituaties?
4. Wat zijn tools voor goede communicatie in grenssituaties ?
, DE OUDERE
Toepassing
1. Je motiveert bij welke patiënten uit de Bloemekenswijk je vragen hebt over
de haalbaarheid van thuiszorg.
2. Je nam deel aan een thuiszorgoverleg over een grenssituaties. Beschrijf 5
potentiële moeilijkheden die in dit soort gesprekken vaak worden
geobserveerd en formuleer hoe je wilt voorkomen dat deze “fouten” in het
overleg sluipen.
3. Toegepast op Suzanne MAES
1. Is hier sprake van een grenssituatie? Vanuit wiens oogpunt wel
en/of vanuit wiens oogpunt niet? Motiveer.
2. Is volgens jou een grens zoals in deze context meetbaar en
objectief?
3. Wat leerde jij als hulpverlener en als persoon uit het teamoverleg
in het practicum en uit de theorie om beter te kunnen omgaan
met grenssituaties?
4. Welke grenssituaties maakte je reeds mee op stage? Hoe kijk
ernaar met de inhoud van deze lessen? Wat zou je eventueel
anders doen?
Onderwerp 4: Kennismaking met de BelRAI-HC om een interdisciplinair zorgplan te
onderbouwen.
Belrai
, DE OUDERE
Niet-pluisgevoel
- Somatisch/functioneel
- Cognitief
- Haalbaarheid van de thuiszorg
Examenvraag; practicumbundel
➔ Van elke casus: somatisch, functioneel, cognitief, haalbaarheid van de
thuissituatie -> voorbeelden kunnen opsommen
➔ 1 patiënt volledig uitwerken
Casussen: 1, 4, 7, 8, 17, 18, 22, 23, 30, 31, 34, 35, 39
NIET-PLUISGEVOEL SOMATISCH-FUNCTIONEEL
Piramide: stappen die je kan ondernemen bij een niet-pluisgevoel
Onderwerp 1: Niet-pluisgevoel bij somatische of functionele aspecten van het
functioneren
1. Je kan volgende begrippen omschrijven: niet-pluis gevoel, ISAR-PC, de
stappen van het zorgmodel voor aanpak van het niet-pluis gevoel op
somatisch of functioneel gebied.
2. Je geeft aan bij welke patiënten of personen je intuïtief een niet-pluisgevoel
had voor somatische of functionele problemen in de toer Bloemekenswijk.
Geef aan waarover en waarom je een niet-pluisgevoel hebt.
3. Op een zelfgekozen patiënt pas je het zorgmodel van effectieve
ouderenzorg toe (zie practicumopdracht).
1. Wat zijn de vragen van de ISAR-PC? Pas de ISAR-PC toe op deze
patiënt. Kan je met de gegevens uit de casus de score van deze
patiënt bepalen?
2. Welk somatisch of functioneel probleem zou je via
Comprehensive Geriatric Assessment verder onderzoeken? Kies
voor het meest prominente niet-pluisgevoel dat bij deze patiënt
aanwezig is.
3. Welke verdere stappen zou je ondernemen op het vlak van
diagnostiek en interventie vanuit jouw verpleegkundige praktijk?
Met welke andere actoren stel je voor om samen te werken?
4. Je geeft de bronnen weer die evidence-based zijn.
Onderwerp 2: Niet-pluisgevoel bij cognitieve aspecten
1. Theoretische kennis: Wat zijn de 10 vroege tekenen van dementie?
2. Toepassing: Je somt de patiënten of personen op bij wie je intuïtief een
niet-pluisgevoel had omtrent cognitieve aspecten en motiveren aan de
hand van de 10 vroege signalen van dementie.
3. Toepassing: Bij een zelfgekozen patiënt of persoon uit de toer
Bloemekenswijk bespreek je aan de hand van elementen uit de casus de 10
vroege signalen van dementie.
Onderwerp 3: Grenzen in de thuiszorg/niet-pluisgevoel over haalbaarheid van de
thuiszorg/thuissituatie
Theorie
1. Welke actoren in de thuiszorg kunnen volgens Sleurs en Janssens (2010)
een grens ervaren? Som alle actoren op. Licht van twee actoren twee
elementen toe die van invloed zijn op het ontstaan van grenssituaties.
2. Hoe kan je als hulpverlener beter omgaan met de subjectiviteit van
grenssignalen?
3. Wat zijn de moeilijkheden bij communicatie in grenssituaties?
4. Wat zijn tools voor goede communicatie in grenssituaties ?
, DE OUDERE
Toepassing
1. Je motiveert bij welke patiënten uit de Bloemekenswijk je vragen hebt over
de haalbaarheid van thuiszorg.
2. Je nam deel aan een thuiszorgoverleg over een grenssituaties. Beschrijf 5
potentiële moeilijkheden die in dit soort gesprekken vaak worden
geobserveerd en formuleer hoe je wilt voorkomen dat deze “fouten” in het
overleg sluipen.
3. Toegepast op Suzanne MAES
1. Is hier sprake van een grenssituatie? Vanuit wiens oogpunt wel
en/of vanuit wiens oogpunt niet? Motiveer.
2. Is volgens jou een grens zoals in deze context meetbaar en
objectief?
3. Wat leerde jij als hulpverlener en als persoon uit het teamoverleg
in het practicum en uit de theorie om beter te kunnen omgaan
met grenssituaties?
4. Welke grenssituaties maakte je reeds mee op stage? Hoe kijk
ernaar met de inhoud van deze lessen? Wat zou je eventueel
anders doen?
Onderwerp 4: Kennismaking met de BelRAI-HC om een interdisciplinair zorgplan te
onderbouwen.
Belrai
, DE OUDERE
Niet-pluisgevoel
- Somatisch/functioneel
- Cognitief
- Haalbaarheid van de thuiszorg
Examenvraag; practicumbundel
➔ Van elke casus: somatisch, functioneel, cognitief, haalbaarheid van de
thuissituatie -> voorbeelden kunnen opsommen
➔ 1 patiënt volledig uitwerken
Casussen: 1, 4, 7, 8, 17, 18, 22, 23, 30, 31, 34, 35, 39
NIET-PLUISGEVOEL SOMATISCH-FUNCTIONEEL
Piramide: stappen die je kan ondernemen bij een niet-pluisgevoel