100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting + hoorcollege aantekeningen Introduction to Sociological Theory (4e editie) deeltentamen 2 IMW

Beoordeling
4,0
(7)
Verkocht
47
Pagina's
45
Geüpload op
08-01-2026
Geschreven in
2025/2026

Deze uitgebreide samenvatting bevat een Nederlandse samenvatting van alle stof die we voor deeltentamen 2 moeten leren. Ook zit de stof uit de hoorcolleges / mijn aantekeningen van de hoorcolleges erbij. Let op: de samenvatting bevat geen H7, H14 & H15, want in de cursusinformatie staat dat ze deze alleen tijdens HC10 kort zullen bespreken, deze hoeven we dus niet te lezen en daarom heb ik hem niet samengevat. Succes met leren!

Meer zien Lees minder

















Oeps! We kunnen je document nu niet laden. Probeer het nog eens of neem contact op met support.

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Nee
Wat is er van het boek samengevat?
Delen uit h6, h8 t/m h13
Geüpload op
8 januari 2026
Bestand laatst geupdate op
15 januari 2026
Aantal pagina's
45
Geschreven in
2025/2026
Type
Samenvatting

Onderwerpen

Voorbeeld van de inhoud

Samenvatting boek (Dillon) +
hoorcollege aantekeningen
(deeltentamen 2)
Inhoudsopgave
Hoorcollege 7 IMW.........................................................................................3
Conflicttheorie en de reproductie van ongelijkheid.........................................................3
Vormen van stratificatie en conflict.............................................................................3
Reproductie van ongelijkheden...................................................................................5

Hoorcollege 8 IMW.........................................................................................7
Symbolisch interactionisme............................................................................................ 7

Hoorcollege 9 IMW.......................................................................................14
Gender en seksualiteit.................................................................................................. 14
Deel 1: Genderongelijkheid en feministische theorie................................................14
Deel 2: Foucault & Judith Butler: Bio-macht, seksualiteit en queer theorie................16

Hoorcollege 10 IMW.....................................................................................18
Terugblik....................................................................................................................... 18
Racialisering, Etniciteit en Herkomst............................................................................19
Snapshots van de hoofdstukken 14 (economische en politieke mondialisering) en 15
(culturele homogenisering)...........................................................................................21

Samenvatting Introduction to Sociological Theory.........................................23
CHAPTER SIX: CONFLICT, POWER, AND DEPENDENCY IN MACROSOCIETAL PROCESSES
..................................................................................................................................... 23
RALPH DAHRENDORF’S THEORY OF GROUP CONFLICT..............................................23
C. WRIGHT MILLS: CLASS AND POWER......................................................................25
THE PASSIVE, MASS SOCIETY....................................................................................26
CHAPTER THIRTEEN: PIERRE BOURDIEU: CLASS, CULTURE, AND THE SOCIAL
REPRODUCTION OF INEQUALITY...................................................................................27
SOCIAL STRATIFICATION............................................................................................ 27
TASTE AND EVERYDAY PRACTICES............................................................................31
CHAPTER EIGHT: SYMBOLIC INTERACTIONISM..............................................................35
DEVELOPMENT OF THE SELF THROUGH SOCIAL INTERACTION: G. H. MEAD AND C. H.
COOLEY..................................................................................................................... 35
THE PREMISES OF SYMBOLIC INTERACTIONISM: HERBERT BLUMER..........................36
ERVING GOFFMAN: SOCIETY AS RITUALIZED SOCIAL INTERACTION..........................36
SYMBOLIC INTERACTIONISM AND ETHNOGRAPHIC RESEARCH..................................37
CHAPTER NINE: PHENOMENOLOGY AND ETHNOMETHODOLOGY..................................37
PHENOMENOLOGY: ALFRED SCHUTZ, PETER BERGER, AND THOMAS LUCKMANN.....37
CHAPTER TEN: FEMINIST THEORIES..............................................................................39
CONSCIOUSNESS OF WOMEN’S INEQUALITY: CHARLOTTE PERKINS GILMAN.............39
STANDPOINT THEORY: DOROTHY SMITH AND THE RELATIONS OF RULING...............40
MASCULINITIES: R. W. CONNELL................................................................................40
PATRICIA HILL COLLINS: BLACK WOMEN’S STANDPOINT...........................................40

1

, SOCIOLOGY OF EMOTION.......................................................................................... 40
ARLIE HOCHSCHILD: EMOTIONAL LABOR...................................................................40
CHAPTER ELEVEN: SEX, BODIES, TRUTH, POWER: MICHEL FOUCAULT, STEVEN
SEIDMAN, AND QUEER THEORY....................................................................................41
DISCIPLINING THE BODY............................................................................................ 41
SEX AND QUEER THEORY.......................................................................................... 41
CHAPTER TWELVE: POSTCOLONIAL THEORIES AND RACE............................................42
THE COLOR LINE........................................................................................................ 42
SLAVERY AND RACIAL OTHERNESS: EDWARD SAID, FRANTZ FANON........................42
COLONIALISM: THE CREATION OF OTHERNESS.........................................................42
RACE AND RACISM.................................................................................................... 43




2

,Hoorcollege 7 IMW

Conflicttheorie en de reproductie van ongelijkheid
Vormen van stratificatie en conflict
Conflict? Daar hebben we het toch al over gehad??
 Marx (H1) met de strijd tussen arbeiders en kapitaalbezitters
 Een strijd die voortkomt uit economische ongelijkheden

Stratificatie
 Hiërarchie in de samenleving naar economische middelen
 Maar er kan ook ongelijkheid bestaan met betrekking tot andere
hulpbronnen

Dat zagen we al bij Weber
Ook stratificatie naar:
- Sociale status
- Politieke macht

Conflict theorie
Ralf Dahrendorf (1929-2009)

Conflict als een normaal alomtegenwoordig fenomeen in een samenleving
(i.t.t. Parsons die uitging van gedeelde waarden voor stabiliteit)

Niet-gewelddadige conflicten als de drijvende kracht van democratische
samenlevingen

Democratisering als conflict-oplossend vermogen
Belangen worden vertegenwoordigd door belangengroepen en politieke
partijen die met elkaar op democratische wijze strijden

Conflict is beter beheersbaar als het geïnstitutionaliseerd is

Bij de dichotomie (tussen arbeiders en kapitaalbezitters) van
Marx vandaan
Er is meer mobiliteit dan Marx verwachtte
- Intragenerationeel
- Intergenerationeel

Het ontstaan van de middenklasse

Bovendien (zoals Weber beargumenteert), is sociale klasse gebaseerd op
economische hiërarchie onvoldoende om conflicten in de samenleving te
beschrijven


3

,Groepsconflict
Elke tegenstelling tussen (georganiseerde) groepen die verklaard kan
worden uit de sociale structuur

Diverse belangen van groepen, met competitie over beschikbare
hulpbronnen

Conflict tussen groepen ontstaat wanneer de ene groep een bedreiging
van de belangen door een andere groep waarneemt

De sociologische verbeelding
Mills’ Sociological Imagination (1959)

Veel nadruk op het ontstaan van een grote middenklasse die geen echte
macht heeft

Contrast met de ‘elite van de macht’: de besluitvormers in de hoogste
regionen van de politieke, economische en militaire instituties

Elite van de macht
 Macht, vermogen en bekendheid komen samen
 Institutionele compositie van macht verandert

 Nieuw: media-elite (diegene die mediaproductie in handen heeft)
 Nieuw: economisch-technologische elite

 Overlap en geslotenheid van macht op deze terreinen

Mills: de passieve massa
Geen revolutie (zoals Marx voorspelde)

Geen sociale verandering door groepsconflict (Dahrendorf)

Maar: onbekwaamheid van hen buiten de machtselite om sociale
verandering te bewerkstelligen (Mills: 1956)

Ze worden gemanipuleerd en gecontroleerd zodat ze passief blijven
(vergelijk de Kritische theorie)

Instituties (zelfs het onderwijs) zouden leiden tot grotere fascinatie met
media-vermaak dan met politiek

Ongelijkheid – in Europa en de VS
Kritieken op de theorieën die ontstaan waren over ongelijkheid:
 Bijzonder weinig aandacht voor de zwarte bevolking in de VS
 Ook bijzonder weinig aandacht voor ongelijkheden die wereldwijd
bestaan



4

,Al in 1913 werd het onderscheid tussen landen met koloniën en
de koloniën benadrukt
 Rosa Luxemburg (1871-1919): juist in de koloniën dalen de lonen

Onderontwikkeling door het systeem
Naïef om de effecten van het kapitalistische systeem alleen binnen één
land te bestuderen

Gunder Frank (1967): het kapitalistische systeem draait op maken van
winsten

Fernando Cardoso (1979): Afhankelijkheid van de periferie van het
centrum, welke gekenmerkt wordt door uitbuiting

Wereldwijde productiesysteem zorgt voor concentratie van kapitaal in de
centrum landen, en uitbuiting in de periferie

Wat leidt tot stilstand / onderontwikkeling in de periferie


Reproductie van ongelijkheden
Meer over ongelijkheid: Bourdieu
 Bourdieu (1930-2002)




Vormen van kapitaal
 Economisch
 Cultureel
 Sociaal

Opleiding als de gelijkmaker?
Door opleiding heeft iedereen gelijke kansen

Maar ouders en families verschillen ook in cultureel kapitaal (o.a. in
opleidingsniveau)

Het onderwijssysteem sluit beter aan bij mensen met veel cultureel
kapitaal

5

,Hierdoor blijft ongelijkheid doorgegeven worden door het
onderwijssysteem

Het culturele spel
Mensen verschillen in hun smaak (taste)

Smaak is onderdeel van een groepsgebonden culturele habitus, waarmee
betekenis wordt gegeven aan de keuzes die mensen maken

Met alles wat je doet maak je een (onbewuste) keuze en geef je een
signaal af

Mensen met dezelfde smaak komen samen, wat leidt tot instandhouding
van onderscheid

Norbert Elias - beschaving
De adel verloor het monopolie op geweldsmiddelen, etiquette om zich te
onderscheiden van de burgerij

Etiquette zijn aan te leren, etiquette dus steeds strenger / moeilijker om
onderscheid te houden

Stellingen
Elias:
 Zoals de adel in de 17e en 18e eeuw in Frankrijk haar verlies van het
monopolie op wapens door de komst van de absolute staat
compenseerde met het aanscherpen van maatstaven door
beschaafd gedrag

Bourdieu:
 Zo heeft de hogere middenklasse in Westerse industrielanden na
1945 het verlies aan liggende gelden (kapitaal) door de komst van
een studiebeurzenstelsel gecompenseerd door meer culturele
hulpbronnen aan hun kinderen over te dragen




6

,Hoorcollege 8 IMW

Symbolisch interactionisme
De vermaatschappelijking van het individu, betekenisgeving en een
werkelijkheid die nooit af is

Wat is de aard van de sociale werkelijkheid?
Contrasterende paradigmata

Positivisme
 De samenleving is niet direct tastbaar, maar je kunt hem inleven via
literatuur
 De samenleving kan bestudeerd worden
 Objectieve structuren (gegeven – sociaal feit)
 Focus op structuur/’uitkomst’
 Wat?

Symbolisch interactionisme
 Mensen geven betekenis aan de wereld via symbolen (bijv. taal,
gebaren)
 Deze betekenissen ontstaan en veranderen door interactie met
anderen, waarbij ons zelfbeeld en sociale werkelijkheid voortkomen
uit deze voortdurende communicatie
 Hoe we situaties interpreteren en ons gedrag daarop afstemmen
 Web van betekenissen (hier en nu)
 Focus op proces
 Hoe?

Kernvragen
1. Hoe worden mensen deel van de samenleving?
- Ze ‘vermaatschappelijken’
- Processen van socialisatie: primair, secundair etc.
- Leren door (na) doen
- Verinnerlijking van sociale structuren, verwachtingen, ‘spel’-
regels en deze verinnerlijkte patronen uitspelen

Vergelijk:
Mead: ‘plays’ en ‘games’
Goffman: het leven als theater en het vertolken van sociale
rollen

2. Wat is de rol van alledaagse interacties voor onze ervaring
van wat echt en betekenisvol is, en wat zijn de
consequenties hiervan voor ons handelen?



7

,Routekaart
Symbolisch interactionisme
a. Uitgangspunten en hoofdfiguren
b. Het reflexieve zelf: Mead & Cooley
c. S.I. en de dramaturgische benadering: Blumer & Goffman
d. Berger & Luckmann, ‘the social construction of reality’
e. Tussenbalans
f. De interactie tussen micro en macro

Conclusie: ‘take away message’

Symbolisch interactionisme
Anders dan de klassieken:
- Niet macro (sociale structuren), maar micro ‘interactie’
- Radicaal empirisme: studie van ‘face to face’ handelen
- Hoe construeren mensen ‘sociale werkelijkheid’ en geven daar
betekenis aan? Hoe deze te ontdekken?

Historie:
- Amerikaanse sociologie
- Begin 1930s (Mead, Cooley): Oostkust (Chicago ‘school’)
- Hoogtij jaren 1960 – 1980: Westkust (California)
- Actor benadering & pragmatisme
- Niet een theorie, maar een ’manier van sociologie doen’

Uitgangspunten:
- Samenleving ontstaat van ‘onderaf’ / ‘bottom – up’
- Taal structureert ons besef en kennis van werkelijkheid
- Procesgericht (’hoe’ in plaats van ‘wat’)
- Sociale werkelijkheid is ’onaf’, relationeel en zo ook ‘het zelf’
- Betekenis ontstaat (en verandert) in sociale interactie

Sociologie
 Alle wetenschap is op zoek naar regelmaat, zo ook sociologie

Welke soort regelmaat?
Antwoord van de interpretatieve sociologie (intentioneel handelen):
Sociale codes en de betekenis die mensen hieraan geven

Bijvoorbeeld: ‘normale’ conversatie afstand (E.T. Hall)
Of de ‘knipoog’ als intentioneel handelen
Of ‘het hoorcollege’ als instituut

Hoe kom je daar achter?
Meedoen en crisis veroorzaken  sociologie als ‘crisis’ wetenschap


George Herbert Mead (1863-1931)

8

,De gegeneraliseerde ander  prikkels komen uit de omgeving en het gaat
om hoe jij reageert op anderen

Taking the role of the other
Mensen handelen betekenisvol = symbolische interactie
 Mensen laten een soort hypothese los op iemand anders

Van ‘gestures’ – via gedeelde interpretaties – naar ‘symbols’




Het ‘zelf’ ontstaat via interpretatie van het gedrag van ‘de ander’

Interactie en communicatie veronderstellen 'role-taking’ (je verplaatsen in
‘de ander’)

‘De ander’ / ‘generalised other’ weerspiegelt het collectieve bewustzijn
van maatschappelijke rollen

Mind, Self & Society (G.H. Mead, 1934)
Zelf = is een compositie, bestaande uit: I & Me

Initiërend ‘ik’ (‘I’)  je bent je bewust van je omgeving + interpretatie van
sociale rollen (‘Me’= de maatschappij in mij)  alle maatschappelijke
rollen die jou zijn

Een mens vermaatschappelijkt in ‘het spelen van rollen’ van verschillende
complexiteit

Van eenvoudige ‘plays’ tot ingewikkelde ‘games’

 Via ‘significant other(s)’ naar ‘generalized other’
 = socialisatieproces (primair, secundair)
 = verinnerlijken van sociale rollen

Charles H. Cooley (1864-1929)
The Looking-Glass Self – ‘A Feeling State’
Hoe ontstaat het ‘zelf’? Drie stappen:
9

, 1. We stellen ons voor hoe we overkomen op anderen
2. Maken aannames over hoe anderen ons beoordelen
3. Hebben emotionele reactie op de (verwachte) evaluaties van
anderen, bijvoorbeeld trots of schaamte

‘A Feeling State’
Het effect van ‘props’ als kleding in zelfpresentatie

‘De definitie van de situatie’ (W.I. Thomas, 1863-1947)
Situaties zijn nooit simpelweg daar, maar zijn steeds een
geïnterpreteerde werkelijkheid

Verschillende mensen kunnen dezelfde situatie anders ‘lezen’

Situatie is als een fotolijstje  je bekijkt de wereld door het ‘frame’ van
de lijst

Frame is individueel, maar tegelijkertijd ook bemiddeld door je ‘frame of
reference’: bijv. kerk, overtuiging, gender, klasse, etniciteit, etc.

If men define situations as real, they are real in their
consequences (Thomas theorema)
 Wat zie je? Wat is hier aan de hand?
 Je frame (of reference)?
 Mogelijke consequenties?

Symbolisch interactionisme (Blumer 1900-1987)
“SI emphasizes that society is human group life – human beings engaging
in social (symbolic) interaction. […] society is an ongoing process of
symbolic interaction wherein we continuously interpret and respond to the
cues, e.g. Signals or messages, in our social environment’’

Drie aannames:
1. Mensen reageren op dingen op basis van de betekenis die dingen
voor hen hebben
2. Deze betekenis komt tot stand in de sociale interactie met anderen
3. Op betekenissen wordt op een interpretatieve manier gereageerd en
in dat proces van interpretatie worden betekenissen soms ook
veranderd (*)

* Betekenissen liggen dus niet vast, ze veranderen van tijd tot tijd en van plaats
tot plaat

De sociale constructie van de werkelijkheid
Peter Berger & Thomas Luckmann (1967)
 De sociale werkelijkheid bestaat niet. Niet als een onveranderlijke
realiteit buiten ons. Ze wordt gemaakt in directe, face to face
interactie met andere mensen
 Er bestaan vele, soms conflicterende (definities) van werkelijkheid
naast elkaar (Schutz)  wat is je ‘paramount reality’

10
€10,09
Krijg toegang tot het volledige document:
Gekocht door 47 studenten

100% tevredenheidsgarantie
Direct beschikbaar na je betaling
Lees online óf als PDF
Geen vaste maandelijkse kosten

Beoordelingen van geverifieerde kopers

Alle 7 reviews worden weergegeven
1 week geleden

1 week geleden

1 week geleden

1 week geleden

1 week geleden

1 week geleden

1 week geleden

4,0

7 beoordelingen

5
1
4
5
3
1
2
0
1
0
Betrouwbare reviews op Stuvia

Alle beoordelingen zijn geschreven door echte Stuvia-gebruikers na geverifieerde aankopen.

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
bentepalsgraaf Universiteit Utrecht
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
332
Lid sinds
1 jaar
Aantal volgers
32
Documenten
14
Laatst verkocht
5 dagen geleden

4,0

76 beoordelingen

5
25
4
32
3
14
2
3
1
2

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen