Week 1a
P.C. Vegter, Vormen van detentie
Context en uitgangspunt van Vegter
● In het gevangeniswezen is een tendens zichtbaar waarbij objectieve selectiecriteria
(zoals leeftijd, strafduur, recidive, verslaving) belangrijker worden dan de
persoonlijkheid van de veroordeelde. Dat hangt samen met het verlaten van de
klassieke verbeteringsgedachte.
● Om ontwikkelingen in het sanctiestelsel te begrijpen, moet je de verschuivingen in
strafdoelen en straftheorieën begrijpen.
Vereniging van strafdoelen en de trekharmonica
● Vegter bespreekt de menging van strafdoelen: vergelding, speciale preventie en
generale preventie worden vaak gecombineerd. Remmelink stelt dat vrijwel alle
theorieën mengvormen zijn.
● Er is cynisch gezegd dat mengvormen lijken op een trekharmonica, je kunt afhankelijk
van de situatie repressieve of preventieve accenten kiezen.
Vergelding
● In absolute theorieën staat schuldvergelding centraal: straf is gerechtvaardigd door het
strafbare feit zelf, los van toekomstig nut. Strafgrond en strafdoel vallen samen.
Adagium: punitur, quia peccatum est.
● Vergelding is diep geworteld en komt in veel varianten terug. De pure absolute leer geeft
weinig richting voor criminele politiek.
● De klassieke richting is niet puur absoluut: volgens Remmelink is de klassieke richting
een verweving van negentiende eeuwse vergeldingsleer met Von Feuerbachs generale
preventie, met Verlichting en rede als achtergrond.
● Polak objectiveert vergelding: de dader wordt “geplaatst” in de rechtsorde die past bij het
delict, met vereffening door leedtoevoeging, vaak door tijdelijke uitsluiting uit de
samenleving.
● Jonkers geeft een klassieke omschrijving: straf als schuldvergelding betekent dat straf
alleen te begrijpen is vanuit het voorafgaande vrije delict, de dader “verdient” straf, en
straf demonstreert de afkeurenswaardigheid, zonder dat de straffer wraak zoekt.
● Nagel: vergeldingsbehoefte is feitelijk onderdeel van de sociale werkelijkheid,
kanaliseren via strafrecht kan humaan zijn, en de maatschappij mag zich beschermen.
● Voor straftoemeting is verwijtbaarheid relevant, zoals of de dader gedrag kon vermijden.
Ernst van het feit functioneert als belangrijke indicator. Bij ernstiger delicten is er minder
ruimte om strak “naar mate van schuld” te straffen, mede door vergeldingsbehoefte en
noodzaak tot bescherming.
,Speciale preventie
● Speciale preventie is straf als instrument van criminele politiek: punitur, ne peccetur. Dit
wordt vooral gepropageerd door de moderne of nieuwe richting (eind 19e eeuw), met
invloed van gedragswetenschappen.
● Speciale preventie heeft twee kanten:
○ positief: resocialisatie door genezing, verbetering of opvoeding
○ negatief: afschrikking van de dader en, als recidivepreventie centraal staat, ook
onschadelijkmaking door opsluiting of ontzegging van bevoegdheden
● De nieuwe richting zet maatschappijbescherming centraal en gebruikt middelen als
verbetering, afschrikking en onschadelijkmaking.
Generale preventie
● Generale preventie is zelden het enige leidende strafdoel en loopt meestal mee met
vergelding en speciale preventie.
● Ook generale preventie heeft twee kanten:
○ positief: versterking rechtsbewustzijn, norminprenting en normbevestiging,
vertrouwen in rechtshandhaving, en voorkomen van eigenrichting
○ negatief: afschrikking van potentiële daders door strafbedreiging en
straftoepassing
● Veel theoretici en onderzoekers stellen generale preventie ten onrechte gelijk aan
afschrikking, terwijl het positieve normerende aspect wezenlijk is.
Effectiviteit van de vrijheidsstraf
● Vaak wordt gezegd dat vrijheidsstraf ondoelmatig is, maar empirische vaststelling is
moeilijk.
● Volgens Jongman kunnen preventie argumenten voor een groot deel naar het rijk der
mythen, en het is genoegzaam aangetoond dat vrijheidsstraf niet recidive dempend
werkt. Er is weinig te verwachten van verbetering of afschrikking door vrijheidsstraf.
● Over generale preventie is minder zeker te zeggen, mogelijk spelen pakkans en
ophelderingspercentage een grotere rol.
● Wel is vrijheidsstraf in één opzicht uiterst effectief: tijdens detentie kan de veroordeelde
geen feiten plegen in de vrije samenleving, dus het werkt als beveiligingsmaatregel.
● Positieve generale preventie werkt via normvorming en norminprenting: door
strafoplegging en executie wordt getoond dat de norm serieus wordt genomen.
Hoekema benadrukt dat normconform gedrag vooral wordt bevorderd door de
verwachting dat lichte overheidsdwang met redelijke waarschijnlijkheid volgt en redelijk
wordt toegepast.
, Welke straftheorie domineert in Nederland
● Veel Nederlandse auteurs hangen een verenigingstheorie aan. De vraag is dan of het
een volledige mengelmoes is, of dat één doel regulatief is en andere doelen
nevendoeleinden zijn.
● Er bestaat een variant waarin schuldvergelding richtinggevend is en daarna speelruimte
bestaat voor preventie, dit heet in de Duitse dogmatiek Schuldrahmenstrafe.
● Remmelink plaatst veel auteurs in een verenigingstheorie die hij “sociale vergelding”
noemt: vasthouden aan vergelding, maar ook doelmatige elementen ruimte geven.
● Mulder onderscheidt juridisch model (gerechtigheid) en stuurmodel (sociaal nut) en
bepleit integratie, met gerechtigheid als leidend gezichtspunt.
● Van Veen: bovengrens van de straf ligt in wat er is gebeurd, niet in doeltreffendheid,
maar accenten kunnen wisselen per delictgroep.
● Enschedé: vergelding is niet het doel, maar wel grondslag en begrenzing.
Aanknopingspunten zijn mate van schuld en mate van wederrechtelijkheid, vaak
zichtbaar in ernst van het feit.
● Jonkers vertegenwoordigt juist een sterke schuldgedomineerde speelruimtetheorie:
straffen en vergelden zijn identiek en preventie kan niet legitimeren, alleen meespelen
binnen de schuldgrenzen.
Rechtspraak Hoge Raad volgens Vegter
● De aanscherping van motiveringsvoorschriften heeft niet echt meer inzicht gegeven in
de straftheorie van rechters, omdat motief en motivering kunnen verschillen.
● In HR rechtspraak zijn beslissingen te vinden waarin de premisse “geen straf zwaarder
dan de schuld” wordt verworpen. Daarmee is sprake van een verenigingstheorie. Vegter
denkt dat de HR eerder een trekharmonica verenigingstheorie hanteert dan een strikte
schuld als regulatief principe.
● Nuancering: in zeer ernstige zaken domineert vaak speciale preventie via
maatschappijbescherming en onschadelijkmaking. In doorsnee criminaliteit kan schuld
belangrijker zijn, en bij lichtere vormen kan het normerende, positief generale preventie
aspect domineren.
Wetgever en verdelingstheorie
● Over de theoretische fundering van wetgeving is Vegter kritisch: pragmatisme domineert,
de wetgever laat veel vrijheid via minima en maxima en geeft niet aan hoe strafdoelen
moeten worden verenigd.
● Vegter introduceert daarna het onderscheid tussen een consistente benadering (zelfde
theorie voor alle niveaus) en differentiatie, waarbij strafdoelen over niveaus verdeeld
worden, dit heet verdelingstheorie.