, Inleiding
Inleiding in
in de
de
BKP-P1W1
persoonlijkheidspsychologie
persoonlijkheidspsychologie
WAT IS PSYCHOLOGIE?
Psychologie
Psyche: geest Logos: leer
Psychologie: studie van de geest, emoties, gedachten en gedrag.
Verklaren Voorspellen Toepassen
Theorie: verklaringen
gebaseerd op observaties.
Theorie uitbreiden of Theorie afdanken of
verfijnen en opnieuw aanpassen en
toetsen. opnieuw toetsen.
Hypothese: voorspelling
gebaseerd op de theorie.
Onderzoek Onderzoek: toetsen van Onderzoek weerlegt
ondersteunt de hypothese(s) via data- de theorie.
theorie. analyse.
PERSOONLIJKHEIDSLEER
• Trekkenbenadering: eigenschappen die we onszelf toedichten.
• Persoonlijkheidstrekken: patroon van emoties, gedachten en gedragingen die stabiel zijn over een tijd
heen in verschillende situaties.
• Trek: iets wat bij de persoon hoort, ligt niet alleen aan de situatie.
• Staat: is maar even en kan aan de situatie liggen.
TEMPERAMENT EN DE 4 VERSCHILLENDE NIVEAUS
Activiteitsniveau: hoeveel bewegen ze, zoeken ze prikkels op of blijven ze observeren.
Emotionaliteit: stabiel of juist heel wisselend, vaak huilen of juist niet?
Socialiteit: kijken ze anderen aan en vinden ze contact leuk?
Zelf regulatie/zelf controle: hoever in staat om verantwoordelijk te stellen voor zijn of haar gedrag? Kan het zijn of
haar gedrag reguleren?
, PERSOONLIJKHEID
Iedereen toont dezelfde trekken maar in verschillende maten.
· PERSOON 1
i
PERSOON 2
Er zijn 16 verschillende persoonlijkheidstrekken, daarvan is een big 5 gemaakt.
DE GROTE 5 PERSOONLIJKHEIDSTREKKEN (OCEAN)
• Openheid (openness): de mate waarin je openstaat voor nieuwe ervaringen of dat je dat juist niet hebt.
• Consciëntieusheid (conscientiousness): of je de boel graag op orde wil hebben of juist niet.
• Extraversie (extraversion): of je goed functioneert met veel prikkels of juist weinig prikkels nodig hebt
om te functioneren.
• Vriendelijkheid (agreeableness): de mate waarin je vriendelijk, empatisch of behulpzaam wordt geacht.
• Neuroticisme (neuroticism): de mate waarin je emotioneel stabiel bent of juist heel erg wisselend in
emoties.
Sterke situatie: minder vrij om jezelf te zijn. Verschillen in persoonlijkheden zijn minder te merken.
Self-monitoring: jezelf voortdurend monitoren op hoe jouw gedrag invloed heeft op de omgeving en dat je
hier steeds mee bezig bent om in de omgeving te passen.
PSYCHODYNAMISCHE BENADERING
• Conscious: men is zich ervan bewust. (Ego)
• Preconscious: men is zich ervan bewust door bewuste inspanning. (Superego)
• Unconscious: men wordt zich er niet bewust van door bewuste inspanning. (Id)
Ego: toetst de realiteit; bemiddelt tussen instinct impulsen en sociale eisen/normen (Structuur tussen beide)
Id: ‘slechte’ keuze instinct impulsen.
Superego: goede keuze sociale eisen/normen.
FREUDS PSYCHOSEKSUELE FASES
• Orale fase: geboorte tot 1,5 jaar.
Erogene zone: mond
• Anale fase: 1 tot 3 jaar.
Erogene zone: darmen en blaas
• Fallische fase: 3 tot 6 jaar.
Erogene zone: geslachtsdeel
• Latente fase: 6 jaar tot pubertijd.
Libido inactief
• Genitale fase: pubertijd tot overlijden.
Ontwakende seksuele interesses