Moderne Architectuur
BT.MAR.V16
Geschiedenis van de Moderne Nederlandse Architectuur (1850-heden)
,Hoorcollege 1 – 1850-1900
Industriele revolutie, volkshuisvesting en woningwet
Industriële revolutie
- Tijdens de industriële revolutie is ongeveer 80% bebouwd Nederland ontstaan
➔ Uitvindingen en fabricage
➔ 1901: 1,1 miljoen woningen voor 5 miljoen mensen en 10 m2 per persoon
➔ 2022: 8 miljoen woningen voor 17,5 miljoen Nederlanders (67m2 pp → toename 25 x)
- In deze tijd is volkshuisvesting geen overheidstaal
➔ Aandacht ligt niet bij de verbetering van de levensomstandigheden
➔ Uitbraak van epidemieën door slechte hygiëne en huisvesting (Cholera epidemie 1848)
➔ 1851: modelbouwblok voor de arbeiderswoningen gepresenteerd op de eerste
wereldtentoonstelling in Londen (Model Houses for Four Families – Henry Roberts)
➔ 1852: eerste woningbouwvereniging in Nederland
- Reinheid, zindelijkheid, huiselijkheid en zedelijkheid
- Bedstede eruit
- Aparte kook en droogruimte
- Nieuwe waterleidingen en riool
➔ 1854: Verslag aan den Koning over de vereischten en inrigting van arbeiderswoningen
(KIvI)
- Goede arbeiderswoningen heeft:
Grote ramen en goede ventilatie
Woonkamer met kachel waarop gekookt kan worden
Aparte keuken, ouder- en kinderslaapkamers (bedstee)
Water, toilet en riolering wordt niet genoemd, maar dit is enorm luxe voor de tijd.
➔ Vestingswet 1874
- Steden mogen uitbreiden buiten de vestingmuren
➔ Meer ruimte, revolutiebouw met slechte bouwkundige kwaliteit (snel bouwen)
➔ Fabrieksdorpen waarin fabrikanten wijken stichten voor hun arbeiders
Minder ziekte = meer productie
Sociale onrust beperken
Slecht gedrag = geen woning
Huisvesting door fabrikanten
- Godin – Guise Familistère (1871)
Sociaal paleis → huisvesting voor het gezin
- Agnetapark, Delft (1885)
- Lever – Port Sunlight (1888)
- Snouck van Loosenpark, Enkhuizen (1897)
, Agnetapark, Delft (1884)
- Zocher (park) & Kerkhoff (Architectuur)
- ‘De fabriek voor allen, allen voor de fabriek’
- Directeur woont ook op het park
1901: Woningwet
Beweegredenen
1. Sociale bewogenheid: 1e wet waarin de rol van de overheid in de volkshuisvesting
geregeld werd
2. Eigen belang voor de staat: gezonde arbeiders = goede economie
3. Angst voor revolutionaire gebeurtenissen: sociale onrust verminderd door
verbeteren woonkwaliteit
Doelen
- Bouw en bewoning van slechte en ongezonde woningen onmogelijk maken
- Bouw van goede woningen bevorderen → bouwvergunningen
- Wilde financiële steun voor de erkende woningbouwverenigingen en bouwbedrijven die
in het belang van de volkshuisvesting werkzaam waren
- Verplichting voor de gemeente tot het opstellen van een bouwverordening
- Verplicht voor gemeente tot het oprichten van een afdeling voor bouw- en
woningtoezicht
- Verplichting voor gemeentes tot het maken van uitbereidingsplannen en
bestemmingsplannen
- Aanschrijvingsinstrument: Verplichting voor woningeigenaren om bepaalde
verbeteringen uit te voeren.
Neostijlen
- Verzameling van architectonische stijlen die teruggrijpen op eerdere periodes uit de
architectuurgeschiedenis
- Handhaven van traditionele vormen
Neoclassicisme:
Het gerechtsgebouw, Zwolle (1838) – Aduard Louis de
Coninck
- Nu museum de Fundatie
- Gebaseerd op de klassieke oudheid (Grieks –
Romeinse architectuur
- Zuilen, symmetrie en sobere gevels
BT.MAR.V16
Geschiedenis van de Moderne Nederlandse Architectuur (1850-heden)
,Hoorcollege 1 – 1850-1900
Industriele revolutie, volkshuisvesting en woningwet
Industriële revolutie
- Tijdens de industriële revolutie is ongeveer 80% bebouwd Nederland ontstaan
➔ Uitvindingen en fabricage
➔ 1901: 1,1 miljoen woningen voor 5 miljoen mensen en 10 m2 per persoon
➔ 2022: 8 miljoen woningen voor 17,5 miljoen Nederlanders (67m2 pp → toename 25 x)
- In deze tijd is volkshuisvesting geen overheidstaal
➔ Aandacht ligt niet bij de verbetering van de levensomstandigheden
➔ Uitbraak van epidemieën door slechte hygiëne en huisvesting (Cholera epidemie 1848)
➔ 1851: modelbouwblok voor de arbeiderswoningen gepresenteerd op de eerste
wereldtentoonstelling in Londen (Model Houses for Four Families – Henry Roberts)
➔ 1852: eerste woningbouwvereniging in Nederland
- Reinheid, zindelijkheid, huiselijkheid en zedelijkheid
- Bedstede eruit
- Aparte kook en droogruimte
- Nieuwe waterleidingen en riool
➔ 1854: Verslag aan den Koning over de vereischten en inrigting van arbeiderswoningen
(KIvI)
- Goede arbeiderswoningen heeft:
Grote ramen en goede ventilatie
Woonkamer met kachel waarop gekookt kan worden
Aparte keuken, ouder- en kinderslaapkamers (bedstee)
Water, toilet en riolering wordt niet genoemd, maar dit is enorm luxe voor de tijd.
➔ Vestingswet 1874
- Steden mogen uitbreiden buiten de vestingmuren
➔ Meer ruimte, revolutiebouw met slechte bouwkundige kwaliteit (snel bouwen)
➔ Fabrieksdorpen waarin fabrikanten wijken stichten voor hun arbeiders
Minder ziekte = meer productie
Sociale onrust beperken
Slecht gedrag = geen woning
Huisvesting door fabrikanten
- Godin – Guise Familistère (1871)
Sociaal paleis → huisvesting voor het gezin
- Agnetapark, Delft (1885)
- Lever – Port Sunlight (1888)
- Snouck van Loosenpark, Enkhuizen (1897)
, Agnetapark, Delft (1884)
- Zocher (park) & Kerkhoff (Architectuur)
- ‘De fabriek voor allen, allen voor de fabriek’
- Directeur woont ook op het park
1901: Woningwet
Beweegredenen
1. Sociale bewogenheid: 1e wet waarin de rol van de overheid in de volkshuisvesting
geregeld werd
2. Eigen belang voor de staat: gezonde arbeiders = goede economie
3. Angst voor revolutionaire gebeurtenissen: sociale onrust verminderd door
verbeteren woonkwaliteit
Doelen
- Bouw en bewoning van slechte en ongezonde woningen onmogelijk maken
- Bouw van goede woningen bevorderen → bouwvergunningen
- Wilde financiële steun voor de erkende woningbouwverenigingen en bouwbedrijven die
in het belang van de volkshuisvesting werkzaam waren
- Verplichting voor de gemeente tot het opstellen van een bouwverordening
- Verplicht voor gemeente tot het oprichten van een afdeling voor bouw- en
woningtoezicht
- Verplichting voor gemeentes tot het maken van uitbereidingsplannen en
bestemmingsplannen
- Aanschrijvingsinstrument: Verplichting voor woningeigenaren om bepaalde
verbeteringen uit te voeren.
Neostijlen
- Verzameling van architectonische stijlen die teruggrijpen op eerdere periodes uit de
architectuurgeschiedenis
- Handhaven van traditionele vormen
Neoclassicisme:
Het gerechtsgebouw, Zwolle (1838) – Aduard Louis de
Coninck
- Nu museum de Fundatie
- Gebaseerd op de klassieke oudheid (Grieks –
Romeinse architectuur
- Zuilen, symmetrie en sobere gevels