Bestuurskunde
Inhoud
Hoofdstuk 1 en 2..........................................................................................1
Hoofdstuk 3..................................................................................................4
Hoofdstuk 4:.................................................................................................6
Hoofdstuk 5:.................................................................................................7
Hoofdstuk 6:.................................................................................................9
Hoofdstuk 1 en 2
Bestuurskunde: de wijze waarop de overheid functioneert, binnen de
overheid en in de samenleving
Kenmerken van een staat: een afgegrensd grondgebied, geaccepteerd
bestuur, erkenning van andere staten, een eigen staatsvolk
Trias Politica:
* Horizontale scheiding der machten: naast elkaar & gelijk
- Uitvoerende macht
- Wetgevende macht
- Rechtelijke macht
• Elke macht heeft eigen bevoegdheid en mag niet bemoeien met de
andere
• Checks en balances
• 4e macht: het ambtenarenapparaat (de bureaucratie)
• Andere machten: media, lobbyisten en adviesbureaus
Verticale scheiding der machten; huis van Thorbecke
1. EU
2. Rijk
3. Provincie
4. Gemeente
5. (Veiligheidsregio)
, Constitutionele monarchie:
- Grondwet:
• Klassieke grondrechten – overheid mag zich er niet mee bemoeien
• Sociale grondrechten - overheidsbemoeienis
• Codificatie: vaststellen grondwet
• Modificatie: aanpassen grondwet
- Koningshuis
Nederland is een verzorgingsstaat
- Post-verzorgingsstaat: tegenwoordig is de burger steeds meer
verantwoordelijk
Participatiesamenleving
Parlementaire democratie:
- 1e en 2e kamer der Staten Generaal
- Grondwet
- Regering: koning + ministers
Regeringsbeleid is van alle ministers
- Kabinet: ministers + staatssecretarissen
Gedecentraliseerde eenheidsstaat: het rijk ➡️provincie (coördinerende
taak) ➡️gemeente (uitvoerende werk)
- Autonomie: lagere lagen mogen binnen hun grenzen beslissen
- Medebewind: uitvoering lagere overheid van taken van de hogere
overheid
- Toezicht: hogere overheid houdt toezicht op een lagere overheid
Verlengd lokaal bestuur: intergemeentelijke samenwerking
De EU krijgt steeds meer zeggenschap
Territoriale decentralisatie: bevoegdheden alleen binnen het bepaalde
gebied
Functionele decentralisatie: bevoegdheden ook buiten het bepaalde
gebied
Motieven voor deconcentratie:
1. Vaak bedoeld voor verbetering van de communicatie met ‘Den Haag’
2. Voor meer grip te krijgen op de regionale zaken
3. Compromis tussen behoefte aan decentralisatie in de regio en de
behoefte van het rijk om de touwtjes in de handen te houden
- Vormen van deconcentratie:
• Inspecties
• Directie
• Consulentschappen