Fleur van Bloemendaal
HC 1: Onrust, symboolpolitiek, beleidsfalen en -succes: dimensies en indicatoren
Maatschappelijke onrust
• Van Meer en Ham (2022)
o Maatschappelijk onbehagen : Nederlanders zeggen tevreden te zijn met hun eigen
leven, maar dat gaat samen met onbehagen over samenleving
o Slechts klein deel is echt boos, het gaat vooral om machteloosheid (geen grip hebben
op de samenleving)
o Verschil in opleidingsniveau: mensen met een hoog opleidingsniveau kunnen
makkelijker door de bureaucratie komen en weten eerder waar ze moeten aankloppen
• Kwaliteit van beleid hangt af van hoe het ervaart wordt door de burgers. Denk aan interactie
tussen burger en overheid, de zichtbaarheid van beleid en verwachtingen die burgers hebben
• Rol van social media bij maatschappelijke onrust
o Kan leiden tot radicalisering, oproepen tot geweld, misinformatie, echochambers, etc.
o Maar aan de andere kant kan social media ook geweldloze demonstraties organiseren
en de democratische rechtsstaat verdedigen
Symbolisch beleid
• Symbolisch beleid = beleid dat het probleem lijkt op te lossen, zodat burgers gerustgesteld
zijn, maar eigenlijk niets oplost
• Hoeft niet per se erg te zijn, wanneer het voor geruststelling of tijdswinning zorgt. Vooral als
er nog onduidelijkheden over het probleem, de oorzaken, de doelen of de middelen bestaan
• Varianten van symbolisch beleid
o Maatstaf verlagen : norm of het ideaal waar je de werkelijkheid aan meet verlagen,
dan lijkt het probleem kleiner
o Perceptie veranderen door definitie te veranderen : definitie van bepaald probleem
aanpassen
o Verschil tussen norm en perceptie wegdefiniëren : D.m.v. framing kun je
bijvoorbeeld zeggen dat 5% van de jongeren crimineel bezig is, of dat 95% van de
jongeren goed bezig is
o Simplificeren: groot complex probleem terugbrengen tot een klein overzichtelijk
aspect, zodat het probleem eenvoudiger lijkt
o Compliceren: complexiteit benadrukken, kritiek kan zo worden afgezwakt
o Niet-manipuleerbaar te maken : uitleggen dat het probleem zoveel oorzaken heeft,
dat je er niks aan kan doen
o Externaliseren van problemen: zeggen dat het probleem niet bij ons ligt en dat we er
geen controle op hebben (blamen aan de software bijvoorbeeld)
o Probleem veredelen: probleem mooier maken, goede kanten belichten, zodat burgers
dat ook meenemen
o Probleem normaliseren: zeggen dat het een normale situatie is, waar we bijvoorbeeld
al heel lang mee leven
o Verantwoordelijkheid afschuiven of verdelen : zeggen dat het buiten ons ligt,
bijvoorbeeld dat het op EU niveau ligt
McConnell (2010) – Gradaties van falen en succes
• Drie dimensies waarop je beleid kan evalueren
1. Proces: manier waarop beleid wordt gemaakt
,Fleur van Bloemendaal
2. Programma: het uitvoeren van beleid en wat dat oplevert
3. Politiek: levert de regering wat zij heeft beloofd
• Succes van de ene dimensie zegt niets over mate van succes bij andere dimensie
• Perspectief over falen/succes kan in de loop der tijd veranderen. Het is dus niet stabiel en kan
over de tijd anders beleefd worden
Indicatoren policy as process
• Preserving government policy goals and instruments
o In welke mate lukt het beleidsmakers om het beleid er doorheen te krijgen waarbij de
oorspronkelijke doelen en middelen in dat beleid zo goed als intact blijven?
o Voorbeeld: In welke mate een minister iets moet veranderen aan het beleidsvoorstel
om het er doorheen te krijgen. Is dat bijvoorbeeld een cruciaal punt, of zijn het louter
randvoorwaarden.
o Dus meer succesvol als het geen cruciale punten moet aanpassen
• Conferring legitimacy on the policy
o Wordt het beleid op zo’n manier gemaakt dat het als legitiem wordt beschouwd?
o Beleid dat door de normale procedure gaat wordt eerder als legitiem beschouwd
o Een crisis noodwet of het negeren van de Raad van State is minder legitiem
• Building a sustainable coalition
o In welke mate is het gelukt om een duurzame coalitie te bouwen die het beleid steunt?
o Coalitie die gemaakt is blijft jou ook op langere termijn steunen
• Symbolizing innovation and influence
o In welke mate is het beleid zo gemaakt dat het vernieuwend en invloedrijk te noemen
is?
o Is het beleid innovatief, of is het oud beleid in een nieuw jasje?
• Opposition to/Support for process
o In welke mate wordt het beleidsproces gesteund of niet?
o Als bijvoorbeeld verschillende groepen aan tafel konden zitten en gehoord zijn, zal er
meer steun zijn voor het beleidsproces
Indicatoren policy as program
• Implementation in line with objectives
o Komt de implementatie overeen met de doelen die bereikt wilde worden?
o Zijn concrete doelen ook zo uitgevoerd?
• Achievement of desired outcomes
o Levert het beleid ook gewenste uitkomsten op
o Kijkt niet alleen naar de concrete doelen, maar ook naar de impact voor de
maatschappij
• Creating benefit for a target group
o Heeft de doelgroep baat bij het beleid?
o Doelgroep is over het algemeen de groep die het gedrag moet aanpassen
• Meets policy domain criteria
o In welke mate komt het beleid tegemoet aan criteria die als zeer belangrijk worden
ervaren in een beleidsterrein?
o Voorbeeld: beleid gerelateerd aan zorg zal dus kijken naar of er zieke mensen worden
geholpen
• Oppostion to/Support for program aims, values and means of achieving them
o In welke mate worden de doeleinden, waarden, middelen/instrumenten van het beleid
gesteund?
,Fleur van Bloemendaal
o In hoeverre mensen het beleid accepteren of afwijzen tijdens de uitvoering, gekeken
naar de doelen, waarden en de middelen
Indicatoren policy as politics
• Enhancing electoral prospects or reputation of government leaders
o Worden de kansen om herkozen te worden vergroot, of neemt de reputatie van de
regering/leiders toe?
• Controlling policy agenda and easing the business of governing
o In welke mate zijn de besluitvormers in staat om de overheidsagenda te managen en
soepel te besturen?
o Agenda is beperkt, er kunnen maar bepaalde dingen op komen
o Sprake van succes als het dus is gelukt om beleid daar op te zetten en andere
onderwerpen weg te duwen
o Komt niet vaak voor
• Sustaining the broad values and direction of government
o In welke mate zijn de politici/besluitvormers in staat om de normen en waarden van
de regering te ondersteunen via beleid
o Als je kijkt naar het coalitieakkoord, komt het dan overeen
• Opposition to/Support for political benefits for government
o In welke mate is er steun voor de politieke voordelen voor de regering
o In welke mate er wordt geaccepteerd dat de regering politieke voordelen behaalt uit
beleid
, Fleur van Bloemendaal
HC 2: Gevoelens van rechtvaardigheid
Opkomst rechtvaardigheidsargumenten
• Opgekomen uit het besef dat milieubeleid (environmental justice) en energiebeleid (energy
justice) niet iedereen op dezelfde manier raakt en dat lasten en baten vaak ongelijk worden
verdeeld
• Environmental justice
o Warren county, North Carolina (1982)
▪ Vuilstort giftig afval in armere gemeenschap
▪ → milieuschade komt structureel vaker terecht bij sociaal en economisch
kwetsbare groepen
o Daarvoor meer incidenteel protest
• Energy justice → energy justice framework
o Met de energietransitie verschoof de aandacht ook naar energieproductie, -verdeling-
en gebruik. Dit leidde tot het energy justice frame work (wie profiteert van
energiebeleid, wie draagt de kosten, wie kan meebeslissen)
o Just transition : de overgang naar een duurzame energievoorziening moet rechtvaardig
verlopen (transitie van energie en landbouw moet voor boeren bijvoorbeeld ook fair
zijn).
Rechtvaardigheidsargumenten = argumenten die stellen dat beleid/beslissingen/maatschappelijke
veranderingen eerlijk en verantwoord moeten zijn, niet alleen effectief of efficiënt.
Soorten rechtvaardigheidsargumenten (Jenkins et al.)
1. Distributional justice: verdeling van kosten en baten
o Materiële/Fysieke verdeling
o Maar ook de verdeling van de verantwoordelijkheden
o Te herkennen : Waar zitten de onrechtvaardigheden? Wie wordt er zwaarder
getroffen?
2. Recognition justice : voldoende (h)erkenning van actoren
o Individuen worden eerlijk vertegenwoordigd en uiteenlopende perspectieven worden
erkend
o Te herkennen: wie wordt er genegeerd/wie wordt er niet gezien? (kan ook om iemands
kennis/expertise gaan)
3. Procedural justice : besluitvormingsprocedures
o Toegang tot besluitvormingsprocessen
o Gelijke procedures die alle belanghebbenden op een niet-discriminerende manier
betrekken
o Kunnen mensen bijvoorbeeld een bezwaarschrift ergens voor indienen
o Te herkennen: Is/Verloopt het besluitvormingsproces eerlijk?
4. Restorative justice : herstellen van schade
o Het proactief of reactief herstellen van (een van) de bovenste drie
o Stel dat je weet dat er een besluit aan gaat komen dat nadelig gaat uitvallen voor een
bepaalde bevolkingsgroep, kun je dan iets doen om dat te verminderen
o Te herkennen: Wat wordt er gedaan om bestaand of verwacht onrecht te herstellen, te
compenseren of te verminderen?
HC 1: Onrust, symboolpolitiek, beleidsfalen en -succes: dimensies en indicatoren
Maatschappelijke onrust
• Van Meer en Ham (2022)
o Maatschappelijk onbehagen : Nederlanders zeggen tevreden te zijn met hun eigen
leven, maar dat gaat samen met onbehagen over samenleving
o Slechts klein deel is echt boos, het gaat vooral om machteloosheid (geen grip hebben
op de samenleving)
o Verschil in opleidingsniveau: mensen met een hoog opleidingsniveau kunnen
makkelijker door de bureaucratie komen en weten eerder waar ze moeten aankloppen
• Kwaliteit van beleid hangt af van hoe het ervaart wordt door de burgers. Denk aan interactie
tussen burger en overheid, de zichtbaarheid van beleid en verwachtingen die burgers hebben
• Rol van social media bij maatschappelijke onrust
o Kan leiden tot radicalisering, oproepen tot geweld, misinformatie, echochambers, etc.
o Maar aan de andere kant kan social media ook geweldloze demonstraties organiseren
en de democratische rechtsstaat verdedigen
Symbolisch beleid
• Symbolisch beleid = beleid dat het probleem lijkt op te lossen, zodat burgers gerustgesteld
zijn, maar eigenlijk niets oplost
• Hoeft niet per se erg te zijn, wanneer het voor geruststelling of tijdswinning zorgt. Vooral als
er nog onduidelijkheden over het probleem, de oorzaken, de doelen of de middelen bestaan
• Varianten van symbolisch beleid
o Maatstaf verlagen : norm of het ideaal waar je de werkelijkheid aan meet verlagen,
dan lijkt het probleem kleiner
o Perceptie veranderen door definitie te veranderen : definitie van bepaald probleem
aanpassen
o Verschil tussen norm en perceptie wegdefiniëren : D.m.v. framing kun je
bijvoorbeeld zeggen dat 5% van de jongeren crimineel bezig is, of dat 95% van de
jongeren goed bezig is
o Simplificeren: groot complex probleem terugbrengen tot een klein overzichtelijk
aspect, zodat het probleem eenvoudiger lijkt
o Compliceren: complexiteit benadrukken, kritiek kan zo worden afgezwakt
o Niet-manipuleerbaar te maken : uitleggen dat het probleem zoveel oorzaken heeft,
dat je er niks aan kan doen
o Externaliseren van problemen: zeggen dat het probleem niet bij ons ligt en dat we er
geen controle op hebben (blamen aan de software bijvoorbeeld)
o Probleem veredelen: probleem mooier maken, goede kanten belichten, zodat burgers
dat ook meenemen
o Probleem normaliseren: zeggen dat het een normale situatie is, waar we bijvoorbeeld
al heel lang mee leven
o Verantwoordelijkheid afschuiven of verdelen : zeggen dat het buiten ons ligt,
bijvoorbeeld dat het op EU niveau ligt
McConnell (2010) – Gradaties van falen en succes
• Drie dimensies waarop je beleid kan evalueren
1. Proces: manier waarop beleid wordt gemaakt
,Fleur van Bloemendaal
2. Programma: het uitvoeren van beleid en wat dat oplevert
3. Politiek: levert de regering wat zij heeft beloofd
• Succes van de ene dimensie zegt niets over mate van succes bij andere dimensie
• Perspectief over falen/succes kan in de loop der tijd veranderen. Het is dus niet stabiel en kan
over de tijd anders beleefd worden
Indicatoren policy as process
• Preserving government policy goals and instruments
o In welke mate lukt het beleidsmakers om het beleid er doorheen te krijgen waarbij de
oorspronkelijke doelen en middelen in dat beleid zo goed als intact blijven?
o Voorbeeld: In welke mate een minister iets moet veranderen aan het beleidsvoorstel
om het er doorheen te krijgen. Is dat bijvoorbeeld een cruciaal punt, of zijn het louter
randvoorwaarden.
o Dus meer succesvol als het geen cruciale punten moet aanpassen
• Conferring legitimacy on the policy
o Wordt het beleid op zo’n manier gemaakt dat het als legitiem wordt beschouwd?
o Beleid dat door de normale procedure gaat wordt eerder als legitiem beschouwd
o Een crisis noodwet of het negeren van de Raad van State is minder legitiem
• Building a sustainable coalition
o In welke mate is het gelukt om een duurzame coalitie te bouwen die het beleid steunt?
o Coalitie die gemaakt is blijft jou ook op langere termijn steunen
• Symbolizing innovation and influence
o In welke mate is het beleid zo gemaakt dat het vernieuwend en invloedrijk te noemen
is?
o Is het beleid innovatief, of is het oud beleid in een nieuw jasje?
• Opposition to/Support for process
o In welke mate wordt het beleidsproces gesteund of niet?
o Als bijvoorbeeld verschillende groepen aan tafel konden zitten en gehoord zijn, zal er
meer steun zijn voor het beleidsproces
Indicatoren policy as program
• Implementation in line with objectives
o Komt de implementatie overeen met de doelen die bereikt wilde worden?
o Zijn concrete doelen ook zo uitgevoerd?
• Achievement of desired outcomes
o Levert het beleid ook gewenste uitkomsten op
o Kijkt niet alleen naar de concrete doelen, maar ook naar de impact voor de
maatschappij
• Creating benefit for a target group
o Heeft de doelgroep baat bij het beleid?
o Doelgroep is over het algemeen de groep die het gedrag moet aanpassen
• Meets policy domain criteria
o In welke mate komt het beleid tegemoet aan criteria die als zeer belangrijk worden
ervaren in een beleidsterrein?
o Voorbeeld: beleid gerelateerd aan zorg zal dus kijken naar of er zieke mensen worden
geholpen
• Oppostion to/Support for program aims, values and means of achieving them
o In welke mate worden de doeleinden, waarden, middelen/instrumenten van het beleid
gesteund?
,Fleur van Bloemendaal
o In hoeverre mensen het beleid accepteren of afwijzen tijdens de uitvoering, gekeken
naar de doelen, waarden en de middelen
Indicatoren policy as politics
• Enhancing electoral prospects or reputation of government leaders
o Worden de kansen om herkozen te worden vergroot, of neemt de reputatie van de
regering/leiders toe?
• Controlling policy agenda and easing the business of governing
o In welke mate zijn de besluitvormers in staat om de overheidsagenda te managen en
soepel te besturen?
o Agenda is beperkt, er kunnen maar bepaalde dingen op komen
o Sprake van succes als het dus is gelukt om beleid daar op te zetten en andere
onderwerpen weg te duwen
o Komt niet vaak voor
• Sustaining the broad values and direction of government
o In welke mate zijn de politici/besluitvormers in staat om de normen en waarden van
de regering te ondersteunen via beleid
o Als je kijkt naar het coalitieakkoord, komt het dan overeen
• Opposition to/Support for political benefits for government
o In welke mate is er steun voor de politieke voordelen voor de regering
o In welke mate er wordt geaccepteerd dat de regering politieke voordelen behaalt uit
beleid
, Fleur van Bloemendaal
HC 2: Gevoelens van rechtvaardigheid
Opkomst rechtvaardigheidsargumenten
• Opgekomen uit het besef dat milieubeleid (environmental justice) en energiebeleid (energy
justice) niet iedereen op dezelfde manier raakt en dat lasten en baten vaak ongelijk worden
verdeeld
• Environmental justice
o Warren county, North Carolina (1982)
▪ Vuilstort giftig afval in armere gemeenschap
▪ → milieuschade komt structureel vaker terecht bij sociaal en economisch
kwetsbare groepen
o Daarvoor meer incidenteel protest
• Energy justice → energy justice framework
o Met de energietransitie verschoof de aandacht ook naar energieproductie, -verdeling-
en gebruik. Dit leidde tot het energy justice frame work (wie profiteert van
energiebeleid, wie draagt de kosten, wie kan meebeslissen)
o Just transition : de overgang naar een duurzame energievoorziening moet rechtvaardig
verlopen (transitie van energie en landbouw moet voor boeren bijvoorbeeld ook fair
zijn).
Rechtvaardigheidsargumenten = argumenten die stellen dat beleid/beslissingen/maatschappelijke
veranderingen eerlijk en verantwoord moeten zijn, niet alleen effectief of efficiënt.
Soorten rechtvaardigheidsargumenten (Jenkins et al.)
1. Distributional justice: verdeling van kosten en baten
o Materiële/Fysieke verdeling
o Maar ook de verdeling van de verantwoordelijkheden
o Te herkennen : Waar zitten de onrechtvaardigheden? Wie wordt er zwaarder
getroffen?
2. Recognition justice : voldoende (h)erkenning van actoren
o Individuen worden eerlijk vertegenwoordigd en uiteenlopende perspectieven worden
erkend
o Te herkennen: wie wordt er genegeerd/wie wordt er niet gezien? (kan ook om iemands
kennis/expertise gaan)
3. Procedural justice : besluitvormingsprocedures
o Toegang tot besluitvormingsprocessen
o Gelijke procedures die alle belanghebbenden op een niet-discriminerende manier
betrekken
o Kunnen mensen bijvoorbeeld een bezwaarschrift ergens voor indienen
o Te herkennen: Is/Verloopt het besluitvormingsproces eerlijk?
4. Restorative justice : herstellen van schade
o Het proactief of reactief herstellen van (een van) de bovenste drie
o Stel dat je weet dat er een besluit aan gaat komen dat nadelig gaat uitvallen voor een
bepaalde bevolkingsgroep, kun je dan iets doen om dat te verminderen
o Te herkennen: Wat wordt er gedaan om bestaand of verwacht onrecht te herstellen, te
compenseren of te verminderen?